BK-Books.eu » Besprekingen » The Feeling Buddha

Bespreking van...

(Zie ook David Brazier, The Feeling Buddha, besproken direct hierboven)
Walpola Rahula, Wat de Boeddha onderwees, Met een voorwoord van Prof. Paul Demiéville, en een aantal oorspronkelijke teksten uit het Pali, Amsterdam (Karnak) 1990-3e druk, 156 pp.
Thich Nhat Hanh, Het hart van Boeddha’s leer: Van pijn en verdriet naar vreugde, inzicht en zelfkennis, Haarlem (Becht) 1999, 279 pp.
Kogen Mizumo, Basic Buddhist Concepts, translated by Charles S. Terry and Richard L. Gage, Tokyo (Kosei) 1996-6e druk (1987-1e), 175 pp.
Idem, Essentials of Buddhism: Basic Terminology and Concepts of Buddhist Philosophy and Practice, translated by Gaynor Sekimori, with a foreword by J.W. de Jong, Tokyo (Kosei) 1996, 291 pp.
Peter Harvey, An Introduction to Buddhism: Teachings, history and practices, with Appendix on Canons of Scriptures, Notes, Bibliography, Indices, Cambridge e.a.a. (Cambridge University Press) 1990, 374 pp.
Peter Harvey (ed.), Buddhism, with Indices, London / New York (Continuum) 2001, 329 pp.
Heinrich Dumoulin, Understanding Buddhism: Key Themes, Transl. and adapted from the German [Begegnung mit dem Buddhismus – namelijk de gedeelten die nog niet vertaald waren en voorkwamen in de uitgave Encounter with Buddhism 1974, repr. 1990] by Joseph O’Leary, New York / Tokyo (Weatherhill) 1995-2e (1994-1e)

Het boek Wat de Boeddha onderwees van Walpola Rahula is zeker geschikt voor een kennismaking met belangrijke ideeën van het boeddhisme, en behandelt evenals het boek van Brazier (zie The Feeling Buddha, direct hierboven) voornamelijk de vier edele waarheden van de Boeddha. Toch zijn er grote verschillen met het boek van Brazier. Het boek van Brazier maakt op grond van nauwgezette tekststudie en zorgvuldig redeneren een reconstructie van de oorspronkelijke ervaring en boodschap van de Boeddha en past die vervolgens toe op onze tijd en cultuur. Hij beantwoordt dus naar beste weten de vraag wat de boodschap van Boeddha voor ons in onze tijd en in onze taal betekent. Rahula’s aanpak is heel anders. Hij is ervan overtuigd dat de boeddhistische levenshouding belangrijker is dan de ‘leer’, en de toon van zijn boekje is daar een sprekend getuigenis van. Zelfs zo dat dit boekje in alle verschillende richtingen van het boeddhisme geprezen wordt als een betrouwbare raadgever op het gebied van de boeddhistische ideeën. Dit heeft alleen wel een prijs. Rahula baseert zich weliswaar op de belangrijke teksten, soetra’s en verhalen over de Boeddha en hanteert ook de bekende namen en begrippen uit het boeddhisme maar zodra hij een punt raakt waar verschillen van mening over zijn, strijkt hij plooien liever glad door uit te wijken naar een vrome interpretatie. Die laatste doet dan echter vaak geen recht aan het probleem dat er verschillen zijn, niet alleen tussen verschillende richtingen binnen het boeddhisme maar vooral tussen de historische waarheid en de ‘algemene leer’ die verondersteld wordt datgene te zijn wat de Boeddha zelf heeft onderwezen. Maar wat eigenlijk vaak niet het geval kan zijn omdat de Boeddha die woorden nooit zo gebruikt kan hebben. Hij omzeilt dus de vragen waar Brazier mijns inziens zo goed een antwoord op zoekt en vindt. Aan de andere kant is heel begrijpelijk dat het boek van Rahula lange tijd de aangewezen bron voor een eerste kennismaking met het boeddhisme is gebleven. De geest van het boek – namelijk van de auteur Rahula zelf – is voortreffelijk, in de zin van menselijk, relativerend, behulpzaam waar mogelijk, informatief in vele opzichten, en voor niemand kwetsend. Maar zijn boekje geeft meer een antwoord op de vraag wat de boeddhistische richtingen met elkaar gemeen hebben dan op de vraag of dit nu de oorspronkelijke boodschap van de Boeddha is. Dat is het mijns inziens niet, en daar geeft het boek van Brazier dus een echt, en goed antwoord op. Daar staat tegenover dat we ook van de navolgers van Boeddha vast het een en ander kunnen leren, en daarbij is het boekje van Rahula een welkome, betrouwbare en leesbare, zij het onvolledige introductie. Diegenen die een grootste gemene deler van de grote stromingen van (althans van het voornamelijk traditionele en conservatieve deel van) het boeddhisme zoeken, kunnen bij Rahula goed terecht. Een sterk pluspunt van het boek van Rahula zijn een flink aantal belangrijke teksten achterin, éénderde van het boekje (die prachtige en relevante teksten verdienen aanzienlijk meer toelichting en uitleg dan Rahula in dit korte bestek kan geven). Het boek van Rahula is verder voortreffelijk vertaald door Robert Hartzema. Rahula wijst er trouwens zelf op dat etiketten als ‘boeddhisme’ er minder toe doen dan de werkelijkheid waar het om gaat (19). Ook al noem je een roos geen roos, de geur heb je gelukkig toch. Moederliefde is moederliefde, en daar hoef je verder geen boeddhistisch of ander etiket op te plakken. Maar zo komen al gauw wat vragen onder het tapijt te liggen en voor de antwoorden moet je niet bij Rahula zijn maar bij anderen. We kunnen via dit boekje veel traditionele kernelementen en begrippen van het boeddhisme leren kennen, maar wat Rahula erover zegt kan beter niet voor iedereen het laatste woord zijn. Het zijn echter wel de opvattingen die door de meeste boeddhisten in de loop van de geschiedenis er op na gehouden zijn. In het bijzonder de praktijk – die belangrijker is dan de theorie! – leer je uit een boek natuurlijk niet kennen; een praktijk waarvan de geest anderszijds in dit boek en bij zijn auteur zeker te vinden is. En daar ging het Boeddha nu juist om, als ik het goed begrijp, zie opnieuw het toch veel actuelere boek van Brazier.
Thich Nhat Hanh behandelt in zijn boek Het hart van Boeddha’s leer behalve de vier edele waarheden waaronder het achtvoudige pad ook een groot aantal andere kernelementen van de boeddhistische leer zoals de drie ‘lichamen’ van de Boeddha, de drie juwelen (Boeddha, Dharma, Sangha), de vier onmetelijke brahmavihara’s (liefde, mededogen, vreugde, gelijkmoedigheid), de twaalf schakels van de ketting van het wederzijds-afhankelijk-ontstaan van alle verschijnselen en vele meer. Dit boek is vooral praktisch gericht op het wekken van vertrouwen en inzicht bij de lezer om zelf het pad van mentale groei en solidariteit met alle wezens en de hele kosmos te gaan. Het biedt ook veel inzichtelijke schema’s. Je kunt er vele begrippen en hun betekenis met bijbehorende verhalen uit leren kennen. Een mooie brug tussen eeuwenoude tradities en de moderne tijd. Maar het gaat niet op theoretische, kritische, wetenschappelijke of persoonlijke vragen in, het blijft bij een uitgebreide, heldere en prettige praktische toelichting van genoemde kernelementen. Dat is niettemin heel wat! Dat blijkt ook uit het uitvoerige en handige register.
Mizumo is een vooraanstaande Japanse boeddhistische professor geweest in de talen van het oude India, en in het boeddhisme. Hij kent het oude boeddhisme op zijn duimpje, en kan de geschiedenis en de opvattingen ervan in al hun diepte en verschillen weergeven op basis van zijn grote kennis van de bronnen zelf. Dat doet hij bovendien buitengewoon helder. De kracht van zijn boeken is de helderheid en de directe betrokkenheid op de bronnen. Ook al zijn de traditionele opvattingen zijn uitgangspunt, hij geeft heel overzichtelijke reeksen argumenten en variaties. Zodat de lezer over het algemeen heel goed zelf conclusies kan trekken en dat blijft het meest waardevol. Zijn boekje Basic Buddhist Concepts is kleiner en bevat een wat meer historische benadering. Zijn boek Essentials of Buddhism biedt schitterende overzichten van de opvattingen van het eerste millennium van het boeddhisme, in het bijzonder van de belangrijkste ideeën, voorstellingen en begrippen. Er is heel veel bij wat men niet gauw elders in die uitgebreide vorm en van die kwaliteit zal aantreffen. Beide boeken bevatten een index, het laatstgenoemde uitgebreide en meerdere.
Harvey’s boek Introduction is al weer van 1990. Het is een handig overzicht van geschiedenis, vele vroegere en latere ontwikkelingen die de achtergrond vormen van ons bekende stromingen en ideeën, en tevens thematische behandeling van belangrijke uiterlijke elementen als devotie, ethiek, organisatie, meditatie, evenals verspreiding in Azië enerzijds en invloeden, behandeling en transformatie in het ‘Westen’ anderzijds. Met veel noten, bronverwijzingen, een overzicht van de belangrijkste verzamelingen en uitgaven van geschriften, en de vertalingen ervan. Harvey zit zowel op het spoor van het informeren over historische en andere feitelijke achtergronden als van het verwerken daarvan met het oog op zowel wetenschappelijke studie in het Westen als het ondersteunen van Westerse leken-geïnteresseerden in hun kennisname en betrokkenheid bij de boeddhistische tradities en inspiratie. Daarbij moet hij zich uiteraard beperken en dat betekent vaak dat hij wel veel gevarieerde informatie geeft maar aan systematische verwerking vaak nog nauwelijks toekomt. Dat mag waarschijnlijk ook nog niet verwacht worden in dit stadium. Zijn werk is een stadium waarop anderen weer voort kunnen bouwen, en we kunnen zien dat het een fase verder is dan in de tijd van pioniers als Conze. We kunnen ongetwijfeld verwachten dat de toename van kennis en van de verwerking ervan enorm zal zijn de komende jaren, zoveel bronnen worden toegankelijk gemaakt en zoveel studie wordt er aan besteed en zoveel mensen zijn het boeddhisme gaan beoefenen. Harvey levert daar een grote bijdrage aan door wat hij in dit boek aan geïnteresseerden aan oriëntatie en informatie biedt, zij het – in dit boek – nog niet veel aan systematische verwerking en nieuwe inzichten.
Dat ligt heel anders in het verzamelwerk Buddhism dat iets meer dan een decennium later verscheen. Harvey redigeerde een boeiend werk van meerdere auteurs over belangrijke aspecten van het boeddhisme in zijn historische verschijningsvormen en systematische aspecten. Niet alleen komen nu veel moderne vraagstukken expliciet aan de orde, onder andere over de verhouding van godsdienst en samenleving, over de verhouding van godsdiensten onderling, over ethiek, over de moderne vorm van diverse boeddhistische praktijken en vele meer, maar ook worden een aantal thema’s expliciet behandeld als de geschriften, de mens en zijn heil, het heilige en de goddelijke wereld, de overgangsriten, de devotie, en opnieuw veel ethische vraagstukken als de wijze van ethische besluitvorming, de positie van vrouwen, kosmologie en symboliek. Door deskundige auteurs, met verwijzingen naar verdere literatuur in de noten, en met registers op namen en begrippen. Het is duidelijk dat deze onderwerpen een aanzienlijk publiek hevig bezig houden en dat deze discussies nog voortduren, inclusief het op gang komen van wetenschappelijke meningsvorming en achtergrondstudies. Harvey geeft daar een overzicht van in het eerste hoofdstuk. Kortom, dit lijkt een boek met veel goede informatie.
Van de hier genoemde werken – van Rahula tot en met het laatst behandelde van Harvey – heb ik er nog geen helemaal kunnen lezen, op de Introduction van Harvey en het hieronder nog genoemde boek van Dumoulin na. Toch wil ik niet langer wachten ze te noemen: zo kan een lezer(es) er wellicht haar of zijn voordeel mee doen, ook al geef ik slechts algemene aanduidingen van hun kwaliteiten. Verder verwijs ik graag naar de literatuurlijst Boeddhisme voor beginners waarop ook enkele boeken voor gevorderden vermeld zijn. In relatie tot de hier besproken boeken denk ik vooral aan de daar genoemde boeken van Thich Nhat Hanh (inhoudelijk en praktisch sterke uitleg van basis-soetra’s), Brazier en Mu Soeng (historische en inhoudelijke inleiding).
Het boek Understanding Buddhism van Dumoulin is een boek met min of meer losse hoofdstukken over interessante thema’s in het boeddhisme in vergelijking met het christendom en het Westerse denken. Het probeert die thema’s te interpreteren voor Westerlingen. Maar doet dat op een synthetiserende wijze, die wel sympathiek is maar toch sterk bepaald door de theologische (rooms-katholieke) achtergrond van de auteur. Daardoor worden sommige punten interessanter – er kunnen enkele boeiende vergelijkingen gemaakt worden – maar andere komen niet uit de verf of gewoon niet aan de orde. Dit is dus zeker geen inleidend boek, wat je uit de titel wel zou kunnen afleiden. En je hebt er vooral iets aan als je een rooms-katholieke achtergrond hebt. Overigens is Dumoulin een scherp opmerker die interessante waarnemingen weet te doen. Maar dit is beslist niet een hoofdwerk zoals zijn beroemde History of Zen-Buddhism in twee delen. Interessant maar geen must. Vooral niet als je bedenkt dat Dumoulin eigenlijk vooral schrijft vanuit zijn wetenschappelijke kennis en niet speciaal voor diegenen in het Westen die zich erg tot het boeddhisme aangetrokken voelen. Hij is echt van een vorige generatie en vooral interessant voor specialisten.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.