BK-Books.eu » Besprekingen » Boodschappen uit de hemel

Bespreking van...

Roelof Tichelaar, Boodschappen uit de hemel: Het medium en de contacten met de geestelijke wereld, Kampen (Uitgeverij Ten Have) 2006, 123pp.

Inleiding


Na een eerste kennismaking met de schrijver via een op internet gepubliceerd interview met hem ben ik dit boek gaan lezen. Dit met de bedoeling meer te weten te komen over mediums en contacten met de geestelijke wereld. Een vriendin krijgt boodschappen van engelen en soms is zij het medium voor boodschappen aan anderen in haar omgeving. Mijn vraag is eigenlijk: kun je oor en oog krijgen voor de boodschappen uit de geestelijke wereld en hoe kun je met die boodschappen omgaan.

Overzicht van de inhoud van het boek


Het boek is heel transparant en praktisch opgebouwd. De schrijver gebruikt zijn eigen ervaring om de lezer te informeren hoe iemands pad in de geestelijke wereld er uit kan zien. Heel duidelijk en heel consequent door het hele boek heen geeft hij steeds aan dat ieder in dit leven en in de contacten met de geestelijke wereld een eigen weg heeft en daarin keuzes maakt. Er is niet één waarheid die voor ieder dezelfde weg voorschrijft.
Het eerste deel van het boek gaat over de kennismaking van de schrijver met de geestelijke wereld, hoe het bij hem begon en hoe hij boodschappen en signalen leerde onderkennen en begrijpen.
In het tweede deel geeft hij zijn kennis aan de lezer door. Ook hij heeft die kennis opgedaan door contacten met mediums en met anderen die ontvankelijk zijn voor de signalen uit de geestelijke wereld. Hij geeft zijn uitleg van de wet van de levenskracht en hoe die kracht gevoed wordt of uitgeput. In dit deel komt heel de visie van de schrijver op het doel van ons leven en van onze dood tot uitdrukking. Ook geeft hij er helder de informatie weer die hij heeft over de verbinding met Gods geestenwereld (wat daarover staat in het Oude en Nieuwe Testament). En hij gaat in op hoe in het traditionele christendom de banden met de geestenwereld goeddeels doorgesneden zijn. “De lessen vanuit de geestelijke wereld zijn altijd afgestemd op het hier en nu en – in persoonlijke doorgevingen – op de mens die ze ontvangt.” De boodschap van de Bijbel is (hoe waardevol ook) daarmee vergeleken statisch (p. 48).
In dit deel gaat de schrijver ook in op het spiritisme van vandaag de dag. De schrijver legt indringend uit hoe onderscheid gemaakt kan worden tussen het contact met Gods geestelijke wereld en het contact met de geesten van overledenen. Hij gebruikt hier veel van wat hij overgeleverd heeft gekregen van Johannes Greber. Met name dit deel helpt om de contacten met geesten (engelen of mediums) die in je kennissenkring tot stand (lijken te) komen te begrijpen. Zelf kun je met behulp van dit materiaal en de voorbeelden van de schrijver daar je weg in vinden.
In het derde deel laat de schrijver met voorbeelden zien hoe hij communiceert met de geestelijke wereld. Soms gevraagd, door middel van gebed, geconcentreerd op een situatie waarin hij iemand wil helpen weer zijn/haar levenskracht te vinden. Soms ongevraagd, het initiatief gaat dan uit van de krachten in de geestelijke wereld, waarbij de schrijver een boodschap krijgt waarmee hem zaken in de geestelijke wereld geopenbaard worden. Zo heeft de schrijver heeft ook de opdracht ontvangen om anderen te informeren over de geestelijke wereld en de liefde van de Geest. Dit boek is voor hem een middel om dit te doen.

Realiseert het boek dit door de schrijver beoogde doel?

Voor mij in elk geval wel. Het is zo duidelijk en met liefde geschreven en zo niet bevoogdend dat je de informatie en wilt gebruiken om de geestelijke wereld deel van je leven te laten zijn. De schrijver is er van overtuigd, en dit wordt onderbouwd met voorbeelden uit zijn ervaringen met de geestelijke wereld, dat er voor ieder mens een eigen weg is. Het kan dan ook niet zo zijn dat degene, die meer weet dan de nog onwetenden, aan hen een weg voorschrijft. Niet eerder ben ik een boek tegengekomen tussen alle literatuur op het terrein van spirituele groei dat zo consequent de lezer begeleidt op zijn eigen pad. Het boek laat zien hoe je het eigen pad stap voor stap kunt gaan ontdekken en hoe je de geestelijke wereld en mediums daarbij kunt gebruiken. Of hoe je zelf een medium kunt zijn. Het boek is inspirerend door de liefdevolle wijze waarop het is geschreven, in heel toegankelijke taal.
Naast alle boeken die verschijnen op het gebied van spirituele groei, naast alle keren dat mediums zich voor ons manifesteren is dit een actuele aanvulling. Dit omdat in het boek zo helder uiteengezet wordt hoe de Geest en de geestelijke wereld zich verhoudt met de bestaande kerkelijke wereld. Steeds vaker zien we de (huidige) kerkelijke wereld een uitstapje maken naar iets actueels op spiritueel terrein. Dit boek kan ook kerkelijk georganiseerde mensen helpen contact te maken met de Geest en met de geestelijke wereld en zo te helpen om vat te krijgen op het doel van dit leven en onze dood. Mogelijk leidt dit tot een tegenstelling met ‘De Kerk’ maar tegelijk met een diep ervaren van de liefde van de Geest.

Tot slot

Het is een boek om bij de hand te houden als liefdevolle ondersteuning bij het eigen pad in dit leven met de vragen over leven en geestelijk leven. De schrijver heeft, met zijn eigen weg als voorbeeld, dat wat hij weet over de geestelijke wereld zo verwoord dat het een inspirerende informatiebron is om de signalen uit de geestelijke wereld voor de lezer te verhelderen. Het boek is werkelijk ondersteunend voor het begrip krijgen voor de geestelijke wereld en voor het omgaan met signalen uit die wereld. Zo kan de ‘geestelijke wereld’ een plek te krijgen in je leven.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.