BK-Books.eu » Berichten » Verwanten van vrijmetselarij: Jacob Böhme, het begin van de moderne tijd en de opkomst van nieuwe religieuze genootschappen

Verwanten van vrijmetselarij: Jacob Böhme, het begin van de moderne tijd en de opkomst van nieuwe religieuze genootschappen

Rozenkruisers en vrijmetselaars zijn te vinden in historische bronnen vanaf het begin van de zeventiende eeuw, precies de tijd waarin Jacob Böhme zijn beroemde teksten schreef. De verdere geschiedenis van de vrijmetselaars en speciaal van hun ideeën tot en met de twintigste eeuw wordt prachtig weergegeven in het boek van de Belgische hoogleraar filosofie, tevens vrijmetselaar, Leo Apostel (titel: Vrijmetselarij). Mijn aantekeningen daarbij, onder de titel Jacob Böhme en de vrijmetselarij zijn hier te vinden.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens. Ik woonde en werkte verder in Middelburg, Goes en plaatsen in de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht. --- Vanaf 1965 studeerde ik theologie en filosofie (mijn afstudeeronderwerp bij † prof. Otto Duintjer was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (speciaal bij Jacob Böhme). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere 'dualiteiten' of liever 'non-dualiteiten'. Speciaal met het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost (vgl. yin en yang), met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. Deze twee publicaties zijn inhoudelijk pendant van elkaar. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden. Want waar zijn de grenzen van onze 'hele' werkelijkheid?