BK-Books.eu » Besprekingen » De joodse messias

Bespreking van...

Arnon Grunberg, De joodse messias, Amsterdam (Vassallucci) 2004, 494 pp.

Dit is het eerste boek dat ik van Arnon Grunberg heb gelezen. Ik las tot nu toe zijn essays in NRC Handelsblad en zijn columns in Wordt Vervolgd, het blad van Amnesty International Nederland. Beide vond ik inhoudelijk sterk en een plezier om te lezen, al mag hij graag een zijweg inslaan die zijn ongebreidelde geheugen en logica hem ingeven. Vaak met een goed of zelfs bijzonder goed resultaat, soms ook wat sterker op het stilistische dan op het inhoudelijke vlak – althans op het eerste gezicht. Dus bijna altijd erg de moeite waard.

Aangezien de thematiek in deze roman mij in het verleden niet onberoerd heeft gelaten, had ik een eerste keer veel moeite om in het verhaal te komen. Ik heb het na zo’n 50 bladzijden weggelegd. De speelse taal woog voor mij niet op tegen de thematiek – die de auteur vanaf het begin zwaar over de lezer heen durft te gieten.
Zware thema’s genoeg in deze roman. De Duitse Nazi’s en de SS die de holocaust uitvoerden, en tegelijk vaak brave huisvaders waren. De ontkenning van het verleden. Vele eigenaardigheden van sommige varianten van Joodse wereldburgers, van een autistische rabbijn en zijn grote gezin tot het kiesvolk van de staat Israël. De nazaten in Europa en Israël die de Tweede Wereldoorlog overleefden, en die zich met de andere partij identificeren of dat althans lijken te willen of er minstens een verhouding toe moeten vinden. De kleinzoon van de SS-er is hoofdpersoon. Hij raakt bevriend met de zoon van de rabbijn en via allerlei wederwaardigheden waarin de homoseksuele relatie en activiteiten van beiden een grote rol spelen, wordt hij president van Israël en onderhandelt met de leider van de Palestijnen, net als alle figuren in deze roman geschetst als iemand die zijn oorspronkelijke idealen bij lange na niet waarmaakt. De kortzichtigheid en kleinburgerlijkheid die overal toeslaat.
Ondanks de lichtvoetige taal vreesde ik het boek niet te kunnen pruimen, vanwege de zware thematiek.
Toen zei iemand die het ook aan het lezen was, hoe onvoorstelbaar grappig het steeds was, iets wat ik mij kon voorstellen want ik had de hilarische passages over de vrijwillige besnijdenis van de hoofdpersoon al bijna geheel gelezen. En zo begon ik een tweede keer, gewoon verder gaand. En dat werd een prettige leeservaring.
De verhaallijnen zijn prachtig gecomponeerd en uitgewerkt. De schrijver neemt je als lezer mee. Er is voortdurend veel te genieten, inderdaad ook de humor, tussen de vele ellende door. De verslaving van de rabbijn aan gekochte seks staat prachtig naast de verslaving aan onder andere homoseks van andere figuren. En niet los van het lijden onder fundamentalisme en de onderdrukking van elementaire behoeften. Inderdaad worden er mensonterende zaken aan de orde gesteld en vooral ook onze pretenties gerelativeerd. Niet in de laatste plaats de pretenties van godsdienst en politiek, vooral in hun fundamentalistische dan wel opportunistische vormen. De zware thema’s worden dus spelenderwijs omgezet in vragen aan de lezer en dat vind ik een prestatie.
Doet de auteur daarmee recht aan de thema’s? Hij kan zelf weten hoe lastig het is om als nazaat van holocaustslachtoffers (of van iedere getraumatiseerde) op te groeien. Van grote thema’s – die je door hun gewicht vermorzelen, die soms ook overdreven zijn, in de aandacht die ze eerst niet en later soms wel eens te veel kregen – maakt hij menselijke thema’s. Die je in proportie kunt zien, en daarmee ook van de humoristische kant kunt benaderen. Die menselijke maat legt hij ook aan het moderne individualistische leven aan met zijn kortzichtige patronen van consumptie. Eerst even genieten en de rest komt dan later wel. Maar ondertussen ontloopt niemand aan zichzelf.
Het boek eindigt met een pikzwarte apocalyps: Israël – in de persoon van de uit zijn evenwicht geraakte hoofdpersoon – gebruikt de atoombom. Humor? Of toch een vraag aan de lezer?
Een buitengewoon lichtvoetig geschreven en zeer plezierig leesbaar verhaal, bovendien sterk gecomponeerd, is hier verbonden met een aantal zware thema’s. Thema’s die niet expliciet behandeld worden maar wel mee blijven spelen en voor veel lezers en zeker voor de auteur een belangrijke rol blijven spelen voorlopig. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de auteur een aanzienlijke bijdrage levert aan het verwerken van de thema’s en vooral ook aan het relativeren van vooroordelen die vele groepen mensen voor elkaar en hun gedrag koesteren, door dit mooi geschreven boek. Merkwaardig, en knap gezien en gebruikt, dat de seksualiteit – hetero en homo – zo duidelijk naast de andere thema’s zowel zelf tot thema als tot relativering van de zwaarte van alle andere thema’s wordt in dit boek.
Een meesterwerk? In ieder geval een knappe en prachtige roman. En naast het leesgenot dat die oplevert, zal ook de thematiek nog lang van grote betekenis blijven. Misschien verdienen de personen uit het boek uitwerking en vooral verdieping van hun persoonlijke dilemma’s in volgende romans van de auteur. De dilemma’s worden nu veelal uitgewerkt in de vaart van het verhaal en de handeling en minder in zelfbespiegeling. De auteur geeft wel vaak impliciet commentaar – hilarisch, filosofisch en veel meer – maar daar lees je snel overheen als je niet oppast. Dat is voor het verhaal goed. Dus de diepte toch liever onuitgewerkt laten? Dat maakt dat de figuren wat minder dicht bij de persoon van de lezer komen en wat meer sjablonen blijven. Maar zelfs de figuren in hun huidige vorm – Victor, diens moeder, Victors vriend Awromele, diens vader de rabbijn, Victors pedofiele besnijder, de Palestijnse leider en vele andere – zullen de lezer op een bepaalde manier nog lang bijblijven.
Ik ben bepaald nieuwsgierig naar andere reacties op dit bijzondere en waardevolle boek. Aanbevolen!

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.