BK-Books.eu » Besprekingen » A Buddhist Critique of Transnational Corporations

Bespreking van...

David Loy, ‘A Buddhist Critique of Transnational Corporations‘, alleen op internet: www.bpf.org/loy-corp.html , plm. 7 pp.

Korte inhoud: Grote internationale ondernemingen (multinationals) zijn economisch even groot als de staten, maar hebben minder verantwoordelijkheden en grotere vrijheden. De opkomst van de moderne staten en die van deze ondernemingen is hand in hand gegaan met de opkomst van het koloniale tijdperk sinds de ontdekkingsreizen van Columbus en Vasco da Gama, die al snel handelsreizen werden. In feite hebben de ondernemingen heel veel te vertellen in de politiek, maar veelal achter de schermen. De juridische status en structuur van ondernemingen (geheel onpersoonlijk, maar met dezelfde rechten als van juridische personen) is zo vrij en zo sterk dat zij in principe onsterfelijk zijn want zich steeds kunnen omvormen, en zo ongrijpbaar blijven. Evenals de ondernemingen zelf zijn hun leiders niet in een positie om maatschappelijke verantwoordelijkheden te nemen want daarmee schaden ze zichzelf (hun winstmarges) en zetten zichzelf buiten spel. De grote invloed op het leven van mensen (werknemers, omgeving enzovoort) wordt niet geëvenaard door verantwoordelijk gedrag, tenzij vrijwillig en zolang het duurt. Daarom kunnen we ons afvragen of we deze structuur van ondernemingen willen handhaven of fundamenteel willen omvormen zodat zij verantwoordelijk zijn aan de gemeenschap waarbinnen zij functioneren, in plaats van een gevaar voor de toekomst.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens. Ik woonde, studeerde en werkte verder in Middelburg, Goes en plaatsen in de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht. --- Vanaf 1965 studeerde ik theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij † prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie "Publicaties" in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden. --- Sinds 1967 ben ik samen met Nel Knip. Haar waarde en betekenis voor mij is zo groot dat die niet in woorden uit te drukken is. Wij zijn samen ook ouders en schoonouders van twee kinderen en hun partners en grootouders van hun vier kinderen; met hen maken wij deel uit van onze grootfamilies, vriendenkringen en bredere woon- en leefomgevingen. --- Deze publieke site verwijst naar mijn publicaties en algemene achtergrond, via eerder door mij geschreven teksten. Publieke afspraken en activiteiten buiten de kring van familie en vertrouwden zijn (net als die erbinnen) zo strikt vertrouwelijk en privé als mogelijk en nodig. Dat impliceert instemming met geheimhouding waar mogelijk en wederzijds respect bij eventuele bekendwording (door welke oorzaak ook). Het betekent vooral dat contacten zo mogelijk alleen in de privésfeer aangegaan worden, omdat alleen die aan haar eigen kwetsbaarheid recht kan doen.