BK-Books.eu » Besprekingen » De grote wereld; Nachtlicht

Bespreking van...

… Arthur Japin, De grote wereld: Een uitgave van de Stichting CNPB ter gelegegenheid van de Boekenweek 2006, met Nawoord over de documentatie, z.p. (Stichting CPNB; productie Arbeiderspers in Amsterdam) 2006, 92pp.; en van
Albert Sánchez Piñol, Nachtlicht: Vertaling Elly Bovée, Amsterdam (Cossee) 2005-2e druk, 224pp.

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Onder meer op deze pagina:

De grote wereld

Soms hebben boeken iets dat je niet gauw vergeet, terwijl ze misschien toch niet het meesterwerk zijn dat je had gehoopt of verwacht. Dat geldt mogelijk voor dit boek van Arthur Japin. De thema’s van Japin – de verhalen waarin hij zijn grote thema van het niet geaccepteerd worden door de grote wereld, er niet in passen, uitwerkt, spreken me echt niet allemaal bij voorbaat aan. Maar deze novelle van minder dan 100 pagina’s heeft niet alleen een ongelooflijke leesbaarheid – je voelt je bijna gedwongen om door te gaan met lezen – maar herbergt ook een buitengewone schrijnendheid en bijpassend mededogen en levenswijsheid – waarom je neiging tot doorlezen behoorlijk geremd wordt nu en dan. Kortom: een voortreffelijk verhaal qua inhoud, dat weliswaar over lilliputters gaat maar dat voor ieder mens erg herkenbaar is. Een universeel verhaal dus, en van grote klasse zowel vanwege dat aspect als vanwege de levensechtheid voor iedere lezeres en lezer, gebaseerd op goede documentaire onderbouwing door de schrijver. Het wordt bovendien duidelijk dat de schrijver bekwaam is in zijn verhalende vak: compositie, stijl enzovoort. Zeer aanbevolen.

Nachtlicht

Evenals het vorige boek op deze pagina heeft dit boek iets dat je niet gauw vergeet. Dat hangt deels eveneens samen met een bijzondere situering, in dit geval de uiterst zware omstandigheden van een vuurtorenwachter op een eenzaam eiland in de Stille Oceaan. Zware weersomstandigheden, eenzaamheid en dus de confrontatie met zichzelf, maar niet minder die met de diepten van menselijke slechtheid of angst, en bovendien de uitdagingen van de confrontatie met dierlijke wezens die toch wel zo op mensen lijken dat de grenzen diepgaand verkend kunnen worden met alle dreiging en verlokkingen die dat inhoudt. Het verhaal leest ademloos en de auteur heeft zijn thema dus knap vormgegeven. Er is een duidelijk begin en eind aan het verhaal dat zich afspeelt ver weg … maar aan het eind blijkt de lezer er deel van uit te hebben gemaakt want ook hij staat voor de vraag waarom de uitdagingen in dit verhaal haar of hem zo aanspreken. Die gaan onder andere over wat de zin van jouw leven is of uit zou kunnen maken. In tegenstelling tot het onmiddellijk universeel herkenbare thema van het boek van Japin, hierboven genoemd, hangt de uitdaging van dit boek echter samen met een speciaal effect dat ongemerkt een steeds grotere rol gaat spelen in het boek en dat ten slotte bijna overheersend wordt: kan een mens de grens met andere wezens, speciaal dierlijke die erg op mensen lijken, overschrijden en er een symbiose mee aangaan die min of meer complete vermenging inhoudt? In ieder geval speelt de auteur met de gedachte dat mensenmannen zich met dierenvrouwen zowel qua bewustzijn als qua leefwijze tot op grote hoogte zouden kunnen verbinden. En dat is weliswaar erg uitdagend – en hier prachtig uitgewerkt – maar ook zo bijzonder dat het nauwelijks een universeel gegeven kan worden genoemd. Of vergis ik me daarin en zou dit gegeven – omdat het universeel is – wellicht ook op allerlei andere manieren verbeeld kunnen worden in verhalen? Want het zou natuurlijk ook zo kunnen zijn dat dit boeiende thema zich wel leent voor één of enkele uitwerkingen maar toch niet de draagkracht heeft van een universeel thema dat per definitie steeds in andere vormen uitwerkbaar blijkt dan wel automatisch terugkeert; dit blijft voor mij althans een boeiende vraag met betrekking tot het thema van genoemde grensoverschrijding en verbinding tussen mensenman en dierenvrouw. Niettemin een uiterst mooi leesboek dat tot nadenken stemt, en in ieder geval een boeiende leeservaring is die de lezer niet onberoerd achter laat.

Back to top

Naar inhoudelijk meest verwante eerstvolgende pagina

Naar chronologisch eerstvolgende pagina

Gepubliceerd door

bk_books

In mijn jonge jaren woonde ik in Sint Laurens, nu onderdeel van Middelburg. Met mijn vriend Peter Karstanje verkende ik de omgeving, behalve dicht bij huis en aan de kust (stranden en boulevard) ook tijdens zomerse fietstochten langs jeugdherbergen, tot Roden toe. Op de middelbare school in Middelburg en Goes leerde ik veel talen. Wim Wattel met wie ik vier jaar lang de gymnasiumlessen in Goes volgde, was met Piet Boon en enkele anderen een vaste reisgenoot in de trein. Tijdens mijn studie in Amsterdam leerde ik via Krina de Regt, Wims partner die ook in onze klas zat en in Baarn de sociale academie volgde, Nel Knip kennen: wij zijn sindsdien bij elkaar. Wij vervolgden onze studies en beroepsmatige werkzaamheden in Amsterdam, Tiel, Driebergen, en van daaruit in heel wat plaatsen in Nederland, Mijn eerste studie was theologie aan de Vrije Universiteit, waar ik vier jaar lang als student-assistent onder de zeer begaafde Harry Kuitert leerde hoe denken en taal samenhangen (en hoe machtsverhoudingen in kerkelijke kringen uitgespeeld worden, met Kuitert als kop van jut). Mijn tweede studie, filosofie, volgde ik vervolgens aan de Universiteit van Amsterdam, waar ik behalve allerlei aanvullende wijsgerige basiskennis het geluk had Otto Duintjer als mijn hoofddocent metafysica te treffen bij wie ik afstudeerde (Plato, Kant, Heidegger, Wittgenstein en de verschillen met oosterse denkwijzen; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). Vanuit Driebergen werkte Nel als hoofd PZ van het VU Ziekenhuis in Amsterdam en later als interim manager PZ in vele grote ziekenhuizen en welzijnsinstellingen in Nederland. Ik werkte als wetenschappelijk medewerker in Amsterdam, cursusleider religie en samenleving in Driebergen, universitair bibliotheekmedewerker in Amsterdam, Utrecht en Den Haag (KB). Uiteindelijk als vertaler en auteur. Wij maakten de maatschappelijke en culturele veranderingen van de jaren zestig, zeventig en tachtig intensief van binnen uit mee. De onderwerpen van mijn interesse treft u hier aan in de vorm van leesverslagen, berichten. lezingen en een aantal vertalingen en boeken over de culturele betekenis van Oost en West voor elkaar (beginnend bij meditatie, boeddhisme, Jacob Boehme, niet-dualisme; en eindigend bij een herdruk van mijn vertaling van de Zen-leraar en -denker Dogen Kigen, en een nog te verschijnen nieuwe inleiding in het denken van Jacob Boehme over de eenheid van tegenstellingen). Met als grote studie onder leiding van Gilles Quispel de visie op man en vrouw in het christendom, bij enkele bijzondere denkers in de eerste eeuwen en bij Jacob Boehme en zijn kringen en erfgenamen. Een rijke leerschool! Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer via Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema. Hoewel mijn onderzoek in eerste instantie op kernvragen en op de innerlijke samenhang van (patronen in) denken en werkelijkheid (zowel de objectieve als de subjectieve) gericht was vanuit mijn westerse theologische en filosofische traditie, heb ik achteraf het gevoel ook veel verwantschap te hebben gevonden in oosters denken. Zowel dat van religieuze denkers en van fundamentele denkers over wetenschap, objectiviteit en subjectiviteit, als in het bijzonder over taal: dit leverde veel invalshoeken op waarmee naar oost en naar west gekeken kan worden! Op deze manier kon ik zelfs de eigen piëtistische calvinistische tradities van Walcheren en West-Europa, en later ook de gnostische en mystiek-theologische tradities van het Westen vergelijken met bepaalde opvattingen in het Oosten, en beide beter begrijpen en relativeren. Ik hoop dat u en anderen hier vruchten van plukken en tot een en ander een eigen verhouding ontwikkelen. Zij het dat die taak nooit af is. Maar zelfs over tijd en zijn, en tijd en eeuwigheid valt veel te leren, heb ik gemerkt. Dat heb ik graag doorgegeven, en u vindt er hier veel over. Ook dat er een tijd komt, zoals nu voor mij, dat het niet meer allereerst gaat om nog meer onderwerpen bij de kop te pakken om me er grondig in te verdiepen en ze vertaald, dat wil zeggen in een bepaalde context begrijpelijk neer te zetten. Maar om te erkennen dat er na een tijd van toelaten en verdiepen ook een tijd mag volgen van het rationele iets meer loslaten en van iets meer intuïtief bij de zich steeds vernieuwende (...) 'kern' blijven. Een proces dat opmerkelijk genoeg in de natuur (dat is de hele werkelijkheid) en het al (of de kosmos of de eeuwigheid) in het klein en in het groot al voortdurend aan de gang blijkt, zonder iets van zijn essentie, vreugde en spanning te verliezen, en dus ook van zijn soms subtiele soms grove tegenstellingen en de veranderingen daarin. Alle goeds en goede voortgang!