BK-Books.eu » Berichten » Persoonlijke herinneringen: hoe belangrijk of zelfs noodzakelijk is het om ze met anderen te delen?

Persoonlijke herinneringen: hoe belangrijk of zelfs noodzakelijk is het om ze met anderen te delen?

Laat ik als uitgangspunt voor dit ‘bericht’ de stelling nemen dat persoonlijke ervaringen allereerst persoonlijk en privé zijn en als zodanig niet publiek maar door iedere persoon zelf verwerkt mogen worden. Of moeten worden, als het herinneringen zijn die zich steeds opdringen.
Mijn mening of indruk hierover heeft zich ontwikkeld van het vanzelfsprekende recht op privacy tot – van een heel andere kant bekeken – het in rekening brengen van de verbondenheid van alle mensen en verschijnselen met elkaar. Als ik die laatste als uitgangspunt neem, dan is het innerlijke, ‘persoonlijke’ welzijn van anderen net zo belangrijk voor mij als andersom.
Uiteraard is het een terechte publieke afspraak, althans die is gemaakt en geldt momenteel (!), dat privacy niet geschonden mag worden. Lees dit goed: het is een publieke afspraak, gebaseerd op publieke moraal en zelfs omgezet tot in rechtsregels toe.
Aan de andere kant is de vraag hoe we recht kunnen doen aan genoemde verbondenheid ook voor elkaars innerlijke, ‘persoonlijke’ welzijn. Dat kunnen we niet door er uiterlijke afspraken over te maken (zoals publieke moraal en rechtsregels) maar alleen door er innerlijk besef van te hebben en te ontwikkelen, en dat besef ook in rekening te brengen in ons hele gedrag.
Hoe doe je dat? Kan dat wel? Niet door collectief of individueel van buiten af gedrag aan te leren. Wel door je individueel (of bewust als individuen gedurende een bepaalde tijd samen, zover dat qua plaats kan) daarop af te stemmen, zou ik willen opperen. Maar dat kan alleen bij opperen blijven, en bij afstemmen, en niet tot regel verheven worden die de openheid afsnijdt. Voor openheid kan geen regel gemaakt worden immers?
Toch is openheid belangrijk, zou ik denken, en is mijn ervaring. Alleen als van moment tot moment en van plaats tot plaats steeds opnieuw te ervaren mogelijkheid en te zetten ‘stap’. Van hier en nu naar dadelijk en verder. Inclusief alle uiterlijke maar ook alle innerlijke aspecten daarvan. Of zover we erkennen dat (ook) deze woorden tekort schieten (zoals alle taal begrenst – tussen het genaamde en dat wat er buiten ligt – en begrensd is): ook buiten de wereld van gangbare opvattingen en feiten die we met onze taal en onze beperkte vormen van bewustzijn met elkaar delen. Want wij delen niet alleen die, maar wij zijn nu eenmaal onderdeel van alles wat maar denkbaar is en verondersteld kan worden, ook wat we (nog) niet (of niet meer) kennen, en het zou aanmatigend zijn om onze eigen beperktheid tot norm voor anderen of zelfs tot universele norm te verheffen.
Het is dus zaak de privacy van onszelf en anderen te respecteren, en ook onze eindeloze, alomvattende verbondenheid. En ook met de dingen.
Heeft dat iets te maken met hoe we omgaan met hoop wekken en rouwen, en de toekomende plaats daaraan geven?

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens. Ik woonde en werkte verder in Middelburg, Goes en plaatsen in de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht. --- Vanaf 1965 studeerde ik theologie en filosofie (mijn afstudeeronderwerp bij † prof. Otto Duintjer was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (speciaal bij Jacob Böhme). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere 'dualiteiten' of liever 'non-dualiteiten'. Speciaal met het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost (vgl. yin en yang), met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. Deze twee publicaties zijn inhoudelijk pendant van elkaar. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden. Want waar zijn de grenzen van onze 'hele' werkelijkheid?