BK-Books.eu » Berichten » Religieuze geschriften zijn mensenwerk: ieder bewust wezen heeft de mogelijkheid een eigen rol in de werkelijkheid te ervaren en er zich toe te verhouden en (tot op zekere hoogte ook zichzelf) weer los te laten

Religieuze geschriften zijn mensenwerk: ieder bewust wezen heeft de mogelijkheid een eigen rol in de werkelijkheid te ervaren en er zich toe te verhouden en (tot op zekere hoogte ook zichzelf) weer los te laten

Religieuze geschriften zijn mensenwerk. Mensen en al hun voortbrengselen zijn net als alle verschijnselen onderdeel van het wereldraadsel, zij het met opmerkelijke kansen op bewustwording en groei met betrekking tot het alomvattende dat we mogen aannemen. Mensen noch andere verschijnselen verdienen onderdrukking. Heerschappij op basis van (doctrinaire uitleg van) religieuze geschriften is niet fundeerbaar tenzij ten koste van onnodige afgrenzingen. Jezus inspireerde mensen, net als Boeddha, maar anderen maakten daar (uiteenlopende maar ook vergelijkbare) religieuze organisaties bij. Kortom, van spirituele ervaringen en wijsheid hoeft geen doctrine afgeleid te worden. (Je kunt zelfs zeggen dat de bijbels en veel vergelijkbare geschriften eenzijdig mannelijk/patriarchaal/rationeel zijn samengesteld met uitsluiting of verdoezeling van vrouwelijk/matriarchale/intuïtieve trekken. Hierbij dient bedacht te worden dat holistisch herstel hiervan uiteraard meer of zelfs alle tegenpolen omvat. Zie onder over het besef van onderscheidingen en veranderingen.)

Vergelijk de wijze waarop Rudolf Steiner de idealen uit de tijd van de Franse Revolutie in evenwicht poogde te brengen: Broederschap in het economische vlak, gelijkheid in het juridische vlak, vrijheid in het geestelijke vlak. (Steiners ‘sociale driegeleding’)

Geweld van mens tegen mens en tegenstellingen tussen vele andere onderdelen van de werkelijkheid zijn niet altijd te voorkomen (al helpt het daar naar te streven). Geboorte en dood evenmin, evenals opkomst en ondergang van alle verschijnselen. Zelfs over de principes die we in de werkelijkheid menen waar te nemen, is geen absolute zekerheid. Dat impliceert de kans op vrijheid maar ook de waarschijnlijkheid van permanente (ondergang en) vernieuwing! Er is iets voor te zeggen dat zonder tegenstellingen niets waarneembaar zou zijn, en dat dat ook betekent dat slechts het opgeven van iedere ‘objectieve’ waarneming ons bevrijdt van lijden. Waarbij we onderscheid kunnen maken tussen opzettelijk veroorzaakt ‘onnodig’ lijden, en het loslaten van individueel (bewust)zijn als zodanig (waardoor geen onderscheid meer ervaren wordt) dat als positief of neutraal ervaren zou kunnen worden. Kortom, als we opgroeien en naar school gaan, leren we ook een ‘objectieve’ kijk op de wereld (inclusief onszelf als ‘subject’ ofwel ‘ik’) maar we kunnen het besef ontwikkelen dat die ‘objectieve’ kijk slechts een beperkt deel van ons bewustzijn is (of blijft, of zal blijken).

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens. Ik woonde en werkte verder in Middelburg, Goes en plaatsen in de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht. --- Vanaf 1965 studeerde ik theologie en filosofie (mijn afstudeeronderwerp bij † prof. Otto Duintjer was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (speciaal bij Jacob Böhme). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere 'dualiteiten' of liever 'non-dualiteiten'. Speciaal met het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost (vgl. yin en yang), met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. Deze twee publicaties zijn inhoudelijk pendant van elkaar. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden. Want waar zijn de grenzen van onze 'hele' werkelijkheid?