BK-Books.eu » Berichten » Zinnig gebruik van toekomst voorspellende en alle andere symbolische systemen

Zinnig gebruik van toekomst voorspellende en alle andere symbolische systemen

Zinnig gebruik van toekomst voorspellende en alle andere symbolische systemen
Over taalgebruik in (onder meer) toekomst voorspellende systemen en de subjectieve en objectieve waarde daarvan.

In deze tekst ga ik na dat de in voorspellende systemen gebruikte taal altijd zowel een subjectief als een objectief karakter heeft, en welke voordelen of nadelen dit kan hebben.
Voorspellende systemen bieden zonder uitzondering middels plaatjes, typeringen en woorden een variatie aan karaktereigenschappen en andere kwaliteiten in vele soorten aan als mogelijkheid om zich via de symbolische betekenis van ermee verbonden ervaringen of voorstellingen. Daarbij wordt de suggestie gewekt dat in deze spiegel het eigen karakter, de eigen kwaliteiten en de eigen toekomst van degene die deze er uit haalt, zichtbaar en kenbaar zal worden. Want iedere zoeker zal zijn zelfinzicht, zijn hoop of vrees, zijn gods-, mens- en wereldbeeld, zijn ervaringen en zijn relaties in de breedste zin van het woord projecteren op deze beelden en zo zelf de betekenis er aan toekennen, waarbij gesuggereerd en verondersteld wordt dat het betreffende systeem het totaal aan mogelijke projecties bij voorbaat omvat. (Als dit niet het geval is, hoeft niet het systeem tekort te schieten, het is immers gebaseerd op de projectie van de gebruiker. Wel kan het uitmaken voor de sterkte van de magie van het betreffende voorspellende systeem; welke magie overigens evenzeer afhankelijk is van de inzet en andere kwaliteiten van degene die het proces van de voorspelling over zichzelf aangaat.)
De voorspelling wordt dus in wezen gedaan door degene die er om vraagt! Zonder zelfwerkzaamheid doet het systeem niets. Elk systeem heeft een eigen beeld- en/of woordtaal en de historie ervan kan net als die van elke taal onderzocht en beschreven worden. In dit opzicht zijn deze systemen die informatie over karakters bieden of die helpen voorspellen, gelijk aan alle groepstalen. Ieder kent de wereld volgens de taal (woorden, beelden, tekens) van de groep waarin zij of hij is opgegroeid.
De moderne wetenschap zegt terecht dat dit geen objectieve (algemeen geldige) feiten oplevert (die gelden vermoedelijk alleen binnen strikt afgebakende gebieden waarbij de regels die afbakening vormen!). De geleverde voorspellingen worden als waarschijnlijke feiten gebracht maar komen niet zonder meer uit. Je mag deze systemen dus nooit gebruiken als voorspellingen die letterlijk zo zullen uitkomen.
Er is echter een gebruik dat heel zinvol is, namelijk in de sfeer van het subjectieve, letterlijk: van de belevingen, voorstellingen, verwachtingen enzovoort van individuen en groepen mensen. Te weten die groep mensen waarbinnen het gebruikte voorspellingssysteem (met zijn taal en beelden, of andere middelen) erkend en dus bruikbaar is (zolang die erkenning blijft).
Dat die erkenning wel eens kan veranderen of verschillen of verloren gaan, is een tamelijk algemeen bekend iets. Behalve binnen gesloten groepen die niet willen dat die erkenning hun groepseenheid doorbreekt. Hiervan wordt in de politieke sfeer gebruik gemaakt door telkens van taal te wisselen, enerzijds beter aansluitend bij ontwikkelingen in de samenleving, anderzijds beter aansluitend bij de eigen positionering. Het gebruik van taal is in die zin dus altijd riskant: de hoorders van taal willen graag iets betrouwbaars en duidelijks horen, terwijl de politici dat voorwenden te bieden maar door onduidelijkheid over de praktische invulling ofwel uitvoering erg veel ruimte over proberen te houden om een eigen koers te varen die niet altijd gunstig voor hun kiezers hoeft te zijn. In de geschiedenis van de politieke taal zijn nogal wat voorbeelden te vinden van zodanige verandering van taalgebruik dat grote delen van een bevolking hetzij in slaap gesust wordt hetzij anderszins ongeïnformeerd blijft. Wat dan achteraf weer tot opmerkelijke conclusies kan leiden in geval van bewustwording ervan.
Bij het gebruik of de beoordeling van genoemde systemen is vooral van belang dat men zich niet alleen de grenzen van de objectieve waarde en betekenissen goed realiseert (subjecten zijn emotioneel gebonden aan hun taal- en beeldenwereld, ook al is die deels altijd in verandering) maar ook dat deze systemen net als alle geloofs- en communicatiesystemen ook een waardevolle structurerende functie hebben. Zij het binnen de (altijd beperkte) groep waarvoor dat systeem een erkend geldig systeem is. (Dat die geldigheid instemming van de gebruikers behoeft, geldt alleen niet voor gebruikers binnen de genoemde gesloten groepen waarvan de leden dit recht hebben afgegeven, dan wel nooit de vraag om erkenning ervan hebben gesteld of die gekregen.)
Anders gezegd: de objectieve kant van de (hele) werkelijkheid en al haar onderdelen en de subjectieve kant ervan zijn nooit van elkaar los te maken, want zij zijn verbonden met de mogelijkheid van hun onderscheiden invalshoek.
De uitdaging is er zo bewust mogelijk gebruik van te maken. Inclusief zowel het besef dat men zich in een bepaalde ervaring of wereld of actie zal verliezen (door zich te engageren, tot en met het ‘sterven’dat daarbij kan horen) als dat juist daarin de verbinding met en de volledige verwerkelijking van het ‘al’ gelegen is. Want subject en object zijn altijd en per definitie twee zijden van één werkelijkheid.
Zo gaat de verwerkelijking van het ‘hogere’ nooit zonder die van het ‘lagere’. Bijvoorbeeld verwerkelijkt het ‘hogere verstand’ (intuïtie) zich nooit los van het ‘lagere verstand’ (ratio). Zoals die beide zich als ‘bewustzijn’ nooit verwerkelijken los van hun concrete ‘zijn’. En dit geldt ook voor wie zich (en als wij dit ons!) niet realiseren. Of liever: dit slechts realiseren binnen ons beperkte ofwel kleine bewustzijn.
Het is van het grootste belang om, bij ons zoeken van antwoorden op onze vragen, te beseffen binnen welke ‘kaders’ – zowel concreet als in woorden, beelden of welke andere tekens dan ook, tot en met de meest subtiele – wij ons bewegen. En als dit er meerdere tegelijk zijn (zoals meesstal het geval is, wij wisselen immers voortdurend van innerlijke en uiterlijke omgevingen) is dit des te belangrijker!
Net zo min als zogenaamd objectief-wetenschappelijke kennis (van de ‘moderne wetenschappen’ sinds Descartes) mogen wij subjectief-wetenschappelijke kennis als enig ware methode poneren. Zij gelden alleen binnen hun eigen bereiken. Zoals alle voorspellings- en zelfkennissystemen in bijvoorbeeld de Westerse culturen: runen, tarot, karaktervoorspelling, levenslot voorspelling enzovoort. Toch neemt dit niet het feit weg dat gebruikers erdoor op het spoor komen van hun innerlijke voorkeuren, en zich daarbij mogelijkheden en wegen kunnen voorstellen die bij hun innerlijk (van dat moment of zelfs veel omvattender) kunnen passen.
Dat geldt uiteraard niet alleen voor de genoemde systemen maar voor elk vergelijkbaar gebruik van voorstellingen, begrippen, woorden, enzovoort. Bijvoorbeeld getallenleer, getallensymboliek toegepast op oude teksten enzovoort. Beslissend is verder of de leider van deze processen (die meestal ook als geestelijk leraar/lerares of voorspeller/-ster optreedt) met deze processen zo omgaat dat de deelnemer er veilig in is, dan wel onbewust in een bepaalde richting gestuurd wordt die meer met de context van de groep(en) om voorspeller en voorspelden heen te maken heeft dan met de beoogde bewustwording van degene die om de voorspelling vraagt.
In die zin is wat hier over voorspellingssystemen gezegd is, ook van toepassing op het gebruik van andere symbolische systemen in vele contexten. Daarbij speelt als het goed is, een zekere magie of overdracht een rol. Zwarte magie noemt men die welke verkeerd uitpakt of zelfs ook zo bedoeld is; witte magie die welke op vrijheid gebaseerd en op vrijheid uit is, binnen de vrijheidsmarges die er zijn, derhalve bij voorkeur bewust ervaren complete vrijheidsmarges. Compleet betekent overigens inclusief de ervaring van alle tegenstellingen, zie daarover elders.
Ook deze tekst is (witte!) ‘magie’: zonder magie ofwel ‘werkelijkheid in een proces van verwerkelijking als van een wil’ is er geen enkele werkelijkheid die wij beleven. Ook daarover is elders meer te vinden.

(Deze tekst ontstond naar aanleiding van meerdere ervaringen en gesprekken over het onderwerp over een langere periode en in diverse omgevingen.)

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens. Ik woonde, studeerde en werkte verder in Middelburg, Goes en plaatsen in de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht. --- Vanaf 1965 studeerde ik theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij † prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie "Publicaties" in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden. --- Sinds 1967 ben ik samen met Nel Knip. Haar waarde en betekenis voor mij is zo groot dat die niet in woorden uit te drukken is. Wij zijn samen ook ouders en schoonouders van twee kinderen en hun partners en grootouders van hun vier kinderen; met hen maken wij deel uit van onze grootfamilies, vriendenkringen en bredere woon- en leefomgevingen. --- Deze publieke site verwijst naar mijn publicaties en algemene achtergrond, via eerder door mij geschreven teksten. Publieke afspraken en activiteiten buiten de kring van familie en vertrouwden zijn (net als die erbinnen) zo strikt vertrouwelijk en privé als mogelijk en nodig. Dat impliceert instemming met geheimhouding waar mogelijk en wederzijds respect bij eventuele bekendwording (door welke oorzaak ook). Het betekent vooral dat contacten zo mogelijk alleen in de privésfeer aangegaan worden, omdat alleen die aan haar eigen kwetsbaarheid recht kan doen.