BK-Books.eu » Berichten » Hulp bij intelligentie? De vele gezichten van hoogbegaafdheid

Hulp bij intelligentie? De vele gezichten van hoogbegaafdheid

Enkele opmerkingen bij: Tessa Kieboom/ Kathleen Venderickx, MEER DAN INTELLIGENT: de vele gezichten van hoogbegaafdheid bij jongeren en volwassenen, Tielt (Lannoo) 2017-5e druk.

Dit boek beweegt zich vooral op het vlak waar hoogbegaafdheid en levensloop elkaar raken. De emotionele en sociale verwerking door de hoogbegaafde en haar omgeving spelen door heel het boek een centrale rol. Het boek is geschreven vanuit de jarenlange praktijk van de auteurs als onderzoekers en (tegelijk) als beroepsmatige hulpverleners. In die laatste rol maken ze ook opvallend – maar niet hinderlijk – reclame voor hun instituut. Dat begeleidt hoogbegaafden in het leren kennen van zichzelf en het omgaan met hun hoogbegaafdheid in sociale verbanden, niet het minst in opvoedings-, opleidings- en werksituaties.
Dit boek bevat vele voorbeelden daaruit. Die voorbeelden zijn sterk en beeldend, maar de auteurs maken ook duidelijk dat zij theoretische inzichten ontwikkelen van waaruit personen en situaties geanalyseerd kunnen worden. Die inzichten zijn in ontwikkeling, wordt gezegd. De nadruk ligt in dit boek niet op de details van de wetenschappelijke ontwikkelingen maar op de voornaamste toepassingen en hun waarde.
Ik noem hier de twee hoofdstukken waarvan de relevantie mij het meest trof, 4 en 6.
Hs 4 schetst drie karakter-hoofdtypen van hoogbegaafden: de presteerder, de zelfstandige en de afhankelijke. De drie typen worden uitgewerkt aan de hand van voorbeelden op zo’n manier dat de lezer zicht krijgt op manieren van omgaan met de eigen hoogbegaafdheid. Daar zitten naar mijn indruk veel herkenbare passages in.
Hs 6 gaat over de manieren waarop een hoogbegaafde idealiter met haar situatie zou kunnen omgaan. Dat gebeurt aan de hand van 6 ‘succeswetten’. Die wetten zijn heel praktisch en dus toegespitst op veelvoorkomende situaties waarin hoogbegaafden zich (kunnen) bevinden.
Dat de auteurs veel ervaring hebben met hoogbegaafden, spat van de bladzijden. Zij zijn concreet, gaan wetenschappelijk onderzoek en theorievorming niet uit de weg, en zijn gericht op praktische hulp aan diegenen van de doelgroep die hulp kunnen gebruiken. Zij bieden niet het laatste woord maar schetsen een werkelijkheid van hulpverlening en onderzoek in ontwikkeling, inclusief vele voorbeelden.
In dit boek komt hooggevoeligheid nauwelijks als verwante of aparte categorie ter sprake, naast hoogbegaafdheid. Dat vind ik jammer, omdat tegenwoordig allerlei onderzoeken wijzen op verschillende soorten neurologische en psychische verbanden waaruit af te leiden valt dat er veel verschillende soorten hoogbegaafdheid en hooggevoeligheid zijn die zowel soms sterke verschillen als soms ook sterke overeenkomsten hebben. Met de nodige consequenties voor therapieën.
Daarmee kom ik op het praktische terrein. Hoogbegaafdheid en hooggevoeligheid bestaan, maar zijn tot op heden net zo min als laaggevoeligheid en laagbegaafdheid goed onderzocht en begrepen. Dat onderzoek begint van de grond te komen maar vertoont nog de kenmerken van een beginnersfase (net als de hulpverlening die er op gebaseerd is). Het is de vraag wat de beste manier is waarop de grotere bewustwording op deze terreinen en het wetenschappelijke onderzoek ernaar gecombineerd zouden kunnen worden. Waarschijnlijk is dit net als veel andere culturele ontwikkelingen altijd in beweging, wat niet wil zeggen onmogelijk. Zonder alles in wetenschappelijk vastgestelde wetten of regels vast te leggen, kunnen wetenschappen en praktijk elkaar permanent beïnvloeden, bij voorkeur in positieve helpende zin voor deze groepen van elke bevolking. En daarmee voor alle bevolkingen als geheel.
Waarmee ik uitkom op een van de vragen die mij overbleven na lezing. Enerzijds suggereren de auteurs dat er veel aan het herkennen en vruchtbaar maken van de beschreven eigenschappen binnen diverse situaties gedaan kan worden, anderzijds zal de vraag naar de analyse van eigenschappen en situaties altijd nieuw blijven, en zullen de baten van te verwerven inzicht en gedragsalternatieven afgewogen moeten blijven worden tegen de kosten ervan. Het is onmiskenbaar dat ondersteuning in reguliere omgevingen als thuis, school en werk zinvol kan zijn, en soms onmisbaar; aan de andere kant zal na gezamenlijke analyse altijd een afweging gemaakt moeten blijven door alle betrokkenen samen welke richtingen het beste gekozen kunnen worden, inclusief het bijbehorende kostenplaatje in ruimere zin (niet alleen financieel).
Zoals dat in de praktijk van de voorbeelden ongetwijfeld ook steeds is gegaan, al gaat het daar vaak minder over de kostenplaatjes dan over de wenselijkheid en mogelijkheid van persoonlijke vooruitgang door kwalitatief goede hulpverlening.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.