BK-Books.eu » Besprekingen » De ervaring van de nacht

Bespreking van...

Marcel Béalu, De ervaring van de nacht, vertaald uit het Frans door Tineke van Dijk en van een nawoord voorzien door Georges-Arthur Goldschmidt, Amsterdam (Coppens & Frenks) 1993, 164 pp.

Het lezen van deze roman is een heel bijzondere ervaring. Uit het nawoord:
“Alle verhalen spelen zich af op balkons of in galerijen, winkels, liften, in elk geval plaatsen die uitkomen op andere plaatsen, alsof elke ruimte die de blik bestrijkt tegelijkertijd open is – men blijft altijd zichtbaar – en bedreigd. … Telkens wordt de ‘ik’… op heterdaad betrapt. … Hij is schuldig vanwege zijn verbeelding, die hem telkens op heterdaad betrapt als dromen op klaarlichte dag.
…het onverwachte dat zich voordoet, en dat degene die het ziet ontmaskert, komt niet van buiten, … maar komt uit het innerlijk van de waarnemer. …[Béalu] onderzoekt de realiteit van het bewustzijn dat met de werkelijkheid botst.
Het bewustzijn zit namelijk gevangen in een onrustige ruimte, het ‘onderaardse theater’, en probeert de omtrekken ervan te omvatten, wat niet lukt aangezien de omtrekken meebewegen terwijl het bewustzijn onveranderlijk in het midden blijft. …”
Geen simpele maar wel een intrigerende, confronterende en voor wie wil verrijkende leeservaring. Om beeld voor beeld, zin voor zin te ‘proeven’, te ondergaan.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.