BK-Books.eu » Berichten » Wat geloven niet is, en wel …

Wat geloven niet is, en wel …

WEL

Geloven = betrouwbaar zijn/ waar zijn; geloof = betrouwbaarheid.

Geloof als vertrouwen in de betrouwbaarheid van een ander is gebaseerd op ervaring, al dan niet bewezen volgens erkende waarnemers en kenners. Geloof kan nooit feitelijke kennis vervangen, wel in een ander licht stellen, namelijk het licht van het vertrouwen. Als geloof niet leidt tot zelf betrouwbaar zijn, heeft geloven zijn doel duidelijk gemist.

NIET

Geloof # een voor ieder inzichtelijke onjuistheid of dwaasheid onderschrijven; geloof = openstaan voor wat verder gaat ofwel meeromvattend is dan alleen rationaliteit, namelijk voor wat ons bestaan en kennen mogelijk maakt, eraan ten grondslag ligt, dus iemand die of iets dat (alleen) ‘vertrouwd’ kan worden.

Vertrouwen doe je niet in leerstellingen (woordensamenstellingen op zichzelf; ook wel waarheden genoemd) maar in de betrouwbaarheid van een persoon of andere werkelijkheid die betrouwbaar is gebleken voor degene die vertrouwt (of dat nu objectief of alleen subjectief vaststelbaar en vastgesteld is, dat wil zeggen door meerderen volgens afgesproken regels dan wel alleen binnen een kring van gelijkgestemden zonder verdere regels of alleen door 1 persoon).

GROND

In de christelijke tradities wordt geloof afgeleid van of gelijk gesteld met het vertrouwen in God. In de oude (Joods-)christelijke geschriften ligt aan wat met ‘geloof’ wordt vertaald, het Griekse woord ‘pistis’ ten grondslag. Volgens het woordenboek betekent dit in de eerste plaats betrouwbaarheid en in de tweede plaats geloof.

Reactie

Wat vind jij? Kun je hierdoor beter begrijpen hoe ‘geloven’ oorspronkelijk opgevat is door bijvoorbeeld Jezus? Blijkt dit uit zijn leven?
En wat zou dit kunnen betekenen als je zijn voorbeeld waardeert en hoog acht?

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

Ik werd in 1947 geboren in Sint Laurens, en studeerde in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. Mijn laatste op stapel staande publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien van God), 2019, en een inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en buiten alle tegenstellingen", 2020.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.