BK-Books.eu » Besprekingen » Een theorie van rechtvaardigheid

Bespreking van...

John Rawls, Een theorie van rechtvaardigheid, Vertaald door Frank Bestebreurtje en ingeleid door Percy B. Lehning,[ met Voorwoorden, Noten, Register, Verantwoording van de vertaler,] Rotterdam (Lemniscaat) 2006, 664pp.
Percy B. Lehning, Rawls,[ met noten, suggesties voor verder lezen, en een overzicht van werken van Rawls,] Rotterdam (Lemniscaat) 2006, 208pp. [in de reeks Kopstukken Filosofie]

Het verschijnen van de Nederlandse vertaling van A Theory of Justice van John Rawls en de aflevering Rawls door Percy B. Lehning in de serie Kopstukken Filosofie maakte mij meteen enorm nieuwsgierig.
In 1985 heb ik onderdelen van A Theory of Justice bestudeerd in het kader van een eindscriptie Politieke Economie aan de Universiteit van Amsterdam. De scriptie ging over de vraag of voorkeursbehandeling voor vrouwen en leden van etnische minderheden gerechtvaardigd is om aan hen gelijke kansen te bieden op bijvoorbeeld de arbeidsmarkt. Deze problematiek is ook nu ongeveer twintig jaar later niet opgelost in de zin dat vrouwen en leden van etnische minderheden een min of meer evenredig deel van de kansen krijgen op het vervullen van de vacatures in de verschillende branches en op verschillende functieniveaus. Naast deze ongelijkheid in de maatschappij zijn meerdere andere ongelijkheden de laatste jaren zichtbaar geworden. Denk aan de manier waarop de problematiek (?) van de vergrijzing wordt beschreven; dit wordt beschreven als een tegenstelling tussen de belangen van de huidige jonge generatie en komende generaties en de huidige babyboomers die nu de pensioenleeftijd naderen of al hebben bereikt. Denk aan de manier waarop de politiek spreekt over de zorgverzekering en solidariteit op dat terrein. Denk aan de grotere inkomensongelijkheid die in Nederland de laatste jaren is ontstaan tussen de armsten en de grootverdieners.
Ook internationaal zijn de verdelingsvraagstukken blijvend op de agenda tussen rijke (westerse) landen, arme landen en de nieuwe economieën. Vooral deze laatste vraagstukken worden vrijwel altijd ook doorspekt met opinies over mensenrechten en vrijheden oftewel onvrijheden in de armste landen, of onvrijheden in landen met weliswaar rijke voorraden aan grondstoffen maar die in onze westerse optiek niet adequaat worden ingezet.

Al met al voor mij voldoende reden om opnieuw te gaan lezen in Rawls. Ik ben begonnen met de publicatie Rawls van Percy B. Lehning in Kopstukken Filosofie. Geen ander is zo thuis in de filosofie van Rawls als Percy B. Lehning. Het lezen van deze publicatie maakt dat met een beknopte hoeveelheid bladzijden een goed beeld ontstaat van de reikwijdte en de essentie van de filosofie van Rawls.
De essentie van deze filosofie is zo anders dan wij voornamelijk bewust en onbewust met de paplepel binnen hebben gekregen op de middelbare school, middels de krant en uit de politieke debatten die gevoerd worden in Nederland en internationaal. Lehning laat helder zien waarin de filosofie van Rawls expliciet anders is dan het Kantiaanse gedachtegoed waar we meestal niet meer bij stil staan. Maar links en rechts, jong en oud, als je meningen analyseert blijken toch min of meer hun standpunten op het kantiaanse gedachtegoed te baseren.
Lehning geeft op een aantrekkelijke wijze de wijzigingen weer, die Rawls in de loop van zijn leven in de uitwerking op verschillende terreinen van de basisprincipes heeft aangebracht. Mee door deze informatie in de publicatie in Kopstukken Filosofie blijkt des temeer hoe levend de filosofie van Rawls in deze tijd nog is.

Tijdens het lezen van de publicatie van Lehning wordt de nieuwsgierigheid naar de vertaling van Frank Bestebreurtje van A Theory of Justice groot. Het boek leest als een trein. Het is mooi Nederlands, de zinnen zijn eenvoudig. Er staan geen moeilijke woorden in. En inderdaad het betoog van Rawls wordt zin voor zin, paragraaf voor paragraaf opgebouwd. Heel plezierig en intrigerend om te lezen.
De leeswijzer van Rawls in het voorwoord voor diegene die niet het hele boek wil lezen, of van voor naar achter wil lezen, werkt uitstekend. De tekst is zo opgebouwd dat met behulp van deze leeswijzer de lezer de voor hem meest aansprekende paragrafen kan lezen, zonder het verband van de totale filosofie kwijt te raken.

In zijn inleiding schrijft Lehning: “De vraag waar het Rawls om gaat, is of wij er daadwerkelijk in geïnteresseerd zijn om bij het institutionele ontwerp van onze samenleving rekening te houden met onverdiende ongelijkheden. Leidraad dient daarbij te zijn dat het lot van mensen moet worden bepaald door de vrije keuze die zij maken, door beslissingen die mensen zelf nemen wanneer de vraag aan de orde komt hoe zij hun leven willen inrichten. Het is niet billijk dat keuzes worden gedetermineerd door arbitraire en onverdiende verschillen in de maatschappelijke omstandigheden waarin mensen verkeren, en evenmin door verschillen in begaafdheden die zij van ‘nature’ hebben meegekregen. … Centraal staat het onderscheid tussen keuzes en omstandigheden. … De taak van de overheid is om onverdiende achterstanden op te heffen . … Dat maakt het mogelijk dat mensen daadwerkelijk verantwoordelijk kunnen zijn voor keuzes die zij zelf maken.”
Rawls baseert zijn filosofie voor de inrichting van onze samenleving op een gedachte-experiment. In dat gedachte-experiment weten wij niet wat onze natuurlijke begaafdheden zijn, noch onze maatschappelijke en sociale positie.
Dit gedachte-experiment wordt gebruikt om te achterhalen wat billijke keuzeomstandigheden zijn zodat het resultaat billijke rechtvaardigheidsbeginselen oplevert.
Morele waarde en zelfrespect spelen een belangrijke rol in deze filosofie. “Maar hoe het ook zij, als burgers dienen wij de standaard van perfectie te verwerpen als politiek beginsel, en ten behoeve van rechtvaardigheid iedere beoordeling van de relatieve waarde van andermans levenswijze te vermijden.”
Het is intrigerend om te lezen in deze boeken dat “politiek in een democratische samenleving niet onderworpen kan worden aan wat wij zélf op grond van onze eigen wereld- en of levensbeschouwing als gehele waarheid opvatten. … Een leefbare en welgeordende samenleving vraagt van haar burgers een zekere beheersing en welwillendheid ten aanzien van opvattingen en oordelen van anderen.”
Lehning geeft helder weer hoe Rawls vanuit politieke tolerantie tot bescherming van vrijheid van godsdienst komt: “het politieke liberalisme laat religieuze opvattingen ongemoeid voor zover deze consistent zijn met de fundamentele constitutionele vrijheden, met inbegrip van vrijheid van godsdienst en van geweten.”

Bovenstaande citaten zijn een aanduiding hoe levend de filosofie van Rawls is in de huidige tijd, waar controversen op meerdere levensterreinen tot steeds nieuwe indelingen van het (economisch) politieke domein leiden door de meningvormers tot standpunten te verleiden, veelal zonder dat die gebaseerd worden op heldere uitgangspunten.
Lehning laat in hoofdstuk 5 helder zien hoe partijpolitiek gebruik maakt van het denken van Rawls. Ook laat hij zien dat Rawls zijn werk niet geschreven heeft voor de partijpolitiek.
Essentieel in het werk van Rawls is het respect voor elkaar, voor de andersdenkenden. Het zou interessant zijn als op middelbare scholen in het lespakket en in de pers meer aandacht geschonken wordt aan de realistische utopie zoals Rawls zelf zijn gedachte experiment noemt.

Met deze beide uitgaven is de mogelijkheid geboden voor een breder lezerspubliek zich te verdiepen in een filosofie die het gesprek over billijke rechtvaardigheid in de samenleving op een heldere wijze vorm kan geven. Deze boeken laten zien dat er een ‘realistische utopie’ mogelijk is op vele terreinen van de maatschappij op basis van zelfrespect en respect voor andersdenkenden, waarbij de toegankelijkheid van de kansen op economisch terrein niet gebaseerd zijn op de speling van het lot maar op een evenredige verdeling tussen burgers op basis van uitgangsprincipes die ieder zal willen aanvaarden vanuit zelfrespect.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens, en studeerde vanaf 1965 in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en een inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en buiten alle tegenstellingen", te verschijnen in 2020.