BK-Books.eu » Besprekingen » De Tao van Christus

Bespreking van...

Martin Palmer, De Tao van Christus: De ontdekking van een christelijke beschaving in het oude China: Met de ‘Jezussoetra’s’, Chinees-christelijke teksten uit de 7e tot de 11e eeuw, [met illustraties en literatuurverwijzingen, ]Utrecht / Amsterdam (Kosmos-Z&K) 2001, 223 pp.

Op de achterzijde van dit boek staat het volgende: “De Engelse onderzoeker Martin Palmer bestudeerde eeuwenoude Chinese teksten; hij vond midden in China een mysterieus, dichtgemetseld gebouwencomplex met pagode; en hij komt in dit boek tot de wetenschappelijk onderbouwde conclusie: het gaat hier om een christelijke beschaving die in de 7e t/m de 11e eeuw leefde en bloeide in China. Beïnvloed door de taoïstische Chinese cultuur, was dit een ‘zachte’, geweldloze, liefdevolle vorm van het christendom. Zoals de Dode Zee-rollen een nieuw licht op de Bijbel wierpen, zo demonstreert dit boek het bestaan van een praktisch vergeten, unieke, taoïstisch-christelijke cultuur. Een fascinerende geschiedenis!

De Tao van Christus is een unieke combinatie van wetenschap, cultuur, godsdienst en avontuur. Een must voor geïnteresseerden in geschiedenis, cultuur, godsdienst, en meer speciaal in christendom, taoïsme en boeddhisme.”

Dat klopt. Het is zo fascinerend dat het eigenlijk moeilijk samen te vatten is omdat de lezer op iedere bladzijde ontdekkingen kan doen die sprakeloos maken. Enerzijds een bevestiging van wat velen al vermoedden en van wat in de lucht hangt sinds de ontmoeting van Oost en West tot een hernieuwde kennismaking heeft geleid die velen inspireerde. Anderzijds een sterke, heldere en uitvoerige onderbouwing, gestaafd door feiten en redeneringen en grote kennis van zaken, van die ontdekkingen. En daarenboven nog eens een vertaling van uiterst belangrijke spirituele teksten die een grote kans maken tot de klassieken zullen gaan behoren.

Onder andere fascinerend omdat hier onmiskenbaar christelijke teksten (waaronder er zijn die aan de Bergrede doen denken, andere aan een uitleg van de tien geboden) vertaald zijn naar een context van taoïsme, confucianisme en boeddhisme zoals dat meer dan duizend jaar geleden in China – en omstreken – voorkwam. Bij de heldere uitleg hiervan wordt ook een prachtig beeld van deze stromingen in de Chinese cultuur gegeven. En omdat zo een belangrijke schakel belicht wordt in de geschiedenis van het Oostelijke christendom, die in het Westen lange tijd is genegeerd en waarvan maar weinigen weten. Zoals de auteur in zijn nawoord zegt: er zullen nog veel meer zaken ontdekt en bekend gemaakt kunnen worden. Namelijk als we wat er aan archeologische en textuele kennis is, aanvullen met het vele wat zeer waarschijnlijk nog ontdekt kan worden. Op dit moment weten we al dat Syrië, Perzië, India en China grote gemeenschappen van christenen hebben geherbergd. Die wel nooit zo lang dominant zijn geweest zoals in het Westen, maar wel eigen vormen ontwikkelden aangepast aan hun omgeving – zowel zeer herkenbaar christelijk als “Oosters”!

Aan de teksten valt ook duidelijk af te lezen dat dit christendom in China uitheems was en (wellicht juist daarom) gewaardeerd werd.

Ook leerzaam is te ontdekken dat het hellenisme (de cultuur in het Romeinse Rijk) niet alleen in het Westen grote invloed had maar ook in het Oosten. De wijze waarop men in het Oosten – te beginnen in de beroemde Gandhara-cultuur waartoe bijvoorbeeld de recent door de Taliban in Afghanistan kapotgeschoten reusachtige in de rotsen uitgehouwen boeddhabeelden behoren – vanaf de vijfde eeuw na Christus Boeddha ging afbeelden, was bijvoorbeeld ontleend aan de manier waarop in het hellenisme de Griekse god Apollo werd afgebeeld. En de meeste Boeddha’s zien er nu zo uit!

Interessant is ook dat deze Chinese christenen tegen slavernij waren, in tegenstelling bijvoorbeeld tot de toenmalige boeddhistische kloosters in China die vele slaven hielden.

Maar het boeiendst is wat uitgedrukt wordt in het volgende commentaar van Thich Nhat Hanh op dit boek: “Dit boek bevat de prachtige lessen van een geloof dat gebouwd werd op een levende praktijk van broederschap en vrede.” (Te vinden op de website van de uitgever op de aan dit boek gewijde pagina.) Zo voelt het: alsof tijdens het lezen van deze teksten de wijsheid van eeuwen zo dicht bij is als je eigen adem. Alsof je iets heel waardevols herkent, alsof iets heel waardevols je aanspreekt.

Vermeld kan nog worden dat de vertaling uiterst prettig leest en een betrouwbare indruk maakt.

Bij wijze van – vrij willekeurig – voorbeeld (de teksten zijn heel uiteenlopend en bijna allemaal uiterst boeiend) een citaat uit Het Vierde Soetra: Soetra over Jezus Christus, hoofdstuk 4, de verzen 27-60:

“27 Manipuleer nooit hen die zwakker zijn dan u. 28 Veracht niet hen die machtiger zijn dan u. 29 Als iemand honger heeft, zelfs al is hij uw vijand, zorg voor hem, vergeef hem en vergeet. 30 Als iemand hard werkt, verleen hem dan hulp en steun. 31 Kleed hen die naakt zijn. 32 Mishandel niet uw werklieden, noch misleid hen, vooral als u geen echte arbeid voor hen hebt. 33 Wie dit toch doet, en hen dus niet betaalt, roept lijden af over hun familie. 34Als u iemand ziet die zijn werklieden zo mishandelt, weet dan dat de Heilige Geest hem streng zal straffen.

35 Als een arme u om geld smeekt, geef dan met gulle hand. 36 Als u geen geld hebt, wees dan zo hoffelijk uit te leggen waarom u hem maar een beetje kunt helpen. 37 Als iemand ernstig ziek of gehandicapt is, drijf dan niet de spot met hem, want dit is een gevolg van [negatief] karma en er behoort niet de spot mee te worden gedreven. 38 Lach niet om arme mensen die in lompen gekleed gaan. 39 Probeer nooit iets door misleiding of geweld in bezit te krijgen. Als iemand wordt gearresteerd, zeg dan uitsluitend de waarheid. 40 Wend nooit valse middelen aan om iets te bereiken. 41 Als iemand die alleen staat, zoals een weduwe of wees, een klacht tegen iemand indient, mag zijn of haar streven naar gerechtigheid niet worden belemmerd. 42 Onthoud u van snoeven of overdrijven. 43 Veroorzaak geen onenigheid en naijver door te argumenteren, ruzie te zoeken of op de vuist te gaan en kies geen partij voor deze of gene.

44 Wie machtig is en gezag uitoefent, mag er geen misbruik van maken om de dingen naar zijn hand te zetten, dus wend uw invloed en gezag niet aan om een pleit in uw voordeel te beslechten. 45 Wees stil. 46 Zij die de leringen in praktijk brengen, behoren hun naasten lief te hebben en bescheiden te zijn. 47 Wend u af van het kwade en zoek het goede. 48 Wie goed doet, zal veilig zijn voor bestraffing; doe daarom goed aan allen. 49 Zij die zo handelen en de Verbonden naleven, zijn ook degenen die de leringen kennen. 50 Als u bij het bestuderen van de geschriften tot geloof komt, hebt u de leringen ontvangen.

51 Als u [de geschriften] wel. studeert, maar niet gelooft, hebt u de leringen niet ontvangen. 52 Uiteindelijk is alles in Gods hand. 53 Onze heilige voorouders, zowel groot als klein, zullen tegenover ons staan en uiteindelijk over ons oordelen. 54 Het voornaamste is: Gods wil doen. 55 God beschermt al wat leeft; al wat leeft, dankt het leven aan Hem. 56 Het is verboden een leven te nemen, zelfs voor een offerande, want deze leringen verbieden het nemen van ongeacht welk leven. 57 Iedere offerande en de slacht van lammeren moet worden opgeofferd voor de zegen van de Heilige Geest en vergeving [van zonden]. 58 Als een mens zich hier niet aan houdt, geen goed doet en in het verborgene het kwade doet, zal God hem weten te vinden. 59 God zal niet met mededogen neerblikken op zulk gedrag, maar God blikt met mededogen neer op hen die zich afwenden van het kwaad en Hem niet afwijzen. 60 God heeft geantwoord door [hier] te komen om goede werken te bevorderen en de vroegere wet te vervangen.”

Tenslotte vermeld ik ook enkele kritische detailvragen die ik nog heb.

Op p. 73 wordt beweerd dat het streven naar eenheid – uniformiteit – van de christenen pas na de bekering van keizer Constantijn de Grote (begin vierde eeuw) begon; ik denk dat we inmiddels weten dat bisschop Irenaeus (eind tweede eeuw) daar al naar streefde.

Verwezen wordt (pp. 45, 85) naar een van de belangrijke documenten van het Oostelijke christendom, het Syrische Diatessaron van Tatianus, zijn harmonie van de vier evangeliën die ook in het westen nogal wat invloed had. En dan wordt gezegd dat er alleen fragmenten van over zijn. Zo ver mij bekend is dit geschrift echter compleet bekend en zijn er inmiddels vele studies aan gewijd.

Noot 11 kon ik niet terugvinden in de tekst. Noot 29 hoort wel bij de betreffende alinea maar dan speciaal en alleen bij de derde en vierde zin ervan.

Op pp. 207, 214 wordt verwezen naar de ‘afbeelding van het kruis’ op het omslag maar dit klopt niet voor de Nederlandse uitgave.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.