BK-Books.eu » Berichten » DAOÏSME: inleiding & DAODEJING: lopende samenvatting en commentaar & LEZERSREACTIES

DAOÏSME: inleiding & DAODEJING: lopende samenvatting en commentaar & LEZERSREACTIES

Kernwoorden: , , , , , , , , , ,

Reageren op de Daodejing-teksten

Het introbericht van dit blog dat bezoekers als eerste zien, begint met een telkens nieuw hoofdstuk van Lao Zi’s Dao De Jing of “Het Boek van de Weg en de Deugd” in de typografische combinatie door mijn neef Boudewijn Koole* van drie vertalingen. Die zijn gebaseerd op wat in de OB van Rotterdam indertijd (plm. 2007) toevallig beschikbaar was. Het treffende van zijn typografische combinaties vind ik dat zowel de verscheidenheid in ‘vorm’ als de overeenkomst in ‘inhoud’ van de vertalingen prachtig zichtbaar wordt. Mijn neef en ik waarderen deze teksten juist daarom.
Wij nodigen u dan ook graag uit tot het insturen van reacties op de teksten zelf. Zie “Geef een reactie” helemaal onderaan dit bericht na de andere Reacties, dan vinden alle lezers uw tekst hier binnenkort als nieuwste en bovenste. Het is ook mogelijk op de reacties te reageren, via de knop Reacties onder iedere aparte reactie.
Onderaan dit bericht is de actuele combinatie van drie vertalingen ook weergegeven. Mijn neef overweegt iets vergelijkbaars te maken in de vorm van een app en ook de vertalingen in het Nederlands van Henri Borel, Robert Henricks en Paul Kluwer daarbij te betrekken.

* Hij is Boudewijn Koole D.enJ.zn en ik ben L.enS.zn; wij zijn twee van zes volledig gelijknamige neven (vier in Nederland) en van zeven qua voornaam (vijf in Nederland). In British Columbia (Canada) woont zo Robert [=Boudewijn] Koole P.enP.zn. En samen zijn wij onderdeel van zo’n veertig nichten en neven, waarvan ongeveer de ene helft in Nederland en de andere in Canada woont.

Nederlandse auteurs over daoïsme

Deskundige Nederlandse auteurs die ons geholpen hebben over deze teksten na te denken zijn (Dr.) René Ransdorp, zie zijn fijnzinnige en leerzame boek “Zwerven met Zhuang Zi” (over de grote navolger van Lao Zi), en (Dr.) Woei Lien Chong, zie haar helder oriënterende boek “Filosofie met de vlinderslag” (over zowel Lao Zi als Zhuang Zi), die beide naar talloze andere auteurs verwijzen waar ook veel van te leren valt! Wij zien uit naar het moment dat René Ransdorp die al jaren lesgeeft over de grondtekst en betekenis van de Dao De Jing, zijn op diepgravende studie van onder meer de Chinese commentaren gebaseerde eigen vertaling ervan zal publiceren [opmerking: René Ransdorp is eind maart 2017 overleden; mij is op dit moment nog niet bekend of zijn vertaling al persklaar was/ is].
Hij leerde dat leven (in de meest omvattende zin) en ‘leren’ bij elkaar horen, dat forceren zelden gewenst is en dat de dingen vanzelf hun loop hebben; ook dat we ons ‘zelf’ daarin vinden/ loslaten (v.v.) kunnen.
Ook Elly Nooyen, leerling in de Internationale School van het Rozenkruis en tevens oud-leerling van René Ransdorp, deelde en deelt in boeken en lezingen haar inzichten vanuit, in en over Dao, mee vanuit die tradities van Dao-uitleg.

Reageren?

Plaats voor een nieuwe reactie (nieuw onderwerp of nieuwe vraag) je cursor in het alleronderste lege vak en noem s.v.p. eerst het hoofdstuknummer of punt waarop je reageert of dat je zelf aandraagt. Je kunt ook op de bestaande reacties reageren: via het vak ‘Reacties’ dat onder ieder bericht staat. Hier nog even een blik op het actueel gepresenteerde hoofdstuk.

Klik op bovenstaande tekst om deze te vergroten of gebruik deze link: Dao De Jing-58 Geplaatst op 16 augustus 2019.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

Ik werd in 1947 geboren in Sint Laurens, en studeerde in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. Mijn laatste op stapel staande publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien van God), 2019, en een inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en buiten alle tegenstellingen", 2020.

43 gedachten over “DAOÏSME: inleiding & DAODEJING: lopende samenvatting en commentaar & LEZERSREACTIES”

  1. Bij hoofdstuk 58 van Lao Zi, Daodejing
    Slap bestuur roept gave mensen op, manipulerend bestuur roept tekortschieten van mensen op. Ongeluk is waar geluk op steunt, in geluk ligt ongeluk verborgen. Wie weet waar precies de grens ligt? Dat ligt niet vast. Normaal slaat om in vreemd, goed slaat om in onheil: het dwalen van de mensen is inderdaad al van lange duur. Daarom zegt de wijze: Vierkant maar niet hoekig, zuiver maar niet snijdend, rechtop maar niet strak, lichtend maar niet verblindend.
    Een zo heldere tekst samenvatten hoeft niet, al komt “geen Prinzipienreiterei” er dicht bij. Wie het onderste uit de kan wil halen, krijgt het deksel op zijn neus, zegt ons spreekwoord. Hier wordt een diepere reden gegeven: de werkelijkheid bestaat uit schuivende balansen, denk aan het yin-yang-teken dat opgevat kan worden als tweedimensionaal maar ook als multidimensionaal. Ook wordt de door dat teken afgebeelde wereld anders gezien naarmate het standpunt van waar uit men het bekijkt, verschilt van andere standpunten. En wie zal zeggen of die standpunten zelf niet verschuiven? Wij zijn immers onderdeel van dat bewegende, veranderende geheel, niet zo maar alleen een buitenstaander met een uniek eigen standpunt en dito visie. Leidt dit tot een visie waarin alle verschillen er niet meer toe doen? Zeker niet. Wel tot een houding waarin op de spits drijven zich even bewust is van zijn tegendeel en complement als van ‘zijn’ eigen beoogde positie en doel. De ‘tegendelen’ zijn in elkaar verborgen. Dit is een besef dat in vele hoofdstukken van de Daodejing terugkeert.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van J.J.L. Duyvendak (1942-1e; 1980-3e verbeterde druk), Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand. In enkele gevallen raadpleegde ik ook: R.T. Ames/ D.L. Hall, Daodejing: “Making This Life Significant”: A Philosophical Translation (2003).]

  2. Bij hoofdstuk 57 van Lao Zi, Daodejing
    De staat bestuur je door het normale. Het leger zet je in bij uitzonderlijke situaties. Helder en rustig is normaal. De wereld bestuur je door alles de gewone loop te laten, niet in te grijpen. Hoe meer verboden en taboes, hoe armer de mensen; hoe meer scherp tuig, hoe groter de wanorde; hoe meer sluwe handigheid, hoe meer buitenissigheden; hoe meer wetten en bevelen, hoe meer rovers en dieven. Daarom zegt de wijze: “Ik betracht niet-doen en daardoor transformeren de mensen zich vanzelf. Ik bemin stilte en daardoor corrigeren de mensen zich vanzelf. Ik betracht niet-bedrijvigheid en daardoor worden de mensen vanzelf rijk. Ik koester geen zelfzuchtige verlangens en daardoor worden de mensen vanzelf ongekunsteld.”
    Dit belangrijke hoofdstuk legt de kern van het beroemde niet-handelen (wuwei) uit. Ook het streven naar kennis kan een enorm blok aan het been worden, even goed als het vergroten van het wapenarsenaal of het uitbreiden van regels en taboes. Hoe dan evenwicht en rust te laten groeien of ‘bevorderen’? Door niet te forceren, niet overdreven te begeren: wat een baby doet om aandacht en voedsel en verzorging te krijgen, is natuurlijk, maar wie dat doet op onnatuurlijke wijze en dus ten koste van anderen en zichzelf, bereikt juist het tegendeel. Dat geldt niet minder sterk voor het gebruik van namen en het uitspreken van oordelen: daarmee bereikt men al gauw het tegendeel want men herinnert evenzeer aan het tegendeel als aan het beoogde. Dit hoofdstuk vertoont veel parallellen met andere hoofdstukken (48, 31, 45, 18, 19, 49; ook 36, 53).
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van J.J.L. Duyvendak (1942-1e; 1980-3e verbeterde druk), Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand. In enkele gevallen raadpleegde ik ook: R.T. Ames/ D.L. Hall, Daodejing: “Making This Life Significant”: A Philosophical Translation (2003).]

  3. Bij hoofdstuk 56 van Lao Zi, Daodejing
    Wie weet, spreekt niet. Wie spreekt, weet niet. Met je geest of met inspanning greep op Dao pogen te krijgen is een garantie voor niet bereiken van Dao. Doe wat aansluit. Dat is wat je ‘een zijn met en van alles’ noemt. Met de wijze kun je niet intiem worden, noch van hem verwijderd raken. Hem voordeel of nadeel toebrengen is onmogelijk. Daarom is hij het kostbaarste in de wereld.
    In woorden over Dao valt Dao niet uit te leggen. Met streven naar Dao bereik je Dao niet. Met andere woorden: “hecht niet aan iets bereiken via uitersten of via opvallen”. Toch hebben we intuïtie van Dao als grond van alle bestaan, die uit zichzelf werkzaam is. De wijze is daarom het kostbaarst in de wereld, want met Dao in verbinding, open voor Dao.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van J.J.L. Duyvendak (1942-1e; 1980-3e verbeterde druk), Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand. In enkele gevallen raadpleegde ik ook: R.T. Ames/ D.L. Hall, Daodejing: “Making This Life Significant”: A Philosophical Translation (2003).]

  4. Bij hoofdstuk 55 van Lao Zi, Daodejing
    Wie vol ongekunstelde energie is, is als een pasgeborene, berokkent geen kwaad en wordt niet door wilde dieren gegrepen. Slap en teer, is hij toch krachtig, en ook van seksuele energie het summum. De hele dag schreeuwt hij zonder schor te worden: het toppunt van harmonie van de tegenstellingen. Harmonie ervaren wil zeggen bestendig zijn; bestendigheid kennen is inzicht. Maar het hart dat de levenskracht forceert, buit het leven uit. Dat is in strijd met de Dao, dan is het gauw gedaan.
    Kunstgrepen die niet de basiskracht ondersteunen, verergeren de situatie. Natuurlijkheid mag er voluit zijn en heeft geen kwade bedoelingen. Evenwicht in beweging is spontaan. Forceren brengt een vlug einde.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van J.J.L. Duyvendak (1942-1e; 1980-3e verbeterde druk), Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand. In enkele gevallen raadpleegde ik ook: R.T. Ames/ D.L. Hall, Daodejing: “Making This Life Significant”: A Philosophical Translation (2003)].

  5. Bij hoofdstuk 54 van Lao Zi, Daodejing
    Het stevig gevestigde wordt niet uitgerukt; het stevig omarmde wordt niet weggehaald. Zo is er continuïteit tussen de generaties en in de samenleving.
    Dit cultiveren in je zelf, betekent deugd van waarachtigheid; in je familie, deugd van overvloed; in je geboortestreek, deugd van duurzaamheid; in je land, deugd van rijke bloei; in de hele wereld, deugd alom.
    Beschouw je zelf vanuit je zelf, familie vanuit familie, streek vanuit streek, land vanuit land, hele wereld vanuit hele wereld.
    Hoe weet ik dat de wereld zo is als ik haar zie? Hierdoor!

    ‘Deugd’ kan zowel energie of innerlijke kracht als goede moraal of morele kracht aanduiden. Het gaat om meegaan met de beweging zoals die het meest natuurlijk gevoeld wordt, zowel die van buiten als uiteindelijk allemaal en helemaal ‘van binnen’ (anders zouden we het geen voelen noemen). Allemaal: alle bewegingen zover we ervaren; helemaal: precies zo fundamenteel als dicht bij en door ons ‘zelf’ ervaren wordt. (Dit is geen wetenschappelijke beschrijving van fysieke processen maar een vanuit en met de ervaring kloppende beschrijving van wat zich voordoet, en waargenomen wordt.) De vertaling is nauwelijks ingekort, omdat de tekst van dit hoofdstuk uit samenhangende delen bestaat die voor de betekenis amper gemist kunnen worden. Het kan goed zijn te weten dat dit hoofdstuk een daoïstische visie biedt op wat ook in het confucianisme centraal staat: deugd manifesteren ofwel kracht herstellen (maar dan niet zo zeer van binnen uit, maar allereerst conform aan de traditionele – uiterlijke – maatschappelijke verhoudingen). Het daoïsme geeft voorrang aan innerlijke kracht boven alleen uiterlijk conformeren!
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van J.J.L. Duyvendak (1942-1e; 1980-3e verbeterde druk), Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand. In enkele gevallen raadpleegde ik ook: R.T. Ames/ D.L. Hall, Daodejing: “Making This Life Significant”: A Philosophical Translation (2003)].

  6. Bij hoofdstuk 53 van Lao Zi, Daodejing
    Het enige waarvoor ik bij het gaan van de grote weg (Dao) beducht hoef te zijn is hem te verlaten. De grote weg is uitermate effen, maar de mensen nemen graag de kleine zijpaden. De hoven uitermate schoongeveegd, de velden uitermate verwilderd en de voorraadschuren uitermate leeg. Rijk versierde kleren en prachtige wapens dragen, zich te buiten gaan aan drank en spijzen, luxe en weelde. Dit is diefstal (“dao”-klank in het chinees) en buitensporigheid, zeker niet de weg (Dao).
    De weg van het midden vinden, is in onze Westerse cultuur niet altijd de norm. Toch is die weg ook in het Westen mogelijk en waardevol. Dat begint niet bij een algemene theorie; het begint bij jezelf: bij je omgeving serieus nemen, te beginnen het dichtst bij: loop niet bij “jezelf” weg! Maar maak van jezelf ook niet de norm voor iedereen. Als ieder het midden zoekt en praktiseert, wordt de middenweg vanzelf gevonden. Wie daar niet aan meedoet, valt op (door “buitensporigheid”). Daarbij is ruimte voor verschillen, anders zou evenwicht niet te vinden zijn. Dit gaat over innerlijk evenwicht (en afstemming) als basis voor al het uiterlijke; waarbij ook innerlijk en uiterlijk in evenwicht kunnen zijn, te beginnen in het klein, maar zover wij kunnen zien, ook in het groot.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van J.J.L. Duyvendak (1942-1e; 1980-3e verbeterde druk), Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand. In enkele gevallen raadpleegde ik ook: R.T. Ames/ D.L. Hall, Daodejing: “Making This Life Significant”: A Philosophical Translation (2003)].

  7. Bij hoofdstuk 52 van Lao Zi, Daodejing
    De onzichtbare oorsprong van de verschijnselen is als hun moeder: dao. Moeder en kinderen verwijzen naar elkaar. Door voeling te houden met hun moeder vermijden we levenslang gevaar. Dicht de openingen dan raak je niet uitgeput; door ze te openen en in bedrijvigheid te vervallen, red je het niet. Het vermogen om het kleine te zien, is helder inzicht; voeling houden met het zachte, betekent sterkte. Zijn uiterlijke licht gebruikend gaat men terug naar die helderheid. Dan vermijdt men onheil. Dit heet bestendigheid beoefenen.
    Ook hier kom ik weer de oproep tegen om niet te forceren, maar voeling te houden met het zachte. Een heel verschil met alles van krachtdadigheid verwachten, al hoeft die niet met aandacht voor het zachte in strijd te zijn. In dat geval is kracht inzetten geen forceren zonder meer. Voeling leren houden betekent ondertussen wel ons bewustzijn van het hele plaatje niet op te offeren aan strak vasthouden aan een vooropgezet schema of een vooropgezette invalshoek. Objectiviteit die alleen gebruikt wordt om macht uit te oefenen, is iets anders dan openheid voor de verschillende kanten van een zaak of ontwikkeling.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van J.J.L. Duyvendak (1942-1e; 1980-3e verbeterde druk), Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.].

  8. Bij hoofdstuk 51 van Lao Zi, Daodejing
    Dao (weg van het vanzelf zo gaan) manifesteert zich via alle verschijnselen vanuit het verborgene via De (energie, innerlijke kracht, deugd). Alle verschijnselen eren Dao en schatten De hoog. De doet haar werk in het verborgene, niet om haar zelfs wil. Dao doet dat zo: ze tot wasdom brengen door hen de mogelijkheden tot zelfontwikkeling te geven, ze royaal begunstigen, voeden en bedekken zonder hen zich toe te eigenen, ze bewerken maar zich daarop niet laten voorstaan of ze afhankelijk van zich te maken. Dit heet diepe deugd.
    Het is moeilijk dit hoofdstuk samen te vatten: gewoon dóen is waarschijnlijk beter. De herhalingen versterken het hoofdstuk telkens zodat ons tegelijk geleerd wordt hoe Dao en De werken, én dat wij daar niet tussen hoeven te komen maar er in mee gaan. Dat herinnert me meteen aan een centraal en steeds terugkerend punt bij het lezen van de Daodejing. Zelfs het vanzelf zo zijn en gaan van de dingen en ook van ons mensen mag en kan geen automatisme zijn (dan zou ons bewustzijn er niet toe doen), maar zichzelf in het middelpunt stellen of daarbij onnodig naar voren halen zou al teveel ingrijpen zijn. Het evenwicht herstelt zich beter zonder (maar ook met) dat extraatje. Het is dus niet verkeerd ons ook van onszelf bewust te zijn, net als van al het andere wat tot ons bewustzijn doordringt (en dat is uiteraard niet alleen wat past bij de schema’s waartoe wij de werkelijkheid vaak reduceren, vooral via onze emoties of vooral via ons redeneervermogen of welke combinatie ervan ook). Kortom, hier is sprake van de mogelijkheid van lussen in ons bewustzijn waarmee we ‘vanzelf zo’ ofwel natuurlijk kunnen pogen om te gaan (biedt ons ‘ik’ en ons redeneervermogen onze grootste risico’s van lussen – naast hulp bij het vinden van evenwicht?!). Wat ons vooral geleerd wordt, is open (blijven) staan voor het (steeds) nieuwe en daar natuurlijk op ingaan, en daarbij onze ervaring tegelijk noch de processen te doen blokkeren, noch achteloos aan ze voorbij te zien. Dat doen we echter niet louter afstandelijk, evenmin louter intuïtief of emotioneel, maar ‘vanzelf zo’, natuurlijk, misschien kun je zeggen ‘in balans’. En als het dan uit balans is, is het volgende moment er alweer net zo goed als wanneer het in balans was. Ik sluit niet uit dat er vormen van ruimer bewustzijn zijn waarin deze balans vaker gevonden wordt, door opgebouwde ervaring. Maar dat is precies wat bijvoorbeeld Zhuang Zi vertelt: de kok of de slager zijn zo ervaren dat ze moeiteloos hun weg lijken te vinden bij wat ze doen. En sommigen zijn specialisten in het een en anderen in het ander. Werkend met gedeelde en persoonlijke basismogelijkheden geeft ieder van ons Dao door via De. We zijn onderdelen van ‘het’ proces van alle processen. ‘Het’ zien we alleen in ‘dit’ en ‘dat’ maar dat is bepaald niet niets! Want (deel van) alles. Overigens niets om ons op te beroemen, het wonder blijft een mysterie. (N.B. Schipper citeert bij dit hoofdstuk de prachtige passage uit de Zhuang Zi 6:V over de Dao).
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van J.J.L. Duyvendak (1942-1e; 1980-3e verbeterde druk), Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.].

  9. Bij hoofdstuk 50 van Lao Zi, Daodejing
    Leven en sterven is van nature verschijnen en verdwijnen.
    Een kort, lang of overspannen leven: elk van deze [geldt voor] 3 op de 10.
    [Wat overblijft:]
    Je van overdrijven onthouden is het natuurlijke, ware leven.
    Dan ga je de oorlog binnen zonder wapens en bied je geen houvast voor tanden en klauwen.
    Omdat in jou geen plek voor de dood is.

    De tekst suggereert dat er een 10e variant is van leven en sterven. Het natuurlijke, ware leven. Niet omdat er geen tegenstellingen zijn, maar omdat zij er altijd zijn en altijd in elkaar overgaan. Het is niet nodig ons koste wat kost (…) tegen dood of minder leven te verzetten. En wie die natuur volgt … hoeft nooit te overdrijven.
    Het doet mij denken aan het aanvaarden van leven en dood en al hun wederwaardigheden, in Europa ook wel gelatenheid genoemd. Niet alleen omdat het een wapen tegen de dood zou zijn, maar ook omdat leven en sterven dan beide als een verheugend iets kunnen worden ervaren, en vreugde en droefheid beide als leven. Zij bestaan bovendien nooit zonder elkaar … omdat elke definitie haar tegendeel (afgrenst en dus de mogelijkheid ervan, minstens in gedachte,) insluit. Dat kan echter niet bij een theorie blijven, maar gaat om wat echt natuurlijk, waar leven is. Zelfs ons verstandswapen en onze andere kracht-, pronk- en verleidingswapens, zijn iets waarmee wij niet permanent te koop moeten lopen, willen wij geen frictie en oorlog oproepen. Zo beginnen en eindigen we ons leven natuurlijk, laten toe en los en gaan mee met de stroom.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van J.J.L. Duyvendak (1942-1e; 1980-3e verbeterde druk), Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.].

  10. Bij hoofdstuk 49 van Lao Zi, Daodejing
    De wijze is los van fixaties, hij heeft zijn hart leeggemaakt en beschouwt het hart van alle families als zijn hart. De goeden en betrouwbaren behandelt hij met goedheid en vertrouwen, en de niet goeden en niet betrouwbaren eveneens; zo worden goedheid en vertrouwen verkregen. De wijze mens in de wereld vereenzelvigt zich daarmee en smelt zijn hart met de hele wereld samen. Alle families richten zich op hem, hij behandelt alle mensen als zijn kinderen.
    [N.B. Het hart staat ook voor de zetel van kennis, oordeel, beoordeling, niet alleen voor gevoel en voelen.] Het is in de meeste omgevingen niet toonaangevend om kwaad met goed te beantwoorden. Toch is dit precies wat hier wijs genoemd en aangeprezen wordt, om de eenvoudige reden dat anders van kwaad erger wordt, terwijl dit aangeprezen gedrag de samenleving draaiend en dragelijk houdt. Deze houding is geen masochisme maar eigenbelang, vanuit de wijsheid gezien. Van welk standpunt uit zie ik dat? Als ik moet kiezen tussen het benadelen van een ander of van mijzelf wat is dan wijsheid? Die vraag kan volgens deze tekst alleen beantwoord worden vanuit volledige vereenzelviging. Waarbij tegelijk iedere situatie verschillend is.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van J.J.L. Duyvendak (1942-1e; 1980-3e verbeterde druk), Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  11. Bij hoofdstuk 48 van Lao Zi, Daodejing
    Zich toeleggen op leren is van dag tot dag toenemen; de Dao volgen is dagelijks afnemen. Als niet-doen wordt betracht, dan is er tóch niets dat niet wordt gedaan. Dit geldt voor alle bedrijvigheid, ook voor het bestuur van de wereld.
    Het gaat hier om de kern, het diepste van alle bestaan: niet via de buitenkant, maar door zich af te stemmen van binnen uit, steeds opnieuw. En dat is steeds opnieuw loslaten. Vergelijk hoofdstuk 20. Want dan is alles al gedaan! ‘Handelen’ komt vanzelf uit loslaten en afstemmen voort, anders is het gekunsteld. Dat (‘niet’-!!!)handelen levert altijd meer op dan over de dingen bazen met geweld of kracht van buiten, ook met geweld van kennis, als dit niet vanzelf uit afstemming volgt. Ook iets heel anders dan ‘studeren voor het diploma’ waar de Confucianen veel waarde aan hechtten.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van J.J.L. Duyvendak (1942-1e; 1980-3e verbeterde druk), Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  12. Bij hoofdstuk 47 van Lao Zi, Daodejing
    Ga niet buiten je deur en je kent alles, de weg van wat vanuit zichzelf zo is. De wijze mens weet juist door niet op reis te gaan, heeft helder inzicht juist door niet naar buiten te gaan, slaagt juist door niet te handelen.
    Het blijft heel moeilijk om in bekende woorden weer te geven wat hier bedoeld is, omdat de verleiding ook groot is om de wereld van de bekende woorden als iets te zien wat veroverd kan en moet worden (als middel van en tot macht). Terwijl de hele wereld al gekend is zodra we ons ook maar iets bewust zijn. Dat roept vragen op en blijft vragen oproepen. We groeien immers als individuen op in steeds grotere kringen en het is zeker zo dat onze taal daarbij ook toeneemt en preciezer wordt. Maar de kern is al gegeven voordat wij ook maar iets kunnen verwoorden, of zelfs voordat wij ons iets bewust zijn. Die kern is belangrijker of omvattender dan alle woorden en wij zijn er altijd mee verbonden. Zij is niet toegankelijk door naar buiten gaan, door steeds meer leren, maar alleen door haar en onze verbinding ermee te erkennen en toe te laten, zodat wij van haar leren en in overeenstemming met haar leven en sterven. Die kern en de hele wereld zijn in wezen hetzelfde, althans één (waarbij ik voor lief neem dat woorden of ons bewustzijn hier zoals gezegd te kort kunnen schieten, zij het ook dat ze ook dan nog naar het meerdere, de verbindingen van alles met alles, verwijzen).
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  13. Bij hoofdstuk 46 van Lao Zi, Daodejing
    Als de wereld Dao heeft, worden paarden gewoon gehouden om het land te bemesten. Als de wereld geen Dao heeft, worden legerpaarden geboren op de slagvelden. Geen groter misdaad dan teveel willen hebben, geen groter ongeluk dan niet van ophouden te weten. Daarom, wie weet dat genoeg genoeg is, heeft altijd genoeg.
    Nadrukkelijk streven naar verbetering (‘progressie’) is een modern Westers ideaal gekoppeld aan waardering voor het verstand en de op wetenschap gebaseerde benadering van de techniek. Andere culturen beleven en zien dat niet op dezelfde wijze. Tijd wordt bijvoorbeeld als een mentale houding opgevat, die zorgvuldig in evenwicht dient te blijven, om evenwicht in de natuur te behouden. Kortom, wij en de natuur horen bij elkaar, en niet alleen als heersers en ‘materiaal’. Dat wordt zichtbaar in oorlog en vrede, in het groot en in het klein.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  14. Bij hoofdstuk 45 van Lao Zi, Daodejing
    Het volmaakte beschouwen als onaf, maakt verandering mogelijk. Stilte en ontvankelijkheid zijn de richtlijn voor de hele wereld.
    Volmaaktheid wordt vaak voorgesteld als einddoel, of minstens als ideaal. Hier staat iets anders: volmaaktheid bestaat niet zonder haar tegendeel. Wie dat niet erkent, bereikt de volmaaktheid nooit. Wie dat wel erkent, ontdekt dat innerlijke openheid voor elke verandering de basis voor omgaan met beperktheid en volmaaktheid is op alle terreinen. Ofwel ‘niet handelen’ is de basis voor elk ‘handelen’. Niet als theorie, maar als steeds opnieuw te ontvangen houding vanwaaruit elke volgende stap opbloeit en waarnaar die terugkeert. Dao volgend, en zo de natuurlijke gang van zaken volgend.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  15. Bij hoofdstuk 44 van Lao Zi, Daodejing
    Begeerte brengt moeite, vergaren verlies. Wie weet wat genoeg is, is minder kwetsbaar. Wie tijdig weet op te houden, raakt niet uitgeput. Wie zich inzet voor wat minder waard is dan het leven, schaadt dat leven.
    Ik heb de indruk dat deze woorden in onze huidige (brede?!) culturele hoofdstroom van zoveel mogelijk consumeren en produceren (niet alleen op materieel gebied) te weinig aan bod komen in de opvoeding. Het is nooit te laat om tot inzicht en ander gedrag te komen. Maar hoe moeilijk is dit om te bereiken (zie 43)? Of heeft het vooral met loslaten te maken, en met niet opnieuw in de valkuilen van de begeerte te vallen? Laat ik tijd nemen om er mezelf aan te herinneren.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  16. Bij hoofdstuk 43 van Lao Zi, Daodejing
    Niet handelen brengt alles voort: niet spreken wat betreft de lering, niet doen wat betreft het behalen van voordeel. Want het zachtste controleert het hardste. Bijna niemand in de hele wereld komt daartoe.
    Dit diepe hoofdstuk nodigt uit tot uitgebreide uitleg. Die is echter al (verborgen?) aanwezig (!): het gaat om toe- en loslaten wat vanzelf al gebeurt, en daarin onze natuurlijke rol spelen. Niet doen is niet niets doen, wel onze natuur volgen (en die van de wezens en dingen om ons heen) door (alleen) ingrijpen wanneer dat op een bepaald moment vanzelf spreekt. De afweging met behulp van onze kennis en ons redeneren is daarvan onderdeel, niet hoofdzaak. Want dan zouden kennis en redeneren overhand hebben op de natuur, en dat is niet natuurlijk. De natuur omvat meer en gaat dieper dan kennis en redeneren.
    In de praktijk houdt dit ook leren omgaan in met de beperktheid van onze kennis en ons redeneren, en daarbij is ervaring belangrijk. Onze (interactie met onze) omgeving, eerst onze ouders en langzamerhand alles om ons heen, ook als onze ouders er niet meer zijn, helpen ons daarbij. Zonder dat ook maar iets van individuele sterktes en zwakheden, of van wezens of zaken buiten ons, ontkend wordt. We leren thuis raken in de veranderingen die (v.v.) leven en wereldprocessen omvatten, door ervaring; en vertrouwen op de natuur van het zachtste en het hardste. Iets heel anders dan alleen het beheersen door machten en krachten, al zijn die er natuurlijk.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  17. Bij hoofdstuk 42 van Lao Zi, Daodejing
    Dao brengt Een voort. Een brengt Twee voort. Twee brengt Drie voort. Drie brengt de tienduizenden wezens voort.
    Hoe meer woorden ik hier gebruik, hoe groter gevaar van misverstanden. Het Ene is niet de oorsprong, maar Dao is dat. Het Ene, dat is het bestaan, wordt ervaarbaar wanneer het zich splitst. De Twee delen zijn yin en yang die samen Drie baren. Drie is het begin van de tienduizenden wezens. Als yin en yang in harmonie zijn, is alles in orde. Die harmonie kan ook begin en eind en het proces ertussen omvatten. Wat minder harmonisch is, kan uitgangspunt voor de harmonie zijn en omgekeerd. Hoewel woorden en theorieën deel uitmaken van het leven, vervangen zij dat niet. Geweld met of zonder woorden slaat de plank mis. Aan de arme of zwakke kant van processen staan biedt vrijheid. Elk einde is een begin, elk begin vindt ook een einde.
    Vergeleken met de Westerse traditie die hecht aan met wetenschappelijke of wijsgerige taal benoemde hiërarchische orde, is de maatschappelijke orde in het Oosten niet per se gebonden aan tweedelingen in de taal. Wat hier gezegd wordt geldt evenzeer voor hoog- als voor laaggeplaatsten. De eersten en de laatsten kunnen niet zonder elkaar. Althans volgens denkers als Lao Zi en Zhuang Zi. Wie deze houding in het Westen wil praktiseren, heeft dus een opdracht om onopvallend duidelijk te zijn over de bedoeling van gedrag en woorden. Onopvallend duidelijk (pogen te) zijn is in het Oosten gangbaar, in het Westen nog niet overal. Wie Westers (hiërarchisch of wetenschappelijk) denken in het Oosten wil praktiseren, kan dat het beste doen door precies aan te geven binnen welke kaders en werkruimte dat gedaan wordt: een bekend probleem bij Westerse productiebedrijven in Azië (die arbeidsverhoudingen uitbuiten) en Oosterse praktijken (meditatie, geneeskunst, etc. die maatschappelijke en politieke vragen uit de weg gaan) in het Westen. Tegelijk ligt hier een enorme kans voor het afleren van overbodig eenzijdig gedrag: rationalistisch (Westers) of dominant (Oosters) optreden.
    Uiteindelijk hoort bij alles een natuurlijke levenscyclus. Die kan beter niet geforceerd worden. Toen Lie Zi dat begreep, keerde hij naar huis en kwam drie jaar lang niet naar buiten. Hij kookte voor zijn vrouw en voerde de varkens alsof ze mensen waren, zich ver houdend van zakelijke beslommeringen. Hij keerde terug tot natuurlijke eenvoud. Zo bleef hij in eenheid, krachtig en ongekunsteld. (Zhuang Zi 7:V). Is dat alleen een Oosters ideaal?
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  18. Bij hoofdstuk 41 van Lao Zi, Daodejing
    “Dao is verborgen en heeft geen naam. Welnu: Alleen dao is bedreven in een begin geven en tot voltooiing brengen” (slotregels). Schitteren met je deugden komt neer op het opleggen van je eigen vormen aan anderen, terwijl de deugd die werkt vanuit het verborgene het andere bevoorraadt en de eigen (!) ontwikkeling van het andere volgens zijn eigen (!) aard bevordert.
    Dit hoofdstuk is lang en bevat prachtige beelden die bijna voor zichzelf spreken. Hoe zou je hier nog een samenvatting van willen maken? Gelukkig gaf René Ransdorp tijdens zijn cursus van dit hoofdstuk een eigen samenvatting, die ik hier letterlijk overneem (met dank!). Misschien is het wel gevaarlijk samenvattingen te maken als die er op neer komen dat het samengevatte wel begrepen wordt maar niet in praktijk gebracht. De waarheid volgen is een Westerse deugd maar kan gevaarlijk zijn als degene die dat aanprijst niet de waarheid maar zichzelf de hoogte in steekt of volgt, zoals ik als kind wel te horen kreeg dat ik zo goed kon leren en daar vervolgens ook een tijd lang uit afleidde dat dat een altijddurende voorsprong ‘was’. Natuurlijk is er verschil maar allen kunnen de dao volgen door de ontwikkeling van anderen te bevorderen volgens hun eigen aard die net zo waardevol is als welke dan ook. Het meest zichtbare wordt uiteindelijk onzichtbaar, en zo is het met alle eigenschappen. Daarbij kunnen en mogen wij onze rol spelen: zo natuurlijk en vanzelfsprekend mogelijk. Niet om uitsluitend zelf te schitteren ten koste van welke of welk andere dan ook. Want de ontwikkeling gaat altijd door, en het een heeft het ander nodig. Dao heeft geen naam.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  19. Bij hoofdstuk 40 van Lao Zi, Daodejing
    De beweging van dao is terugkeren. Zwakheid zonder forceren is hoe dao functioneert. Alles komt voort uit het bestaan, het bestaan uit niets.
    In onze Westerse cultuur worden zwakheid en gelatenheid al gauw met onverantwoordelijkheid gelijkgesteld, omdat er een sterk plichtsgevoel aan rechtsgevoel gekoppeld is. Hier leren we dat forceren van rechten en plichten weinig zin heeft als het met onnatuurlijke overcompensatie ofwel bruutheid gepaard gaat. Die laatste brengen niet alleen wat ze beogen, maar ook altijd geweld, pijn en dood. Die er ook gewoon zijn zonder forceren, maar dan natuurlijk. Een nuance om tot me door te laten dringen. Forceren kan erger voorkomen, maar brengt al gauw erger mee … Beter is het de krachten in en om ons te leren aanvoelen en kennen en zo er onze weg in en mee te weten – en te gaan. Gaan dat ook altijd loslaten is, kan zijn en mag zijn!!
    (Hoofdstuk 40 en 41 komen ook in omgekeerde volgorde voor.)
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  20. Bij hoofdstuk 39 van Lao Zi, Daodejing
    Degenen die vroeger één bereikten, bereikten hun verwerkelijking als volgt: de hemel werd daardoor helder, de aarde stabiel, de natuurgeesten werden werkzaam, het dal vol, alles in leven, de vorsten model voor de hele wereld. Ofwel: anders zou de hemel kapot gaan, de aarde in verval raken, zouden de natuurgeesten stoppen, het dal uitgeput raken, alles uitgeblust zijn, de vorsten struikelen. Daarom neemt het hoge het nederige tot fundament. Hierom noemen vorsten zich wezen, weduwen/weduwnaars en behoeftigen, niet dan? Daarom is de hoogste faam zonder faam. Verlang niet briljant en schitterend te zijn als jade maar gewoon en ruw als steen.
    Iedere keer als ik de betekenis van de laatste regel tot mij laat doordringen, merk ik hoe zelf-opgefokt ik in het leven sta. Gewoon is immers goed genoeg want zonder de basis houdt geen opbouw stand. Ben ik diep verbonden met het diepste begin? Of zweef ik ver van de realiteit in mijn zelf verzonnen of nageaapte droom?
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  21. Bij hoofdstuk 38 van Lao Zi, Daodejing
    Wie in de kern ofwel het echte woont, woont niet in de schone schijn. De deugd ofwel innerlijke kracht van Dao werkt nooit met dwang maar vanuit het verborgene; in de mate dat de mens met zijn deugd wil schitteren, verwijdert die deugd zich van Dao. Beter onbehouwen, echt en dus natuurlijk dan zogenaamd verfijnder, geleerder en normatiever maar in feite onnatuurlijker.
    Het is niet te vermijden zich in de drukte van het menselijk verkeer en het verdere leven te begeven, maar men kan hier een vertoning van maken of extra voorschriften toevoegen (en zo naast het doel schieten) dan wel zich zo natuurlijk ofwel zo onbehouwen mogelijk aanpassen aan wat zich voordoet en vanzelf aanbiedt, en daarop inspelen. In het laatste geval verwerkelijkt Dao zich in alles vanzelf.
    Het komt derhalve zowel op authenticiteit aan, zonder dat variaties te veroordelen zijn. Hoewel inclusiviteit niet met zoveel woorden genoemd wordt, is zij in dao inbegrepen. En exclusiviteit daarbinnen evengoed. Neem in onze cultuur het bekende verhaal van de barmhartige Samaritaan: past dat niet prachtig in deze gedachte? De exclusiviteit is bij voorbaat doorbroken, maar exclusiviteit mag desondanks bestaan. Mensen die hun neus optrekken voor andere mensen, doen er goed aan het probleem dat zij signaleren bij de wortel aan te pakken: dat kunnen zij omdat zij kennelijk een probleem zien en dat kunnen delen om er iets aan te helpen doen. Alles binnen de grenzen van het natuurlijke en voor de hand liggende: uitwisseling, eventueel actie. Het leren verstaan van elkaars gewoonten en talen lijkt me dan wel een belangrijk aspect! Respect voor alles, niet speciaal voor de zogenaamde hogere cultuur; respect omvat het recht doen aan alle bestaande en waargenomen verschillen. Een ruwe bolster kan een heel zachte pit hebben. Hoe leer ik daar zicht op krijgen?
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  22. Bij hoofdstuk 37 van Lao Zi, Daodejing
    Dao betracht permanent het niet-handelen, toch wordt niets niet gedaan. Wie van dat beginsel uit gaat, bewerkt dat alle wenzens zich vanzelf ontwikkelen. Passies kalmeren door de eenvoud van het naamloze. Zonder begeerte en daardoor kalm, komt de hele wereld spontaan tot zijn bestemming.
    Dit is het laatste hoofdstuk van het deel ‘Dao’ (‘Weg’ of ‘Dao’; het andere deel is ‘De’ ofwel deugd/ energie). Er zijn nogal wat varianten te bedenken op dit uitgangspunt, te meer als men zich de toepassing indenkt. De varianten zwakken dan al gauw de kern af. Toch is er geen tegenstelling met wat de rol van ieder is zolang die die rol niet overdrijft. Wie de natuur vervangt door vaste patronen, passe op dat die patronen geen dwangbuis worden of (allereerst mentaal) uit de hand lopen. Dat geldt dus zeker voor die ‘hand’ en hoe je ernaar kijkt!
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  23. Bij hoofdstuk 36 van Lao Zi, Daodejing
    Wil je iets veranderen, begin dan met het ruimte te geven. Langs deze weg overwint het zwakke het sterke subtiel en glansrijk. Vis haal je niet uit het diepste water, de scherpste wapens kun je niet aan mensen tonen.
    Om dit prachtige hoofdstuk te begrijpen, dacht ik aan de cirkel met yin en yang. Wanneer je de natuur volgt, komt je tijd vanzelf. Door de natuur ruimte te geven, komt de verandering een stapje dichterbij. Alles hangt met alles samen!
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  24. Bij hoofdstuk 35 van Lao Zi, Daodejing
    Houd vast aan het grote symbool (Dao), en de wereld volgt. Volgt zonder schade, zodat er rust en kalmte is. Opvallende muziek en lekkernijen doen de voorbijgaande gasten stoppen – wat uit de mond van Dao komt, hoe licht van smaak! Je kijkt ernaar, maar kunt het niet zien; je luistert ernaar, maar kunt het niet horen; je gebruikt het, maar kunt het niet uitputten.
    Wat een wonderlijke tegenstelling tussen de opvoeding in Europa in de ‘moderne tijd’ (laatste eeuwen) met haar ‘zwarte (wie niet wil, moet maar voelen) pedagogiek’ ofwel het forceren, en de natuurlijke ‘opvoeding’ volgens Lao Zi. In beide gevallen is het goed waarnemen centraal (zodat gehoorzaamd dan wel gevolgd kan worden). Maar hoe vaak werd bij de zwarte pedagogiek niet bij voorbaat het dwangmiddel gebruikt? Fascisme kon zo een grote beweging worden in Europa die tot grote oorlogen en vernietiging leidde. Lao Zi lijkt een reactie op de vernietigende legers uit de periode van ‘de strijdende staten’ in China. Ga de grenzen niet te buiten, volg gewoon de natuur, lijkt hier gezegd te worden, dan is er vrede en balans (dat geldt voor de vorst met het oog op de hele samenleving, en ook voor iedere mens in de eigen omgeving, neem ik aan; ongetwijfeld ook voor woordgebruik).
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  25. Bij hoofdstuk 34 van Lao Zi, Daodejing
    Het grote Dao is krachtig werkzaam naar alle kanten – door vanuit het verborgene te werken. Het voltooit zijn werk maar eigent zich dat niet toe, noem het klein. Alle dingen krijgen er hun bestemming door, noem het groot. Juist omdat het zich niet groot voordoet, kan het het grote voltooien.
    Spreekt helemaal voor zichzelf, hoop ik. Toch voeg ik graag een citaat toe uit een artikel van René Ransdorp, uit zijn context gehaald (hij geeft door overdrijving aan dat het in het taoïsme niet om – in onze cultuur wellicht eerder – loze woorden gaat): “Een taoïstische leraar dient zijn gehoor te vragen of hij wel vaag genoeg is”. Met andere woorden: ook de woorden of spreuken van de Daodejing zijn geen waarheden om mensen mee om de oren te slaan, maar om ze te laten gebeuren in en als de grote context van alles, inclusief het gedrag van degene die spreekt. Dat is niet wat ik vroeger leerde, dat was namelijk “voor je waarheid staan” door die altijd duidelijk in woorden (en bijbehorend gedrag) naar voren brengen, bijna alsof dat altijd in rationele termen mogelijk is (en onafhankelijk van de vraag of dat de meest geschikte gedragsvorm was in de situatie). Terwijl hier geleerd wordt: laat de waarheid uit zichzelf groeien, door zonder grootspraak de natuur te volgen en te doen wat daarbij past.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  26. Bij hoofdstuk 33 van Lao Zi, Daodejing
    Wie anderen kent is intelligent, wie zichzelf kent is verlicht. Wie anderen overwint bezit kracht, wie zichzelf overwint is sterk. Wie weet wat genoeg is, is rijk. Wie krachtig handelt bezit wilskracht, wie zijn plek niet verliest heeft een lange duur. Wie sterft maar niet verdwijnt, leeft lang.
    Zie ook hoofdstuk 19: intelligentie mag geen afweermiddel zijn om zich tegen anderen af te zetten, dan levert het onnatuurlijkheid op. Hier wordt duidelijk dat zelfkennis belangrijker is maar naar buiten gerichte kennis ook een rol heeft, zij het een van geringere waarde: gerelateerd aan haar positie onder zelfkennis (die respect voor al het andere omvat, dat al dan niet scherp gekend wordt). Ook hier wordt duidelijk dat innerlijk meebuigen een hoge waarde is, zo niet de hoogste. Ofwel: wie van een onderscheid of verschil een onverbeterlijke waarheid of richtlijn maakt, verliest de verbinding. Echt leren wordt dan meer iets van open staan en mee bewegen. We hebben in de hss 30 en 31 net gehoord (gelezen) dat wapens hanteren in ditzelfde perspectief gezien kan worden; ook opvattingen, kennis en zelfkennis, zijn zowel waardevolle middelen (in uitzonderingssituaties) als elementen van de natuur die (uit zichzelf, zonder onze hantering met macht) in harmonie kunnen zijn. Dat is een nogal andere opvatting van kennis (en waarheid) dan die van wetenschappelijke kennis in de moderne (en reeds aristotelische) wetenschappen en dan die van dogmatische kennis in sommige culturele tradities (van recht tot religie, het sterkst waar zij aan instituties gebonden is). Voor ons westerlingen betekent dit wellicht het subversieve in sommige eigen tradities weer te leren kennen: dat subversieve biedt perspectief op wat hier het natuurlijke heet (en vice versa?). Boeiend is verder dat dit ook het sterven omvat dat voor alle verschijnselen (in hun vele verschillende vormen) een rol speelt, ofwel de vergankelijkheid van alles. Waarin niettemin Dao altijd verborgen of openlijk aanwezig is.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  27. Bij hoofdstuk 32 van Lao Zi, Daodejing
    Dao valt niet op maar niemand kan het overwinnen. Als een vorst Dao kon bewaren, schikte alles zich vanzelf, regende het dauw en waren de mensen in balans. Een systeem beginnen is namen scheppen, er op tijd mee stoppen voorkomt gevaar. Dao is in de wereld zoals een valleibeekje in verhouding tot rivieren en de zee.
    De laatste regel wordt ook omgekeerd vertaald: zoals rivieren en oceaan tot een valleibeekje. Ik denk dat het bovenstaande beter de bedoeling weergeeft. Ook de andere beelden in dit hoofdstuk zijn veelomvattend: alles schikt zich waar Dao mag heersen. En Dao wordt voorgesteld als het meest onopvallende, vanzelfsprekende, natuurlijke! Daar zwijg ik bij.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  28. Bij hoofdstuk 31 van Lao Zi, Daodejing
    Wie met Dao in harmonie zijn, houden zich niet met wapens bezig. Ontkom je er niet aan, gebruik ze dan met mildheid en kalmte. Generaals horen alleen in oorlogstijd vooraan te staan, beween na een oorlog de slachtoffers en houd na een overwinning een rouwritueel.
    Een prachtig voorbeeld van inclusief denken! Het relativeert ook iedere “Prinzipienreiterei”. Het moet voor een goede vorst of leider wel heel bijzonder zijn om te regeren zonder zelf op te vallen, zoals Lao Zi elders aanprijst. En dat terwijl ik er altijd maar op uit blijf om mijn kennis ten toon te spreiden in de veronderstelling dat het verspreiden van die kennis ‘vanzelf’ veel problemen op zal lossen. Kennis is in zichzelf niet slecht maar het tentoon spreiden ervan kan dat heel gauw zijn (…). Waar leer ik het laatste af en het eerste (kennis hanteren) op een manier die het geheel op een natuurlijke wijze laat verlopen en daaraan – en dus aan alle onderdelen – ten goede komt? Eerst maar eens kijken naar de oneffenheden in eigen oog en de zwakheden en beperktheden van het eigen bestaan en leven? Daar is meer dan genoeg om aandacht aan te schenken en niet te streven naar opvallen bij anderen.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  29. Bij hoofdstuk 30 van Lao Zi, Daodejing
    Wie de leiders dienen met Dao, bewerken dat er geen wapens tegen de wereld gebruikt worden. Dat verkeert gauw in zijn tegendeel. Grote legers laten verwoeste velden na. Doe je best en laat het daarbij, zonder pochen of pretenties. Forceer niets, anders is het gauw over.
    Hoe vaak is het me niet overkomen, dat iets dat me goed lukte en ik me daarmee publiekelijk vereenzelvigde, of dat iets me niet lukte en ik in de slachtofferrol kroop. Zo maakte ik mezelf volgende bijdragen veel moeilijker. Het ging en gaat immers om die bijdrage, toen of nu, niet om mij. Ik hoef alleen maar te doen wat mijn hand vindt om te doen, en daarbij mijn (on)mogelijkheden te erkennen: planning heeft een zekere waarde maar die is altijd betrekkelijk. Pas op voor bewapening en dogma’s en het daarmee betrekken van stellingen!
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  30. Bij hoofdstuk 29 van Lao Zi, Daodejing
    Mensen en dingen volgen in de wereld hun karakter. Overdrijf en forceer daarom niet naar de ene of andere kant door je te hechten aan iets in of buiten jezelf.
    Gewoon de natuur volgen: hoewel ik graag scoor voor de bühne, is het wijzer eenvoudiger en belangrijker zaken niet op het spel te zetten. Dat kan ik ieder moment gewoon doen zonder er voor gestudeerd te hebben …!
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  31. Bij hoofdstuk 28 van Lao Zi, Daodejing
    Van zijn mannelijke element besef hebben, en zijn vrouwelijke element koesteren, dat is als het rivierdal van de hele wereld. Wie van het natuurlijke uitgaat terwijl zij of hij zich bewust is van tegengestelde mogelijkheden, is gereed om zijn taak aan te vatten.
    Heel, heel langzaam dringt enigszins tot mij door dat Lao Zi ons via de taal uitnodigt om zo open in het leven te staan – naar alle zijden en in alle opzichten – dat we ons (opnieuw of voor het eerst) bewust worden van de grote kracht die het natuurlijke, onbevangene, onpretentieuze heeft. Hij zegt dus niet dat het middel van de taal of de kennis per definitie tekort schiet maar dat elk middel (ook kennis of taal) zijn doel voorbij schiet als het niet meer geankerd is in zijn natuurlijke grond, en pretenties koestert die het uit die grond vandaan halen tot schade van alles en allen. Of die verbinding er is en in de ervaring van de permanente veranderingen functioneert, is de uitdaging. Of in de kernachtige woorden bij dit hoofdstuk van mijn neef Boudewijn die de typografische combi van de teksten maakte: “In het kennen van het ene en het vasthouden van het andere komen we tot ons volledige potentieel.”
    Dit rijke hoofdstuk veronderstelt de oud-Chinese opvatting als bekend dat het (harde en dynamische) mannelijke hoog en het zachte en rustige) vrouwelijke laag in aanzien staat. Lao Zi’s visie is dat het mannelijke als het ware gedragen wordt door het vrouwelijke. Het zachte wordt de dragende grond van het harde, de basis die het mannelijke pas mogelijk maakt. Ofwel het dynamische in de natuur is een functie van de rust. Psychisch gezien is het vanuit de stilte, de concentratie, de rust, het zachte, dat je creativiteit pas gaat stromen. Zodat de bron tot een krachtige stroom wordt. De kracht van het zachte komt terug in de hoofdstukken 43 en 76.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  32. Bij hoofdstuk 27 van Lao Zi, Daodejing
    Wie op natuurlijke wijze goed is in iets, laat geen sporen na, want is er niet aan gehecht en wil niet schitteren. Daarom is de wijze mens altijd goed in het helpen van anderen, zodat ze zich naar hun aard kunnen ontwikkelen. Dat heet het licht volgen. Daarom is de goede man de leraar die anderen goed maakt en de slechte man daarvoor de ruwe grondstof. Dwaas is wie zijn leraar niet hoogacht en zijn grondstof niet bemint. Dat heet de essentie.
    Hoezeer ik ook geneigd ben in deze tekst te lezen dat er een eigenschap is die mensen verlicht kan maken, als die eigenschap niet inhoudt het ruimte laten voor de eigen opvattingen en ontwikkeling van alle (andere) mensen en dingen, dan vind ik mijn eigen opvattingen kennelijk toch beter, en leg ik mijn zogenaamde inzicht aan die anderen op. De wijze werkt vooral onopgemerkt, althans vanzelfsprekend en dus min of meer onopvallend. Zo niet, dan is zij of hij (heel) eigenwijs en niet helpend. Hmmm … die kan ik boven mijn bureau hangen. En hoe passen ‘de media’ daarin en mijn gebruik ervan?
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  33. Bij hoofdstuk 26 van Lao Zi, Daodejing
    De zware basis draagt de lichte bovenbouw. De rust aan de top stuurt de drukte aan de basis. Dus vermijdt de toonaangevende mens extraverte lichtzinnigheid en onrustige gejaagdheid.
    Verantwoord leven is niet alleen het uiterste uiterlijke rendement halen uit jezelf en alles om je heen. Ook al nodigt de verleiding je uit om overal aan mee te doen en je winst te halen, zonder innerlijk evenwicht komt geen heelheid tot stand. Dat geldt te zwaarder naar mate je meer sociale verantwoordelijkheid hebt. Maar het geldt voor iedereen op alle terreinen en niveaus. Voor Lao Zi en Zhuang Zi betekende dit het voorrang geven aan innerlijk evenwicht en lichamelijke gezondheid boven het aanvaarden van – zelfs de eervolste – functies. Reden om heel goed in de spiegel te kijken hoe evenwichtig ik durf te zijn, dat wil zeggen de natuurlijke, vanzelfsprekende weg volgen en me niet te buiten gaan, innerlijk laat staan uiterlijk. Voor mij voelt dit als een les die ik nog wel een tijdje (…) blijf moeten leren. Over wijsheid gesproken …
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  34. Bij hoofdstuk 25 van Lao Zi, Daodejing
    Vóór hemel en aarde (waar de mens en alles uit ontstond) ontstond iets uit de chaos, dat zou je hun moeder kunnen noemen. Alle dingen en hun verhoudingen komen er uit voort, een voorbeeld nemend aan elkaar.
    Ik noem het Dao, bij alle veranderingen neemt het een voorbeeld aan zichzelf.

    Opnieuw het beeld van de eindeloze wording uit een begin, en dito terugkeer: in “wat vanuit zichzelf zo is”. Die wording en terugkeer geldt ook voor onszelf; dat omvat het grootste maar is tegelijk buitengewoon rustgevend want vertrouwd, ook in het kleine en particuliere. Wat niet wil zeggen dat we niet onze blik mogen scherpen of kennis gebruiken, maar wel dat proportionaliteit belangrijker is.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  35. Bij hoofdstuk 24 van Lao Zi, Daodejing
    Verlang niet groter te zijn dan je bent, forceer niets; dat werkt tegen je. Wie Dao volgen, houden zich niet bezig met het overbodige.
    Hoe poëtisch de tekst ook is in het Chinees, de kracht ervan is niet alleen het overtuigende van de schoonheid (die er zeker is), maar van het natuurlijke. En bij het natuurlijke hoort erkennen wat is en kan (en wat gevaarlijk is en niet kan), en zo bescheiden onze vanzelfsprekende weg gaan. Past onze consumenten- en producentenmaatschappij daar nog bij? Wanneer schiet reclame aan zijn doel voorbij? Hoe houd ik oog voor de menselijke maat, en ruimte voor empathie in het sociale verkeer, de economie en de politiek? Zonder verschillen te bagatelliseren? Laten we tegelijk niet vergeten dat er meer is dan wat we kunnen beredeneren, verwoorden, berekenen: we zijn verbonden met ‘alles’. Ooit kwamen we in deze concrete wereld en ooit zullen we haar weer verlaten, als deel van een groter geheel van komen en gaan.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  36. Bij hoofdstuk 23 van Lao Zi, Daodejing
    Weinig spreken is natuurlijk, geen stortbui valt de hele dag. Als hemel en aarde het niet lang volhouden, hoeveel minder dan de mens? Wie zich toelegt op de Weg en de Deugd, is er een mee; wie op verliezen, krijgt dat.
    De tekst biedt ook ruimte voor de gedachte dat de Weg (Dao) ook iets is waar je naar kunt streven, wat de vraag oproept of dat dan zo natuurlijk is als elders als ideaal naar voren gebracht wordt. Hoe dan ook, worden we een met dat waaraan we ons wijden (De): winst of verlies. Waarbij we de duur van onze ‘grip’ – en het nut van veel woorden – in geen geval hoeven te overschatten!
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  37. Bij hoofdstuk 22 van Lao Zi, Daodejing
    Wat buigt, blijft heel. Wie weinig heeft, zal ontvangen, maar wie veel heeft, raakt het spoor bijster. Door zich zonder pretenties aan dit Ene te houden, wordt de Wijze de herder van de wereld.
    Persoonlijke reactie: Vaak denk ik dat als ik als persoon maar doe wat het “beste” is ofwel wat “moet”, dat ik dan op mijn lauweren kan rusten en afwachten hoe het uitpakt. Maar hier staat iets van fundamentelere betekenis. Juist wie zich als persoon niet op de voorgrond plaatst, heeft kans aan het proces bij te dragen. En dat kan alleen, door jezelf te beschouwen in de context van al het andere en alle anderen. Alleen daar wordt je al bescheiden van. Wij zijn er niet om mee te doen aan een race naar de top maar om in alle bescheidenheid een bijdrage te vormen van het evenwichtige proces van het geheel. (Af)wisseling tussen top en bodem is de natuur eigen.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  38. Bij hoofdstuk 21 van Lao Zi, Daodejing
    De vormende krachten (De) volgen alleen de Weg (Dao), waarvan het wezen chaos is maar dat altijd oervormen voortbrengt. In het duister vormen zich kiemen, wier namen bekend bleven. Hoe? Door dit hier.
    Persoonlijke reactie: Machthebbers beroepen zich graag op geleerdheid. De werkelijkheid wordt echter voortdurend in nieuwe vormen gevormd. Van dat proces vangen we signalen op door goed waar te nemen: onszelf en onze omgeving (vice versa). Niet vasthouden aan oude begrippen (ook al kunnen die soms een eindje op weg helpen) maar aanwezig zijn en open staan voor wat zich aandient (en daar wijs mee pogen om te gaan, inclusief het gebruik van wat langer blijvende – min of meer (!) bestendige – zaken).
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  39. Bij hoofdstuk 20 van Lao Zi, Daodejing
    (Zie voor het begin hiervan de opmerking bij hoofdstuk 19.)
    Als ik de uitermate tegengestelde ervaringen bij de meeste anderen zie, waar bevind ik me dan? Zijn zij uitgelaten, ik ben stil als een ongeborene; hebben zij overdaad, ik alleen gebrek; weten zij alles, ik ben een dwaas in het duister; zijn zij kenners, ik tast maar wat rond. Moet wie gevreesd wordt, niet ook zelf vrezen? Ja vormloos ben ik, zonder houvast, ik kan alle kanten op. De massa heeft zijn vaste doelen en verlangens, ik blijf een dommerik die anders wil zijn … ik laat me voeden door de Moeder.
    Persoonlijke reactie: Ook hier lees ik de deugd van echt als unieke persoon in het leven te durven staan, en conventies te doorzien. Wat koop je voor onechtheid, ook als het vertrouwd en veilig lijkt? Want de werkelijkheid is bepaald niet veilig en vertrouwd, behalve voor wie haar tegenstellingen accepteert zoals ze zijn en zich voordoen, nog belangrijker: zoals je die alleen zelf ervaren kan en aan kan gaan op jouw wijze. Niet als het buiten jou gelegen ideaal, maar zoals je bent en durft en wilt zijn in de omstandigheden die nu zo zijn.
    Durf ik het ideaal van ‘geleerdheid’ (ideaal met welk doel?!) te laten voor wat het is? Is het natuurlijke leren niet voldoende? Hoe weten we precies dat we niet met vooroordelen werken? Heb een open hart en blijf ontvankelijk en ‘onnozel’ = onbevooroordeeld: dan heb je alles. Ik heb vertrouwen dat deze tekst mij krachtig helpt in de goede richting: open en vrij verbonden leven zonder buitenkant-opsmuk!
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  40. Bij hoofdstuk 19 van Lao Zi, Daodejing
    (Mogelijk en waarschijnlijk hoort de eerste regel van het volgende hoofdstuk (20) bij hoofdstuk 19 en is hiervan dan de laatste regel: “Doe leren weg, dan leef je onbezorgd!” Ook zijn er enkele verschillen tussen gevonden teksten.)
    Stop met voortdurend nadruk leggen op wijsheid, kennis en leren, en het volk gaat sterk vooruit; met voortdurende nadruk op normen, dan keert de natuurlijkheid terug; met voortdurende nadruk op list en profijt, dan heb je geen rovers. Leg je in plaats van op deze schijn toe op ongekunsteldheid, eenvoud, weinig eigenbelang, geringe begeerte. Doe leren weg, dan leef je onbezorgd!
    Persoonlijke reactie: ik zou mijn sterke neiging tot ‘het voortdurend in eigen kring [aan de orde stellen van precies en] beter weten’ op grond van deze les als weinig bevorderlijk kunnen beschouwen: zinloos, contraproductief, kortom beschamend! Anderen – bijvoorbeeld in opvoeding en onderwijs (let op de relativering van mijn verantwoordelijkheid …) – mogen mij die nagestreefde en door mij bewonderde en nagevolgde (zonder meer waar, geef ik toe) kennis of kunde ooit aangeleerd hebben, ik prijs mij gelukkig met de boodschap van dit hoofdstuk: het overdragen kan eenvoudiger, natuurlijker en effectiever, zelfs bij hen die kennis en kunde gekregen en ontwikkeld hebben. Want het gaat dan niet meer om het ermee pronken of er heimelijk beter van worden; hopelijk nog wel gewoon om waardevolle informatie (inzicht en kennis): zie ook hoofdstuk 33. En dan is er meer ruimte voor echte ontmoeting en genegenheid (bijvoorbeeld niet alleen afhankelijk van wat iemand kan of weet, maar met respect voor wie en wat er al dan niet is). Al besef ik dat het verschil in context van tijd en plaats van ontstaan en van huidige lezing in de Europese cultuur meegewogen mag worden: is een tekst als deze niet uiterst relevant in onze zogenaamde moderne wetenschappelijke (Westerse? of globale?) wereld?
    Boudewijn Koole Brigdammensis
    [Bij het schrijven van de samenvatting van dit hoofdstuk maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de buitengewoon leerzame en waardevolle cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp, die daarbij uitvoerig vertaling en commentaar gaf. Zie boven. Ook had ik de vertalingen met toelichting van Robert G. Henricks (Ned. vert. 1991 uit Engels 1990) en Kristofer Schipper (2010) bij de hand.]

  41. Bij hoofdstuk 18 van Lao Zi, Daodejing
    In parafrase:
    Wanneer natuurlijkheid verdwijnt, komen de idealen van menslievendheid en plichtsbetrachting naar voren.
    Als intelligentie en wijsheid op de voorgrond treden, komt grote huichelarij om de hoek kijken.
    Bij onharmonische familieverhoudingen komen de idealen van ouderliefde en genegenheid naar voren.
    Waar harmonie niet vanzelfsprekend is, wordt loyaliteit geprezen.
    (Blijf in het midden, vertrouw op de natuur.)

    Boudewijn Koole Brigdammensis
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de buitengewoon leerzame en waardevolle cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven.]

  42. Bij hoofdstuk 17 van Lao Zi, Daodejing
    De vorst wordt een spiegel voorgehouden die ook als algemeen menselijk ideaal is op te vatten. “Van de hoogste weet men niet dat hij bestaat.” De betekenis wordt pas duidelijk uit het vervolg. Naarmate de rangorde lager is, verdwijnt het vanzelfsprekende in het gehoorzamen en spreken over de vorst, tot het laagste niveau waarop de vorst slechts beschimpt wordt. De kern is de aan- of afwezigheid van vertrouwen (via het geven en krijgen ervan). “Als het vertrouwen [van de vorst] ontoereikend is, dan is er ook geen vertrouwen [van de onderdanen].” Dit is herkenbaar: “Ontspannen en zuinig met woorden is hij [de hoogste]. Als hij zijn werk heeft voltooid, zeggen alle mensen: “Wij zijn uit onszelf zo.”” Dit ideaal van vertrouwen geven kan iedereen zich ter harte nemen die met anderen te maken heeft.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (=LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de buitengewoon leerzame en waardevolle cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven.]

  43. Bij hoofdstuk 16 van Lao Zi, Daodejing
    Parafrase en persoonlijke reactie:
    Het begin is meteen raak. “Tracht de uiterste leegte te bereiken, bewaar de uiterste stilte.” Verderop staat “Terugkeer naar de wortel wil zeggen: stilte, dit heet terugkeren naar de bestemming.” Oorsprong en bestemming liggen bij elkaar. De weg die wij afleggen, via ons bewustzijn en onze taal, ervaren wij als stukjes van een proces (weg=proces) maar in werkelijkheid zijn wij ook altijd aan het begin en aan het einde ervan, zelfs terwijl we onderweg zijn. Oorsprong [of begin] en verandering [of weg] en bestemming [of einde] veronderstellen elkaar, ook al nemen ze voor ons bewustzijn telkens andere vormen aan. Omdat we ons meestal druk maken om die vormen, om de verandering, is het goed ons te richten op de oorsprong, de bron, de stilte. Of liever: de verandering en de vormen hun gang te laten gaan, zodat de oorsprong ons kan sturen en wakker maken. Zodat wij op natuurlijke wijze deelnemen aan de natuur die alles omvat als uitdrukking van het onnoembare Dao.
    Boudewijn Koole Brigdammensis (‘van Brigdamme’; =LSz.)
    [Bij het schrijven van deze reactie maakte ik onder meer gebruik van mijn aantekeningen van de buitengewoon leerzame en waardevolle cursus “Daodejing lezen” van René Ransdorp. Zie boven.]

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.