BK-Books.eu » Besprekingen » Adem is bewustzijn

Bespreking van...

Thich Nhat Hanh, Adem is bewustzijn: Anapanasati-soetra, Nieuwerkerk a/d IJssel (Asoka) 1999, 74 pp.

[Zie de opmerkingen vooraf bij deze collectieve bespreking.]
Dit verfrissende boekje omvat de vertaling van het soetra (‘snoer’, dus: leerrede), een korte historische plaatsbepaling, een samenvatting en een analyse ervan, bijpassende toelichting op een aantal aspecten van meditatie en tenslotte een behandeling van de in het soetra aangeduide meditatieoefeningen. Het onderwerp zelf is de volkomen bewuste ademhaling, en waar die toe leidt, of eigenlijk al direct uitdrukking van is. Ademhaling en aandacht gaan samen en brengen ons bij de kern van ons bestaan, en bij alles waar we mee verbonden zijn. Zij leren ook wat ons daarvan afhoudt en wat de vruchten van deze transformatie zijn.
Nu ik na een tijdje weer een tekst van deze auteur onder ogen krijg, valt me opnieuw de eenvoud ervan op. Natuurlijk is om te beginnen het korte soetra zelf dat hij hier toelicht, een eenvoudige en heldere tekst, geslepen als een juweel door lange mondelinge overlevering en onderricht, en opgeschreven in de derde eeuw na Christus. Maar in de toelichtende tekst van de auteur zit nog meer eenvoud. Hij slaagt er in niet alleen de indruk te wekken dat het om iets heel fundamenteels gaat maar ook dat dit eigenlijk voortdurend binnen ons bereik ligt, eigenlijk zo zeer dat wij er niet eens naar hoeven grijpen. Sterker, hij maakt duidelijk dat waar het om gaat, bereikt wordt door dat ‘pogen te bereiken’ op te geven, althans vanzelf te laten gebeuren. En dat doet hij door je het gevoel te geven dat hij vanuit zijn eigen ervaring spreekt. Zodat je altijd weet dat hij niet alleen iets zegt dat voor je verstand eenvoudig is (hoewel misschien betrekking hebbend op complexe verschijnselen, zoals het functioneren van je lichaam of je geest of een verschijnsel in de wereld om ons heen) maar dat ons tegelijk draagt! Dat het ons lichter maakt om zelf eenvoudig te zijn, mee te gaan met de stroom der dingen, en tegelijk bewust te zijn daarvan, en van dat meegaan. Zonder inspanning!
Niet voor niets eindigt zijn toelichting (onder meer) met het belang van ‘loslaten’. Maar dan heeft hij ook al de vergankelijkheid van alles behandeld, een begrip dat veel kanten heeft die je in kort bestek uiterst helder in het boekje vindt uitgelegd (62-68).
Begrip van hoe dingen in elkaar zitten staat in deze traditie nooit los van de psychologische betekenis ervan. Hoofd en hart staan hier in elkaars verlengde en niet los van elkaar, zoals vaak bij ons. De eenvoud van het bewustzijn van adem, lichaam, geest en gehele werkelijkheid heeft dan ook consequenties voor ons omgaan met onszelf, anderen en de wereld. Daarover zegt de auteur meer in andere publicaties. Hier verschijnt alleen vaak een glimlacht op ons gezicht. En we voelen dat we tot rust kunnen komen en afstand nemen van ons hectische leven, van het informatiebombardement van de media en de drukte van het andere verkeer – ook in ons hoofd …
De auteur slaagt er in deze 74 pagina’s ook nog in belangrijke historische en systematische informatie te geven.
Een meesterwerkje. Wat opvalt is ook dat het gaat om werkelijkheid die geleefd kan worden, niet om waarheden die los van het leven staan.
Terzijde wijs ik nog op een onvolkomenheid in de gedrukte tekst waarmee in een volgende druk rekening kan worden gehouden. Op p. 41, zevende regel van onderen, staat helaas ‘uit’ waar ‘in’ – dus precies het omgekeerde – een betekenis zou bieden die klopt met de context van het betreffende hoofdstuk 4 en het hele boekje. Ik heb niet de beschikking over de grondtekst dus ik weet niet wat daar stond, maar ‘in’ maakt de zin qua betekenis in ieder geval kloppend. Verder enkele kleinigheden: in noot 18 op p. 72 staat in de tweede alinea een haakje te weinig na ‘Pad’. Verder staat op p. 62 in het tweede citaat in plaats van ‘het wegebben’ (dat herhaald zou behoren te worden) ‘de vergankelijkheid’, waarschijnlijk een kopieerfout.
De auteur legt uit dat we bij de concentratie op onze adem ons niet tot het neusgat moeten beperken zoals de latere commentaren doen. “Alle commentaren … geven de raad dat de beoefenaar zich alleen op het puntje van de neus concentreert en niet verder de adem volgt. … Als we ons concentreren op het puntje van onze neus en ons bewust zijn van iedere ademtocht die ons lichaam binnenkomt – net zoals de timmerman die zich op de zaagsnede concentreert -, wordt onze hortende, onregelmatige ademhaling geleidelijk aan rustig en licht, en uiteindelijk valt alle onderscheid weg. Ten teken … dat alle onderscheid is weggevallen, krijgen we het gevoel zo licht als een veertje te zijn, licht, fris en losjes, als een fris,koel windje.” (40) Hij beschouwt dit als een door Boeddha als onvolkomen afgewezen, niet onontbeerlijke maar in latere commentaren opnieuw binnengeslopen methode (41-43) vgl. Leven in aandacht pp. 52-54 waar hij erop wijst dat we onze problemen onder ogen dienen te zien en niet te ontvluchten in een meditatieve roes. Echte vreugde ontstaat uit de diepte, en die worden we ons bewust door aandacht voor onze volledige adem, ons hele lichaam en onze hele geest, die een eenheid vormen.
Uitermate aanbevolen.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens, en studeerde vanaf 1965 in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en een inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en buiten alle tegenstellingen", te verschijnen in 2020.