BK-Books.eu » Besprekingen » De islam en de scheiding van kerk en staat

Bespreking van...

… Olivier Roy, De islam en de scheiding van kerk en staat, Vertaald uit het Frans door Hanneke Los, [ met noten achterin, ] Amsterdam (Van Gennep) 2006, 128pp.

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Roy biedt in dit kleine boekje een buitengewoon knappe analyse van de positie van de godsdiensten in de moderne samenleving vanuit een breed historisch en geografisch perspectief, met de islam als brandpunt. Zie voor diverse andere aspecten ook de Literatuurlijst Islam voor beginners!
Duidelijk wordt dat de huidige positie van de islam in de Westerse natiestaten (die zelf qua politieke structuur en ideologische legitimering ook in crisis zijn) gekenmerkt wordt door het accepteren van de Westerse scheiding van kerk en staat. Zij het dat die in de katholieke landen, speciaal Frankrijk, gekenmerkt wordt door het gevecht om de openbare ruimte en geleid heeft tot de zogenaamde laïkiteit, terwijl protestantse landen de religie gemakkelijker naar de privésfeer konden verwijzen omdat zij niet van een centralistische kerk maar van individuele geloofsbeleving uitgingen. N. B. Laïkiteit (Frans: “laïcité”, van het Griekse laïkos, waar ons woord ‘leek’ vandaan komt) staat voor de typisch Franse scheiding van kerk en staat, gekenmerkt door een pact over de openbare ruimte waarbij de staat de voorrang heeft. Het is iets heel anders dan secularisatie, het begrip dat staat voor de losmaking van bepaalde terreinen uit de religieuze overheersing of sfeer zodat die zich zelfstandig kunnen ontwikkelen. Secularisatie is een proces dat altijd en overal plaatsvindt als onderdeel van een golfbeweging tussen heilig en profaan vice versa. Beide begrippen hebben wel veel met elkaar te maken, maar aan de verschillen tussen Frankrijk en andere landen kan goed geïllustreerd worden dat er veel mogelijke vormen zijn die mensen kunnen ontwikkelen voor de rol van godsdiensten in de samenleving, voor de vormgeving aan de politiek in die samenlevingen, en voor de vele raakvlakken daartussen.

Het knappe van Roy is onder meer dat hij een verbluffende kennis heeft van de feitelijke ontwikkelingen in en de literatuur over zo uiteenlopende landen als Turkije, de Verenigde Staten, Frankrijk en Engeland – en Nederland niet te vergeten. Tegelijk slaagt hij er in de posities en denkbeelden van alle partijen in hun historische ontwikkeling recht te doen en niet minder die van de moderne auteurs die over allerlei actuele zaken hun mening geven. Daarbij laat hij steeds goed zien waar zij in hun analyses tekort schieten en diepere ontwikkelingen uit het oog verliezen of dreigen te verliezen. Ik kan in dit korte bestek maar een beperkte indruk van de breedte van zijn onderwerp en de rijkdom van zijn behandeling ervan laten zien, want die bevat dit boek zeker.

Het kernpunt van zijn betoog is dat we helemaal niet zo bang hoeven te zijn voor de “islam in de voorsteden”. Het moslimfundamentalisme is maar een van de vele verschijningsvormen van veel bredere ontwikkelingen, waarin de integratie van immigranten uit talrijke cultureel uiteenlopende gebieden tot een enorme variatie aan gedragspatronen en nieuwe denkbeelden leidt. Voor zover we het moslimfundamentalisme in het Westen nader beschouwen, valt op dat zij reageren op de onder andere Westerse situatie van de secularisering (het losmaken van visies uit de dogmatisch religieuze waarheid en alle gevolgen die dat met zich mee heeft gebracht aan scheiding van wetenschap en geloof, scheiding van kerk en staat, en verder) en sterk vergelijkbaar zijn met christelijke en joodse conservatieve stromingen – allemaal minderheidsgroepen bovendien.

Roy geeft door allerlei leerzame voorbeelden aan dat standpunten in hun context bekeken moeten worden, en ook dat standpunten gemakkelijk veranderd kunnen worden als dat politiek onvermijdelijk is – zoals dat in de geschiedenis al zo vaak heeft plaats gehad. Bovendien waarschuwt hij ervoor om aan standpunten etiketten op te plakken die slechts op het eerste gezicht kloppen. Theologische conservatieven kunnen zich heel goed blijken te bewegen in een parlementaire context, zij het dat zij qua dogma graag vrijgelaten willen worden. En wat is daar mis mee, zegt hij. Religies zijn in de moderne maatschappij geïndividualiseerd, en hun institutionele vormen zijn gebaseerd op vrijwilligheid en niet (meer) op de vanzelfsprekendheid van een traditie (ook al spelen tradities voor individuen en groepen nog een grote rol in cultureel opzicht).
Wel speelt zich in het Westen een sterker wordende discussie af tussen liberale en conservatieve waardesystemen, maar dat hoeft nog geen aanval op het parlementaire systeem te zijn. Zij die vanuit sterk ideologische groepen aan het parlementaire systeem zijn gaan deelnemen (bijvoorbeeld marxisten, conservatieve christenen en moslims, in diverse landen waaronder de West-Europese en Turkije) zijn dat systeem vaak sterk gaan waarderen en zelfs gaan bevorderen. Een open benadering bereikt nu eenmaal meer dan negatie bij voorbaat.

Ik kan dit kleine maar zeer inhoudsrijke boekje (dat wel enige inspanning vraagt om te lezen maar die wordt ruimschoots beloond) sterk aanbevelen aan ieder die over de verhouding tussen religie en samenleving, godsdiensten en politiek, kerk en staat wil nadenken en de moderne ontwikkelingen op dat vlak wil bijhouden en begrijpen.
Een must voor politici. Maar niet minder waardevol voor ieder die een gefundeerde mening meent te kunnen of moeten hebben over de rol van de godsdiensten in West-Europa en de wereld, de islam in het bijzonder. Zie ook de Literatuurlijst Islam voor beginners voor diverse aspecten!

Back to top

Naar inhoudelijk meest verwante eerstvolgende pagina

Naar chronologisch eerstvolgende pagina

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

Ik werd in 1947 geboren in Sint Laurens, en studeerde in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. Mijn laatste op stapel staande publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien van God), 2019, en een inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en buiten de tegenstellingen", 2020.