BK-Books.eu » Besprekingen » De alchemist

Bespreking van...

P. Coelho, De alchemist, Vertaald door Harrie Leemens, Amsterdam-Antwerpen (De Arbeiderspers) 1998-10e druk, 140 pp.

Santiago, een Spaanse herdersjongen, gaat op zoek naar zijn verborgen schat. Een parabel over de individuele zoektocht van ieder mens, met als een van de lessen: “Volg je hart en de wereld zal je helpen. En zolang je niet weet hoe, zet je blijmoedig in voor wat bij jou past – zij het op manieren en langs wegen die je totaal niet verwacht en ondanks grote tegenslagen die je rijp maken voor het waard zijn van en hanteren van je schat. Onderdeel daarvan is dat je heel goed de weg moet leren vinden in het vak en de omgeving waar je tijdelijk vertoeft; als dat lukt, is het een goed teken. Alles is één, en de weg krijgt glans door de nog verborgen schat – niet door de oordelen die wij los daarvan vellen”.
Een kritiek die ik eerstdaags op dit boek las, was dat het maar een verhaaltje is, dat alleen werkt als je er in gelooft, net als bij “De Celestijnse belofte” met zoveel stappen naar het geluk. Zeker: meer dan verhaaltjes hebben we niet; dat geldt trouwens ook voor deze kritiek. Dus één van de belangrijke vooronderstellingen van dit boek is dat we niet alleen met de wereld van de meetbare feiten en de concrete veranderingen te maken hebben maar ook met onze houding in het omgaan ermee, en dat die even belangrijk is zo niet belangrijker. En onze houding hangt samen met ons perspectief en met de ‘verhalen’ die wij ons zelf voorhouden, bewust of niet, kritisch of niet. Daarom kunnen dit soort boeken toch van (groot) belang zijn.
Ik kan niet nalaten te noteren wat ik bij herlezing aan impliciete opvattingen en aanwijzingen in dit boek vond. Daarmee doe ik geen recht aan het verhaal en de compositie van het boek. Om met Nobelprijswinnaar Kenzaburo Oë te spreken: “Paulo Coelho kent het geheim van de literaire alchemie.” De kritiek dat het alleen maar literaire alchemie is, is mijns inziens niet helemaal terecht, zoals ik hierboven schreef. Al is het lezen van dit boek nog niet het vinden van onze eigen schat, dat zullen we allemaal zelf moeten doen. De critici inbegrepen.
Ik noteerde de volgende opvattingen en aanwijzingen die natuurlijk het prachtige verhaal zelf niet kunnen vervangen! Soms heb ik er een paginanummer bijgezet.

  • Wat je zoekt is al te vinden in je uitgangspunt.
  • Mensen kunnen hun eigen lot kiezen in plaats van door het noodlot beheerst te worden. (Anders gezegd:) Ieder mens heeft een eigen legende die hij zich in zijn jeugd bewust is. Deze legende waarmaken is de enige verplichting van de mens (zie volgend punt).
  • Alles is één. Als je iets wilt spant het hele universum samen om ervoor te zorgen dat je je droom verwezenlijkt.
  • Om je legende waar te maken moet je bereid zijn andere wegen niet te gaan (zoals de meest gangbare of veilige of vertrouwde) en bereid zijn een nederiger positie in te nemen dan alle anderen (want anders ben je onvrij).
  • Leer de taal zonder woorden te spreken (50). Dat is niet de taal van de boeken (72). Het is de taal van de geestdrift, van het hart; van de dingen die je doet met hart en ziel, waar je in gelooft, die je echt wilt (53). De zuivere taal van de wereld – zonder woorden – is de taal van de liefde (de universele vervoering), (85-86), de bezitloze liefde (88-90). In plaats van de taal van de boeken leren kennen is het beter te kijken naar de woestijn of wat je omgeving ook is, erin thuis te raken en zo de taal van de wereld te leren verstaan.
  • Alles hangt met alles samen. Hoe weet je niet, je weet alleen meer naarmate je dichter bij je droom komt en je eigen legende je bestaansreden wordt (70) of via voorgevoel (71).
  • De samenhang van alles verloopt via de visie van de mensen op de dingen (91).
  • Wat te weten is (ofwel wat je weten moet: de samenhang van alles, zie ‘Alles is één’ hierboven) is zo eenvoudig dat het op een smaragd geschreven kan worden (verwijzing naar de Tabula Smaragdina, een bestaande oude tekst die de grondwetten van de alchemie bevat, BK).
  • Leef alleen het heden en je zult gelukkig zijn (79).
  • Wie overhaast te werk gaat of zijn geduld verliest, mist de tekens die (door God) op zijn weg geplaatst worden (81).
  • “Vergeet de toekomst en leef iedere dag van uw leven met inachtneming van wat de wet voorschrijft en in het vertrouwen dat God zorgt voor zijn kinderen. Iedere dag bergt de eeuwigheid in zich.”(93)
  • ‘Mondelinge’ overdracht tussen leraar en leerling (in de alchemie vergelijk in het zen-boeddhisme en bij sommige joodse rabbijnen) is niet nodig omdat geheimhouding zo belangrijk is maar omdat de over te dragen dingen “gemaakt waren van zuiver leven” – niet te vangen in woorden en beelden (81).
  • “Moed is de belangrijkste eigenschap voor wie op zoek is naar de taal van de wereld.” (98)
  • Het verlies van wat je al gevonden hebt en erg bent gaan waarderen, hoeft nooit in de weg te staan tussen jou en het verder volgen van je legende, het verder zoeken van je eigen schat. Dat wat jou vasthoudt is alleen je angst dat je niet terug zult keren; het nieuwe zal het oude echter mee omvatten. (104-105)
  • Leren doe je (uiteindelijk) alleen door te handelen, door je weg te gaan. Dat is: door de zichtbare wereld je te laten leren over de volmaakte wereld waar zij een ‘kopie’ van is. Dát is wat in de ‘tafel van smaragd’ (zie boven) staat, en wat genoeg is. Je hart is afkomstig van die wereld en gaat er naar terug: luister er naar. (109-110)
  • BLIJF LUISTEREN NAAR JE HART, STEEDS OPNIEUW ! (111-112) En leer het zo kennen door verlies van je angst(en) !! (112) “ ‘Als je zoekt, vind je ook altijd,’ zei de jongen tegen zijn hart … en toen … begon zijn hart hem de dingen van de ziel van de wereld te vertellen. Het zei dat ieder gelukkig mens een mens was die God in zich droeg. En dat het geluk gevonden kan worden in een doodgewone zandkorrel uit de woestijn, zoals de alchemist had gezegd. Want een zandkorrel is een moment van de schepping, en het universum heeft er miljarden jaren over gedaan hem te scheppen. ‘Ieder mens op aarde heeft een schat die op hem wacht,’ zei zijn hart. … Helaas volgen maar weinigen de weg die voor hen uitgestippeld is, en dat is de weg van de eigen legende en het geluk. … ‘Waarom vertellen de harten de mensen niet dat ze hun dromen moeten blijven volgen?’ vroeg de jongen aan de alchemist. ‘Omdat het hart in dat geval het meeste lijdt. En harten lijden niet graag.’ Vanaf die dag begreep de jongen zijn hart. Hij vroeg het hem nooit meer te verlaten. … En de alchemist begreep dat het hart van de jongen teruggekeerd was naar de ziel van de wereld.” (112-113)
  • “Zoeken eindigt altijd met de test van de veroveraar.” (De laatste test voor de definitieve vondst van de schat.) Namelijk of alle onderweg geleerde lessen ook echt verworven zijn. Blijf op de tekens letten !! (113-114) Je moet wel in schatten willen geloven (115). Je hart wordt je dikste vriend – als je je eigen legende leeft (115).
  • “Alchemie is doordringen in de ziel van de wereld en de schat ontdekken die zij voor ons heeft weggelegd.” (116)
  • “Wie zich bemoeit met de legende van anderen, zal de zijne nooit ontdekken.” (117) “Wie zijn eigen legende leeft, kan alles wat hij moet kunnen. Er is maar één iets dat een droom onmogelijk maakt: de angst om te falen.”(120) “Denk aan wat ik je gezegd heb: dat de wereld slechts het zichtbare gedeelte van God is. En de alchemie de materiële vertaling van de geestelijke volmaaktheid.” (121)
  • Liefde is meewerken aan de omvorming van alles volgens de wetten van sterven en opstaan in de kringloop der verschijnselen. (122) “Liefde is niet stilstaan zoals de woestijn, noch de wereld rondsnellen zoals de wind, noch alles uit de verte gadeslaan zoals jij (zon). Liefde is de kracht die de ziel van de wereld verandert en verbetert. Als wij ernaar streven beter te worden dan we zijn, wordt alles om ons heen ook beter.”(126) “En de jongen dook in de ziel van de wereld, en zag dat de ziel van de wereld een deel was van de wil van God,en dat de ziel van God zijn eigen ziel was. En dat hij dus wonderen kon doen.” (128)
  • “Heer ik ben niet waardig dat gij onder mijn dak komt maar spreek slechts één woord en mijn knecht zal genezen.” (132) “Wat hij ook doet, ieder mens speelt altijd de hoofdrol in de wereldgeschiedenis. En meestal weet hij dat niet.” (132)
  • Houd vol ook al lijkt dat je dood mee te brengen! (135)

Een andere kritiek op dit soort wijze teksten is die op Lao Tse in het volgende gedicht:

Lao Tse

‘Die het weten spreken niet,
Die spreken weten het niet.’
Deze woorden, werd mij verhaald,
Zijn door Lao Tse uit de stilte vertaald.
Hoe weten wij dat hij wist?
Twaalf boeken schreef de wijze.
Heeft hij zich dus vergist,
Die ons het pad zou wijzen?

(Po Tsju I)

J.J. Slauerhoff

Alleen met woorden of verhalen kun je de werkelijkheid niet vangen, zou ik concluderen (dus ook niet met deze zin van mij). Maar dat neemt niet weg dat Lao Tse zich mijns inziens niet vergiste. Er is dus een samenhang tussen de werkelijkheid van de woorden en de werkelijkheid los van de woorden – al kennen we die laatste niet in de gangbare zin want kennen in die normale betekenis veronderstelt in begrippen vangen. En die samenhang – vergelijk hierboven ‘Wat je zoekt is al te vinden in je uitgangspunt’ – brengt gewone kennis die we verzamelen tijdens onze tocht, en onze tocht zelf, in één verband met wat we noemen ‘(voor) het begin en (na) het eind’ van onze tocht, met de hele werkelijkheid die ‘één’ is, met ‘alles’ of de ‘eeuwigheid’ of ‘het boek waarin alles is geschreven is’ en met de ‘tekens die we daarvan krijgen’; de taal zonder woorden. Gewone kennis is met die bijzondere ‘kennis’ niet in tegenspraak. De conclusie dat Lao Tse zich vergiste, is alleen juist als we volhouden dat alleen logische kennis – de ‘gewone’ – voldoende is om de hele werkelijkheid te verstaan en onze weg te vinden. Zeker, logische gewone kennis is niet verkeerd en altijd nodig, maar niet per definitie volledig. Gewone kennis is gebonden aan de omstandigheden waarbinnen zij geldt. Die andere ‘kennis’ (die de gewone kennis kan omvatten en in gewone kennis besloten kan liggen, mits deze opgevat wordt als betrekking hebbend op een ruimere context dan gewone kennis per definitie heeft) wijst naar het geheel, ook naar wat voor het begin en na het einde is. Naar wat niet in woorden van gewone kennis te zeggen is als we die alleen als gewone kennis gebruiken. Maar dat ons wel begeleidt, altijd, op onze tocht, en dat we even hard nodig hebben, omdat het onze kern raakt.
Vanwege de aandacht die in dit boek gegeven wordt aan ‘de samenhang van alles’ zowel als aan de wijze hoe wij daar mee om kunnen gaan of liever welke rol wij daarin kunnen spelen, is het erg interessant een vergelijking te maken met onderstaand boekje van Thich Nhat Hanh, De zon in je hart.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.