BK-Books.eu » Berichten » Zegt Haneke waar het op staat over wat wij nog waard zijn?

Zegt Haneke waar het op staat over wat wij nog waard zijn?

Uit een interview met Michael Haneke door Peter de Bruijn over zijn film Happy End:

“” … Ik maak films over wat me het meest beroert als mens.”
Spelen uw films zich daarom steevast af in het milieu van de welvarende burgerij?
“Dat is de sociale klasse waar ik zelf uit voort kom en die ik het beste ken. Een film over een familie is bijna automatisch ook meteen een film over de samenleving. Elke familie is een afspiegeling van de maatschappij. De hiërarchie in het gezin is altijd verknoopt met de hiërarchie in de samenleving.
Ik moet er wel bij zeggen dat ik denk dat de haute bourgeoisie als klasse helemaal niet meer bestaat. We zijn tegenwoordig allemaal kleinburgers. Je hebt alleen nog mensen met meer geld en mensen met minder geld. Natuurlijk bestaan er wel sociale verschillen, maar iedereen is in wezen welvarend in onze verwende samenlevingen. Het klassieke proletariaat bestaat ook niet meer. Dat zijn tegenwoordig de immigranten, die de nederige beroepen moeten uitoefenen die niemand wil doen. We zijn allemaal enorm bevoorrecht. Wie zich dan toch nog voortdurend beklaagt, zou eigenlijk een draai om zijn oren moeten krijgen, vooral als je bedenkt welke problemen er elders in de wereld bestaan.”
De film heeft een andere sfeer dan uw eerdere werk: minder claustrofobisch, minder beklemmend, losser.
We zijn een tragedie niet meer waard, maar misschien nog wel een farce. De westerse geschiedenis van het theater begint met de tragedie, daarna volgt het drama en uiteindelijk de farce. Het is onmogelijk onszelf nog serieus te nemen. We kunnen ons als rijke westerlingen niet meer inbeelden dat we echt lijden. Het lijden vindt om ons heen plaats, in andere delen van de wereld. Wij zijn daar geen onderdeel van, we kijken ernaar als een schouwspel.

(NRC 15 november 2017, p. C5; onderstrepingen door mij, bk.)

Mijn commentaar (bk): kennelijk is dringend opnieuw aandacht nodig voor de macht die wij aan de grote internationale bedrijven, aan onze regeringen en aan onze media geven om de westerse macht en rijkdom structureel  (beleidsmatig en qua uitvoering) te weinig te delen met de straatarme delen van de wereld. Wat is onze welvaart en wat zijn wij zelf nog waard als wij die niet voldoende delen met de armen? Welke politiek invloedrijken en beïnvloeders (internationale concerns, media, partijen, individuele personen op cruciale posten, lobbyisten) maken structurele en praktische keuzes in deze richting? Welke zijn alleen met eigenbelang bezig en met gesloten ogen voor deze kloven? Gelukkig kom je ook overal mensen tegen en initiatieven die in de goede richting denken en gaan, hopelijk doorwerkend op de genoemde niveaus waar wereldverhoudingen beslist worden. Ik hoop dat we niet afzakken in resignatie en onverschilligheid, maar samen met de hele wereld wakker worden en blijven. En het ook accepteren wanneer het een keer anders loopt dan we ons voorspiegelden. Want dat laatste is de geschiedenis door voorgekomen. Krijgen we niet ieder moment nieuwe kansen? Hoe vaak wordt onze westerse cultuur ten onrechte als beter en hoger voorgespiegeld dan andere culturen? Wanneer en in welke opzichten dan terecht … ?

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

Sint Laurens op Walcheren is mijn geboortedorp (1947); mijn ouders waren ƚ Leen Koole en ƚ Suzan (San) Huibregtse; mijn zus is Jopie en mijn broers zijn Wibo en ƚ Rien. Mijn jeugdvrienden waren ƚ Peter Karstanje en Wim Wattel. Nel Knip is mijn levenspartner. Wij wonen in Driebergen na Amsterdam en Tiel. Wij kregen twee kinderen en vier kleinkinderen. Ik werkte als wetenschappelijk medewerker filosofie in Amsterdam, cursusleider religie en samenleving in Driebergen, universitair bibliotheekmedewerker in Amsterdam, Utrecht en Den Haag (KB). Uiteindelijk als vertaler en auteur. Na het gymnasium studeerde ik in Amsterdam theologie (was vier jaar student-assistent bij prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). Onder leiding van prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik vertaalde en schreef een aantal boeken (zie in kolom links). Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. Na onze pensionering zijn Nel en ik onder meer bezig met: onze kleinkinderen, andere contacten, diverse activiteiten en lezen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.