BK-Books.eu » Berichten » OOG in OOG met Jacob Böhme: Rachel Ritman over de wijsheid van Jacob Böhme

OOG in OOG met Jacob Böhme: Rachel Ritman over de wijsheid van Jacob Böhme

EYE IN EYE WITH JACOB BÖHME BY RACHEL RITMAN
Meet Rachel Ritman to find out Böhmes ideas, importance and heritage at the Embassy of the Free Mind (Ambassade van de Vrije Geest) in Amsterdam, DATE: every Wednesday from 8 January till 12 February, TIME: 15.30 – 16.45h, TICKETS: € 8,50 (excl. museum ticket, Stadspas and Museumkaart are valid)
LANGUAGE: Dutch, or English if requested

Bij de opening van de Böhme-tentoonstelling die tot maart 2020 in de Embassy of the Free Mind (Ambassade van de Vrije Geest) in Amsterdam te zien is, hield Mevrouw Rachel Ritman, zowel peetmoeder van dit intrigerende museum als ervaren beoefenares van de tradities van Rozenkruisers en hun verwanten, een toespraak in het Nederlands van 16 minuten [minuut 35.10 tot en met 49.30 op het volgende langere filmpje, zij wordt ingeleid in het Engels door Esther Ritman vanaf 33.30] waarin zij Böhmes (en haar eigen) inzichten op indrukwekkende wijze samenvatte. ‘Zo eenvoudig kan het zijn’: een echt geschenk!

Daarmee presenteerde zij haar boek ‘OOG in OOG met Jacob Böhme‘. Dit is een inspirerende inleiding in wat zij van deze ‘visionaire filosoof’ zoals zij hem treffend noemt, heeft geleerd. En wel door hem te plaatsen in de context van een aantal tijdgenoten, zowel voorlopers als opvolgers, die vanuit vergelijkbare impulsen hun gedachten op papier zetten, zoals Fludd, Coornhert en Comenius. En dat tegen de brede achtergrondstroom van Middeleeuwse voorlopers tot en met nog oudere ‘gnostici’* en ‘hermetici’*. De belangrijke verwantschap met de medicus en theoloog Paracelsus en met de piëtistische theologen Franck en Weigel, evenals met verschillende kabbalistische en alchemistische verbindingen die in deze tijd krachtig opbloeiden, wordt ook genoemd. Die verwantschappen worden na eeuwenlang in kleine of zelfs besloten kring overgedragen te zijn gelukkig nu weer aan het licht gebracht. Ook in Amsterdam en aan haar universiteit met wie de Ambassade van de Vrije Geest nauw samenwerkt, speciaal op het gebied van de gebruikte beeldtaal en de daarin besloten ervaringswerelden en boodschappen. De betekenis hiervan is echter beslist niet alleen wetenschappelijk. Ik ervaar deze publicatie als een krachtige en waardevolle impuls voor het vinden van toegangen tot de beoefening van zelfkennis die leidt tot dienstbaarheid in de wereld. Zij schetst al doende wat dat inhoudt, haast van binnen uit.

De schrijfster heeft de feiten in haar boek – dat zich hoofdzakelijk beperkt tot de tijd van de Renaissance en de Reformatie in West-Europa – zorgvuldig van context en uitleg voorzien en het geheel tot een uiterst prettig leesbaar geheel verweven. De inhoud heeft bijzondere kwaliteiten. Zonder uiterlijke kennis af te schrijven laat ze zien hoe Böhme en zijn verwanten de hogere kennis of intuïtie de plaats en waardering gaven die hen toekomt. Idealiter gaan beide soorten ‘kennis’ of bewustzijn uiteraard samen: Böhme wordt niet ten onrechte ook als groot filosoof gezien, een systeemdenker van de eenheid van alle tegenstellingen in hun processen (zij het op een unieke wijze doordat hij die systematiek niet absoluut opvat). Zijn lijfspreuk was: “Voor wie tijd is als eeuwigheid, en eeuwigheid als de tijd, die is bevrijd van alle strijd.”
Vooral de rol en betekenis van deze innerlijke kennis komt bij haar indrukwekkend naar voren. Met betrekking tot de voorbeelden daarvan welke zij direct van Böhme aanhaalt, ervaar ik louter instemming.
Voor diegenen die met de gedachtewereld van Böhme en zijn op het innerlijk en uiterlijk welzijn van alle wezens gerichte gedrevenheid willen kennismaken, is dit een toegankelijke en waardevolle inleiding, sterk verrijkend ook over met Böhme verwante auteurs. Niet het minst door de innerlijke doorleefdheid en afgewogenheid waarmee verschillende zienswijzen worden opgevoerd en naast elkaar gesteld. Zodat de lezer zelf voelt dat iedere zoektocht een persoonlijke zoektocht zal zijn, maar idealiter met de hulp van ervaren personen van wie te leren valt, omdat zij allerlei wegen verkend en samenhangen ontdekt en in eigen bewoordingen hebben weergegeven. Dat voorbeeld maakt nieuwsgierig en wekt vertrouwen.
Wie op het punt van historische feiten en verbanden goede basisinformatie zoekt, kan ook terecht bij het door de Ambassade van de Vrije Geest bij de tentoonstelling gemaakte ‘catalogus’ terecht. Ik ken geen publicatie in het Nederlands (deze catalogus is ook in het Engels verschenen) die zo veelzijdig en kernachtig vrijwel alle historisch belangrijke aspecten van Böhme samenvat, en dat in 43 bladzijden: OOG VOOR DE WERELD: de visionaire denker Jacob Böhme: Tentoonstelling etc., Amsterdam 2019, samenstelling: Claudia Brink, Lucinda Martin, Cecilia Muratori, José Bouman, Cis van Heertum.

* Voor wie deze namen onbekend zijn: de namen ‘gnostici’ en ‘hermetici’ duiden de beoefenaars aan van geestelijke ontwikkelingswegen ofwel van bewustwording van de samenhangen van alles en dus van de rol daarin van de afzonderlijke verschijnselen, speciaal van de mens in verbinding met God en wereld. ‘Gnostici’ verwijst naar de vooral Joodse en christelijke ‘gnosis’ – [innerlijke] kennis – die sinds de hellenistische tijd werd beoefend in aanvankelijk vrij open, later relatief besloten kringen en die tot talrijk vertakte bewegingen leidde. Deze gnostici relativeerden het uiterlijke aardse leven sterk. ‘Hermetici’ verwijst naar degenen die zich volgelingen van Hermes noemden, met een deels vergelijkbare symboolwereld maar een positievere houding ten opzichte van het aardse leven. Beide stromingen lieten zeer opmerkelijke en invloedrijke spirituele geschriften na waarin de opgang van de mens tot de goddelijke wereld wordt verbeeld en aangewezen. Zij vormen samen met de alchemie en de Joodse kabbala de kern van wat wel de Westerse esoterie genoemd wordt (van [Grieks] ‘esoo’: meer naar binnen gericht, op ervaring gestoeld), in onderscheid van de meer exoterische (van [Grieks] ‘exoo’: meer naar buiten gericht, op uiterlijke regels gestoeld) Joods-rabbijnse en christelijk-kerkelijke. Vaak beginnen godsdiensten met krachtige innerlijke stromingen zonder veel uiterlijke regels waarna er meer uiterlijke tradities uit ontstaan. In de hellenistische periode van het Romeinse Rijk verbonden diverse Hebreeuwse, Joodse, Samaritaanse en Griekse tradities zich tot nieuwe innerlijk gerichte stromingen, Egyptische invloeden daarbij inbegrepen, waaruit zich later in tegenoverstelling tot elkaar de Westerse godsdiensten ontwikkelden: orthodox Jodendom, orthodox christendom, orthodoxe Islam. Vaak moesten de ‘esoterische’ stromingen ‘onderduiken’ omdat zij krachtig de persoonlijke innerlijke vrijheid en ontwikkeling voorstonden. Het is begrijpelijk maar ook opvallend dat verinnerlijkende en veruiterlijkende tendensen elkaar afwisselen, zowel binnen de ene als binnen de andere soort stromingen. Belangrijk is de eigen plaats en rol daarin te herkennen, zodat men voor zichzelf de verschillende mogelijke stappen op de uiterlijke en de innerlijke weg leert zien. Innerlijke en uiterlijke wegen sluiten elkaar niet per se uit (tenzij door verabsoluteerde leerstellingen of praktische regels afgedwongen) maar vullen elkaar idealiter aan.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens, en studeerde vanaf 1965 in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. Mijn laatste op stapel staande publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien van God), 2019, en een inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en buiten alle tegenstellingen", 2020.