BK-Books.eu » Besprekingen » De Gnostische Evangeliën

Bespreking van...

Elaine Pagels, De Gnostische Evangeliën, met een voorwoord van Prof. Dr. Gilles Quispel, met noten en register, Amerongen (Gaade) 1980, 160 pp.
Idem, Adam, Eva en de slang, met noten en index, Katwijk aan Zee (Servire) 1989, 265 pp.

Deze boeken bieden een eerste kennismaking met de religieuze teksten uit de eerste eeuwen die gevonden werden in Nag Hammadi (complete Nederlandse vertaling: J. Slavenburg / W. Glaudemans, De Nag Hammadi-geschriften) en tot vele vaak nieuwe vragen aanleiding gaven over de godsdienstige ontwikkelingen in die tijd, speciaal van jodendom en christendom, die zich toen beiden ontwikkelden tegen de achtergrond en vaak binnen het kader van de wisselwerking die overal plaats had in de hellenistische cultuur (met vele allochtonen uit de buitengebieden die hun eigen cultuur meenamen naar vooral de grote steden om de Middellandse Zee). In deze ontwikkelingen in het algemeen bieden deze boeken geen algemene inleiding. [1 alinea geschrapt i.v.m. ruimtegebrek.]

Pagels bespreekt achtereenvolgens de thema’s opstanding (1), hiërarchie in de kerk en in de Godsopvatting (2), God de Moeder en de rol van de vrouw (3), visies op lijden en op de god- en menselijkheid van Jezus (4), de kerkopvattingen van gnostici en orthodoxen (5) en de gnosis als zelfkennis die tevens kennis van God is (6). Steeds probeert zij de verschillen tussen orthodoxen gnostici aan te geven.

En wat beslist waardevol is, is dat Pagels eigen antwoorden nog steeds de moeite van het overwegen waard zijn, al zijn er tegenwoordig gelukkig al weer meer en betere inzichten te vinden; haar invalshoek – de politieke of sociologische betekenis van de teksten – is daarbij zeker een voordeel. Al moet ik iedere lezer aanraden zoveel mogelijk van de context te weten te komen alvorens de confrontatie met de vragen aan te gaan, althans alvorens daarop de definitieve antwoorden te verwachten. Voor mij is inmiddels wel duidelijk dat veel van de ontdekte teksten in een eigen historische, antropologische en religieuze en wellicht ook maatschappelijke context gelezen moeten worden, wellicht los van onze snelle vragen. Maar daarvoor bieden zich steeds meer goede boeken aan, gelukkig. Zo verwijst zij zelf al naar het boek van Peter Brown, Body and Society. En ik zou nog kunnen verwijzen naar het boek van Mack: Wie schreven het Nieuwe Testament werkelijk?

Adam, Eva en de slang heeft een gelukkige themakeuze: (voornamelijk) de rol van de uitleg van Genesis bij verschillende christelijke stromingen in de eerste eeuwen (maar ook wat meer algemene informatie over de positie en de houding van de christenen in de Romeinse samenleving; de titel van het boek doet aan deze zeer waardevolle algemene informatie wat weinig recht). Zeer belangrijke thema’s worden aan deze kapstok opgehangen zoals de motieven voor het martelaarschap, de visie op het ideaal van de maagdelijkheid (ofwel afzien van uiterlijk sexueel gedrag) als uitdrukking van spiritualiteit, de vrijheid van de menselijke wil (op basis van de mens als beeld van God) en de aard van de menselijke natuur en de complexe spirituele en politieke implicaties daarvan die zeer duidelijk naar voren worden gebracht. En wel in de context van concrete levenssituaties van de verschillende stromingen, en zeer interessant geïllustreerd aan boeiende citaten die goed uitgelegd worden. Veel meer nog dan De Gnostische Evangeliën biedt Pagels hier niet alleen uiterst belangrijk materiaal maar ook interpretaties die uiterst belangrijk en vruchtbaar kunnen zijn, en goed te volgen, onder andere een waardevolle uitleg van het Evangelie van Philippus en van de opvattingen van de Valentinianen (in hoofdstuk 3). Dit boek kan voor veel mensen de ogen openen voor de vaak nog onbekende geschiedenis van allerlei aanpassingen van het christendom dat zich uiteindelijk ontpopte als dominante stroming (zoals de strijd van Augustinus over de vrije wil en de menselijke natuur met Julianus van Eclanum, en de politieke aspecten daarvan; hoofdstuk 6). Maar ik kan het boek niet hier samenvatten. Het is een uiterst waardevol overzicht en zeer zorgvuldig in het bronnengebruik. Het boekbesluit met een waardevolle epiloog. Lees het!

Ik noem nog enkele punten die ik mis. Pagels geeft weinig informatie over het Palestijnse, Syrische en verdere Christenjodendom, dat toch zo belangrijk was in de eerste eeuwen. Zelfs Pagels maakt verder nog af en toe de indruk dat de orthodoxie aan de ketterijen voorafging terwijl ze weet dat het in het algemeen omgekeerd was (iets wat ze al in De Gnostische Evangeliën liet blijken); zo nieuw is het materiaal kennelijk.

Interessant is dat Pagels in deze boeken voorzichtig is met haar standpunt over de christelijke orthodoxie. Zij is heel wat duidelijker in haar voorwoord bij het boek van Thich Nhat Hanh, Boeddha leeft, Christus leeft. Zij kiest daar onomwonden voor het gnostische standpunt dat we in onszelf kijkend het al zullen vinden (overigens zonder het orthodoxe standpunt als zodanig illegitiem te verklaren).

Voor een ander belangrijk boek van Pagels zie nu haar Ketters en rechtgelovigen.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.