BK-Books.eu » Besprekingen » De Psychologie van Vrijheid

Bespreking van...

Robert Hartzema, De Psychologie van Vrijheid, [met afbeeldingen, schema’s en bibliografie, ]Amsterdam (Karnak) 2003, 288pp.

Dit buitengewoon heldere boek laat zien hoe wij in onze ontwikkeling van baby tot volwassene onze eigen houding tegenover de realiteit vinden (karakter, identiteit, overlevingsstrategieën enzovoort). En hoe wij daarbij butsen oplopen die wij verdringen, wat veroorzaakt dat wij met blokkades en andere verstarringen rondlopen, lichamelijk en mentaal. Het uiteindelijke doel in dit boek is het ontwikkelen of toelaten van innerlijke vrijheid (door toelaten en accepteren van alles wat zich aandient, ethische oordelen en gedrag evengoed als onethische) en een goed kanaal te worden voor de levensenergie.
Hoewel de auteur niet in lijkt te gaan op concrete ethische vragen, zijn die nauw met zijn onderwerpen verbonden. Zijn toon is levensecht, al is een enkel zinnetje zo te zien geredigeerd om in het model te passen dat hij hanteert. Zijn vooronderstellingen en keuzes – want die zijn impliciet zeker aanwezig, bijvoorbeeld ten aanzien van levensbeschouwelijke en ethische opvattingen waaronder een interessante visie op seksuele energie en levensenergie – worden niet filosofisch onderbouwd of toegelicht. Die persoonlijke ontwikkeling in de richting van verlichting en (om te beginnen innerlijk) vrij gedrag fungeert in dit boek als ideaalbeeld en norm. De auteur legt ook helder uit wat hij met die innerlijke vrijheid bedoelt: een spirituele kwaliteit die samenvalt met het dagelijkse leven in deze werkelijkheid, op de manier van helder gewaar zijn, van een transparant zijn van alles doordat ons kleine bewustzijn onderdeel wordt van het grotere, het kosmische. De auteur is zich goed bewust van het probleem dat dit eigenlijk niet in taal uitgedrukt of op andere wijzen vastgelegd kan worden, dan zouden we het absolute door het relatieve vervangen. Maar beide tegelijk dienen erkend te worden, volledig!

Het boek gaat – tegen deze achtergrond – echter vrijwel volledig over hoe onze ontwikkeling kan verlopen, en hoe wij kunnen leren de ontstane wonden te helen. Deze hoofdstukken zijn gebaseerd op uitwerking van een model en van de grote ervaring van de auteur. Zij bieden een naar mijn indruk zeer heldere spiegel voor lezers die ongeveer vergelijkbare ervaringen hebben doorgemaakt dan wel dito overlevingsstrategieën dan wel kwetsuren hebben opgebouwd. Het model bestaat uit de opbouw van veiligheid, intimiteit, autonomie, identiteit, seksualiteit en vrijheid, min of meer gekoppeld aan de ontwikkelingsfasen van kind via puber tot volwassene die zich zijn levensgeschiedenis bewust wordt en zijn innerlijke vrijheid ontplooit. Een boek zo rijk aan waardevolle, levensechte observaties van praktisch-psychologische aard als ik in geen tijden ben tegengekomen! Alinea na alinea schotelt de auteur de lezer hier uiterst herkenbare denk- en gedragspatronen, karaktertrekken, en hun innerlijke wortels en wortels in onze ontwikkeling voor waar elke lezer het nodige in kan herkennen en van kan leren – als zij of hij daar aan toe is. De lezer voor wie dat laatste geldt, heeft aan dit boek een goudmijn. En de toon van het boek is bovendien erg helend. Er worden – heel nuchter en realistisch – perspectieven geboden en vele aanwijzingen gegeven waar de lezer zijn voordeel mee kan doen. De tekeningen en schema’s zijn daarbij erg verhelderend. Zonder dat je het als lezer door hebt, wordt je bovendien ingewijd in de bredere ontwikkeling van de menselijke psychologie. Dat wordt goed zichtbaar door middel van de schematische samenvattingen aan het eind van ieder hoofdstuk.
Het lijkt er op dat de auteur met deze uitgave – niet zijn eerste – zijn levenservaring en de inzichten die hij in zijn praktijk van het begeleiden van mensen (als therapeut en vroeger ook als leider van een meditatiecentrum) opdeed, zowel als zijn theoretische bagage op het terrein van het onderwerp, in één klap heeft vorm gegeven in een prachtig, praktisch en bovendien uiterst leesbaar ‘handboek’. Door de vele handige vragenlijsten is het ook geschikt als (zelf-)werkboek, en het kan ook zeker gebruikt worden door therapeuten en om te lezen als je in therapie bent.

Dit boek ligt mij persoonlijk ook wel omdat ik altijd wel een beetje gecharmeerd ben geweest van het emancipatiemodel dat het denken van Wilhelm Reich en Alexander Lowen, in wier traditie de auteur staat, kenmerkt. Natuurlijk kan het ook zijn omdat ik van dezelfde generatie als de auteur ben en enigszins dezelfde levenservaring deel. Het wonderlijke van ontwikkelingspychologie is dat iedere generatie, en ieder individu, zijn eigen wiel opnieuw uit lijkt te moeten vinden – dat is ook begrijpelijk anders zou die ontwikkeling nooit uniek zijn, en dat laatste is zij in een aantal opzichten altijd. Toch vermoed ik dat ook oudere en jongere generaties, dus in feite iedere lezeres en lezer, aan dit boek veel kunnen hebben, al was het maar door te vergelijken; dat doen we per slot van rekening ook met andere boeken die (ver) voor onze tijd geschreven zijn en waar we toch nog iets aan hebben. Dat dit boek die mogelijkheid ook lijkt te bieden, zegt al weer iets over de kwaliteit ervan.

Tot slot van deze bespreking nog een paar zinnetjes, zomaar omdat ze zo leuk klinken: “Als je geniet vallen gedachten weg, maar als je veel denkt is er geen ruimte voor genieten. (114)” “Als je in een willekeurige groep mensen vraagt wat zij werkelijk verlangen is het antwoord meestal: ‘gewoon mijzelf mogen zijn, gewoon kunnen zijn wie ik ben’. Dat is belangrijker dan geluk, want geluk kan altijd omslaan, maar jezelf kunnen zijn is jezelf zijn, wat de omstandigheden ook aandienen. (127)” “Problemen, pijn en verwondingen verdwijnen niet maar worden meer doorschijnend. (172)” “Botsend tegen obstakels, creëert de rivier van het leven zijn eigen schoonheid. (189)” “Je wordt meer en meer als helder water, dat stroomt en zijn weg vindt zonder zichzelf op een bepaalde manier te moeten presenteren. (202)” “Wanneer je werkelijk leert genieten, is elke ademhaling een genot. (246)” “Het streven naar absolute vrijheid is een bijzondere en subtiele weg. Zij is bijzonder omdat ze onvoorwaardelijk is, omdat alles er gewoon mag zijn. (272)” “Alles wordt steeds helderder en vrijer, terwijl je toch volledig geaard blijft in de gewone werkelijkheid. (283)” “Dat persoonlijke, diepgaande inzicht in je eigen levensgeschiedenis is de werkelijke psychologie van vrijheid. (286)”
Kortom, een prachtig, praktisch en leesbaar boek – met veel voorbeelden, tekeningen, schema’s, vragenlijstjes en oefeningen, en een bibliografie – over de groei van onze persoon, ons karakter en onze identiteit. En over volwassen worden, het omgaan met tekortkomingen en helen van blokkades en het verwerkelijken van onze innerlijke vrijheid.
De kwaliteiten van dit rijke boek kun je alleen ervaren door het zelf ter hand te nemen!

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.