BK-Books.eu » Berichten » Overheid moet betrouwbaarheid van gegevens (data) bewaken om niet de overheid van een politiestaat te worden!!!

Overheid moet betrouwbaarheid van gegevens (data) bewaken om niet de overheid van een politiestaat te worden!!!

Maxim Februari schreef een belangrijke column in NRC van 14 april 2020 over ‘privacy’. Hij stelt dat bij het gebruik van apps door de overheid, zoals nu in bespreking is voor het beheersen van de corona-epidemie niet de privacy het belangrijkst is maar het voorkomen van misbruik van de apps door de overheid zelf. Hoe? Doordat het gebruik van de systemen net als bij de Belastingdienst niet gecontroleerd wordt op “verregaande fouten en conclusies”. Hij zegt dus niet dat privacy niet belangrijk is, maar dat het bij dataverwerking altijd gaat om zo omgaan met de data (dus om de procedures) dat burgers niet onnodig slachtoffer worden van die dataverwerking. Automatisering door de ‘anonieme’ overheid heeft alleen zin als de regels voor de software openbaar zijn!!!; anders gezegd: de overheid mag nooit ‘anoniem’zijn!!! Hier is de rechtsstaat in het geding. Onze ex-voorzitter van de Raad van State Herman Tjeenk Willink stelt dit ook steeds aan de orde, onder andere in zijn boek ‘Groter denken, kleiner doen’ en in een interview (een citaat) in het tv-programma Buitenhof.
De auteur Frissen schreef een boek over transparantie en de overheid. Hij liet daarin een aantal dilemma’s zien. Het belangrijkste is dat teveel transparantie ook schadelijk kan zijn voor het functioneren van de overheid, namelijk wanneer (betrouwbare!) vertrouwelijke informatie bij het naar buiten komen ervan zo grote schade zou bewerkstelligen dat het goed (!) functioneren van de overheid in het geding zou komen. Met andere woorden: je mond over iets houden ofwel iets onder de pet houden kan in bepaalde gevallen het beste zijn om te doen. Maar dan is duidelijk dat het om informatie gaat die in beginsel openbaar is, en waarvan het geheim houden idealiter achteraf getoetst zou moeten (kunnen) worden. Ook en zeker als die toetsing niet of niet meer mogelijk zou (kunnen) zijn, is de persoonlijke verantwoordelijkheid van de overheidsfunctionaris hier dus groot, en bij voorkeur dienen deze situaties voorkomen te worden. Dat kan alleen niet altijd. (Feit is ook dat geheime diensten software gebruiken waarvan de resultaten niet openbaar zijn, om niet openbare data en software van gevaarlijke aard op te sporen. Ook hier spelen echter dezelfde grenzen van persoonlijke verantwoordelijkheid.) Dat is echter een heel andere situatie, namelijk een uitzondering, dan de altijd kenbare en zichtbare functies van publieke automatisering: die functies zijn namelijk expliciet door mensen namens de overheid ingevuld! Alle door de overheid gebruikte software dient dus openbaar te zijn. Tenzij alle burgers kiezen voor een politiestaat. Zolang niet alle overheidssoftware openbaar is, leven we op die punten in een (ongecontroleerde!) politiestaat.
Wel eens van een mogelijke kloof tussen overheid en burgers gehoord?

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en een inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", te verschijnen in 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.