BK-Books.eu » Besprekingen » DAODEJING (Tau teh tsjing)

Bespreking van...

… Laozi (Lautze), DAODEJING (Tau teh tsjing), Ingeleid en vertaald door Paul Salim Kluwer, Deventer (Ankh-Hermes) 2007, 120pp.

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Onder meer op deze pagina:

Inleiding

Het is een klein, handzaam en stevig gebonden boekje. De vertaler, een verzamelaar van vertalingen van de Daodejing en door zijn studie in die vertalingen een leerling van Laozi. De vertaler heeft een vertaling willen maken die recht doet aan de oorspronkelijke tekst, de diepte van de mystieke teksten en die toegankelijk is voor de lezer. Zelf geen sinoloog heeft hij vele vertalingen gebruikt en daarmee een eigen vertaling gemaakt.
Het is een boekje om in je tas of je binnenzak te hebben. Het is een boekje voor de lezers van de DAODEJING om bij de hand te hebben als je op reis bent, om even jezelf de diepte van de teksten te gunnen zonder meteen de grote geannoteerde vertalingen er op na te slaan.
Ik schrijf deze recensie om mensen attent te maken op dit kleine boekje met zijn opmerkelijke inhoud.

Inhoud en functionaliteit

Het boekje geeft een korte introductie over Laozi, Dao en De, de vertalingen en de wijze van vertalen door Paul S. Kluwer. Volgens overlevering is Laozi een ambtenaar en is hij waarschijnlijk geboren in 604 v. Chr. Laozi schreef de teksten toen hem verzocht werd iets van zijn wijsheid na te laten voor hij zich in de bergen terugtrok.
De vertaler licht toe welke inhoud het begrip dao heeft, ook met behulp van samenstelling van het Chinese karakter, “Dao is de oerbron, die ten grondslag ligt aan alle leven … de gang of de stroom van het hoogste Wezen” (p.8,9). Het begrip De wordt door de vertaler uitgelegd als Dao op menselijk niveau. Hij gebruikt een eigen keuze als vertaling: “liefde”. Paul S. Kluwer kiest hiervoor mee op basis van de samenstelling van het Chinese karakter, dat je zou kunnen samenvatten volgens de vertaler als “de weg van het hart’.
Paul S. Kluwer beschrijft hoe hij de pendel heeft gebruikt om in enkele gevallen een keuze te maken voor een bepaalde formulering, daar waar andere vertalingen fundamenteel van elkaar afwijken.
De beide boeken, boek één Dao, met aforisme 1-37 en boek twee De, met aforisme 38-81, worden voorafgegaan door de mooi vormgegeven Chinese karakters.
Het boekje besluit met een literatuuroverzicht, waarbij is aangegeven welke vertalingen veel geraadpleegd zijn door de vertaler.

Beoordeling van het boek

Het boekje is door de aparte kleine vorm en de toegankelijke taal een hebbeding. Ik ben geen kenner van de verschillende vertalingen maar deze vertaling nodigt mij uit tot verder lezen en geeft tegelijkertijd voldoende weer van de taal en de filosofie van de oorspronkelijke teksten. De beelden en de gedachten die de taal van deze vertaler oproepen passen voor mij als leek heel goed. Ik vergelijk dan met bijvoorbeeld XX LAO-ZU, TE-TAO CHING van Professor Robert G. Henricks en eerder gelezen teksten uit XX Tao Te Ching van Stephen Mitchell, Harper & Row, New York 1988.
Het boek is relevant voor lezers die een begin willen maken met het lezen van de Daodejing. Het biedt voldoende inleiding om de teksten te plaatsen in cultuur en tijd en te begrijpen waarom ze zo’n enorme indruk maken. Het biedt ook voldoende verwijzing naar verdere literatuur. Het is handzaam, dus makkelijk mee te nemen. Door de combinatie van dit formaat en de goede inhoud is het ook aantrekkelijk voor lezers die ook andere vertalingen kunnen lezen. De gebruikte taal, met rijm, laat iets zien en beleven van de oorspronkelijke schrijfwijze bedoeld om mondeling over te dragen, een poëtische bedoeling.
Het is bijzonder dat Paul S. Kluwer de pendel heeft gebruikt om soms een keuze te maken in vertalingen, mogelijkheden van begrippen. De pendel werkt dan als ‘de weg van het hart’.

Hoewel er heel veel op de markt is, is dit boekje een waardevolle aanvulling. Het blijft dicht bij de oorspronkelijke teksten, het is ook voor niet-filosofen toegankelijk. Het is een plezier om er in te lezen en in de hand te houden. Het geeft net voldoende achtergrond informatie om de teksten te kunnen duiden en als je dat wilt via dit boekje op zoek te gaan naar meer materiaal.

Nel Knip
31 mei 2007

Back to top

Naar inhoudelijk meest verwante eerstvolgende pagina

Naar chronologisch eerstvolgende pagina

Gepubliceerd door

bk_books

In mijn jonge jaren woonde ik in Sint Laurens, nu onderdeel van Middelburg. Met mijn vriend Peter Karstanje verkende ik de omgeving, behalve dicht bij huis en aan de kust (stranden en boulevard) ook tijdens zomerse fietstochten langs jeugdherbergen, tot Roden toe. Op de middelbare school in Middelburg en Goes leerde ik veel talen. Wim Wattel met wie ik vier jaar lang de gymnasiumlessen in Goes volgde, was met Piet Boon en enkele anderen een vaste reisgenoot in de trein. Tijdens mijn studie in Amsterdam leerde ik via Krina de Regt, Wims partner die ook in onze klas zat en in Baarn de sociale academie volgde, Nel Knip kennen: wij zijn sindsdien bij elkaar. Wij vervolgden onze studies en beroepsmatige werkzaamheden in Amsterdam, Tiel, Driebergen, en van daaruit in heel wat plaatsen in Nederland, Mijn eerste studie was theologie aan de Vrije Universiteit, waar ik vier jaar lang als student-assistent onder de zeer begaafde Harry Kuitert leerde hoe denken en taal samenhangen (en hoe machtsverhoudingen in kerkelijke kringen uitgespeeld worden, met Kuitert als kop van jut). Mijn tweede studie, filosofie, volgde ik vervolgens aan de Universiteit van Amsterdam, waar ik behalve allerlei aanvullende wijsgerige basiskennis het geluk had Otto Duintjer als mijn hoofddocent metafysica te treffen bij wie ik afstudeerde (Plato, Kant, Heidegger, Wittgenstein en de verschillen met oosterse denkwijzen; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). Vanuit Driebergen werkte Nel als hoofd PZ van het VU Ziekenhuis in Amsterdam en later als interim manager PZ in vele grote ziekenhuizen en welzijnsinstellingen in Nederland. Ik werkte als wetenschappelijk medewerker in Amsterdam, cursusleider religie en samenleving in Driebergen, universitair bibliotheekmedewerker in Amsterdam, Utrecht en Den Haag (KB). Uiteindelijk als vertaler en auteur. Wij maakten de maatschappelijke en culturele veranderingen van de jaren zestig, zeventig en tachtig intensief van binnen uit mee. De onderwerpen van mijn interesse treft u hier aan in de vorm van leesverslagen, berichten. lezingen en een aantal vertalingen en boeken over de culturele betekenis van Oost en West voor elkaar (beginnend bij meditatie, boeddhisme, Jacob Boehme, niet-dualisme; en eindigend bij een herdruk van mijn vertaling van de Zen-leraar en -denker Dogen Kigen, en een nog te verschijnen nieuwe inleiding in het denken van Jacob Boehme over de eenheid van tegenstellingen). Met als grote studie onder leiding van Gilles Quispel de visie op man en vrouw in het christendom, bij enkele bijzondere denkers in de eerste eeuwen en bij Jacob Boehme en zijn kringen en erfgenamen. Een rijke leerschool! Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer via Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema. Hoewel mijn onderzoek in eerste instantie op kernvragen en op de innerlijke samenhang van (patronen in) denken en werkelijkheid (zowel de objectieve als de subjectieve) gericht was vanuit mijn westerse theologische en filosofische traditie, heb ik achteraf het gevoel ook veel verwantschap te hebben gevonden in oosters denken. Zowel dat van religieuze denkers en van fundamentele denkers over wetenschap, objectiviteit en subjectiviteit, als in het bijzonder over taal: dit leverde veel invalshoeken op waarmee naar oost en naar west gekeken kan worden! Op deze manier kon ik zelfs de eigen piëtistische calvinistische tradities van Walcheren en West-Europa, en later ook de gnostische en mystiek-theologische tradities van het Westen vergelijken met bepaalde opvattingen in het Oosten, en beide beter begrijpen en relativeren. Ik hoop dat u en anderen hier vruchten van plukken en tot een en ander een eigen verhouding ontwikkelen. Zij het dat die taak nooit af is. Maar zelfs over tijd en zijn, en tijd en eeuwigheid valt veel te leren, heb ik gemerkt. Dat heb ik graag doorgegeven, en u vindt er hier veel over. Ook dat er een tijd komt, zoals nu voor mij, dat het niet meer allereerst gaat om nog meer onderwerpen bij de kop te pakken om me er grondig in te verdiepen en ze vertaald, dat wil zeggen in een bepaalde context begrijpelijk neer te zetten. Maar om te erkennen dat er na een tijd van toelaten en verdiepen ook een tijd mag volgen van het rationele iets meer loslaten en van iets meer intuïtief bij de zich steeds vernieuwende (...) 'kern' blijven. Een proces dat opmerkelijk genoeg in de natuur (dat is de hele werkelijkheid) en het al (of de kosmos of de eeuwigheid) in het klein en in het groot al voortdurend aan de gang blijkt, zonder iets van zijn essentie, vreugde en spanning te verliezen, en dus ook van zijn soms subtiele soms grove tegenstellingen en de veranderingen daarin. Alle goeds en goede voortgang!