BK-Books.eu » Berichten » Hoe Joods zijn de evangelies? Lees R.A. Burridge: “What are the gospels?”

Hoe Joods zijn de evangelies? Lees R.A. Burridge: “What are the gospels?”

Bespreking van R.A. Burridge, “What are the Gospels?”: A Comparison with Graeco-Roman Biography: Second edition, 2004 (belangrijk uitgebreide editie van de eerste druk van 1992).

Voor mijn oordeel zie onderaan. Een hoofdconclusie van Burridge – gebaseerd op zeer uitgebreide literatuurstudie en prachtig beargumenteerd weergegeven met na ieder hoofdstuk en boekdeel samenvattingen! – is dat de vier evangelies uit het Nieuwe Testament evident vallen binnen het genre van de ‘bios’ (enkelvoud), dat wil zeggen van de levensbeschrijvingen van helden en andere belangrijke personen in het hellenisme, de cultuur van het Romeinse Rijk. Een van de belangrijkste conclusies is dat er van Joodse rabbijnen verder niet zulke levensbeschrijvingen bestaan, omdat hun leven alleen als getuigenis van de Thora werd opgevat, en los daarvan niet interessant behoorde te zijn. Omdat zij van Jezus wel bestaan, is alleen dat feit al een boodschap: Jezus was een bijzonder iemand met een ‘goede of verblijdende boodschap’ (dat is de betekenis van ‘evangelie’), meer dan alleen maar een traditioneel aanhanger of leraar van de Joodse traditie, en dat bijzondere wordt duidelijk aan zijn leven. Dat bijzondere is uiteraard zijn verhouding tot God, zijn vader, die hij op unieke wijze representeert in zijn leven en sterven, vandaar dat een ‘bios’ van Jezus passend is. De evangelies zijn stuk voor stuk verwoordingen van de boodschap die met die unieke representatie gegeven is, zij het vanuit en voor per evangelie uiteenlopende gemeenschappen van aanhangers. Die gemeenschappen en hun opvattingen vat de auteur ook samen, en vertelt er bij dat hun ‘plaatselijke’ evangelies tegelijk wervingskracht bedoelden te hebben voor de bredere omgeving van die plaatselijke gemeenschappen. Daarmee is een compositiestructuur aangegeven die hoewel vertrekkend vanuit de Joodse en deels hellenistische context van Jezus’ leven en sterven in Palestina toch direct gericht is op een breder publiek in de omgeving van de gemeenschappen van ontstaan, dat  – naast de christen-Joden die de evangelies voortbrachten – uit zowel Grieks verstaand (de evangelies konden in een uur of twee worden voorgelezen) of lezend Joods publiek als uit niet-Joods hellenistisch publiek bestond. De vraag hoe deze volgelingen van Jezus daarmee een vernieuwing binnen de Joodse traditie vormden, is uiteraard een van de kernpunten in het onderzoek naar het ontstaan van het (latere) christendom uit uiteenlopende vormen van Jezus-verering.

Ook in dit boek wordt helaas nog weinig aandacht besteed aan de historische studies van de laatste decennia over de betekenis van de Henochitische tradities (waaronder de geschriften van Qumran) en andere belangrijke christelijk-Joodse tradities als die van de Jeruzalemse gemeente (onder de broer van Jezus, Jacobus) en aan haar verwante groepen in en buiten Palestina (Ebionieten, Nazoreeërs); en evenmin aan gnostische vormen van christendom die toch ook heel oude papieren hebben. Er zijn naast de vier evangelies heel wat andere geproduceerd waarvan nu des te duidelijker onderzocht kan en moet worden welke historische functie ze hadden in vergelijking tot deze vier traditionele. Deze vier zijn immers pas definitief vooraan in het Nieuwe Testament gezet toen dat NT pas enkele eeuwen na Jezus als verzameling werd bedacht en samengesteld. Namelijk door wat zich toen de katholieke of algemene kerk ging noemen die daarmee allerlei andere stromingen ging overheersen.

Wel wordt ook uit dit boek duidelijk dat de plaatselijke situatie van ontstaan van deze vier evangelies leidde tot uiteenlopende opvattingen over hoe het optreden van Jezus zou zijn verlopen en welke betekenis er aan toegekend diende te worden. Maar dat is op zichzelf weer een teken van de kracht die daarin gezeten zal hebben, de indruk die dat gewekt zal hebben en de bijzondere invloed ofwel stroming die er in de wereld is ontstaan rondom dit optreden en deze verhalen erover. Een kracht en een invloed die uiteraard van lezeres tot lezeres, hoorder tot hoorder, generatie tot generatie, gemeenschap tot gemeenschap, onderzoeker tot onderzoeker verschillend is, ook al beweren sommigen van hen (waaronder latere kerkleiders) graag dat zij de precieze betekenis ervan kennen, en die komt zelfs af en toe overeen … . Jezus was Jood, en zijn volgelingen vertaalden zijn opvattingen op vele manieren, nogal eens elkaar tegensprekend. De vraag is of we achter die verschillen de historische Jezus nog kunnen terugvinden, hem eruit afleiden, maar dat lijkt een complex probleem. Zie mijn ‘Wat Jezus werkelijk zei‘ of zie bij Onderwerpen in de kolom linksboven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *