BK-Books.eu » Besprekingen » De autobiografie van Charles Darwin 1809-1882

Bespreking van...

De autobiografie van Charles Darwin 1809-1882: DE OORSPRONKELIJKE VERSIE, Vertaald door F. Lakmaker, Amsterdam (Nieuwezijds) 2000, met voorwoord van de vertaalster, stamboom, aanhangsels en register, en foto’s, 158 pp.

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Een prettig leesbaar verhaal, geschreven met de nodige zelfrelativering. Er blijkt uit dat Darwin enorme drang had naar vergroting van kennis door het vinden van patronen in grote verzamelingen gegevens die hij met veel moeite bij elkaar kreeg, hetzij door (scherp) observeren in de natuur, door verzamelen en kweken van planten, door brede – aanvankelijk ongerichte -studie, door verzamelen van fossielen, door het vergaren van veel literatuur en artikelen en het intensief bestuderen daarvan, door vele gesprekken met andere wetenschappers en door zijn bekende scheepsreis. Dat hij uit deze mogelijkheden tot het uiterste en met veel geduld en inzet heeft gehaald wat er in leek te zitten, blijkt mee te komen doordat hij uit kringen voortkwam en in kringen verkeerde waar men deze houding waardeerde en zich deze luxe kon permitteren en waarbij hij ook steun en hulp en aanmoediging kreeg. De culturele en economische voorwaarden waren dus ruimschoots aanwezig naast zijn grote inzet en capaciteiten.

Tegelijk is het boek een voorbeeld van een geslaagde emancipatie: hij moest zelfstandig als eerste de kennis over de evolutie die er voor hem niet was en die niet strookte met het gangbare wereldbeeld, formuleren.

Ook geeft hij sympathieke doorkijkjes op zijn familie- en sociale leven waaraan hij veel waarde hechtte. Opvallend vaak refereert hij ook aan hoge sociaal-ethische normen als iets waar men niet buiten moet gaan.

Back to top

Naar inhoudelijk meest verwante eerstvolgende pagina

Naar chronologisch eerstvolgende pagina

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en een inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", te verschijnen in 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.