BK-Books.eu » Berichten » Achter (en ook in en doorheen) de bekende wereld ligt …

Achter (en ook in en doorheen) de bekende wereld ligt …

De aanleiding voor de volgende woorden is dat ik mij een tijd lang bezon op het aspect van de teksten van Plato dat verwijst naar een ‘ongeschreven leer’ die mondeling aan de leerlingen van zijn traditie zou zijn overgedragen. De aanleiding vormden onder meer de beschouwingen van Peter Hubral over hoe intuïties en vage vormen het begin zijn van wat steeds concretere verschijnselen vormen, en hoe onze wereld en onze waarneming (v.v.) daaruit ontstaan en na verloop van hun tijd ook weer daarin eindigen. Heel kort gezegd, ontleent hij dat aan en verbindt hij dat met de visie van het oude daoïsme en de oude Griekse ‘denkers’ die al aan Plato voorafgingen en waarop Socrates en Plato voortborduurden.

Een tijd geleden schreef ik  iets op over wat de bekende wereld in mijn ervaring is en hoe zij verandert (tot stand komt en vergaat) in iets anders, iets nieuws.

Met de bekende wereld bedoel ik de wereld die in woorden te vatten is. En zo met anderen gedeeld kan worden die dezelfde taal gebruiken en herkennen. Nu zijn er meerdere talen en in zekere zin ook meerdere werelden die in hun bijbehorende talen gevat en gedeeld worden. Het duidelijkst zijn onze (bekende) werelden in de concrete verschijnselen waaruit zij (voornamelijk) zijn opgebouwd (naast meer abstracte of zelfs slechts intuïtieve verschijnselen). Ik stel dat de bekende wereld niet voor 100 % eeuwige wetten volgt (wetten die in formules en talen vastgelegd zouden kunnen worden); met andere woorden ook al zijn er wetten die lang gelden, zelfs de meest fundamentele natuurwetten veranderen ooit. Anders zouden wij slechts in een perpetuum mobile leven dat zich steeds herhaalt, en die herhaling doet geen recht aan de vrijheid en veranderlijkheid die van onze ervaring deel uitmaken, en die al het bestaande en denkbare omvatten. Als het niet zo is, dan hoor ik graag hoe en waarom, en wel zo dat dat niet een zich opsluiten is in slechts een deel van de werkelijkheid, van de ervaring, van het bestaan.

Hier eindigt de actuelere inleiding voorafgaand aan wat ik als volgt opschreef.

Om de persoonlijke beleving van de “subtiele” wereld te leren kennen, dient men de “stoffelijke” wereld (inclusief die van de algemene begrippen en van de bekende woorden) achter zich te laten. Ook dient men zijn vereenzelviging (ego) met de stoffelijke wereld en de algemeen bekende woordenwereld achter zich te laten.

Wat niet wil zeggen dat men niet gewoon permanent zijn ding moet doen, maar die gedaan hebbende, en zich verder/ ook nergens aan hechtende, ontstaat ruimte, tijd, vrijheid, om te luisteren naar de echte (persoonlijke) subtiele wereld die alomvattende eeuwige wijsheid inhoudt.

Dit houdt onder meer in dat men van deze ervaring nooit een (steeds) nieuw systeem mag maken, omdat anders de kans op nieuwe (en diepe) ervaringen bijvoorbeeld wordt gereduceerd tot wat bij het bekende (systeem; incl. ‘woorden’) past. [De uitdrukking ‘ongeschreven leer’ heeft precies deze bedoeling.] Er mag wel een geschreven leer zijn, maar in het besef dat het ‘hints’ zijn naar een weg die permanent opnieuw wordt ontworpen en afgelegd en waarop bereiken (verder komen) tegelijk niet-bereiken (opnieuw verder gaan en komen) impliceert. Die weg wordt bovendien altijd persoonlijk gegaan. Wat niet wil zeggen dat men die weg niet (deels) met anderen samen gaat – maar dit samengaan is slechts toevallig aspect van de persoonlijke weg, althans zeker niet allesbepalend daarvoor. Door gewoon zijn ding te doen – ook sociaal – heeft ieder de vrijheid om deze persoonlijke weg te gaan, ervoor open te staan.

Zo kan de subtiele wereld verkend worden, beluisterd en gevolgd worden.

De ‘wijsheid’ die men zo leert ‘kennen’, ‘bevrijdt’ van dwaalkennis en  dwaalwegen doordat het ‘bekende’ doorzien wordt, zodat men de weg van ‘verminderen’ kan leren gaan.

Begeleiding van een ervaren ‘ziener’ kan helpen inzien waar en hoe dwaalkennis aan de orde zijn, en de oefenende een spiegel voor (helpen) houden. Net als onze ouders kiezen wij die niet helemaal zelf uit; elke ervaring leert iets over wat onze begeleiders ons in onze levensloop wel en niet brachten en waar wij nog naar op weg zouden kunnen gaan inclusief het loslaten van het vorige.

 

 

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

Ik werd in 1947 geboren in Sint Laurens, en studeerde in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. Mijn laatste op stapel staande publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien van God), 2019, en een inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en buiten alle tegenstellingen", 2020.