BK-Books.eu » Berichten » Bewustzijn, ideeën en de vluchtigheid van de werkelijkheid: lees Bernardo Kastrup, quantumtechnoloog en filosoof

Bewustzijn, ideeën en de vluchtigheid van de werkelijkheid: lees Bernardo Kastrup, quantumtechnoloog en filosoof

Kort geleden stuitte ik op de teksten van Bernardo Kastrup, nog maar jong en toch al goed thuis in de quantummechanica en de filosofie. Van het eerste weet ik niet veel maar hij is gepromoveerd in de informatica en de filosofie en werkte jarenlang bij de meest vooraanstaande Europese atoomonderzoeken, in dienst van CERN. Tevens is hij diep geïnteresseerd in het beeld dat wij er op na houden over de werkelijkheid, en kent veel filosofische teksten daarover, vooral Westerse maar ook Oosterse of daarop geïnspireerde. Zijn conclusie is dat de gedachte dat de werkelijkheid fundamenteel uit materie bestaat, niet klopt. Hij ziet meer samenhang als we uitgaan van het idee of bewustzijn als uitgangspunt. Daarover heeft hij sinds een tiental jaren een tiental boeken geschreven. (Die boeken heb ik inmiddels gelezen, tot en met zijn boek over Jung.) Bovendien is hij kort geleden geleden ook gepromoveerd in de filosofie. Hij weet waarover hij het heeft en citeert voortdurend andere auteurs, vooral Westerse maar af en toe ook Oosterse of door het Oosten geïnspireerde auteurs. En wat belangrijk is: hij slaagt er bijna moeiteloos in om de zaken die hij bespreekt en beschrijft, tot op de kern te analyseren en zijn gedachten erover te illustreren aan de meest belangrijke bronnen die wij tot nu toe daarover kennen.
Sommigen die dit lezen, denken wellicht aan de tendens van schrijvers als Fritjof Capra die enkele decennia geleden al de verbinding maakten tussen Westerse natuurkunde en Oosterse wijsbegeerte. Dat is juist. Er zijn in dat spoor heel wat nieuwe onderzoeken gedaan die nieuwe vragen opwierpen zowel vanuit de natuurkunde als vanuit de filosofie, vanzelfsprekend inbegrepen de ontologie (hoe het zijn in elkaar zit) maar ook inclusief de metafysica (hoe ons bewustzijn, waarnemen, denken in elkaar zitten). Bernardo Kastrup heeft echter niet alleen die probleemstellingen tot zich genomen maar komt nu ook met uitleg over de vele verbanden die hij ziet en over hoe hij die in een samenhang meent te kunnen weergeven en voorstellen. En nog veel belangrijker: het gaat om zaken die alles te maken hebben met en betekenen voor hoe wij in het leven staan.
Het resultaat daarvan is voor mij verhelderend. Als iemand die geïnteresseerd is in “welke vraag of vragen kan ik of kunnen wij het beste stellen in een bepaalde situatie?” (de basisvraag van een filosoof, naar mijn besef) combineert Bernardo Kastrup in zijn teksten veel van de deelvragen en deelantwoorden die ik in mijn (echte inclusief denkende) leven ben tegengekomen.
En hij biedt mij perspectief en een context waarin de vragen die ik in mijn leven als belangrijk heb ervaren, aan de hand van de auteurs die ik ook las, van Plato tot Jung om er een paar te noemen, als een krachtige samenhang ook in onze Westerse en Oosterse context naar voren komen. Zover ik die heb geproefd.
Voor mensen die net als ik de verbinding tussen Westers en Oosters denken hebben verkend, voor hen die het verband tussen de materialistische en de idealistische visie op natuur- en geesteswetenschappen hebben gezocht (en weten hoe dat verband in de moderne tijd in het Westen vaak is verloren), en voor hen die een samenhangende visie op mythen, religies, wetenschap en werkelijkheid in praktische menselijke en onderzoekssituaties willen leren kennen, zijn zijn boeken qua filosofisch inzicht een goudmijn. Alleen al zijn uitleg van talloze verschijnselen en teksten zijn niet alleen fascinerend maar ook nog eens glashelder. En op zo’n breed terrein en met zo’n diepe invalshoek is dat wellicht uiterst waardevol.
En dan is deze schrijver nog maar drie decennia jong … Waarmee ik maar zeggen wil, dat levenservaring en inzicht elkaar niet per se altijd hoeven te bijten. Hoe zal zijn inzicht zich in de loop van zijn leven ontwikkelen? Bernardo, je bewijst op deze manier mij en ik neem aan velen een waardevolle dienst. We volgen je graag op je weg van de kern vinden en ons daarover mededelingen doen!
Persoonlijk gesproken moet ik toegeven dat ik vooral getroffen ben door de wijze waarop de auteur tegelijk laat zien dat wij over al het kenbare of vermoedbare niet anders kunnen denken en spreken en schrijven dan door voor datgene wat op ieder moment aan onze huidige horizon voorbijgaat, wat er achter ligt (met andere woorden: het transcendente), open te staan. Ons inzicht, ons kennen, ons denken, veronderstelt permanente openheid daarvoor, want ook behoefte daaraan. Niet alleen als psychische (religieuze of artistieke) behoefte, maar ook omdat wij niet anders kunnen denken en leven dan in volstrekte verandering en openheid daarvoor. Ook al verschansen wij ons in onze zelfgebouwde kastelen van ons ego, ons zelf, ons karakter, ons verleden enzovoort. Allemaal veranderlijke beperktheden in de oceaan van het ‘alomvattende’ bestaan. Een bestaan dat zich ons in beginsel altijd, maar door ons onszelf opsluiten in onze zelfbedachte ‘werelden’ alleen als we dat opsluiten en daarmee de opsluiting en onze gevangenis zelf verlaten, te ervaren geeft. Zich ten diepste gereed houdt om door ons direct ervaren te worden, direct: in de zin dat wij dan weten dat die ervaring ons wezenlijke fundament te kennen geeft, waar wij altijd toegang toe hebben, zolang wij niet verdwalen in verzinsels en bedenksels die daarvan losstaan. Want wij zijn geen machines met een computer erin, maar verbeeldingen, uitwerkingen, van beginselen (die dat zelf ook weer zijn) van vruchtbaarheid, geboorte, leven en sterven in eindeloze voortgang en concentratie. Stel ik mij voor. En als ik mijn zintuigen open, worden die mij van moment tot moment duidelijk gemaakt, als werkelijkheid die ook mij energie brengt, mij vrijmaakt voor mijn in vrijheid te verwezenlijken rol en weer meeneemt.

Behalve de inzichten die voor ieder mens persoonlijk van groot belang zijn, vind je in zijn boeken aantref een manier van lezen van bijvoorbeeld Schopenhauer en Jung die opnieuw het zicht biedt dat onder meer de (neo)platonici van de Middeleeuwen en Renaissance kenden, en die manier van lezen verbindt met modernere en zelfs ook oude Oosterse inzichten, en dat zonder de draden met de (natuur)wetenschappen door te hoeven snijden! Hetzelfde kan mijns inziens toegepast worden op vele andere Westerse en Oosterse voorbeelden van dit (filosofische maar allereerst praktische) “idealisme”, niet alleen het beroemde Duitse van eind achttiende en begin negentiende eeuw maar ook alle verwanten en voorlopers daarvan in het Westen waaronder Jacob Böhme en de (islamitische, christelijke en Joodse) mystieke filosofie van Rumi, van Eckehart en van de Kabbala, om er een paar te noemen) en hun oude voorlopers in het Midden-Oosten, van Perzië tot Griekenland, van Egypte tot de Kelten. Om van het noordelijke Europa en het verre Azië nog even niet te spreken.

Overigens zal iedereen die hiervoor openstaat of hierdoor gewekt is, beamen dat de essentie altijd en overal hier en nu ontvangen en doorgegeven mag worden, met alles wat dat inhoudt. Om met Böhme te spreken: “zonder pijn en lijden zou er geen ervaring van ook maar iets zijn”. Wat leren ons onze ervaringen?!

Kastrup is naar antwoorden op die vraag intensief op zoek. Soms gebruikt hij oude woorden voor antwoorden die hij tegenkomt. Maar meestal biedt hij perspectief op de overeenkomsten die wij zoekers (en alle wezens die daarin op ons of waarop wij daarin lijken) delen. En dat wordt door veel van zijn lezers op prijs gesteld: we zoeken kennelijk in eenzelfde richting, op basis van eenzelfde verlangen of wil, zij het via onze persoonlijke wegen met onze persoonlijke ervaringen van lijden en van vreugde. Soms diep en diepe, soms oppervlakkig en oppervlakkige; maar ook in (soms) gedeeld bewustzijn, kleiner of groter, en dat is toch wel heel bijzonder.

Laat ik mijn waardering voor de diepgaande boeken van Bernardo Kastrup en de daarin gepresenteerde opvatting van onze levens en van de hele werkelijkheid (zover daar zicht op te krijgen valt) nog iets verder illustreren. Zijn voornaamste punt is dat de wereld van de ideeën niet uit die van de materie te verklaren is, maar andersom wel. Precies het omgekeerde van wat de materialistische filosofie van de natuurwetenschappen in de moderne tijd beweert. Daarvoor voert hij de nieuwste ontdekkingen uit die natuurwetenschappen aan te weten uit de kwantumnatuurkunde. Mijn expertise, althans mijn beperkte ervaring, heeft betrekking op de historie van het idealisme in vooral de Westerse maar deels ook de Oosterse culturen. Ik hoop dat hij zijn uiterst boeiende inzichten ook weet te illustreren aan de oudere varianten ervan bij Plato en zijn voorlopers en een vergelijking tussen die culturen op dit punt.

Natuurlijk zullen de vragen van vele lezers ook elders liggen. Ik kan mij bijvoorbeeld voorstellen dat veel van onze medewezens zouden willen weten of het door Kastrup zo weldadig geschetste idealisme mensen niet alleen kan troosten (al is dat al heel veel!) maar ook een rol kan spelen bij het werken aan de concrete problemen van het bestaan van alle levende wezens met een lichaam. Want voor Kastrup is materie, ook die van mensen, allereerst (en uitsluitend) een vorm van waarnemen van zaken die in wezen alleen idee zijn. Reduceert deze visie volgens hem dan ook pijn en lijden van levende wezens? Aan de middeleeuwse en latere spirituele geloofsrichtingen werd door moderne filosofen wel verweten dat zij de aarde en de moeiten van het leven niet serieus namen door weg te vluchten in visioenen van harmonie. In plaats daarvan hadden zij moeten werken aan de oplossing van die moeiten.

Reeds Plato legde er in de uitleg van zijn grotmythe nadruk op dat wie de werkelijkheid tot in de kern gezien heeft (het stralende licht van de zon buiten de grot), vervolgens “terug” dient te gaan om mensen te helpen met zijn visie en zodoende ook met het bijdragen aan vermindering van overbodige tegenstellingen.

Ook Kastrup ontkomt er niet aan om met zijn diepe inzichten de markt op te gaan en ze te laten testen maar nog meer om de waarde ervan voor alle mensen op die markt aan te tonen. Bij Plato leidt dat tot het naar voren brengen van het streven naar het goede voor heel de samenleving. Sommigen hebben daar bezwaren tegen gehad omdat dat niet democratisch genoeg zou zijn maar dat is Plato’s punt niet. Zijn punt is juist dat wie bepaalde mogelijkheden en talenten heeft, die dient te ontwikkelen en in te zetten voor heel de samenleving (en verdere werkelijkheid voeg ik er aan toe). Bij het ontwikkelen van zijn filosofie wens ik Bernardo Kastrup veel moed, leervermogen en doorzettingsvermogen om dat doel in het oog te houden en daarover nog veel aan ons te melden. Ik wens hem alle voortgang en zelfkennis en moed die daarbij nodig kan zijn.

Ik zou het toejuichen als hij de gelegenheid krijgt zijn onderzoekingen uit te breiden tot bredere terreinen: de oudere historie van het Westerse idealisme (en het gebruik ervan in spirituele en filosofische kringen) en de parallellen in andere culturen. En dan zowel de onder- en zijstromen als de hoofdstromen! Kortom, dat hij zich zo vruchtbaar mogelijk kan maken zonder onvruchtbare afleidingen die nu eenmaal (om redenen van innerlijke groei) niet altijd te vermijden zijn maar waarvoor een aantal voorwaarden prettig zijn, zoals niet te veel en niet te weinig materiële besognes: want die ervaringen zijn niet alleen enigszins pijnlijk maar bieden ook de mogelijkheid zich werkelijk in alles te verdiepen, er zich bewust van te worden. Kastrup voelt dat mijns inziens goed aan onder meer in zijn boek over Jung, zijn laatst gepubliceerde op dit moment.

Ik zie uit naar meer en bredere uitwerking van het al gegevene. En wellicht toepassing, zover dat daarin vanzelf spreekt.

Persoonlijk zou ik hem zeker aanraden zich goed te verdiepen niet alleen in de Indische Advaita Vedanta maar ook in het vroege daoïsme van de Nei Ye en de Daodejing. En niet te vergeten de Westerse niet-dualistische traditie zoals onder meer aangeduid in het Evangelie van Thomas, of ook in Jacob Böhme die zo’n grote invloed had op Leibnnitz en Goethe en via deze op vele anderen, waaronder Rudolf Steiner, met ook weer vele invloeden op anderen. Wordt met Kastrups waardering voor het idealisme weer iets van het neoplatonische emanationisme zichtbaar? Dat roept dan tegelijk de daarbij behorende vragen op zoals hoe wij idealisten ons verhouden tot de vragen van sociale rechtvaardigheid, ethiek en politiek. Wij leven immers ook volgens Kastrup in de ‘wervelingen’ ofwel ‘vortexen’ van ons private individuele en dus ook groepsbestaan (zover onze vortexen die van anderen raken, en dat komt neer op alles en allen, zij het dichterbij en verderaf, maar altijd te veronderstellen). Moet er een tegenstelling gemaakt worden tussen ‘terugkeer naar de oorsprong’ en ‘onze verantwoordelijkheid nemen voor alle mede-zijnden, bewuste of onbewuste’? Zoniet hoe kunnen we vanuit de idealistische posities of inzichten die Kastrup zo helder en aannemelijk voor ons neerzet, zowel in de wereld van onze als collectieve verzameling waargenomen individuele vortexen als in die van het zich op die wijze manifesterende, dat wil zeggen zich ontwikkelende, emanerende en immanerende (uit zichzelf voortbrengende en naar zichzelf terugkerende) alomvattende bewustzijn? Aan het eind van zijn boek The Idea of the World suggereert hij zoiets als een voortschrijdend bewustzijn, dat zich via ofwel door onze ervaringen (te weten die van geëmaneerde deelbewustzijnen) ‘ontwikkelt’, sterker ‘toeneemt’. Is dat nodig of is dat een restje vooruitgangsgeloof of onnodig optimisme? Of realistisch?

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens. Ik woonde, studeerde en werkte verder in Middelburg, Goes en plaatsen in de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht. --- Vanaf 1965 studeerde ik theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij † prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie "Publicaties" in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden. --- Sinds 1967 ben ik samen met Nel Knip. Haar waarde en betekenis voor mij is zo groot dat die niet in woorden uit te drukken is. Wij zijn samen ook ouders en schoonouders van twee kinderen en hun partners en grootouders van hun vier kinderen; met hen maken wij deel uit van onze grootfamilies, vriendenkringen en bredere woon- en leefomgevingen. --- Deze publieke site verwijst naar mijn publicaties en algemene achtergrond, via eerder door mij geschreven teksten. Publieke afspraken en activiteiten buiten de kring van familie en vertrouwden zijn (net als die erbinnen) zo strikt vertrouwelijk en privé als mogelijk en nodig. Dat impliceert instemming met geheimhouding waar mogelijk en wederzijds respect bij eventuele bekendwording (door welke oorzaak ook). Het betekent vooral dat contacten zo mogelijk alleen in de privésfeer aangegaan worden, omdat alleen die aan haar eigen kwetsbaarheid recht kan doen.