BK-Books.eu » Besprekingen » De artsenij – Het woord Gods

Bespreking van...

De artsenij – Het woord Gods: Bloemlezing uit het werk van Paracelsus door dr. Klaus Bielau,[ Vertaling C.M.C. Bersee-van den Berg,] Haarlem (Rozekruis Pers) 2006, 181pp., ISBN 90 6732 325 x

Inleiding


Met deze recensie wil ik interesse opwekken om de Paracelsus-bloemlezing te lezen. Het is uitdagend materiaal.
Paracelsus is de grondlegger van de homeopathie en leefde van 1493 tot 1541. Hij reisde door heel Europa en de Balkan (er wordt gezegd dat hij zelfs in Constantinopel, het huidige Istanbul, is geweest). Overal deed hij kennis op over ziekten en hun behandeling. Hij deed de kennis op van boeren, oude vrouwen, natuurgenezers, rondreizende lieden. De kennis van de universiteiten en de artsen noemde hij vaak gebeuzel. Naast arts was hij ook theoloog en filosoof. Ook op dat gebied was hij een vernieuwer.

Klaus Bielau is een Oostenrijkse homeopathische arts en schrijver. De Duitse uitgave van deze bloemlezing was in 2004. Met deze bloemlezing van teksten van Paracelsus wil Bielau laten zien dat veel van de teksten van Paracelsus ook nu nog – of opnieuw – van waarde zijn bij het zoeken van onze weg in de omgang met gezondheid en ziekte. De bloemlezing is zo samengesteld door Bilau dat het tijdloze in de beschikbare teksten van Paracelsus naar voren komt. De verzamelbundel van Aschner (Gesamtausgabe) is gebruikt en de citaten zijn via de aangegeven paginanummers na te zoeken. In Nederland, waar op dit moment de marktwerking in de zorg intrede doet, de kwaliteit van zorg breder in de belangstelling komt en de discussie over alternatieve therapieën regelmatig opduikt, kunnen de teksten van Paracelsus een bijdrage leveren aan nieuwe inzichten in gezondheid en ziekte en de organisatie van de gezondheidszorg.

Voor wie is deze bloemlezing interessant?


Deze bloemlezing levert materiaal uit een periode in de geschiedenis van cruciale nieuwe inzichten. Het bijzondere van deze teksten is dat de toen nieuwe inzichten ook nu nog aanstekelijk zijn om de huidige vraagstukken mee te onderzoeken. Paracelsus deed de oproep aan de mens om een autonoom wezen te worden, zijn eigen arts te zijn, zichzelf te erkennen als een bewust deel van de schepping en op onderzoek uit te gaan in de natuur. De geneeskunde moet de gehele wereld gebruiken, alle krachten van de hemel, de aarde, de lucht en het water (p. 55). De mens is de microkosmos.
De aanwezigheid van God, de mogelijkheden van God krijgen bij hem een bijzondere plaats: de ware artsenij ‘God in de mens’ zoekt dat wat nog verborgen is maar als het licht van de natuur er op valt, zichtbaar wordt en genezing kan brengen. Paracelsus is een bijzondere theoloog: “Want God en het licht van de natuur doen juist de heel grote scheppingen daardoor uitblinken, dat wij er eenvoudig niet op uitgekeken zullen raken, maar meer nog dat wij ons erover zullen verbazen en onderzoek zullen doen naar de dingen van de natuur, die wij niet met de ogen zien, maar die toch net zo duidelijk voor ons staan, als een pilaar voor een blinde.”
De teksten in de bloemlezing zijn interessant voor ieder die bewust de natuur, de hele mens wil onderzoeken. “Niets is zo geheim, dat het niet aan het licht komt” (p. 152). Of je nu arts bent, geïnteresseerd in alternatieve geneeskunde, geïnteresseerd in verbetering van kwaliteit van de gezondheidszorg en het betaalbaar houden van de gezondheidszorg of gewoon bewust wilt leven, de teksten van Paracelsus leveren verrassende wijzen van kijken naar deze onderwerpen. De filosofie van Paracelsus en zijn geloof in ‘God’ leveren een intrigerende brede zienswijze. Deze zienswijze vind je bijvoorbeeld ook terug in teksten van Roemi (zie hiervoor Roemi, Daglicht: Een dagboek van spirituele leiding).

Welke teksten van Paracelsus zijn te vinden in deze bloemlezing?


Het voorwoord in het boek geeft beknopt maar helder een korte beschrijving van het leven van Paracelsus. Het voorwoord legt goed uit in welke situatie, in welke tijd Paracelsus leefde en werkte. “Hij kondigde het einde aan van de in dogma’s verstarde wetenschap van de Oudheid en de Middeleeuwen en introduceerde zijn geneeskunst gebaseerd op ervaring”. Paracelsus was geïnteresseerd in het wezenlijke achter de stoffelijke dingen. Hij vecht tegen gemakzucht en onkunde en eigenbelang van de gevestigde artsenij en hogescholen. Hij vindt de ervaring bij de behandeling van zieken, dat wat de natuur voortbrengt aan planten en hoe die te gebruiken, belangrijker dan wat als zogenaamde kennis in boeken staat, maar niet op ervaring gebaseerd is. Het materiaal in de teksten geeft heldere uiteenzettingen van de argumentatie van Paracelsus op veel verschillende gebieden in de geneeskunde en in zijn filosofie. De bloemlezing geeft een mooi inzicht in de breedte van het gebied waarover Paracelsus zich verwonderde en nieuwe inzichten leerde aan zijn leerlingen.
De bloemlezing begint met teksten uit het Paramirum (ongeveer: het hoogst wonderbaarlijke). In de noten op p. 178 staat dat deze teksten de moeite waard zijn gelezen te worden door naar levensvernieuwing zoekende mensen. Ik kan het daar roerend mee eens zijn. De teksten helpen ook enorm om de daarop volgende teksten een plaats te geven in het geheel van materiaal dat in de bloemlezing staat. De daarna volgende hoofdstukken spitsen zich toe op bepaalde gebieden: de oorsprong van ziekten, de werkingen van het onzichtbare, de vier gronden van de artsenij ( filosofie, astronomie, alchemie en rechtschapenheid), het labyrint van de artsen (hier komt in het bijzonder de rol van de ervaring naar voren) en de pest (in die tijd een epidemie waar veel bijgeloof bij kwam kijken).

Welke boodschap, welke nieuwswaarde is in de teksten te vinden?


Meteen in het eerste hoofdstuk waar Paracelsus uitleg geeft over de vijf entia wordt je als lezer mateloos geboeid. Volgens hem heeft de arts de opdracht in te zien wat een ens is: “een oorsprong of een ding, dat een onbeperkte macht over het lijf bezit” (p. 20). Hoewel ik volstrekt niet ingevoerd ben in dit begrip, zou ik willen dat de artsen van onze tijd hier studie van maakten en als ik ziek was mij hier iets over konden vertellen. Van datgene wat Paracelsus met de entia inbrengt, vind je tegenwoordig nog een en ander terug in wat wij alternatieve geneeskunde noemen. Echter eigenlijk nergens zo helder uiteengezet als in deze teksten. Paracelsus geeft goed aan hoe je kwakzalvers kunt onderscheiden van ware artsen. Kwakzalvers kunnen artsen zijn die een opleiding hebben gehad aan de hogescholen en universiteiten of gewoon kwakzalvers die zichzelf verrijken ten koste van een zieke. De hele bloemlezing door komt dit te maken onderscheid naar voren (rechtschapenheid en liefde voor de zieke medemens). Kennis van de teksten van Paracelsus zou ons kunnen helpen in het vormgeven van onderzoek naar de op ervaring gebaseerde bijdrage aan gezondheid en behandeling van ziekten van de gevestigde wetenschap maar evenzeer van de alternatieve geneeskunde.
Het is opvallend dat in Nederland eigenlijk geen gezondheidscentra te vinden zijn die de naam van Paracelsus voeren. In Duitsland wel, en als je op de websites van die organisaties kijkt dan zie je dat deze heel veel informatie verschaffen over hun kwaliteit, transparant zijn in de bereikte resultaten. In Nederland beginnen we daar nog maar mondjesmaat mee.

In de teksten in het hoofdstuk over het ‘onzichtbare’ komt onder andere het tijdloze van Paracelsus’ ideeën komt goed naar voren. Zijn inzichten kunnen ons helpen een oordeel te vormen over gebedsgenezing, genezende krachten van heiligen en heilig verklaarde medemensen.
In de bloemlezing staan ook teksten van Paracelsus over de vrouw. Deze teksten leveren een opmerkelijk inzicht. “De hemel heeft zijn lagere en zijn hogere sferen en omsluit deze beide, zodat niets sterfelijks, niets wat sterfelijk en vergankelijk is, eruit komt in dat buitenste rijk, … Maar de kleine wereld is de mens. Er is nog een wereld, de allerkleinste. Dat is de baarmoeder. Voor de vrouw geldt een andere anatomie en theorie, op haar zijn andere besluiten en gedachten en handelwijzen van toepassing … De leer van de wereld is de basis van deze wetenschap. Het is de leer van de vier elementen in hun moeder. Dan komt de leer van de mens, van de overeenkomst tussen microkosmos en macrokosmos. Op de derde plaats tenslotte komt de leer van de vrouw. (pp. 59-60)” Weliswaar kennen we natuurlijk in de geneeskunde specifieke onderzoeken naar ziekten bij vrouwen, maar dit is toch iets anders dan waar Paracelsus over schrijft. De afgelopen decennia is heel veel in de maatschappij er op gericht geweest te argumenteren dat man en vrouw ‘gelijk’ zijn. Natuurlijk heeft ons dat veel gebracht op het gebied van emancipatie van de vrouw. Maar veel onopgeloste vraagstukken waarom bepaalde ziekten vaker bij de vrouw voorkomen en de positie van vrouwen in de gezondheidszorg (als werker in de zorg en als patiënt of cliënt) zouden opnieuw bezien kunnen worden vanuit deze gedachtegang van Paracelsus.
De uitleg van Paracelsus in de teksten over de pest en over astronomische profetieën zijn liefdevol en indrukwekkend. Als wij met de inzichten van Paracelsus zouden kijken naar allerlei publicaties over de invloed van de stand van de maan, zon en sterren zouden deze publicaties ons meer levensvernieuwing brengen dan ze zonder deze inzichten doen.

Voor wie is het boek relevant?


Het boek is relevant voor ieder die geïnteresseerd is het brede terrein van geneeskunde, de eigen bewuste rol van de patiënt daarin en de claims die verschillende groeperingen in de maatschappij menen te mogen leggen op hun kennis en kunde en de kostprijs daarvan en de wijze waarop de gezondheidszorg is georganiseerd. Er is meer onder de zon dan de ook nu weer gangbare dogma’s.
De opbouw van het boek maakt het intrigerend om het te lezen, het schetst de filosofie waarmee Paracelsus werkt en daarna wordt een en ander op basis van concrete vraagstukken uitgelegd. Paracelsus is ook nu nog een heldere leermeester.
De bloemlezing is maar een klein gedeelte van het omvangrijke werk van Paracelsus maar geeft een goed inzicht in de consistentie en begrijpelijkheid van zijn filosofie. De bloemlezing laat goed zien dat veel van wat Paracelsus heeft geschreven tijdloos is, ook nu nog van waarde is. De bloemlezing zet aan tot nader onderzoek, verdere studie, juist dat waar Paracelsus op wees: “Als je God lief wilt hebben, dan moet je ook zijn werken liefhebben. Als je je naaste lief wilt hebben dan moet je niet zeggen dat hij niet te helpen is, maar moet je zeggen: ‘Ik kan het niet, ik begrijp het niet …’. Merk op dat gezegd is dat er verder gezocht moet worden totdat de kunst gevonden wordt, waaruit de juiste werkzaamheid komt” (p. 132). Meer samenwerking tussen de gangbare geneeskunde en de alternatieve therapieën zou tot nieuwe inzichten kunnen leiden. De transparantie over kwaliteit van de zorg zoals de Paracelsus-ziekenhuizen in Duitsland die tonen, maakt het patiënten mogelijk bewust te kiezen in hun zorg voor de eigen gezondheid. In die zin is het boek relevant voor ieder die bewust met de eigen gezondheid wil omgaan. Het levert nieuwe inzichten en daardoor een duidelijke bijdrage voor de lezer om vanuit deze inzichten van Paracelsus te kijken naar de huidige vraagstukken. Het boek is een bijdrage in de actuele discussies op het brede terrein van eigen verantwoordelijkheid van mensen voor hun gezondheid en genezing en de maatschappelijke en politieke discussies over medisch onderzoek en organisatie en financiering van de (gezondheids)zorg.

Heeft het boek voldoende toegevoegde waarde ten opzichte van bestaande literatuur?


De bloemlezing levert nieuwe inzichten, gezichtspunten, om onderzoek te doen en de verschillende vraagstukken te bespreken. De teksten van Paracelsus kunnen een bijdrage leveren om geneeskunde te onderscheiden van kwakzalverij en zelfverrijking (in welke vorm dan ook).
De prijs-kwaliteit verhouding van het boek is oké. Het boek kost een kleine dertig euro. Het is heel mooi vormgegeven, heeft mooi papier, intrigerende illustraties en een prettige letter. Voor diegene die zelf teksten van Paracelsus wil opzoeken helpt de verwijzing naar de uitgave van Ascher. De in Nederland eigenlijk onbekende Paracelsus wordt met dit boek op een aanstekelijke manier voor het voetlicht gebracht.

Ik hoop met deze recensie een brede kring van lezers te bereiken. De inhoud van de bloemlezing is het waard. De ondertitel van de bloemlezing “De Artsenij – het Woord Gods” zou mogelijk lezers er van af kunnen houden om dit boek te lezen, gezien hun filosofie of geloof. De uitleg, de filosofie van Paracelsus, is juist ook voor die lezers wellicht intrigerend omdat het een ander licht werpt dan wat gebruikelijk doorgaat voor het woord Gods.
Met deze uitgave heeft de Rozekruis Pers de teksten van Paracelsus toegankelijk gemaakt en daarmee een intrigerende bijdrage geleverd voor vraagstukken van deze tijd.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.