BK-Books.eu » Besprekingen » Descartes’ Error

Bespreking van...

A.R. Damasio, Descartes’ Error: Emotion, Reason and the Human Brain, New York (G.P.Putnam’s Sons) 1994, 313 pp.

Descartes wordt als de bron beschouwd van de moderne opvatting dat geest en lichaam nauwelijks iets met elkaar te maken hebben. Damasio (neuroloog, met een brede interesse en belezenheid op andere vakgebieden) toont in dit boek aan hoe het zenuwstelsel en de hersenen met het lichaam verbonden zijn, en welke functie denken en emoties hebben. Zijn stelling is dat emoties onze maatstaven zijn – of beter: de weergave ervan – voor ons welbevinden, en dat die metingen gebaseerd zijn op de verschillen die er gesignaleerd worden tussen de staten waarin ons lichaam zich bevindt, in combinatie met de waarneming van de buitenwereld en van eerdere staten van ons lichaam die we ons herinneren. Zonder ons lichaam als referentiekader zouden we geen mogelijkheid hebben om te overleven, zelfs niet om te voelen überhaupt. Overigens onderscheidt Damasio gevoel en emotie als volgt: bij gevoel gaat het om een bewust ervaren koppeling van de emotie aan mentale voorstellingen die zo aan de emotie lading geven (bij deze koppeling zijn ook specifieke delen van de hersenen betrokken).
Damasio geeft hiervan in dit boek een aantal buitengewoon interessante voorbeelden en schetst de ontdekkingen van de laatste decennia inzake de manier waarop de hersenen en het zenuwstelsel werken. En wel op een manier die theoretisch verhelderend is, en tegelijk zeer herkenbaar voor ieder die gewend is enigszins op zichzelf te letten (veel van de beschreven processen blijven onbewust maar met enige introspectie zijn heel wat ervaringen te herkennen). Hij maakt goed duidelijk dat voelen en denken in principe uiteindelijk juist niet van elkaar gescheiden dienen te opereren. Verder gaat hij in op wat denken is (of liever op de processen die zowel bij denken als bij voelen een rol spelen), namelijk op de rol van ‘voorstellingen’ die al dan niet bewust opgeroepen, vergeleken en geordend worden, en van ‘strategieën’ die (op diverse niveaus) ontworpen en vastgelegd worden. Het betreft mijns inziens zaken die zeker interessant en misschien wel heel belangrijk kunnen zijn in verband met meditatie en voor mediterenden, omdat introspectie daarbij weliswaar niet het doel is maar wel een onvermijdelijk grote rol speelt. En hij werpt ook een blik op hoe de neurale netwerken van de mens (die sommigen als voorbeeld voor computermodellen zien) werken.
Hij legt daarbij goed uit welke misverstanden er algemeen bestaan over de hersenen en tot welke eenzijdigheden en tekortkomingen dit in de geneeskunde en de psychiatrie heeft geleid. Ook koppelt hij de nieuwe inzichten aan de opbouw en functie van de hersenen en aan hun waarschijnlijke evolutionaire ontstaan (vergelijk wat hierover door de psycholoog Piet Vroon in diens publicaties, waaronder het boek ‘Wolfsklem’, naar voren is gebracht), en zet uiteen wat hij als het zelf van de mens beschouwt en wat het ik volgens hem is. Tenslotte wijst hij op de vele gebieden die vragen om verder onderzoek, en signaleert dat de rol van de hersenen bij persoonlijke en sociale conflicten de meeste ruimte bieden voor problemen en oplossingen, omdat wij daar op het gebied komen waar de mens het meest vrij is om te leren en zich vrij te ontwikkelen. Want de ontwikkeling van de hersenen van een individu is deels genetisch en deels door zijn opgroeien bepaald, en daarbij spelen de culturele omgeving en de persoonlijke keuzes dan vervolgens nog een belangrijke rol bij. Damasio is bovendien sterk in het relativeren van zijn hypotheses: hij gaat tot het uiterste om zijn ontdekkingen uiteen te zetten en te verdedigen maar probeert eventuele tegenwerpingen zo goed mogelijk recht te doen.
Ik ben geen vakman op dit gebied en kan dus de inhoud alleen in mijn eigen woorden weergeven maar ik vond dit boek fantastisch, omdat het bij mij veel kwartjes liet vallen. Over dit onderwerp las ik niet eerder een zo verhelderend en tegelijk veelomvattend boek.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.