BK-Books.eu » Besprekingen » Agressie als uitdaging

Bespreking van...

Ruediger Dahlke, Agressie als uitdaging: Zin en betekenis van infectie, allergie, reuma, pijn, hyperactiviteit, Deventer (Ankh-Hermes) 2004, 359 pp.

Het uitgangspunt van dit boek is ‘ziekte als kans’ (131-143). De auteur is er in dit boek betrekkelijk kort over en dat komt waarschijnlijk omdat hij er al een aantal eerdere boeken aan heeft gewijd. Ziektes bieden de zieke mens de kans zich af te vragen “Wat mankeert mij?” en dit mankement aan te vullen. De interpretatie van ziektebeelden heeft daarbij zowel een lichamelijke als een psychische component; componenten die niet tegen elkaar uitgespeeld hoeven te worden maar elkaar kunnen aanvullen – al staat de auteur op het standpunt dat de allopathische geneeskunst in het algemeen niet geneest maar alleen tijdelijk of opervlakkig soelaas brengt (een standpunt dat ik in deze vorm niet deel). Bij het interpreteren van ziektebeelden brengt de auteur allerlei elementen in stelling waaronder de inzichten van Paracelsus en een individuele benadering van de zieke die zelf het antwoord moet geven op de vragen die aan hem gesteld worden: ziekten zijn levensvragen. Dit lijkt me een waardevol uitgangspunt, uiteraard voor sommige ziekten meer dan voor andere (wat de auteur ook aangeeft).
In dit boek gaat het verder over het thema agressie en ziekten die speciaal met agressie of de onderdrukking ervan verband houden. Maar het eerste deel van het boek is helemaal gewijd aan een inleiding in het thema agressie vanuit verschillende invalshoeken: diverse visies vanuit wetenschappen, vanuit de mythologie, vanuit de astrologische psychologie, en vanuit de sociale psychologie (9-131). De tekst leest gemakkelijk en bevat interessante observaties en standpunten maar levert beslist geen eenduidige theorie (al wekt de auteur geloof ik wel graag de indruk ‘dat hij het weet’), alleen een aantal losstaande handvaten voor zelfbewustwording. Het bestreken gebied is ook wel erg ruim en dat komt de samenhang niet echt ten goede, al zijn alle onderdelen interessant. Niet een sterk onderbouwde grote visie, meer voor elk wat wils. Meer moraal dan praktijk. Ervaringen uit de praktijk van de auteur – op een enkele uitzondering na – mis ik node. De benadering is weinig op ervaring en intuïtie gericht en is voornamelijk rationalistisch, is mijn indruk. Interessant is vooral de gedachte dat agressie in onze cultuur voornamelijk van de negatieve kant bekeken wordt, en dat gezonde agressie – groeikracht, levenskracht – de kans moet krijgen zich te bewijzen tegen weerstanden in. De auteur voegt daar nog aan toe dat de wortel van ziektes ook tussen de oren kan zitten, en dat is het overwegen waard maar mijns inziens geen vrijbrief om altijd voor alternatieve geneeswijzen te kiezen. Risico’s dienen, vind ik, zorgvuldig afgewogen te worden. De auteur sluit dit niet uit maar prijst toch vooral de alternatieve benadering aan.
Het tweede deel van het boek (141-343) is gewijd aan de bespreking van diverse ziekten en ziektebeelden. Voor een aantal ziekten wordt verwezen naar andere publicaties van de auteur, terwijl in dit boek achtereenvolgens aan de orde komen: infecties (in dit verband ook de ‘gekke-koeienziekte’ ofwel de Ziekte van Creutzfeld-Jacob), allergieën, auto-immuunziekten (waaronder pijnen waaronder hoofdpijn), gebitsziekten, hyperactiviteit.
Veel in dit boek is de moeite van het overwegen meer dan waard. Veel ook zal sommige lezers in eerste en misschien niet ten onrechte ook in laatste instantie erg tegen de borst stuiten omdat de auteur er geprononceerde meningen op na houdt en die niet onder stoelen of banken steekt. Vaak is wat hij zegt uitnodiging tot discussie of gesprek, iets wat in dit bestek natuurlijk niet afgemaakt wordt. De veronderstelling is uiteraard dat de lezer zelf aan het werk gaat, waaraan ik graag toevoeg dat je het dan uiteraard ook niet bij voorbaat met alles wat de auteur zegt eens hoeft te zijn. Uiteindelijk zal de lezer meer ontdekken dan in dit uitgebreide boek gegeven is omdat het haar of hem persoonlijk zal betreffen. Maar dat moet je dan wel willen. De auteur laat zien dat het niet aan aanzetten en materiaal voor zelfbewustwording ontbreekt.
En dat we vooral moed moeten hebben om onze eigen weg te vinden en te gaan, iets wat in onze maatschappij geen vanzelfsprekendheid is in de opvoeding en de gezondheidszorg. Het is daarom goed ons niet door de omvang van dit boek en de veelheid van onderwerpen en ideeën af te laten schrikken maar er ons door te laten aansporen. Het is een oproep om ons te verdiepen in de vragen die voor ons van belang zijn en er aan te werken. Of dit het boek is dat ons daarbij concreet helpt, vraag ik mij sterk af. Ook over de spirituele kant van de aangeprezen benadering – wat zo’n geestelijke worsteling in de praktijk betekent en hoe een zieke daarbij het beste geholpen kan worden – horen we in dit boek vrijwel niets.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.