BK-Books.eu » Besprekingen » De weg naar overgave

Bespreking van...

Roelof Tichelaar, De weg naar overgave: is thuiskomen in jezelf, Kampen (Ten Have) 2006, 88pp.

Voor ‘eenvoudige’ mensen – en zij die bereid zijn eenvoudig te zijn of weer te worden! – die op zoek zijn naar hulp en advies op hun spirituele weg, kan ik dit boekje van Roelof Tichelaar sterk aanbevelen. Roelof Tichelaar is mediamiek begaafd en ontwikkelde een eigen praktijk en inzichten vanuit zijn ervaringen. Ik zag hem al eens in een sympathieke documentaire op televisie. Van begin tot eind gaat het in dit boekje over belangrijke praktische onderwerpen die allemaal raken aan het belang van overgave, de voorwaarden ervoor en de effecten ervan. De schrijver is tegelijkertijd heel nuchter, heel direct en vol inzicht in alle processen die hiermee te maken hebben. De tekst is buitengewoon helder.
Hoewel hij niet exclusief Westers of christelijk denkt, gebruikt hij de beelden die in onze cultuur gebruikelijk zijn. Open staan voor contact met de geestelijke wereld, iets dat hij voor alle mensen belangrijk en mogelijk vindt, ook van andere culturen en religies, noemt en beschrijft hij in termen van de Geest en van het Christusbewustzijn die passen bij wat daar over leeft in de christelijke traditie. Overigens zonder krampachtig allerlei formules te herhalen, waar hij terecht weinig in ziet.
Nadruk legt hij op de noodzaak dat wij bewust moeten leren openstaan voor die Geest en dat Christusbewustzijn. Die zijn er volgens hem altijd maar wij kunnen ze tegenhouden. Hij laat ook goed zien wat ons hinderen kan om open te staan en toe te laten. Dat is misschien wel het meest leerzame van het boek, althans leerzaam in termen van begrijpelijke uitleg. Want hij zegt ook heel duidelijk dat we met ons kennen en begrijpen alleen – met onze ‘denkkant’ – er juist vaak niet uitkomen maar onszelf vastzetten of onszelf in beperkte kring rond laten draaien. De schrijver geeft op heldere wijze aandacht aan de psychologische problemen en moeilijkheden die specifiek met onze tijd en cultuur te maken hebben. De belangrijkste voorwaarde is wat hij deemoed noemt. Dat legt hij zo effectief (en mooi) uit dat ik het hier niet ga herhalen. Hij onderscheidt helder het psychische van het spirituele, inclusief de effecten van de verwarring ervan naar beide kanten.
Hoewel hij mijns inziens heel terecht nadruk legt op het ‘nu’ als het enige moment waarin wij tot overgave kunnen komen, spreekt hij van een transformatie die wij ondergaan. Een transformatie die beloftes inhoudt voor onze terugkeer naar steeds hogere lichtsferen, om te beginnen in dit leven en vooral in het hiernamaals. De schrijver zegt wel vanaf het begin dat de Geest en het Christusbewustzijn er nu al altijd helemaal zijn (ook al sluiten wij er ons voor af of ervaren we ze niet). Het is alsof ik hier Jacob Boehme hoor, die dit uit eigen ervaring ook steeds zei met de voor hem kenmerkende verbazing (ook een houding van deemoed). Het goede is er hier en nu al volop, dat zegt Tichelaar ook.

(In wat volgt, gebruik ik meer eigen woorden, misschien zelfs eigen voorstellingen; ik doe dit om de waarde door te laten klinken die ik ervaar aan de voorstellingen. Tegelijk hoop ik dat niemand mijn woorden of voorstellingen klakkeloos op rekening van de auteur schrijft. Of het om belangrijke verschillen gaat, kan iemand later wellicht nog eens duidelijker maken.)
Want in het aanvaarden van wat is, wordt de ruimte duidelijk die de tegenstelling tussen goed en kwaad overstijgt, een tegenstelling die samenhangt met – namelijk een gevolg is van, of in ieder geval versterkt kan worden door – wat hij het scheidende denken noemt. De kramp die in die scheiding en tegenstelling ligt, wordt – en is in wezen al – weggenomen. Tussen haakjes: over de onmetelijke dimensies van goed en kwaad kunnen wij met ons beperkte verstand niet oordelen, uiteraard. Maar vaak oordelen wij volop over alles wat we waarnemen (inclusief ons ‘zelf’), en daarmee onderscheiden we het – maken het los – van de ene grond waar het uit voortkomt. Wat we ook doen, is op alles een etiket plakken van ‘aangenaam’ of ‘niet aangenaam’, tot en met ‘goed (voor ons en in onze ogen)’en ‘niet goed (voor ons of in onze ogen)’ tot en met ‘ethisch juist’ of ‘ethisch onjuist’. En met al die oordelen leggen we niet alleen onszelf maar ook de dingen en andere mensen helemaal vast. Terwijl wie zich overgeeft, weet dat zij of hij niet aan het kwade is overgeleverd maar verbonden is met de grond van het bestaan. Of de bron van alles, of God. En dat is een ervaring die het kwade niet uitsluit maar die het in perspectief zet, tot onderdeel van een hogere waarde en werkelijkheid maakt. Een werkelijkheid die altijd in beweging blijft, inclusief het geboren worden en sterven van steeds nieuwe elementen en wezens, waaronder wijzelf. Zo ervaar ik dat althans, in mijn woorden.
Overigens is de les voor mijzelf die ik uit dit boek trek, onder andere dat ik zowel in mijzelf als buiten mij het onvolmaakte nooit zal kunnen overstijgen met mijn denken, en zeker ook niet in de concrete fysieke en psychische werkelijkheid. En dat dat ook niet hoeft! Want in overgave aan de Geest – en dat houdt aanvaarding in van alles wat is, inclusief het onvolmaakte, en wel zo lang ik leef als bewuste ziel en lichaam, hoe beperkt ook – kan ik mij één weten met de Geest die alles, ook in mijn lichaam en ziel, schept en levend maakt. En het onvolmaakte en soms erg pijnlijke kan in dat perspectief tot een – zij het niet onbelangrijke want zelfs leerzame – ervaring worden. En nu vooral niet vergeten dat dit niet zozeer iets is om te begrijpen als om te leren ervaren en beleven, vanuit de Geest waarmee ik altijd in contact kan komen. Als ik dat niet tegenhoud maar er voor open sta, in deemoed. Een fascinerend perspectief, dat mij troost en verrijkt. Zonder krampachtigheid en resultaatsdwang. Een perspectief dat bevrijdt tot aandacht en tot handelen – of niet-handelen! – vanuit aandacht. Vanuit liefde voor onszelf en de mensen en dingen – de hele ‘wereld’- om ons heen.

De schrijver lijkt mij een begenadigde spirituele leraar, door de boeiende combinatie van openheid voor de geestelijke wereld – ook van dromen, tekens en boodschappen – en grote nuchterheid. Alles wat hij in dit boekje schrijft, is mijns inziens voor iedere oprecht geïnteresseerde van grote waarde. Zo zijn ook zijn opmerkingen over gebed treffend. En hij komt aan het eind van zijn boek uit op stilte. Wat mij betreft niet ten onrechte. In de ‘stilte’ kan de Geest gehoord worden. Die er altijd is. De waarde van de inhoud van dit boekje is omgekeerd evenredig aan de omvang ervan!
Een boekje met veel diepte dat het waard is dat je het af en toe opnieuw op je laat inwerken. Als een oefening in deemoed, of in afstemming. Een boekje en een auteur om heel zuinig op te zijn!

Voor boeiende informatie over belangwekkende ervaringen en achtergronden van Roelof Tichelaar zie ook zijn website www.roeloftichelaar.nl en dan het gedeelte Basiskennis spiritueel christendom (via het menu). Op het eerste blad dat dan zichtbaar wordt, is een inhoudsopgave waar je steeds naar terug moet om een volgend gedeelte te kunnen lezen. Ik heb zelf niet de kennis die de auteur daar aanduidt, en heb die ook nog niet verwerkt. Roelof Tichelaar maakt een open indruk en zet zijn talenten in om zich te verwerkelijken en anderen van dienst te zijn. En biedt iedereen inzicht in zijn manier van werken, de achtergronden ervan en de basiskennis die hij gebruikt.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.