BK-Books.eu » Besprekingen » De Rozenkruisers in Nederland

Bespreking van...

Govert Snoek, De Rozenkruisers in Nederland, voornamelijk in de eerste helft van de 17e eeuw: een inventarisatie: Avec un résumé en Français, met o.m. Bijlagen, Literatuur, Ongedrukte bronnen en Personenregister, Haarlem (Rozekruis Pers) 2006, 681pp.

Kernwoorden: , , , , , , , , ,

Een boek dat in geen bibliotheek met aandacht voor de geschiedenis van Nederland – van de Gouden Eeuw of van de godsdiensten in het bijzonder – mag ontbreken.

Mede door het door de Bibliotheca Philosophica Hermetica te Amsterdam in de persoon van Dr C. Gilly verrichte actuele onderzoek (ook dat van de Fransman Edighoffer kan hier genoemd worden) naar het ontstaan van en de weerklank op de verschijning van de beroemde drie Rozenkruis-geschriften van het begin van de zestiende eeuw – de Fama, de Confessio en de Chemische Bruiloft van Christiaan Rozenkruis – is recent opnieuw de vraag ontstaan naar die weerklank in de Nederlanden.

Daar was in de zestiende eeuw immers veel te doen op geestelijk gebied. En er waren de ruimte en het klimaat voor een veelheid aan ontwikkelingen waarvan het vreemd geweest zou zijn als daarin niet ook op de in Europa toch nogal bekende Rozenkruis-geschriften gereageerd zou zijn. We weten dat alleen al van de later naar Amsterdam verhuisde en in Nederland gestorven Comenius – zijn graf en een interessant museum zijn in Naarden.

Hoewel in de loop van de eeuwen velen, vooral uit esoterische kring, wel enig onderzoek gedaan hadden was de feitelijke kennis van die Nederlandse weerklank echter gering. Daar is door deze monumentale studie verandering in gekomen. Niet dat zij alle verdere meer inhoudelijke vragen beantwoordt maar wel biedt zij de vele feiten in hun context, zodat anderen daarop voort kunnen bouwen. En het aan het licht brengen van die gegevens is een monumentaal werk geweest, voor de auteur een werk van inmiddels decennia. Wat eerst zijn doctoraalscriptie was (1989), groeide uit tot de dissertatie waarop hij in 1998 promoveerde met als promotoren Prof. Dr. R. van den Broek en Prof. Dr. E.G.E. van der Wall. Dit boek is een opnieuw verbeterde en tevens zeer mooie uitgave daarvan. Het monumentale zit hem zowel in de hoeveelheid onderzoek als in de enorme hoeveelheid werk aan de presentatie van het gevondene, met vele noten en verwijzingen.

Deze grondige studie biedt na een inleiding in het ontstaan, karakter en mogelijke bedoeling van de drie bekende Rozenkruis-geschriften allereerst een overzicht van wat er al onderzocht en bekend was betreffende de Nederlandse weerklank. Uitvoeriger behandelt hij de interesse van de schilder Johannes Torrentius, die om deze interesse voor de rechter werd gesleept en na een eis tot verbranding werd veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf, een vonnis dat uiteindelijk uitliep op een driejarige gevangenisstraf inclusief zware martelingen waarna Torrentius mede op verzoek van de Engelse koning gratie kreeg (1630) en naar Engeland mocht vertrekken.

Ook de reactie van verschillende theologen krijgt de nodige aparte aandacht.

Uiteindelijk biedt deze studie een samenvatting van de gegevens per plaats en per persoon uit de zestiende eeuw in Nederland, die in verband gebracht worden met Rozekruisers.
Allerlei bekende namen zoals de schrijvers Visscher, Hooft, Vondel, Huygens, theologen als Voetius, filosofen als Descartes, Van den Enden en Spinoza, maar natuurlijk ook vele minder bekende (maar in dit verband niet altijd minder interessante!) anderen passeren de revue.

Aangezien ik geen specialist ben op dit gebied kan ik alleen maar waarderen dat zoveel gegevens op zo boeiende wijze naar voren worden gebracht in dit boek. Zij zijn via het register goed terug te vinden. De auteur heeft een neutrale en informatieve toon. Tegelijk neemt die de lezer echter mee, de vaak interessante feiten, omstandigheden en bijkomende gegevens in. Het boek is een plezier om in de hand te houden en de bladspiegel aangenaam voor de ogen. Een heel klein vraagje niettemin: de auteur ‘vertaalt’ de naam Thomas a Kempis, de auteur van onder andere De Navolging van Christus, als Thomas ‘van Kampen’ terwijl ik in andere literatuur ‘van Kempen’ heb gelezen. Is dit een nieuwe ontdekking of een verschrijving? (Inmiddels hoor ik van de auteur – waarvoor dank – dat het een bewust gekozen weergave is.)

Kortgeleden had ik het voorrecht de auteur kort te ontmoeten en toen vertelde hij van zijn hartstocht om in archieven te zoeken tot de belangrijke feiten naar voren kwamen en duidelijk werden. Voor die hartstocht en vooral het intuïtieve zowel als het volhardende aspect daarin heb ik groot respect. Door dit onderzoek moet de auteur behalve een specialist op dit onderwerp ook een grote kenner van de archieven geworden zijn en waarschijnlijk niet minder van de hele Nederlandse zestiende eeuw. En die is interessant zoals wij weten.

De auteur heeft het voorwerp van zijn onderzoek geplaatst in de context van de maatschappelijke ontwikkelingen van die tijd. Dat betekent dat hij veel oog heeft voor de neiging van de overheid om al te openlijke en al te grote afwijkingen van de meest gangbare godsdienst tegen te gaan, in het belang van het voorkomen van maatschappelijke onrust. Daarbij werd bepaald niet altijd even zorgvuldig gekeken en opgetreden. We weten onder andere van Spinoza hoe voorzichtig men in die tijd moest zijn met het uiten van afwijkende meningen, zowel in het openbaar als in de eigen groep. Niettemin zijn er vele waardevolle blijken van boeiende interesses, en de neerslagen daarvan in de vorm van opgetekende opvattingen en reacties, en allerlei bredere ontwikkelingen daarin, terug te vinden. Dat is belangrijk voor een juist historisch perspectief zowel op de Rozenkruisers (hier genomen als hen die aan de genoemde geschriften een bredere en meer algemene religieuze en maatschappelijke inspiratie ontleenden) als op de omgeving die op hen reageerde. En ongetwijfeld ook voor een besef dat die aanwezigheid en die reacties een historische realiteit zijn geweest, waarmee de actuele Rozenkruisers zich ook historisch nog duidelijker in een traditie kunnen plaatsen dan voorheen, met alle voordelen en bijkomende vragen die dat oproept.

Back to top

Naar inhoudelijk meest verwante eerstvolgende pagina

Naar chronologisch eerstvolgende pagina

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.