BK-Books.eu » Berichten » Hoogsensitiviteit in de actuele wetenschappelijke inzichten, toegelicht door Elke van Hoof

Hoogsensitiviteit in de actuele wetenschappelijke inzichten, toegelicht door Elke van Hoof

Elke van Hoof, HOOGSENSITIEF, Tielt (Lannoo) 2016, 2019-8e druk

 

[Onderstaande tekst is niet geschreven vanuit vakkennis op het betreffende gebied maar uit persoonlijke interesse, wat geldt voor de meeste teksten op mijn site. Ik heb in mijn weergave niet naar volledigheid gestreefd maar haal alleen zaken naar voren die mij speciaal troffen. Tussen haakjes heb ik met vermelding van mijn initialen enkele vermoedens toegevoegd op grond van eigen ervaring of eerder opgedane kennis. Onderstaande tekst heeft geen wetenschappelijke pretentie of pretentie dat die de ervaring van anderen kan vervangen.]

Van Hoof biedt een stand van zaken van het huidige wetenschappelijke onderzoek met betrekking tot hoogsensitiviteit (HS). Hoewel de woorden letterlijk genomen hetzelfde betekenen, onderscheidt zij hoogsensitiviteit, die de mate betreft waarin prikkels binnenkomen, van hooggevoeligheid welke zij een emotionele reactie noemt. Het boek gaat over de eigenschappen van hoogsensitiviteit en de betekenis van die eigenschap voor de personen die haar hebben.

Als informatie emotioneel gekleurd is, hebben hoogsensitieve personen (HSP) het daarmee moeilijker. Want HSP krijgen prikkels heviger binnen, en hebben voor die prikkels een langere verwerkingstijd nodig. (Deze eigenschap ken ik van mijzelf.) De overprikkeling gaat gepaard met grotere emotionele kleuring. Als HS gedwongen zijn zich hierbij te haasten, krijgen zij het moeilijk. Als zij erom gewaardeerd worden en genoeg tijd krijgen, leveren zij hoge prestaties en leveren hoge bijdragen.

HSP kunnen leren overprikkeling te vermijden, in tegenstelling tot personen met AD(H)D. HSP gaan vaak creatief aan de slag met hun input, gericht op het leveren van een hoge sociale bijdrage, begaafde HSP kunnen dit voldoende compenseren. HSP  hebben geen moeite met (redelijke) deadlines, in tegenstelling tot personen met AD(H)D, maar hogere energiekosten om hun processen binnen de deadline te halen. Opnieuw een aandachtspunt met betrekking tot de behoefte om tijdig uit te rusten. HSP kunnen bij complexe planning besluiteloos raken omdat zij alle gevolgen willen meenemen en doordenken; AD(H)D hebben dit niet. Onrust van HSP is vrijwel altijd te linken aan een te voorziene bekende situatie (negatief); die onrust is te dempen naarmate men die koppeling serieus neemt en veilig kan maken.

HSP kunnen uitstekend spelen en ontspannen. Ook dromen en wegdromen is hun niet vreemd. Dit is geen aandacht tekort maar hun aandacht is dan verder weg dan bij niet-HSP. Door voorzichtig en langzaam terug te koppelen naar ‘hier’ kunnen ze gewoon weer meedoen. Dit ‘wegvluchten’ heeft dezelfde functie als dagdromen of nadenken, alleen bij HSP is het intensiever en heeft meer tijd nodig, ook om te starten en te stoppen. Het is ook best rendabel, net als bij niet-HSP. Alleen is het gevaarlijk als het gecombineerd wordt met stimulerende middelen om rust en hersteltijd te vinden of te vervangen, in het geval die een verslavende rol gaan spelen. Dan is geen sprake meer van herstel naar een zelfstandige openheid en relatie tot de omgeving maar van afhankelijkheid van de middelen en onvolwaardige relatie tot of zelfs afscheiding van de omgeving. (BK: als deze middelen bestaan in de keuze voor een ingebeelde leefwereld die niet meer terugkeert naar of in verhouding gebracht wordt tot de directe leefwereld, kan onbalans ontstaan, zoals bekend uit religieuze en spirituele en artistieke en andere extreme verhoudingen die niet meer in voldoende verhouding tot de culturele en sociale realiteit staan. Hier wordt uiteraard verschillend over gedacht vanuit de ooghoeken van gebruikers en omstanders, waarom een open gesprek op een veilig moment en een veilige plaats belangrijk tussen betrokkenen altijd belangrijk is.) De kwaliteiten van HSP kunnen sociaal buitengewoon waardevol zijn, waar verwanten, groepsgenoten, gebruikers van hun producten, leidinggevenden en collega’s veel aan kunnen hebben.

Om hoogbegaafd te kunnen zijn, kan HS een belangrijke factor zijn, te weten bij 87 % van de hoogbegaafden. De samenhang heeft vooral te maken met de hoge mate waarin personen gevoelig zijn (zowel sensueel, psychomotorisch, emotioneel, qua verbeelding en intellectueel; het minst hiervan op psychomotorisch gebied, sterk op de andere gebieden).

De belangrijkste punten om HS positief uit te laten werken, zijn: 1. Herstel- en reflectietijd inbouwen, 2. Positieve gedachten opbouwen (dus negatieve herinneringen onderkennen en vermijden). Dat laatste houdt in het onderkennen en ontkrachten van negatieve gedachtenketens en het bieden van positief tegenwicht daaraan. Ofwel: wie focust op het positieve in het verleden en heden, zal de wereld als positiever ervaren. Feit is ook dat de negatieve lading van ervaringen uit het verleden verminderd kan worden door ze bewust op te roepen terwijl men vervolgens actief de ogen heen en weer beweegt (EMDR), waardoor hun actuele betekenis effectief en blijvend afgezwakt wordt. Hetzelfde effect wordt bereikt door heel regelmatig en voldoende te bewegen. Daardoor krijgen en houden de hersenen weer voldoende ruimte om nieuwe positieve ervaringen en herinneringen op te bouwen.

Belangrijk is ook om kinderen met HS voldoende te beschermen (zorgen dat ze niet gepest worden!) zodat ze een positieve ervaringsbasis op kunnen bouwen.

Omgekeerd kunnen HSP een belangrijke functie hebben bij het signaleren van verstoorde verhoudingen in hun omgeving. De gevoeligheid die zij daarvoor hebben, kan gemeenschappen (van klein tot groot, in alle mogelijke situaties) enorm ten voordeel strekken.  Zij zijn gevoelig voor rechtvaardigheid, vertrouwen en samenwerking. Maar hebben altijd de vrijheid nodig om zich tijdelijk extra terug te trekken om bij te komen van hun intensieve waarneming en betrokkenheid. Want HSP scoren op de werkvloer (en in striktere sociale verbanden BK) duidelijk lager op autonomie, competentie en verbondenheid. Zij kunnen hun nuttige rol dus alleen spelen als zij erbij mogen horen, en door het geheel meegedragen worden. Er is een bewezen sterke correlatie tussen overprikkeling en stressgerelateerde krachten.

Leidinggevenden kunnen HSP waardevol inzetten door te mikken op

  • Co-creatie (samen ontwikkelen inclusief HSP)
  • Ruimte voor herstel van HSP in een prikkelarme omgeving
  • Mogelijkheden voor zelfontplooiing van HSP
  • Participatie van goed functionerende HSP in rollen als moreel kompas (signalementsfunctie)
  • Ondersteuning van HSP via sociale hulpbronnen: procedurele rechtvaardigheid, vertrouwen, samenwerking

Dit zijn de belangrijkste noties die ik oppikte uit dit boek.

Het boek is methodisch sterk gericht op de wetenschappelijke psychologie en de bijbehorende kwaliteitsnormen. Het bevat ook een belangrijk deel over de kwaliteit van wetenschappelijke onderzoeken in het gebied, en de bevordering daarvan. Dat deel heb ik hier niet behandeld maar is voor de beoefenaars van deze tak van wetenschap uiteraard onmisbaar, terwijl het aan de bredere groep van lezers waaronder mij, het vertrouwen biedt dat in deze gevoelige (!) zaken onmisbaar en waardevol is. Ik verwacht dat dit boek de studie van dit onderwerp sterk kan bevorderen, en hoop dat dat het geval zal zijn. Dit boek vind ik voor iedere geïnteresseerde leek een heldere inleiding en goed te lezen overzicht.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.