BK-Books.eu » Besprekingen » De witte vesting

Bespreking van...

Orhan Pamuk, De witte vesting: Uit het Turks vertaald door Veronica Divendal, Amsterdam/Antwerpen (De Arbeiderspers) 2002-2e druk, 205pp.
Idem, Ik heet Karmozijn: Roman: Uit het Turks vertaald door Margreet Dorleijn & Hanneke van der Heijden, Amsterdam/Antwerpen (De Arbeiderspers) 2002-5e druk, 522pp.

Orhan Pamuk slaagt erin je vanaf het begin van zijn romans mee te nemen in een betoverend verhaal. Puur leesplezier. Elementen van spanning, van psychologische diepgang (het thema van de ‘dubbelganger’ en de mogelijk groeiende zelfkennis in De witte vesting is een volstrekt fascinerende leeservaring), van menselijke verhoudingen, van culturele ontwikkelingen en nog veel meer. Pamuk besteedt heel veel aandacht aan het oproepen van ‘vergeten’ maar op zichzelf uiterst boeiende werelden, zoals de cultuur aan het Osmaanse hof gedurende de bloeitijd van eeuwen geleden. Dat is in Ik heet Karmozijn tussen de als een detective zo spannende gedeeltes door soms een beetje langdradig maar eigenlijk ook weer van grote schoonheid. Je begrijpt het zieleleven én de kunst van de miniaturisten die voor de sultan diens dure boeken verluchtten en daarin een hele cultuur neerlegden. Behalve dat deze romans je helemaal meenemen krijg je spelenderwijs ook oog voor culturele veranderingen – de spanningen tussen de invloeden van het Westen en van het Oosten spelen voortdurend hun rol – en voor de uniekheid van iedere grote cultuuruiting en van ieder menselijk gedrag, in slagen en falen. Grootse romans uit een nog steeds boeiend land tussen Oost en West in (met een invloedrijke historie die teruggaat tot ver voor de klassieke periode, al schrijft Pamuk daar in deze boeken niet over).

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.