BK-Books.eu » Besprekingen » De roep van het Rozenkruis: Vier eeuwen levende traditie

Bespreking van...

De roep van het Rozenkruis: Vier eeuwen levende traditie, Haarlem (Rozekruis Pers) / Den Haag (Koninklijke Bibliotheek) 1998, [auteur: Frans Smit], 104 pp.

Een prachtige inleiding in de moderne traditie van de Rozenkruisers, historisch zeer interessant en verantwoord, en tevens veel inzicht biedend in de motieven en idealen vanaf het begin rond 1600 tot en met de actuele bewegingen waaronder het Lectorium Rosicrucianum. Met lijst van tentoongestelde werken. Wie zich wil verdiepen in de achtergronden van de Rozenkruisers in kort bestek, kan zich mijns inziens geen betere inleiding wensen. Werkelijk voortreffelijk en een genoegen om te lezen. En dat in 100 pagina’s. Zeer aanbevolen. Een van de vele citaten tot slot: “De Rozenkruisers hebben de gehele mensheid hartelijk lief, zij willen allen zonder uitzondering geheel en volkomen dienen. Zij delen geen inwijdingen uit en schenken geen bijzondere voorrechten aan uitgezonderden. Zij zijn er voor allen … wijden zich aan het … Koninkrijk, dat niet van deze wereld is … aan het rijk van de Christus.” (21; J. van Rijckenborg in Een Nieuwe Roep, uit 1952).
[Voor meer over de Rozenkruisers zie ook elders.]

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.