BK-Books.eu » Besprekingen » De Stem van de Stilte

Bespreking van...

H.P. Blavatsky, De Stem van de Stilte: Fragmenten gekozen uit het ‘Boek van de Gulden Voorschriften’: Voor het dagelijks gebruik van lanoes (discipelen), Vertaald en van aantekeningen voorzien door ‘H.P.B.’, [vertaling van de oorspronkelijke editie van 1889 van The Voice of the Silence, ]met Noten en Index, Den Haag (Thesophical University Press Agency) 2001-2e druk, 121 pp.

Zie de opmerking vooraf.
Aansporingen aan de leerling om op pad te gaan naar de verlichting. Gekozen wordt voor de boddhisattva-weg, die van het mededogen met allen die nog niet verlost zijn en zolang ze dat nog niet zijn. Aanduiding van moeilijkheden op het pad. Het pad wordt als erg moeilijk voorgesteld, het einddoel als het grootste goed.
Pathetische stijl en gebruik van veel vreemde (oosterse) begrippen, zodat de lezer extra onder de indruk kan raken. Het boek wordt onder meer gebruikt in cursussen van de moderne Rozenkruisers waar ik het tegen kwam (zie de opmerkingen bij de vermelding van het boek De vermaning van de ziel). Ik geef een voorbeeld van een parallel. In dit boek wordt de stoffelijke wereld en ons bewustzijn als illusie voorgesteld waaraan wij moeten ontstijgen, om te beginnen door onze begeerten te doden dus door ons te onthechten (N.B. de tegenstelling tussen hindoe?sme en boeddhisme wordt niet uitgewerkt, dit boek maakt in filosofisch opzicht een hindoe?stische indruk maar in de heilsleer een boeddhistische). Terwijl bij de moderne Rozenkruisers (het Lectorium Rosicrucianum in de traditie van J. van Rijckenborg) deze wereld van de tegenstellingen door ons geneutraliseerd wordt teneinde ons geheel te richten op terugkeer naar de goddelijke wereld waar we oorspronkelijk vandaan komen (ook de Rozenkruisers lijken niet volledig systematisch in hun filosofie, wat niet wil zeggen dat hun praktijk niet stevig gestructureerd is, vooral psychologisch; zij combineren wel veel diverse elementen).
Bij beide is de solidariteit met de medemens groot als het gaat om het hervinden en gaan van de weg naar het spirituele doel, dat tevens de weg uit het lijden vandaan is.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.