BK-Books.eu » Besprekingen » DE GULDEN SNEDE

Bespreking van...

… Ir. C.J. Snijders, DE GULDEN SNEDE: Bewerking en aanvulling door prof. ir. M. Gout, Vierde herziene druk, Den Haag (Synthese)2007 (1e druk: 1969), 92pp.

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Een prachtboekje van weliswaar ‘slechts’ 92 bladzijden maar in meer dan een opzicht een bijzonderheid. Qua inhoud omdat het ook in onze tijd van belangstelling voor fractalen buitengewoon helder weet toe te lichten hoe de filosofen, wiskundigen en esoterici van de Oudheid tot nu toe – en niet te vergeten de biologen, architecten, musici, schilders, schilders en andere kunstenaars en eigenlijk iedereen die ziet hoe in de natuur en in de door mensen gemaakte vormen basisverhoudingen een rol spelen – gefascineerd waren door de gulden snede. Daarbij wordt een lijn tussen twee punten zo verdeeld in twee stukken, dat de verhouding tussen het kleinste en het grootste van die twee gelijk is aan de verhouding van het grootste tot de hele lijn. De waarde van het grootste stuk – als we de lijn de waarde 1 geven – noemen we het getal “phi”; dit is 0,6180339887… enzovoort.

Op deze verhouding zijn zoveel verhoudingen in natuur en kunst gebaseerd, en zoveel nog iets ingewikkelder verhoudingen voortgekomen die ook in veelvoud aanwijsbaar zijn, dat het de moeite waard bleek deze in een overzicht bijeen te brengen. Dat doen de auteurs van dit boekje, dat voorzien is van tal van illustraties. Zij leggen niet alleen alles glashelder uit (al moet de lezer bij de korte uitleg van de reeks van Fibonacci tot het eind van de tweede alinea, p. 14-15, wachten op een hint hoe deze reeks met het getal ? te maken heeft en die hint zelf uit de context afleiden) maar maken de lezer zo deelgenoot van het wonder van de buitengewone samenhangen in de wereld van de materiële verschijnselen. Sommigen in de geschiedenis (en nog steeds) zijn daarbij natuurlijk verder gegaan en meenden dat die samenhangen aan de wereld van de verschijnselen ten grondslag lagen, zoals Plato (mede daarom) formuleerde dat de materiële wereld een afspiegeling van ‘ideeën’ was. En er zijn nog meer vragen. Want in dit boekje gaat het alleen nog over de kleine getallen en hun grote belang. Maar het is duidelijk dat we te maken hebben met de mogelijkheid van oneindige getallen en getallenreeksen – wat heeft dit te zeggen?

Behalve de glasheldere uitleg en de vele illustraties die tot de verbeelding spreken, biedt dit boekje ook een prachtige vormgeving. Het is zowel wat inhoud als wat vorm betreft een prachtboekje, dat (ook) erg geschikt is als cadeau. Voor wie meer wil weten, bevat het een bescheiden maar inhoudsrijke bibliografie.

Van bloem tot kathedralenbouw, van wiskundige veelhoek tot de spiraal van schelp of slakkenhuis – of DNA! -, de schoonheid van vorm en getal komt door dit boekje sprekend op ons af. Hoe kan in zoveel veelvormigheid zoveel eenvoud liggen? En wat wil het zeggen dat wij die eenvoud met ons verstand kunnen ‘lezen’?!

Nel Knip / Boudewijn Koole

Back to top

Naar inhoudelijk meest verwante eerstvolgende pagina

Naar chronologisch eerstvolgende pagina

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.