BK-Books.eu » Berichten » “Bijbel” verbergt historie onder onjuistheid en eenzijdigheid: “HEER” is zeker niet de enige naam voor God en zijn Vrouw, hun nazaten en verwanten

“Bijbel” verbergt historie onder onjuistheid en eenzijdigheid: “HEER” is zeker niet de enige naam voor God en zijn Vrouw, hun nazaten en verwanten

Laat ik beginnen met te verwijzen naar een vertaling in het Nederlands van de “Bijbel” (dit woord betekent niets anders dan “[samen gepresenteerde selectie van] boeken”): de Bijbel in gewone taal van het Nederlands Bijbel Genootschap uit 2014. Deze vertaling bevat geen onnodig ouderwetse woorden waardoor de lezer veel beter begrijpt wat oorspronkelijk gezegd of geschreven werd. Het NBG noemt deze vertaling in het Voorwoord de duidelijkste vertaling die in het Nederlands beschikbaar is. Ik onderschrijf dat. Overigens is het kernprobleem met alle “bijbels” dat het eigenlijk grabbeltons zijn, want verzamelingen van buitengewoon uiteenlopende teksten uit heel erg uiteenlopende perioden (die meestal eindigen in de periode dat de kerken staatskerk werden …) en groeperingen. Er staan zeer (!) veel elkaar tegensprekende teksten in (ooit prachtig op een rij gezet in een serie artikelen van Maarten ’t Hart in de NRC); dat is niet altijd erg, want onze hele werkelijkheid ofwel belevingswereld kunnen wij slechts aanduiden door woorden een betekenis te geven die niet dubbelzinnig is maar die tegenovergestelde of andere betekenissen uitsluit. De verzameling boeken die in de bijbelbanden van de bijbels verenigd zijn, is dan ook niet bedoeld als eenduidig fundament voor kerkleraren of eenduidige grondwet voor kerkbestuurders, maar door die beide laatste wel vaak zo opgevat en gehanteerd. En waar dat niet gebeurde werden de niet in de bijbel opgenomen (meestal bewust weggelaten!) geschriften helaas toch maar heel weinig meer gelezen en gebruikt. Dat vergemakkelijkte het aanpassen van de teksten en de uitleg aan de tijdelijke en plaatselijke behoeften van geestelijken en bijbellezers maar kwam ook neer op steeds geringere samenhang van de uitleg met de oorspronkelijke betekenis van de teksten. Om nog iets ergers te melden: de teksten werden keer op keer aangepast aan nieuwe, beter in de nieuwe context van tijd en plaats passende, betekenissen: de tekstgeschiedenis maakt overduidelijk welke functie deze aanpassingen hadden in de strijd om macht tussen religieuze groeperingen, of aanpassing aan opvattingen die beter in de omgeving en de tijd pasten dan de “oude”. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn:

    • het wegpoetsen van de vrouwelijke godin(nen) naast El en naast zijn zoon JHWH
    • de toekenning van goddelijk gezag aan representanten van de “ware” traditie en het bestrijden van “valse” tradities
    • het wegpoetsen van spirituele tradities (zoals het vereren van de godin, en het spirituele contact met de hemel via hemelreizen en visioenen) die niet pasten bij het voorop stellen van de (Deuteronomistische) wetten (dit leidde tot splitsingen in het religieuze leiderschap waarbij de wettische richting won en de spirituele richtingen – waaronder die welke openstonden voor verering van de godin – letterlijk verdreven werden); spirituele tradities inspireerden vaak individuen en groepen die hun innerlijke vrijheid opeisten, en dat paste kennelijk niet bij de meer wettische samenstellers van de “vijf boeken van Mozes”, en van het Oude Testament of de Tenach (zo viel de hele traditie van de Henochitische geschriften uit de boot, op wat verwijzingen in de Profeten na; zonder die traditie zijn de bestaande bijbelboeken echter helemaal niet te begrijpen! – tenzij je dat ook liever niet wilt of alleen op jouw manier, namelijk voorgeschreven door de “ware” traditie van je voorvaderen (!) of van je huidige geestelijke)
    • het niettemin opnemen van vele tegengestelde richtlijnen (lof voor welvaart en rijkdom naast bescherming van de arme tegen onrecht door de rijken; en vele andere), zowel ethische als politieke.

Juist doordat er veel tegenstellingen werden gehandhaafd werden de “bijbels” (onder uiteenlopende namen in Jodendom, Christendom en deels in de Islam) prachtige handboeken waar geestelijke leiders alle kanten mee op konden. Maar de spirituele die er niet bij pasten (zie het rijtje hierboven) waren er vaak al uitgefilterd!

In de meeste kerkgenootschappen (wat een vreselijk woord) wordt een andere vertaling gebruikt, meestal ook een recente van het NBG (maar niet “in gewone taal”!) of een herziene dat wil zeggen licht gemoderniseerde versie van de Statenvertaling uit het begin van de zeventiende eeuw. Uit een toelichting op die meestal in de kerken gebruikte* – dus niet in gewone taal vertaalde! – (2021) bijbelvertaling van het Ned. Bijbel Genootschap citeer ik:

“Een vertaling is geen kopie van een tekst, en kan dat ook niet zijn. Het is een belichting van de originele tekst die ook zélf iets te vertellen heeft. Vertalen is zoeken, afwegen, missen en raken. Dit samenvatten als ‘verraden’ doet geen recht aan het vak.” (cursivering van mij, BK).

* Naast de Statenvertaling uit het begin van de zeventiende eeuw (een klein beetje aangepast aan later woordgebruik) is de NBG vertaling uit het begin van de eenentwintigste eeuw de meest gangbare, in dit bericht gaat het over de allernieuwste wijzigingen.

In dit citaat werd verwezen naar het gezegde ‘vertalen is verraden’. Het citaat legt uit wat dit gezegde betekent maar dat het geen verraad is. Ik meen dat het niettemin belangrijk is opvallende riskante aspecten van een vertaling niet weg te poetsen maar waar mogelijk helder te maken. En ten slotte zal ik met een voorbeeld aangeven dat de genoemde nieuwe NBG-vertaling en zijn directe voorganger het hier en daar wel degelijk bont maken.

Het belangrijkste is misschien wel inzien dat de lezers altijd degenen zijn die betekenis en eventueel gezag aan een tekst toekennen. En dat er geen groep lezers is aan te wijzen die voor alle teksten van “de” bijbel ooit dezelfde is geweest, met andere woorden dat er geen voor eeuwig geldige neutrale of objectieve “lezing” is geweest. Er bestaan immers al even veel variante samenstellingen van “de” bijbel als variante groepen die hun groepstradities en -opvattingen op hun keuze voor een bepaalde samenstelling wilden en meenden te kunnen baseren, altijd met uitsluiting van telkens een ander deel van de kandidaatteksten voor opname. Exclusiviteit maakt deel uit van de keuze voor een bepaalde bijbelsamenstelling. Ik haast me daaraan toe te voegen dat dit geen probleem is zolang men erkent en in praktijk brengt dat dit een bewuste beperking is waaraan niemand gebonden hoeft te zijn. Net als de eerste samenstellers zijn ook alle latere lezers immers vrij in het maken van zulke keuzen. Waarbij het dus belangrijk is welke redenen men voor die keuze heeft.

Die redenen zijn beslist niet altijd of liever bijna nooit het werpen van licht op de feitelijke geschiedenis (opgevat als zo goed mogelijk passende reconstructie bij de historische feiten). “De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars.” Maar de feitelijke geschiedenissen omvatten ook die van de verliezers. Die we onder meer terugvinden in de niet in “de Bijbel” terechtgekomen teksten, en dat zijn er heel wat. En die werpen bovendien een heel bepaald licht op de keuzes voor bepaalde opvattingen die bij de samenstelling van “de Bijbel” gemaakt werden. Soms zijn die keuzes inclusief en dus universeel (alomvattend) bedoeld maar soms ook heel exclusief en dus particulier (beperkt en eenzijdig). Verwarring hierover ontstaat onder meer omdat men de oorspronkelijke bedoeling van die keuze soms verwisselt met (en dan mogelijk opoffert aan) de latere uitleg. Er is niet bij voorbaat (ook niet achteraf) één geldige uitleg aan te wijzen. Maar wel een meest waarschijnlijke opeenvolging van uitleggingen, namelijk als die corresponderen met de historische gebeurtenissen in dezelfde tijden (van hun ontstaan én van hun latere functioneren).

Mijn vraag is dan welk licht die verschillende bijbels (verzamelingen religieuze geschriften) werpen op de afwisselingen van vrede en oorlog, van goede en slechte belevenissen en handelingen, en misschien wel veel meer zaken die van belang zijn voor het begrijpen van en leven in heel de werkelijkheid (alles wat wij al kennen of nog zouden kunnen ontdekken of  vermoedelijk al te weten zullen komen). En of wij lezers of liever de lezers van die verschillende verzamelingen geholpen zijn met het lezen ervan.

Zo zijn er bijbelteksten over de meest interessante maar ook verschillende zaken. Ontstaan en toekomst van de hele wereld inclusief haar bewoners; geschiedenissen van die bewoners speciaal die van die van Palestina en de landen er om heen; dromen, visioenen en voorspellingen; voorschriften voor onderdelen van de vieringen door het jaar heen; regels hoe mensen met elkaar zouden moeten omgaan. Bijzonder dat van die teksten zowel in als buiten de bestaande “bijbels” uiteenlopende verzamelingen bestaan. Dat geldt niet minder voor Hebreeuwse voor-ballingschappelijke als voor Joodse na-ballingschappelijke teksten (behalve de Geschriften ook de Profeten; en later de Babylonische en Jeruzalemse Talmoeds), christelijk-joodse en byzantijns-christelijke teksten uit de hellenistische tijd (ook nog eens in een veelvoud van talen waaronder oud-syrisch). En nadat de groep van de “katholieke” christenen daar hun Nieuwe Testament aan toevoegden deden de volgelingen van Mohammed (die de belangrijkste boekverzamelingen van joden en christenen overnamen) dat met diens in de Koran vervatte boodschappen.

Nogal opvallend is dat latere afsplitsingen van de oorspronkelijke tradities hun eigen toevoegingen hebben. Kortom: gezag van religieuze leiders en geleerden kan in de Abrahamitische godsdiensten (grofweg joden, christenen en islamieten in vele grotere en kleinere varianten) niet op de geschriften van die tradities gebaseerd worden maar op de pretentie van de religieuze leiders (in het christendom noemen zij zich ook theologen) dat zij de geïnspireerde uitleg kunnen bieden. Die is echter nooit op een verzameling van de teksten zelf te baseren want die verzamelingen zijn per definitie uiteenlopend. Vandaar dat elke stroming weer zijn eigen leer heeft geformuleerd met samenvattingen voor de gewone gelovigen om uit het hoofd te leren (bijvoorbeeld lijsten met vragen en antwoorden zoals de beroemde catechismussen van roomskatholieke en protestantse kerken).

Nu is er niets op tegen wanneer een groep mensen voor bepaalde opvattingen en bijbehorende “heilige geschriften” kiest. Mits zij het gezag daarvan beperken tot hun eigen kring zover die zich niet met de maatschappij als geheel bemoeit. Dat laatste is helaas zelden het geval: vrijwel altijd hangt met de aanhankelijkheid of keuze van een “gelovige” samen dat ook voor ideologische horigheid gekozen wordt in de meest ruime zin (apart onderwijs, politieke partij enzovoort, tot en met wetenschappelijk onderwijs hoe vrij dat in beginsel ook zou mogen zijn). Dit illustreert dat daarbij een groot risico van exclusiviteit is. Aanhangers die neiging tot meer inclusieve opvattingen hebben (waarbij de apartheid hoe reëel in een aantal opzichten ook, ten diepste virtueel – inclusief – is en niet absoluut ofwel exclusief) worden zoniet geëxcommuniceerd dan toch praktisch vrijwel monddood gemaakt. Wat in het ‘moderne’ Westen de ‘scheiding van kerk en staat’ heet, is een gotspe of leugen, afhankelijk van het standpunt van waaruit je het bekijkt: er zijn juist altijd zoveel overlappingen tussen beide, en vooral ongeziene (!), dat het erg belangrijk is om de grens tussen wat bekend mag zijn en wat nog geheim lijkt te moeten blijven, heel goed in de gaten te houden. Omgekeerd dient gezegd te worden dat het altijd direct op straat gooien van gevoelige informatie die schadelijk kan zijn, ook niet de regel hoeft te zijn. Wanneer onwaarheden en leugens misstanden in stand houden, is daar wel iets voor te zeggen, maar als nieuwe schade waarschijnlijk is, is het beter dat goed af te wegen alvorens de informatie in de openbaarheid te brengen.

Alvorens nog meer of verdere conclusies te trekken kom ik terug op het meest schrijnende voorbeeld van bovenstaande opvattingen en gedragingen: de neiging van “bijbelvertalers” – in dit geval die welke de 21e-eeuwse NBG-vertalingen maakten – om met het oog op de uniformiteit van de opvattingen van de gelovigen (die voor de religieuze leiders een belangrijke factor kan zijn om onder het eigen gezag voldoende eenheid in de eigen groep te bewerkstelligen) bepaalde uiteenlopende varianten te verdoezelen of liever gelijk te trekken. Alsof de “heilige schriften” de dogmatiek van de religieuze leiders preken! U zult zeggen dat dat niet voorkomt, maar dan moet ik u teleur stellen. En wel op een van de meest centrale woorden in de bijbels, de woorden voor de Allerhoogste. Jodendom, christendom en islam worden niet voor niets monotheïstische religies genoemd; zij worden gekenmerkt door afwijzing van meergodendom, zij het dat in alle drie diverse voorbeelden van godinnen en zelfs vele van meerdere goden voorkomen die naar wordt beweerd het monotheïsme niet aantasten. In de islamitische Koran is de auteur van enkele soera’s zich bewust van drie godinnen die in het bewustzijn van Mohammed een rol gespeeld zouden hebben (waarover Salman Rushdie zijn boek De Duivelsverzen schreef). In de Hebreeuwse tradities is Ashratah van oudsher en in vele tradities een belangrijke godin geweest, waarvan in de opgravingen veel is terug te vinden. Maar ook in de Hebreeuwse en Joodse heilige (en niet minder buitenbijbelse) tradities is de rol van de echtgenote van God – vaak Wijsheid (Chochmah) geheten maar zij heeft meer namen – duidelijk terug te vinden, zij het dat zij uit vele daarvan speciaal de bijbelse, is weggepoetst (net als de genoemde drie godinnen uit de Koran). En eenzelfde gebeuren is aanwijsbaar in vele christelijke tradities. De wijsheid (Sophia) en Maria worden volop vereerd in het oosters-orthodoxe christendom, Maria en Maria Magdalena in diverse vroegchristelijke stromingen en in het rooms-katholieke christendom. En dat zijn niet de enige voorbeelden. Trouwens, ook de Ene god van de bijbel bestaan niet uit één persoon: De god Jahweh (door religieuze joden niet uitgesproken maar met “adonaj” – “heer” – aangeduid) was zoon van de god El (beiden hadden echtgenotes), en naast deze namen voor de ene ‘god’ die er later in werd gezien komen nog andere namen voor die ene god voor (zie speciaal het Wikipedia-artikel “El (god)” hierover). Met andere woorden: wie het zo voorstelt alsof de drie monotheïstische godsdiensten het veelgodendom of polytheïsme werkelijk achter zich hadden gelaten hebben het mis. In feite zijn zij er nog van doordrenkt, en dat is de vruchtbare bodem van tendensen om de matriarchale elementen in deze drie godsdiensten weer meer recht te doen na lange tijden van eenzijdige patriarchale overheersing en onderdrukking. Als ik hieraan toevoeg dat de modernste Nederlandse bijbelvertalers met al hun kennis en wijsheid er voor gekozen hebben om de diverse bijbelse godsnamen die hierover echt verschillen en in wezen ook niet een  monotheïsme vertegenwoordigen, allemaal met hetzelfde woord “heer” in hoofdletters te vertalen, dan gaat bij u neem ik aan toch wel een lampje branden. Met het reduceren van vele goden tot één werd de historie en de werkelijkheid onrecht aangedaan – behalve voor wie er voor kiezen bewust met deze keuze te leven. Iets dat deze tradities gemiddeld al enkele duizenden jaren doen, maar of dat nog veel toekomst heeft? De geschiedenis wijst uit dat wie de bordjes verhangen, dat zelf kan overkomen. Zoals overigens altijd wel gebeurt, na een tijd. Beschavingen komen en gaan, en daar is niets vreemds aan. Het is wel zaaks ons bewust te zijn van hoe wij in die veranderingen staan en hoe wij er mee omgaan. Liefst niet door de historische werkelijkheid te verdoezelen wat mij betreft. Eerder door de rijkdom ervan te leren kennen en er iets aan te ontlenen of mee te doen.

Ten slotte: de teksten zelf waarover ik het hier heb, zijn vaak heel erg interessant ook los van hun plaatsing of opname in een verzamelband (en wie ze op welke wijze dan ook achteraf in zo’n nieuw verband zet, is daar vrij in mits niet tegelijk beweerd wordt dat dat “historisch” klopt: het klopt alleen zover diegene er een eigen versie van de historie van maakt, een proces dat nu eenmaal onderzocht kan worden, zoals rechtbanken dat voorzichtig – want het blijven pogingen – doen om ‘waarschijnlijk werkelijke’ gebeurtenissen te achterhalen). Zeker als we de  historische context ervan in aanmerking nemen, zover die ons (hopelijk steeds  meer) duidelijk wordt. En dat er in geen enkele taal woorden zijn die niet meerduidig opgevat kunnen worden (alleen al omdat zij hun veronderstelde tegendeel ook omvatten, tenzij het woorden zijn die alles en – dus – niets tegelijk zeggen), is het verstandig om teksten alleen te gebruiken binnen telkens opnieuw af te spreken grenzen van hun betekenis (omdat er nog geen voor altijd vastliggende betekenis bekend is; die bestaat namelijk alleen door afspraak of gewoonte).

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- Deze site bevat overblijfselen van afgesloten publieke activiteiten. --- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens op Walcheren. Ik woonde en werkte verder in Middelburg, Goes en plaatsen in de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht. --- Mijn oudste persoonlijke vermelding in het telefoonboek was "(Onder)zoeker van de wegen van het hart"; op dit moment zou ik schrijven: "van de verbondenheid - zonder en met woorden - van alle verschijnselen inclusief u en mij". --- Omdat die kwalificatie nogal een aanmatiging is (ik ben immers minstens even verbonden met alles als "apart deel" van alles), verkies ik als aanduiding "Boudewijn Koole - aspirant". Want zolang het einde van "mij" niet in zicht is, kan "ik" moeilijk beweren dat mijn ervaring anders dan als een streven op te vatten is. Dat streven is: laat mij spreekbuis zijn of kanaal waardoor bewustzijn zich ontplooit en verwerkelijkt. Het allerwonderlijkste: met u/ jou die dit nu leest, met u/ jou ben ik nu ook verbonden! En wij samen weer met ...