BK-Books.eu » Berichten » Zen en filosofie (n.a.v. de Kyoto-school): woorden om de leegte heen, of inclusief alles het hart/ de kern raken?

Zen en filosofie (n.a.v. de Kyoto-school): woorden om de leegte heen, of inclusief alles het hart/ de kern raken?

Door toevallige omstandigheden had ik aanleiding mij te verdiepen in de uit het Japanse Zen voortkomende filosoferen van Nishida en de groep om hem heen, wier leerlingen met de ontmoeting met Oosterse en Westerse (denk-)tradities bezig waren tegen de achtergrond van de opening van Japan voor het Westen vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw. Waarbij zowel de waardering van rationaliteit en techniek als de betekenis van metafysica en religies aan de orde kwam. Deze zogeheten Kyoto-school poogde tegenstellingen in hun waarde te laten maar ook te overbruggen, wat haar niet altijd in dank werd afgenomen, vooral niet waar gevreesd werd of geoordeeld werd dat zij oude waarden te grabbel gooide. Deze school werd dan ook geconfronteerd met tal van kritieken en discussies, zowel in Japan als in het Westen. Haar uitgangspunt was de waardevolle elementen uit het Oosten (dan wel het boeddhisme, dan wel Zen) mee te nemen en vruchtbaar te maken in wijzen van denken die door de Westerse denktraditie heen waren gegaan. Beide zijn nogal pretentieuze elementen, terwijl anderzijds niet ontkend kan worden dat daarvoor uitdagende aanzetten zijn gevonden en uitgewerkt. Ook daarop is weer veel kritiek gekomen, ook omdat Japanse partijen te sterke verbanden zagen met de imperialistische politiek van Japan voorafgaand en in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de strijd over die politieke kanten geluwd is (omdat zij geen heldere onderbouwing bleek te hebben dan wel omdat tegenstanders van een nogal eenzijdig uitgangspunt vertrokken), blijft de sociale rol van de filosofie (en allereerst van filosofen) uiteraard een belangrijk en interessant aspect. Maar dat is niet het meest opvallende aan de Kyoto-school, althans zuiver filosofisch niet het enige. Er zijn namelijk allerlei ideeën uit de school voortgekomen die de moeite van het bestuderen meer dan waard zijn, al was het alleen al om de vragen rondom de universaliteit van het menselijk denken, en van de patronen van de menselijke culturen. Deze denkschool ziet overal tegenstellingen en overbruggingen ervan. En dat kan vruchtbaar zijn maar ook doodlopen; vandaar het belang om die mogelijkheden te verkennen.

Inhoudelijk kan ik hier niet verder op deze uitdaging ingaan, maar ik verwijs graag naar een artikel dat ik hierover las en dat op internet te vinden is: Davis, Bret W., “The Kyoto School”, The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Spring 2017 Edition), Edward N. Zalta (ed.), URL = . Daarin wordt heel duidelijk hoe genoemde ontwikkeling heeft is geweest en welke actuele vragen en discussies zijn gekomen en nog steeds tot nieuwe inzichten leiden, op vele gebieden van denken en wetenschap. N.B. Dit artikel legt nadruk op filosofische grondslagen, speciaal de verhouding tussen (bepaalde) Oosterse en Westerse, maar noemt veel literatuur waaronder ook wel (zoals die van Masao Abe) die op deelgebieden plaatsvindt (bij Abe onder meer de godsdienstfilosofie, de grondslagen van de filosofie, de verhouding van Oosters en Westers denken, en de verhouding van boeddhisme en christendom). Tot die deelgebieden horen ook wetenschapsfilosofie en filosofie van vakwetenschappen. Voor die gebieden kunnen wellicht aparte introducties en literatuurlijsten worden gevonden.

Gepubliceerd door

bk_books

In mijn jonge jaren woonde ik in Sint Laurens, nu onderdeel van Middelburg. Met mijn vriend Peter Karstanje verkende ik de omgeving, behalve dicht bij huis en aan de kust (stranden en boulevard) ook tijdens zomerse fietstochten langs jeugdherbergen, tot Roden toe. Op de middelbare school in Middelburg en Goes leerde ik veel talen. Wim Wattel met wie ik vier jaar lang de gymnasiumlessen in Goes volgde, was met Piet Boon en enkele anderen een vaste reisgenoot in de trein. Tijdens mijn studie in Amsterdam leerde ik via Krina de Regt, Wims partner die ook in onze klas zat en in Baarn de sociale academie volgde, Nel Knip kennen: wij zijn sindsdien bij elkaar. Wij vervolgden onze studies en beroepsmatige werkzaamheden in Amsterdam, Tiel, Driebergen, en van daaruit in heel wat plaatsen in Nederland, Mijn eerste studie was theologie aan de Vrije Universiteit, waar ik vier jaar lang als student-assistent onder de zeer begaafde Harry Kuitert leerde hoe denken en taal samenhangen (en hoe machtsverhoudingen in kerkelijke kringen uitgespeeld worden, met Kuitert als kop van jut). Mijn tweede studie, filosofie, volgde ik vervolgens aan de Universiteit van Amsterdam, waar ik behalve allerlei aanvullende wijsgerige basiskennis het geluk had Otto Duintjer als mijn hoofddocent metafysica te treffen bij wie ik afstudeerde (Plato, Kant, Heidegger, Wittgenstein en de verschillen met oosterse denkwijzen; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). Vanuit Driebergen werkte Nel als hoofd PZ van het VU Ziekenhuis in Amsterdam en later als interim manager PZ in vele grote ziekenhuizen en welzijnsinstellingen in Nederland. Ik werkte als wetenschappelijk medewerker in Amsterdam, cursusleider religie en samenleving in Driebergen, universitair bibliotheekmedewerker in Amsterdam, Utrecht en Den Haag (KB). Uiteindelijk als vertaler en auteur. Wij maakten de maatschappelijke en culturele veranderingen van de jaren zestig, zeventig en tachtig intensief van binnen uit mee. De onderwerpen van mijn interesse treft u hier aan in de vorm van leesverslagen, berichten. lezingen en een aantal vertalingen en boeken over de culturele betekenis van Oost en West voor elkaar (beginnend bij meditatie, boeddhisme, Jacob Boehme, niet-dualisme; en eindigend bij een herdruk van mijn vertaling van de Zen-leraar en -denker Dogen Kigen, en een nog te verschijnen nieuwe inleiding in het denken van Jacob Boehme over de eenheid van tegenstellingen). Met als grote studie onder leiding van Gilles Quispel de visie op man en vrouw in het christendom, bij enkele bijzondere denkers in de eerste eeuwen en bij Jacob Boehme en zijn kringen en erfgenamen. Een rijke leerschool! Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer via Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema. Hoewel mijn onderzoek in eerste instantie op kernvragen en op de innerlijke samenhang van (patronen in) denken en werkelijkheid (zowel de objectieve als de subjectieve) gericht was vanuit mijn westerse theologische en filosofische traditie, heb ik achteraf het gevoel ook veel verwantschap te hebben gevonden in oosters denken. Zowel dat van religieuze denkers en van fundamentele denkers over wetenschap, objectiviteit en subjectiviteit, als in het bijzonder over taal: dit leverde veel invalshoeken op waarmee naar oost en naar west gekeken kan worden! Op deze manier kon ik zelfs de eigen piëtistische calvinistische tradities van Walcheren en West-Europa, en later ook de gnostische en mystiek-theologische tradities van het Westen vergelijken met bepaalde opvattingen in het Oosten, en beide beter begrijpen en relativeren. Ik hoop dat u en anderen hier vruchten van plukken en tot een en ander een eigen verhouding ontwikkelen. Zij het dat die taak nooit af is. Maar zelfs over tijd en zijn, en tijd en eeuwigheid valt veel te leren, heb ik gemerkt. Dat heb ik graag doorgegeven, en u vindt er hier veel over. Ook dat er een tijd komt, zoals nu voor mij, dat het niet meer allereerst gaat om nog meer onderwerpen bij de kop te pakken om me er grondig in te verdiepen en ze vertaald, dat wil zeggen in een bepaalde context begrijpelijk neer te zetten. Maar om te erkennen dat er na een tijd van toelaten en verdiepen ook een tijd mag volgen van het rationele iets meer loslaten en van iets meer intuïtief bij de zich steeds vernieuwende (...) 'kern' blijven. Een proces dat opmerkelijk genoeg in de natuur (dat is de hele werkelijkheid) en het al (of de kosmos of de eeuwigheid) in het klein en in het groot al voortdurend aan de gang blijkt, zonder iets van zijn essentie, vreugde en spanning te verliezen, en dus ook van zijn soms subtiele soms grove tegenstellingen en de veranderingen daarin. Alle goeds en goede voortgang!

Een gedachte over “Zen en filosofie (n.a.v. de Kyoto-school): woorden om de leegte heen, of inclusief alles het hart/ de kern raken?”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.