Eenvoud, verwarring en wijsheid – ‘verlichting’ en ‘eenheid van tegenstellingen/ non-dualisme’ in West en Oost

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , , , , ,

Ken je de volgende tekst?


Klik op bovenstaande tekst om deze te vergroten of gebruik deze link: Dao De Jing-66.
Typografische combinatie door mijn neef Boudewijn Koole D.enJ.zn* van drie vertalingen (in geval van sommige hoofdstukken meer) van een hoofdstuk van de Dao De Jing of “Het Boek van de Weg en de Deugd”. Ik ben hem zeer erkentelijk dat hij deze hier deelt en aan de site deze bijzondere waarde toevoegt.

Telkens na ongeveer veertien dagen verschijnt hier het volgende hoofdstuk van de 81; het huidige hoofdstuk is geplaatst op 26 februari 2020. De drie complete vertalingen zijn te verkrijgen via boekhandel of bibliotheek: Tao Te Tsjing door Sam Hamill (2006), Tao Te Tsjing door Carolus Verhulst (2004) en Tao Te King door Huib Wilkes & Michael de Baker (1992). Aanvullingen komen uit: TE-TAO CHING naar de uitgave van Robert G. Hendricks (1991), Het boek van de Tao en de innerlijke kracht door Kristofer Schipper (2010) of TAU-TE-TSJING van J.J.L. Duijvendak ((1980-3e; 1e druk 1942).

Wie meer wil weten van deze teksten of die van eerdere hoofdstukken, of erop wil reageren, vindt dat in het aparte blogitem “DAOÏSME: inleiding & DAODEJING: lopende samenvatting en commentaar & LEZERSREACTIES” met verwijzing naar enkele Nederlandse inleidingen in de Dao De Jing en het daoïsme, naar vertalingen en literatuur, en over de context van bovenstaand ontwerp. Bij een vraag of opmerking s.v.p. het tekstgedeelte (en hoofdstuk) noemen waarop je reactie betrekking heeft.

Over dit blog: DOEL en REACTIES

DOEL is het delen van ervaring en inzicht

“Het is onmiskenbaar als volgt:

Wanneer we ontwaken en opstaan, is goede gezindheid en goed handelen onze hoogste plicht. Excuses zullen er nooit zijn.

Wanneer we ons ter ruste leggen om in te slapen, moeten we onze beperktheden in het doen van onze plicht erkennen. Wij geven ons over aan dat wat groter is dan wij zelf.

Betrokken niet op een dag maar op ieder afzonderlijk moment van ons bestaan, betekent dit dat wij beperkte wezens zijn die altijd heen en weer pendelen tussen het doen van onze plicht en overgave aan dat wat groter is dan wij zelf.
Zodra wij en voorzover wij ontwaakt zijn, roept onze plicht ons volledig. Dat wat groter is dan wij zelf, biedt ons de mogelijkheid erop te vertrouwen dat onze beperktheden zich in een groter geheel “oplossen”. Voorzover wij kunnen zien, verandert alles permanent en kunnen wij ieder moment weer verfrist beginnen aan nieuwe uitdagingen.

Onze beperktheden erkennen en loslaten is even wezenlijk als hen volledig inzetten. Voor beide is voorwaarde het openstaan voor en luisteren naar dat wat is: ons zelf, ons lichaam, de anderen, de wereld, het universum.

Integriteit is het begin en het einde van alles, als voortdurend proces.”

[ Deze tekst sloeg ik op in 2000. Ik voel mij er helemaal een mee maar weet de bron niet meer. Als ik zelf de bron zou zijn geweest, dan verbaast de enigszins plechtige taal me wel. Maar ieder vogeltje klinkt zoals het gebekt is, op zijn eigen eenvoudige wijze. Het mooie van de tekst vind ik onder meer dat alle aspecten van de werkelijkheid erin ervaren of gelezen ofwel ermee verbonden kunnen worden, en dat hij niettemin direct begrijpelijk is en aanspreekt.]

Dit blog is – NAAST TEKSTEN OVER DE ONDERWERPEN IN DE UITKLAPBARE LIJST BOVENAAN IN DE KOLOM LINKS – bedoeld om citaten, notities, vragen en discussies, literatuurverwijzingen, bespiegelingen en dergelijke te delen die jouw of mijn hart raken.
Als iets ons hart raakt, is dat een kans om wijs te worden. Wijsheid omvat zowel rationele (in beredeneerbare hokjes in te delen) kennis als (ten laatste alomvattende) intuïtie en verbondenheid, zowel aandacht als mogelijk handelen.
Ethische vragen kunnen aandacht krijgen zowel wanneer er vanuit de verbondenheid van ons hart evident aanleiding toe is met het oog op onze natuurlijke, sociale, culturele, politieke en kosmische omgeving als in verband met de site en het gebruik ervan. Ook gaan ethisch handelen en – om die reden en mits daarop gericht – ethische vragen in de praktijk per definitie voor (wat niet wil zeggen dat ieder van ons zich altijd van alle ethische aspecten bewust is), wat ook betekent dat de praktijk al verder is op het moment dat we een vraag erover krijgen en aan de orde stellen. Kortom, soberheid verdient voorrang; sterker, wijsheid die niet vanaf het begin ethisch is in genoemde zin, is zeker niet de hoogste wijsheid. Wat gedeeld wordt, kan ook aansluiten bij eerder op de site BK-BOOKS (bk-books.eu) aangeroerde onderwerpen, boekbesprekingen of andere publicaties (zie het uitklapbare menu in de kolom links).
U kunt op veel meer onderwerpen in deze site zoeken via de witte zoekbalk in die kolom, en vindt dan de betreffende pagina’s en blogitems. Het gaat mij eerder om het vergroten van individuele en gemeenschappelijke aandacht (bewustzijn) dan om het toevoegen van meer items: al kan dit in deze context zeker ook relevant zijn. Gewoon omdat iets je enorm bezig houdt.

Ik besef dat taal haar beperkingen heeft maar de mogelijkheden ervan zijn groot genoeg om er binnen die beperkingen zinvol gebruik van te maken. Over die beperking bied ik de volgende uitspraak aan om over na te denken dan wel permanent in het achterhoofd te houden.

Elke uitgesproken bewering of onuitgesproken gedachte impliceert het bestaan van zijn tegen-bewering (de tegenovergestelde mogelijkheid)

en

wat niet met alles samenvalt, valt wel samen met zijn tegendeel (ontkenning)

en

daarom is elke bewering of gedachte voorlopig (vanuit dat geheel gezien) en compleet (als impliciet met het geheel – alles – verbonden).

Wie wil denken vanuit het geheel, krijgt te maken met verandering. Wie wil denken vanuit verandering, met het geheel.

De geschriften van Jacob Böhme, Lao Zi, Dogen Kigen e.v.a. (zie menu links boven) leerden mij veel, als verwijzing naar en resultaat van hύn ‘leerproces’.
Als stelling bied ik aan:
“De ultieme verlossing/ verlichting omvat – omdat zij ultiem is – alles altijd, ook al het vergankelijke, dus ook jou en jouw bewustzijn, keuzes en gedrag nu en altijd: ga – steeds opnieuw bij iedere gelegenheid voor jou – door om erin mee te gaan/ er aan bij te dragen/ eraan mee te werken; te beginnen met het ervaren, onderkennen en aanvaarden van je vergankelijkheid én unieke eigenheid als uitgangspunt voor jouw meegaan/ bijdragen/ meewerken.”
En als hint:
“Als je de Boeddha ontmoet (omschrijving van verlichting, BK), dood hem dan (hang niet aan dat moment, en aan die ervaring)!” (citaat van de Chinese Ch’an-leraar Linji). En zit er ook zo’n aspect aan of element in ons gezegde “Spreken is zilver, zwijgen is goud”? Dat relativeert uiteraard ook al het geschrevene – ook (op) deze site …
Het is dan ook goed ons te realiseren dat alle tot nu gebruikte en alle nog te gebruiken woorden nooit meer kunnen zijn dan tijdelijke vingers die naar de maan wijzen dan wel (als zodanig) ook tijdelijke representanten van de maan. (Waarbij ‘tijdelijk’ zowel een beperkt iets kan zijn, iets relatiefs, als in die vorm tegelijk iets alomvattends, althans het alomvattende volledig representerend in de zin dat “dit hier” de actuele en volledige verschijning is van wat er is maar zonder dat vroegere of latere of andere mogelijke of actuele (deel-)verschijningen die nu niet (direct) waarneembaar zijn, bij voorbaat ontkend worden. Er is immers altijd meer dan wij nu bewust waarnemen, en dan in onze taal nu weergegeven kan worden. En dat meerdere hoort – op uiteenlopende fascinerende manieren – ook bij ons, ofwel vice versa! En “alles stroomt”, om met Herakleitos te spreken.

In de laatste alinea ligt een conclusie besloten dat die stromende totaalwereld door ons alleen tijdelijk be-antwoord kan worden in onze intuïties, opvattingen, woorden en gedragingen. Maar ook dat dat precies de wijze is om van het grote veranderende geheel deel uit te maken. En zodoende geldt en omvat genoemde realisering zowel wat wij in het verleden hebben ervaren en en pogen weer te geven, als wat we nu hier ervaren en doen, als wat zich al dan niet via ons in de toekomst voordoet. Ook al zijn wij veranderende stipjes in een eindeloos veranderende oceaan, die oceaan kan en hoeft niet (te) bestaan zonder dat ieder apart veranderende stipje bewust of onbewust zijn rol speelt. Stel je voor …!

(Ter verduidelijking: Deze alinea komt er ook op neer dat er zeker nog enige betekenis schuilt in mijn veronderstelling dat de waarde van deze site ook bestaat in het kunnen aanwijzen van ontwikkelingen in leeskeuzes, perspectieven, wellicht iets van een eigen visie of eigen accenten etcetera – maar: dat het waarnemen van die ontwikkelingen niet tot een definitief eindstation hoeft te leiden. Want al zouden die ontwikkelingen aangewezen kunnen worden en eventueel als zinvol gewaardeerd of opgepakt en verder gebruikt of het omgekeerde van deze mogelijkheden, dan nog blijven zowel het vermelde als de interpretatie(s) altijd onderdelen van een zee of liever van oceanen van werkelijkheden en mogelijkheden die zich al dan niet al of nog in de tijd voordoen, al veranderend en samen (met hun ongerealiseerde voorstadia en aan de realisering voorbije nastadia) de eeuwigheid en het totaal omvattend die en dat mee in elk klein onderdeel of tijdsgewricht worden gerealiseerd. En die ver uitgaan boven wat in mijn beperkte woorden – en ik vermoed van alle woorden!!! – lijkt te zijn dan wel kon worden aangeduid (laat staan vastgelegd).)

Hoe je REACTIES, nieuwe items kan toevoegen of gesprekken beginnen

Reageren op een bestaande reactie kun je onder elke reactie via de knop ‘Reacties’. Je kunt nieuwe reacties helemaal onderaan ieder bericht noteren en doorgeven, dan vinden alle lezers je tekst hier binnenkort bovenaan (s.v.p. bij zo’n nieuw bericht aangeven over welk onderwerp je reactie gaat); lukt het niet om je bericht in te sturen, meld dit dan s.v.p. even aan mij via e-mail info_at_bk-books.eu (vervang “_at_” door apestaartje “@”). En zo ontstaat wellicht een ‘gesprek’ tussen een (kleine?) kring van lezers over een bepaald onderwerp. Daarbij is het uiteraard geen enkel bezwaar als onderwerpen gezien hun belang in de loop van langere tijd nog eens terugkeren … Verwijzingen naar verwante sites en gesprekken worden op hoge prijs gesteld.
Als je een eerdere reactie wilt verwijderen, kan dat door een verzoekje in een nieuwe ‘reactie’: elke reactie komt eerst binnen bij de websitebeheerder die je verzoek om verwijdering volgens de huidige afspraak altijd zal honoreren.
Niet publieke reacties worden graag door mij ontvangen via info_at_bk-books.eu (vervang “_at_” door apestaartje “@”).

* Zelf ben ik Boudewijn Koole L.enS.zn (of “LSz.” of “van Brigdamme” of
). Wij zijn twee van zes volledig gelijknamige neven (vier in Nederland) en van zeven qua voornaam (vijf in Nederland). In British Columbia (Canada) woont zo Robert [=Boudewijn] Koole P.enP.zn. En samen zijn wij onderdeel van zo’n veertig nichten en neven, waarvan ongeveer de ene helft in Nederland en de andere in Canada woont.

De lessen van Jezus (een samenvatting van spreukenbron Q1), met enkele historische aantekeningen

DE LESSEN VAN JEZUS *

‘Luister wat ik jullie te zeggen heb.
Gelukkig jullie die arm zijn, want van jullie is het koninkrijk van God.
Gelukkig jullie die honger hebben, want je zult verzadigd worden.
Gelukkig wie nu huilt, want je zult lachen.
Leven omvat de dood; beperkingen en tegenslagen onder ogen zien
is een mogelijkheid voor het ware leven. Onverwacht of voorbereid
kunnen we in vreemde of zelfs de moeilijkste omstandigheden terecht komen.
Zie de werkelijkheid zonder vluchten recht in de ogen en breng haar tot bloei.
Oordeel en veroordeel niet, anderen noch jezelf. Niemands geheimen blijven verborgen.
Leer liever jezelf goed kennen en ga heilzaam met jezelf en de wereld om.
Spirituele kwaliteit blijkt pas uit de vruchten van iemands gedrag.
Niet wie zichzelf prijst maar wie voorkomend en heilzaam handelt, zal geprezen worden.
Materiële zekerheid heb ik niet en bied ik niet,
maar als je naar mijn woorden luistert en er naar handelt,
zal dat het rotsvaste fundament van jullie leven blijken.
Weet je helemaal vrij van je afkomst en je sociale omgeving en wees vrij van vooroordelen.
Stel de onvoorwaardelijke liefde en solidariteit voorop die jullie hebben leren kennen;
mededogen gaat verder dan zelfredzaamheid.
Zelfhandhaving en het bewaken van eigen lijf en goed
zijn te bekrompen voor het delende, echte leven van kinderen van de Allerhoogste.
Denk je de situatie van de ander in en kom je vijanden niet minder tegemoet dan je naasten,
beantwoordt zelfs de kwaadste bedoelingen met goede wensen, voorbeden en goedheid.
Vraag niet terug als je iets aan iemand leent.
Laat jullie leven radicaal ontwaken en veranderen vanuit jullie vertrouwen
in onze hemelse Vader, bij wie jullie veilig en geborgen zijn.
Richt je op de werking van onze Vader in jullie binnenste
en vertrouw op de geest van innerlijke vrijheid en solidariteit die jullie voor altijd hebben ontvangen.
Kun je soms beslissen op te houden met ademhalen? Wat is het dan dat door jou ademt?
Verbreid welwillende liefde zonder onderscheid, breng het hemelse koninkrijk mee aan het licht,
vertel aan allen die er van willen horen dat het hun heeft bereikt!
Haal deze grote oogst binnen al zijn jullie onschuldige lammeren onder de wolven.
Neem onderweg niets extra’s mee. Aanvaard de gewone gastvrijheid en voorzieningen
maar zonder er misbruik van te maken. Genees de zieken.
Wie het koninkrijk aannemen horen er bij en delen erin,
maar zeg tegen wie het verwerpen dat het niettemin voor de deur staat.
Durf voluit jouw droom te leven en jouw licht te laten schijnen:
wat je ervaren hebt, wat je ontvangen hebt, wat je beweegt en wat je kunt doorgeven.
Laat anderen voluit delen in je gaven en houd het vuur van je inspiratie brandend.
Wees niet bang voor het oordeel en de macht van anderen en spreek vrijuit.
Als je jouw en andermans problemen niet ontkent maar aandacht geeft,
hoef je je niet andermans visie op te laten dringen op wat voor jou realistisch is.
Wat brengt grotere vreugde dan je ware krachtbron vinden,
je vreugde delen en iemands nood verlichten?
De vrede van het koninkrijk begint met ontvankelijkheid, moed en inzicht,
met het loslaten van iedere innerlijke tweespalt in jezelf en met je omgeving.
Een verlichte, vriendelijke geest blijkt uit onvoorwaardelijke vrijheid en solidariteit hier en nu.
Zit niet vast aan verborgen belangen en schijnzekerheden.
Maak je geen zorgen over je bestaan en je uiterlijke levensbehoeften
– waar de mensen van de huidige wereld altijd maar voor in de weer zijn.
Met zorgen maken voeg je aan je leven niets toe.
Zelfs over wat je rechtmatig toekomt, moet je je niet onnodig druk maken.
Richt je liever op de schat die niet vergaat, het koninkrijk dat ik jullie onthul.
Laat alle angst en eigendunk varen. Kijk hoe een vogel en een bloem leven!
En jullie zijn nota bene kinderen van onze Vader tot wie jullie altijd toegang hebben!
Verkoop je rijkdommen en geef giften aan wie het nodig hebben.
Het koninkrijk Gods zal jullie deel zijn en jullie zullen het zien groeien:
een helder oog vol licht; vertrouwen, liefde en verbondenheid;
jullie ware bestemming en die van de wereld;
éénheid met onze Vader en zijn koninkrijk, het eeuwige leven hier en nu.
Wie mij wil volgen geeft aan dit koninkrijk radicaal voorrang
boven alle gehechtheden, zaken, banden met de familie waaruit hij of zij voortkomt en zogenaamde verplichtingen.
Laat de doden hun doden begraven en word helemaal vrij,
dan kun je ongehinderd deelnemen aan het grote feestmaal.
Wees bereid je leven te verliezen – dan zul je het winnen,
en een krachtig zout voor de wereld blijven.
Gelukkig jullie die arm zijn, want van jullie is het koninkrijk van God.
Gelukkig jullie die honger hebben, want je zult verzadigd worden.
Gelukkig wie nu huilt, want je zult lachen.’

* Een nieuwe verwoording en uitleg (voorlopige versie) naar de waarschijnlijk oudste schriftelijke bron (Q1) van de evangelies naar Matteüs en Lukas. Ik maakte deze verwoording tijdens de voorbereiding van mijn boek Wat Jezus werkelijk zei, als hulpmiddel om Jezus’ boodschap volgens Q1 (zie het genoemde boek voor verdere uitleg; het gebruikt ook uitgebreidere en meer bronnen!) beter te begrijpen. Het is dus niet per se mijn actuele samenvatting van Jezus’ boodschap, waarvoor ik in het genoemde boek de betrouwbaarste historische bronnen probeer aan te geven; en die een niet minder intrigerende boodschap opleveren.
Aanvullend bij dat boek merk ik graag op:
(1) Jezus wordt in alle bronnen over hem van de eerste eeuw zonder meer beschreven en geciteerd als heelmeester/ ‘healer’ in de spirituele en in de sociale betekenis daarvan (medisch was zo anders in die tijd dan nu, dat we hem moeilijk ‘dokter’ kunnen noemen, ‘geneesheer’ zeker wel maar dan met nadruk op de innerlijke verandering al ging daar vaak een uiterlijke ofwel lichamelijke mee gepaard). In onze tijd onderscheiden wij (ik ook, zij het zonder de belangrijke raakvlakken weg te poetsen) lichamelijke en geestelijke genezing, dat werd in die tijd, net als in minder ‘wetenschappelijke’ en ‘modern-westerse’ omgevingen, niet zo onderscheiden of zelfs gescheiden als tegenwoordig!
(2) Jezus wordt in alle bronnen geschetst als iemand die afstand nam van economische, sociale en politieke onderdrukking en onvrijheid: Jezus nam afstand van allen die op een bepaald terrein de machthebbers of aanvoerders waren, als zij dat deden ten koste van gewone mensen; de regels die zij daarvoor hanteerden, draaide hij daartoe zo nodig om.
(3) Jezus hanteerde ook continuïteit met de traditie als bouwsteen voor zijn bevrijdende heelmakingswerk, maar in vrijheid om mensen – en waar nodig ook die tradities – nog ‘heler’ te maken.
(4) Jezus ging voor dit koninkrijk van heelheid en dit hield in dat er niemand in dit koninkrijk hoger was dan een ander, zelfs niet dan een kind dat onschuldig en ontvankelijk is. Die is het ‘hoogste’, en op die manier dient ieder de ander, en dienen samen allen.
(5) Vergelijk de eerste opmerking: de moderne suggestie dat het leven ten diepste slechts wetenschappelijk te kennen zou zijn, is even magisch als de magie die zij met deze opvatting zou willen bestrijden. Ieder moment van ons bestaan en van elk bestaan is hoogst wonderlijk, hoogst ‘magisch’, waarmee ik zeg dat het rationeel herkennen van patronen in de werkelijkheid die wonderlijkheid van het bestaan nooit volledig weg kunnen poetsen. Het is dus belangrijk ons voortdurend af te stemmen op elkaar en onze hele omgeving (vice versa). Althans zolang wij daartoe in de gelegenheid zijn: iets om te bevorderen! (…)
(6) Uit alle onderzoeken die ik tot nu toe verricht heb, kan ik niet anders concluderen dan dat Jezus nooit zo iets als de kerkelijke traditie op het oog heeft gehad. Alleen punt 4 toont dit al met zekerheid aan, tenminste als je ‘kerkelijke traditie’ opvat als een sociaal gebeuren (hiërarchie van functies die personen uit elkaar haalt) in strijd met het belangrijkst zijn van ‘de minsten’. Bij dat ideaal past geen organisatiestructuur voor de lange termijn, slechts permanente zorg voor elkaar zonder daaruit functionele laat staan persoonlijke voorrechten af te leiden; bij dat ideaal past wel dat tijdelijk ieder de functie uitoefent die het beste bij het dienen past, zij het altijd onder voorwaarde van het ‘kind worden en blijven’ in geestelijke zin (dit kan heel goed betekenen ‘terugkeer naar innerlijke openheid, ontvankelijkheid en ongereptheid’).
Uit dit alles kan de conclusie getrokken worden dat noch een bepaalde kerkelijke hiërarchie noch een bij die bepaalde traditie passende en daarin vastgestelde, meer uitgewerkte kerkelijke grondwet of bijpassende theologie ooit door Jezus bedoeld zou zijn (zo werd bijvoorbeeld de bijbel samengesteld, wat gemakkelijk te zien is aan de manier waarop iedere groep of traditie er haar eigen bijbel op na houdt, wat vaak ook betekende dat de belangen van bepaalde sociale groepen meer of minder in zicht komen; en tevens dat de uitleg aan bepaalde groepen wordt voorbehouden). Ook kan de conclusie getrokken worden dat de sociale en politieke stellingname van Jezus eenzelfde radicaliteit vertoonde, en dat de volgelingen van Jezus niet op overleven op de langere termijn gericht waren behoudens dat het ideaal ieder moment opnieuw gerealiseerd kon worden, en geen aanpassing aan de heersende machten inhield zover die haaks stond op het ideaal. Al vrij snel na Jezus’dood bewandelden verschillende groepen volgelingen van Jezus verschillende wegen! Je had allereerst de Aramees sprekende groep in Jeruzalem rondom Jezus’ broer Jacobus, en in de eerste eeuwen vele Aramees of oud-Syrisch sprekende groepen in de gebieden waar die talen prominent waren. Zij volgden aanvankelijk vele gebruiken van de standaard Joodse tradities uit die tijden. Dan had je, ook al direct in Jeruzalem, de groepen die het Grieks spraken dat in het Romeinse Rijk de gangbare taal was; de woorden van Jezus werden al snel behalve in het Aramees ook in het Grieks bekend. De uiteenlopende groepen hielden er hun eigen spreukenverzamelingen van Jezus op na, en later hun eigen evangelies. De groepen om Jezus heen werden geacht voor zichzelf te zorgen, alle goederen en lief en leed te delen, en stelden zich verder niet bij voorbaat, maar wel telkens opnieuw de criteria van Jezus’ lessen toepassend, loyaal of deloyaal op ten aanzien van de heersende machthebbers of andere sociale, economische en politieke realiteiten. Daarbij legden zij eigen accenten, waarbij hun ideaal niet alleen de eigen gemeenschap maar zeker bij de Grieks sprekende groepen ook een oog voor de grotere wereld omvatte (maar dit ideaal ging niet zover dat het overleven van de eigen groep ondergeschikt werd gemaakt aan universele idealen, die zij wel hadden maar waarover zij realistisch waren). Op deze punten legden de diverse Aramees sprekende en Grieks sprekende groepen in de uiteenlopende gebieden en (dus) culturele omgevingen waar zij woonden, eigen accenten in de opvattingen en uitleg van de geestelijke erfenis van Jezus. Het is waarschijnlijk dat universele en kosmische verhoudingen en problemen waar er ruimte voor was, niet exclusief en particulier werden gehanteerd maar inclusief en universeel; maar waar er geen ruimte voor inclusief en universeel denken was, werden belangen van niet-groepsgenoten of niet-volksgenoten slechts zover in praktijk gebracht als praktisch haalbaar was. De opoffering en onderlinge hulp moeten echter heel sterk geweest zijn, uiteraard door de geest van Jezus die hen (ook na zijn dood) beïnvloed had en door het groepsleven dat zij daarna gingen leiden (waarschijnlijk al zeer snel in zeer uiteenlopende groepen, qua taal – Aramees of Grieks – en qua woonplaats). De lessen van Jezus zelf zijn echter nooit bedoeld geweest als model voor een aparte nieuwe godsdienstvorm of traditie, wel als een direct begrijpelijke en uitvoerbare combinatie van spirituele beleving en praktisch inzicht enerzijds en van solidariteit en gerichtheid op “heel maken” anderzijds. Daarbij valt op dat maatschappelijke solidariteit en spirituele intensiteit en uitbundigheid tot de kernelementen van de groepen volgelingen van Jezus behoren, net als voor Jezus zelf. Wie Jezus wil volgen, kan daarmee nog steeds ieder moment beginnen en dat voortzetten, en zal zich vervolgens moeten verstaan met zichzelf, zijn medevolgers en zijn omgeving; uiteindelijk in verbondenheid met al wat verder is. Daarbij zullen sommige elementen van de lessen van Jezus in nieuwe situaties direct begrijpelijk en toepasbaar zijn als die situaties dat mogelijk maken omdat zij vergelijkbaar zijn, maar mogelijk niet direct wanneer criteria of situaties zo anders zijn dat een vertaalslag onvermijdelijk blijkt. Ook dan blijven de criteria van de lessen van Jezus boeiende uitgangspunten, maar vraagt de directheid en radicaliteit van Jezus wellicht om een iets complexer vertaling (complex vanwege de vertaling, maar niet noodzakelijk vanwege de eenvoudige uitgangspunten). Dat doet weinig af aan de eenvoud die de lessen van Jezus lijken te bieden. Zij verwijzen wellicht naar zaken die zo elementair zijn dat zij bijna universeel zouden kunnen lijken of zijn. Dat is een uitdaging voor ieder die daarmee te maken krijgt. Inclusief de uitdaging die er in ligt, dat de lessen van Jezus niet meer zo universeel en eenvoudig verstaanbaar zouden blijken als dat zij voor hem en zijn eerste groepen volgelingen lijken te zijn geweest. Aan die universaliteit en eenvoud kan ik en kunnen velen wellicht nog steeds en misschien ook dan, in onbekende toekomende tijden, nog voorbeelden en inspiratie ontlenen.
Aanvullend merk ik op de geleerde Margaret Barker het belang van de oude Hebreeuwse tempel en van het herstel van de betekenis ervan voor Jezus krachtig verduidelijkt heeft. Die betekenis combineert de verticale en horizontale dimensies, en blijkt krachtig uit de zogeheten Johanneïsche geschriften van het Nieuwe Testament die dat herstel voorstaan. Zij illustreert dat zowel aan de boeken van het zogeheten Oude Testament als aan de Henochitische en andere apokalyptische geschriften en tradities, en vele parallellen waaronder de geschriften die bij Qumran gevonden zijn, die een geheel nieuw licht op Jezus en zijn volgelingen werpen (zoals de geschriften van Nag Hammadi dat voor de helleniserende volgelingen van Jezus doen). Ik voeg hieraan toe dat de discussie onder wetenschappers en theologen groot is, omdat zij de beperkingen van de keuze voor de geschriften van het Oude Testament en het Nieuwe Testament krachtig aantoont. Die betekenis voor Jezus combineert de verticale en horizontale dimensies en blijkt krachtig uit de zogeheten Johanneïsche geschriften van het Nieuwe Testament die dat herstel van de betekenis van de oude tempel voorstaan (denk aan het Nieuwe Jeruzalem). Zij illustreert dat zowel aan de boeken van het zogeheten Oude Testament als aan de Henochitische en andere apokalyptische geschriften en tradities, en vele parallellen waaronder uit de geschriften die bij Qumran gevonden zijn, en een geheel nieuw licht op Jezus en zijn volgelingen werpen. Ik voeg hieraan toe dat de verwarring onder wetenschappers en theologen nogal groot is, omdat Barker de beperkingen van het Oude Testament en het Nieuwe Testament – althans van de ooit gemaakte menselijke keuzes daarvoor – krachtig aantoont. Dat verandert het beeld van Jezus minstens in de zin dat hij bovengenoemde uitspraken ook als heel praktische kritiek op de heersende Joodse religieuze praktijken deed. Wat niet wil zeggen dat hij die niet op andere praktijken zou hebben gehad, als hij die gekend zou hebben. Ook daarvoor geldt dat we zijn omstandigheden en de eenvoud van zijn boodschap kunnen combineren. Het past ook bij een uitleg van zijn opstanding (en die van zijn volgelingen) als in de eerste plaats innerlijke hereniging met de hemel. Dat innerlijke koninkrijk zal het uiterlijke tot gevolg hebben: een heling van de hele werkelijkheid in alle opzichten. Dat we die zo moeilijk kunnen voorstellen, is niet omdat zij ondenkbaar is maar omdat wij alle vaste opvattingen en onwrikbare verschijnselen (waaronder vele die wij niet als prettig ervaren) als onveranderlijk ervaren: niet in het perspectief van de realiteit van verandering die er nu eenmaal ook altijd is, maar alleen in het perspectief van de huidige moeiten. Zonder verandering zouden we überhaupt niets ervaren, en wie aan het onwrikbare vasthoudt, is verder van huis dan wie zijn idealen van verandering ten goede uitleeft. Zeker is dat sommige veranderingen vlugger gaan dan andere, en dat verspreiding van invloeden tijd neemt. Maar dat kun je ook als troost ervaren. De keuze tussen een positieve of negatieve uitleg van veranderingen kan variëren, maar dat hoeft geen bezwaar tegen verandering als zodanig te zijn. Was Jezus’ dood niet ook zinvol als teken dat de machthebbers het morele ongelijk aan hun kant hadden? En dat van Jezus’ eenvoud en helende gerichtheid op een ‘hele’ wereld ofwel het ‘koninkrijk van de hemel’ (waar aarde en hemel huwen ofwel in balans komen net als alle tegenstellingen) permanent iets te leren valt, namelijk zo lang het streven ernaar nog enige betekenis kan hebben? Want hoeveel onbalans valt nog te herstellen, te beginnen in onszelf maar niet minder erbuiten? We zijn immers ten nauwste met de werelden om ons heen verbonden?

OOG in OOG met Jacob Böhme: Rachel Ritman over de wijsheid van Jacob Böhme

EYE IN EYE WITH JACOB BÖHME BY RACHEL RITMAN
Meet Rachel Ritman to find out Böhmes ideas, importance and heritage at the Embassy of the Free Mind (Ambassade van de Vrije Geest) in Amsterdam, DATE: every Wednesday from 8 January till 12 February, TIME: 15.30 – 16.45h, TICKETS: € 8,50 (excl. museum ticket, Stadspas and Museumkaart are valid)
LANGUAGE: Dutch, or English if requested

Bij de opening van de Böhme-tentoonstelling die tot maart 2020 in de Embassy of the Free Mind (Ambassade van de Vrije Geest) in Amsterdam te zien is, hield Mevrouw Rachel Ritman, zowel peetmoeder van dit intrigerende museum als ervaren beoefenares van de tradities van Rozenkruisers en hun verwanten, een toespraak in het Nederlands van 16 minuten [minuut 35.10 tot en met 49.30 op het volgende langere filmpje, zij wordt ingeleid in het Engels door Esther Ritman vanaf 33.30] waarin zij Böhmes (en haar eigen) inzichten op indrukwekkende wijze samenvatte. ‘Zo eenvoudig kan het zijn’: een echt geschenk!

Daarmee presenteerde zij haar boek ‘OOG in OOG met Jacob Böhme‘. Dit is een inspirerende inleiding in wat zij van deze ‘visionaire filosoof’ zoals zij hem treffend noemt, heeft geleerd. En wel door hem te plaatsen in de context van een aantal tijdgenoten, zowel voorlopers als opvolgers, die vanuit vergelijkbare impulsen hun gedachten op papier zetten, zoals Fludd, Coornhert en Comenius. En dat tegen de brede achtergrondstroom van Middeleeuwse voorlopers tot en met nog oudere ‘gnostici’* en ‘hermetici’*. De belangrijke verwantschap met de medicus en theoloog Paracelsus en met de piëtistische theologen Franck en Weigel, evenals met verschillende kabbalistische en alchemistische verbindingen die in deze tijd krachtig opbloeiden, wordt ook genoemd. Die verwantschappen worden na eeuwenlang in kleine of zelfs besloten kring overgedragen te zijn gelukkig nu weer aan het licht gebracht. Ook in Amsterdam en aan haar universiteit met wie de Ambassade van de Vrije Geest nauw samenwerkt, speciaal op het gebied van de gebruikte beeldtaal en de daarin besloten ervaringswerelden en boodschappen. De betekenis hiervan is echter beslist niet alleen wetenschappelijk. Ik ervaar deze publicatie als een krachtige en waardevolle impuls voor het vinden van toegangen tot de beoefening van zelfkennis die leidt tot dienstbaarheid in de wereld. Zij schetst al doende wat dat inhoudt, haast van binnen uit.

De schrijfster heeft de feiten in haar boek – dat zich hoofdzakelijk beperkt tot de tijd van de Renaissance en de Reformatie in West-Europa – zorgvuldig van context en uitleg voorzien en het geheel tot een uiterst prettig leesbaar geheel verweven. De inhoud heeft bijzondere kwaliteiten. Zonder uiterlijke kennis af te schrijven laat ze zien hoe Böhme en zijn verwanten de hogere kennis of intuïtie de plaats en waardering gaven die hen toekomt. Idealiter gaan beide soorten ‘kennis’ of bewustzijn uiteraard samen: Böhme wordt niet ten onrechte ook als groot filosoof gezien, een systeemdenker van de eenheid van alle tegenstellingen in hun processen (zij het op een unieke wijze doordat hij die systematiek niet absoluut opvat). Zijn lijfspreuk was: “Voor wie tijd is als eeuwigheid, en eeuwigheid als de tijd, die is bevrijd van alle strijd.”
Vooral de rol en betekenis van deze innerlijke kennis komt bij haar indrukwekkend naar voren. Met betrekking tot de voorbeelden daarvan welke zij direct van Böhme aanhaalt, ervaar ik louter instemming.
Voor diegenen die met de gedachtewereld van Böhme en zijn op het innerlijk en uiterlijk welzijn van alle wezens gerichte gedrevenheid willen kennismaken, is dit een toegankelijke en waardevolle inleiding, sterk verrijkend ook over met Böhme verwante auteurs. Niet het minst door de innerlijke doorleefdheid en afgewogenheid waarmee verschillende zienswijzen worden opgevoerd en naast elkaar gesteld. Zodat de lezer zelf voelt dat iedere zoektocht een persoonlijke zoektocht zal zijn, maar idealiter met de hulp van ervaren personen van wie te leren valt, omdat zij allerlei wegen verkend en samenhangen ontdekt en in eigen bewoordingen hebben weergegeven. Dat voorbeeld maakt nieuwsgierig en wekt vertrouwen.
Wie op het punt van historische feiten en verbanden goede basisinformatie zoekt, kan ook terecht bij het door de Ambassade van de Vrije Geest bij de tentoonstelling gemaakte ‘catalogus’ terecht. Ik ken geen publicatie in het Nederlands (deze catalogus is ook in het Engels verschenen) die zo veelzijdig en kernachtig vrijwel alle historisch belangrijke aspecten van Böhme samenvat, en dat in 43 bladzijden: OOG VOOR DE WERELD: de visionaire denker Jacob Böhme: Tentoonstelling etc., Amsterdam 2019, samenstelling: Claudia Brink, Lucinda Martin, Cecilia Muratori, José Bouman, Cis van Heertum.

* Voor wie deze namen onbekend zijn: de namen ‘gnostici’ en ‘hermetici’ duiden de beoefenaars aan van geestelijke ontwikkelingswegen ofwel van bewustwording van de samenhangen van alles en dus van de rol daarin van de afzonderlijke verschijnselen, speciaal van de mens in verbinding met God en wereld. ‘Gnostici’ verwijst naar de vooral Joodse en christelijke ‘gnosis’ – [innerlijke] kennis – die sinds de hellenistische tijd werd beoefend in aanvankelijk vrij open, later relatief besloten kringen en die tot talrijk vertakte bewegingen leidde. Deze gnostici relativeerden het uiterlijke aardse leven sterk. ‘Hermetici’ verwijst naar degenen die zich volgelingen van Hermes noemden, met een deels vergelijkbare symboolwereld maar een positievere houding ten opzichte van het aardse leven. Beide stromingen lieten zeer opmerkelijke en invloedrijke spirituele geschriften na waarin de opgang van de mens tot de goddelijke wereld wordt verbeeld en aangewezen. Zij vormen samen met de alchemie en de Joodse kabbala de kern van wat wel de Westerse esoterie genoemd wordt (van [Grieks] ‘esoo’: meer naar binnen gericht, op ervaring gestoeld), in onderscheid van de meer exoterische (van [Grieks] ‘exoo’: meer naar buiten gericht, op uiterlijke regels gestoeld) Joods-rabbijnse en christelijk-kerkelijke. Vaak beginnen godsdiensten met krachtige innerlijke stromingen zonder veel uiterlijke regels waarna er meer uiterlijke tradities uit ontstaan. In de hellenistische periode van het Romeinse Rijk verbonden diverse Hebreeuwse, Joodse, Samaritaanse en Griekse tradities zich tot nieuwe innerlijk gerichte stromingen, Egyptische invloeden daarbij inbegrepen, waaruit zich later in tegenoverstelling tot elkaar de Westerse godsdiensten ontwikkelden: orthodox Jodendom, orthodox christendom, orthodoxe Islam. Vaak moesten de ‘esoterische’ stromingen ‘onderduiken’ omdat zij krachtig de persoonlijke innerlijke vrijheid en ontwikkeling voorstonden. Het is begrijpelijk maar ook opvallend dat verinnerlijkende en veruiterlijkende tendensen elkaar afwisselen, zowel binnen de ene als binnen de andere soort stromingen. Belangrijk is de eigen plaats en rol daarin te herkennen, zodat men voor zichzelf de verschillende mogelijke stappen op de uiterlijke en de innerlijke weg leert zien. Innerlijke en uiterlijke wegen sluiten elkaar niet per se uit (tenzij door verabsoluteerde leerstellingen of praktische regels afgedwongen) maar vullen elkaar idealiter aan.

Jacob Böhme’s boek over het zien van God (‘verlicht zijn en zien’)

De volgende aankondiging ontleen ik aan de site van de Rozekruis Pers in Haarlem.

THEOSCOPIA
De uiterst kostbare poort van het zien van God
Jacob Böhme
vertaald door Boudewijn Koole
Jacob Böhme schreef het traktaat Theoscopia als een van zijn laatste pennevruchten: met de nieuwe vertaling van de Aurora die vorig jaar bij Rozekruis Pers verscheen, vormt deze uitgave een boog die Böhmes eerste en de laatste teksten verbindt en omspant.
Kenmerkend voor Böhme is dat hij eenvoudig en complex tegelijk is. Hij getuigt dat hij meerdere malen de Godheid, de schepping en de mens tot in de ‘wezenlijke grond’ heeft ervaren. Er is niets anders dan God, Hij is het eenvoudigste wezen, dat alles is en alles omvat, zowel Iets en Niets. Maar men kan het alleen zien, door het te zijn.
Wij mensen delen onze werkelijkheid en de ervaring ervan op in delen. Die delen kunnen we benoemen en zo vormen we ons een beeld van het geheel. Jacob Böhme leert ons dat dat onmogelijk de weg kan zijn om de Ene Werkelijkheid te naderen of te begrijpen. Want als alles is een, hangt alles met alles samen en tegelijk verandert alles tegelijkertijd, als één levend geheel, waarbij ook wij die trachten door te dringen, voortdurend veranderen.
Hoe kan Böhme ervan uitgaan dat hij de diepste grond ervaren heeft en dat zijn woorden die ervaring opnieuw helpen oproepen? Dit was voor Böhme een existentiële levensvraag, waaraan al zijn werken, ook de Theoscopia, ontsproten. In Theoscopia, van al zijn teksten een van de meest systematische, toont hij ons hoe hij dat probleem heeft opgelost.

Auteur: Boehme, Jacob
ISBN: 9789067324830
Binding: Hardback

Achter (en ook in en doorheen) de bekende wereld ligt …

De aanleiding voor de volgende woorden is dat ik mij een tijd lang bezon op het aspect van de teksten van Plato dat verwijst naar een ‘ongeschreven leer’ die mondeling aan de leerlingen van zijn traditie zou zijn overgedragen. De aanleiding vormden onder meer de beschouwingen van Peter Hubral over hoe intuïties en vage vormen het begin zijn van wat steeds concretere verschijnselen vormen, en hoe onze wereld en onze waarneming (v.v.) daaruit ontstaan en na verloop van hun tijd ook weer daarin eindigen. Heel kort gezegd, ontleent hij dat aan en verbindt hij dat met de visie van het oude daoïsme en de oude Griekse ‘denkers’ die al aan Plato voorafgingen en waarop Socrates en Plato voortborduurden.

Een tijd geleden schreef ik  iets op over wat de bekende wereld in mijn ervaring is en hoe zij verandert (tot stand komt en vergaat) in iets anders, iets nieuws.

Met de bekende wereld bedoel ik de wereld die in woorden te vatten is. En zo met anderen gedeeld kan worden die dezelfde taal gebruiken en herkennen. Nu zijn er meerdere talen en in zekere zin ook meerdere werelden die in hun bijbehorende talen gevat en gedeeld worden. Het duidelijkst zijn onze (bekende) werelden in de concrete verschijnselen waaruit zij (voornamelijk) zijn opgebouwd (naast meer abstracte of zelfs slechts intuïtieve verschijnselen). Ik stel dat de bekende wereld niet voor 100 % eeuwige wetten volgt (wetten die in formules en talen vastgelegd zouden kunnen worden); met andere woorden ook al zijn er wetten die lang gelden, zelfs de meest fundamentele natuurwetten veranderen ooit. Anders zouden wij slechts in een perpetuum mobile leven dat zich steeds herhaalt, en die herhaling doet geen recht aan de vrijheid en veranderlijkheid die van onze ervaring deel uitmaken, en die al het bestaande en denkbare omvatten. Als het niet zo is, dan hoor ik graag hoe en waarom, en wel zo dat dat niet een zich opsluiten is in slechts een deel van de werkelijkheid, van de ervaring, van het bestaan.

Hier eindigt de actuelere inleiding voorafgaand aan wat ik als volgt opschreef.

Om de persoonlijke beleving van de “subtiele” wereld te leren kennen, dient men de “stoffelijke” wereld (inclusief die van de algemene begrippen en van de bekende woorden) achter zich te laten. Ook dient men zijn vereenzelviging (ego) met de stoffelijke wereld en de algemeen bekende woordenwereld achter zich te laten.

Wat niet wil zeggen dat men niet gewoon permanent zijn ding moet doen, maar die gedaan hebbende, en zich verder/ ook nergens aan hechtende, ontstaat ruimte, tijd, vrijheid, om te luisteren naar de echte (persoonlijke) subtiele wereld die alomvattende eeuwige wijsheid inhoudt.

Dit houdt onder meer in dat men van deze ervaring nooit een (steeds) nieuw systeem mag maken, omdat anders de kans op nieuwe (en diepe) ervaringen bijvoorbeeld wordt gereduceerd tot wat bij het bekende (systeem; incl. ‘woorden’) past. [De uitdrukking ‘ongeschreven leer’ heeft precies deze bedoeling.] Er mag wel een geschreven leer zijn, maar in het besef dat het ‘hints’ zijn naar een weg die permanent opnieuw wordt ontworpen en afgelegd en waarop bereiken (verder komen) tegelijk niet-bereiken (opnieuw verder gaan en komen) impliceert. Die weg wordt bovendien altijd persoonlijk gegaan. Wat niet wil zeggen dat men die weg niet (deels) met anderen samen gaat – maar dit samengaan is slechts toevallig aspect van de persoonlijke weg, althans zeker niet allesbepalend daarvoor. Door gewoon zijn ding te doen – ook sociaal – heeft ieder de vrijheid om deze persoonlijke weg te gaan, ervoor open te staan.

Zo kan de subtiele wereld verkend worden, beluisterd en gevolgd worden.

De ‘wijsheid’ die men zo leert ‘kennen’, ‘bevrijdt’ van dwaalkennis en  dwaalwegen doordat het ‘bekende’ doorzien wordt, zodat men de weg van ‘verminderen’ kan leren gaan.

Begeleiding van een ervaren ‘ziener’ kan helpen inzien waar en hoe dwaalkennis aan de orde zijn, en de oefenende een spiegel voor (helpen) houden. Net als onze ouders kiezen wij die niet helemaal zelf uit; elke ervaring leert iets over wat onze begeleiders ons in onze levensloop wel en niet brachten en waar wij nog naar op weg zouden kunnen gaan inclusief het loslaten van het vorige.

 

 

Wijsheid is een praktische deugd: 2 nieuwe boeken van Peter Hubral

(tekst van mijn bespreking op Amazon.de met de titel ‘Weisheit ist eine praktische Tugend’)
Denken, Wissen, Weisheit Teil I ist eine ergänzende und vertiefende Zusammenfassung von Hubral’s bisherigen Publikationen; Band II fügt dazu ihre Anwendungen. Er ist Professor für Geophysik im Ruhestand, der mit vielen Kulturen zwischen Ost und West in Kontakt kam, und großes Interesse an ihren Weisheitstraditionen bekundet. Er erlangte seine tiefste Einsicht darüber, als er vor ungefähr 20 Jahren in der daoistischen Schule des chinesischen Meisters Fangfu, in der er seitdem Mitglied in der deutschen Gruppe ist, mit der inspirierenden Dao-Praxis in Kontakt kam. Es ist die Kernpraxis seiner Schule, über die Hubral nur wenig Information liefert, was ja bei einer Übung, die „keine-Methode“ beinhaltet, von Natur aus ja auch unmöglich ist. Sie wird in entspannter lockerer Stehposition durchgeführt und ist deshalb sehr wirksam, weil alle damit gewonnen neuen Einsichten gänzlich absichtslos und unerwartet zustande kommen. Damit genügt sie dem Grundprinzip des philosophischen Daoismus: ZIRAN (自然 = Selbst-so; so-aus-sich-heraus; von-selbst-so, natürlich; spontan). Damit wird ein außergewöhnliches Wissen (Taijixue) erworben, das nicht weniger umfangreich ist als das im Alltag erworbene ist. Darauf verweist Hubral am Ende seines Buches mit dem bekannten Zitat von Aristoteles: „Der Anfang ist die Hälfte des Ganzen“. Damit charakterisiert Aristoteles zwar kurz seinen Inhalt, jedoch er hat sich diesen praktisch nicht selbst erübt, so wie sein Lehrer Platon, dem Hubral die von Platon benannte Praxis des Sterbens (melete thanatou) zuweist. Darin erkennt Hubral eine meditative Übung, die auf demselben Prinzip („keine Methode“) basiert, wie die ihm langjährig vertraute Dao-Praxis. Er macht klar, dass die Unterstützung von Meister Fangfu für seine außergewöhnlichen Einsichten unverzichtbar war. Dies erscheint mir wichtig zu betonen, weil er offenbar Leser anspricht, die ihren eigenen persönlichen Weg auf diesem (oder einem ähnlichen) Pfad der Erkenntnis gehen möchten. Auch deutet er an, dass man in der Tradition seiner Schule viele weitere persönliche Erfahrungen sammeln kann, die er nicht anspricht, zumal sie nur von denen verstanden werden könnten, die sie ebenfalls gemacht haben. Sein Buch ist jedoch an ungeübte Leser gerichtet.
Hauptinhalt der beiden Bände
Der Hauptinhalt ist mehr, als was ich bisher angedeutet habe, denn Hubral geht es um das Hervorheben der guten Überseinstimmung zwischen der daoistischen und der pythagoreischen/ platonischen Lehre, womit er sich ausführlich auseinandersetzt. Es geht ihm auch darum, uns Lesern das daoistische Bild von „Mensch und Welt“ im ständigen schöpferischen Wandel – Entstehen und Vergehen – zu vermitteln. Es ist das psychokosmische Weltbild, das die einzigartige „Praxis ohne Methode“ in der meditativen Innenschau aus sich heraus hervorbringt. Und dies ist wichtig: Es ist dasselbe Bild, das er auch in der Lehre der pythagoreischen/ platonischen Schule und anderen übungsbasierten östlichen Lehren erkennt. Er betont immer wieder, dass die Übung allem vorangeht. Sie ist die Wurzel aller Erkenntnis, die „ohne Methode“ erworben wird. Sie erfordert es, ohne Erwartung (Anweisung, Methode, Hypothese) regelmäßig zu üben, um innig zur Ruhe zu kommen und so in höhere Erfahrungsdimensionen des Jenseits vorzudringen. Dies gelingt durch die Innenschau, durch „Horchen auf das Innere“, denn das Äußere (Diesseitige) ergibt sich aus dem Inneren (Jenseitigen). Die Voraussetzung dafür ist „keine-Methode“. Beides ist identisch. Nur sie ermöglicht die Erfahrung dessen, was auf nicht konditionierte (hypothesenfreie) Weise aus sich heraus erworben wird und zum innigen Selbst- und Weltverständnis beiträgt. Dazu grenzt Hubral diese Innenschau vom Rationalismus (besonders in Philosophie und Wissenschaft) ab, der unsere heutige westliche Kultur prägt und mit dem er als Professor für Geophysik sehr gut vertraut ist. Er bringt klar zum Ausdruck, dass Rationalismus kein Erkenntnisweg ist, der Antworten auf tiefgründige Lebensfragen liefert; Antworten, die er in seiner Schule „ohne Methode“ reichlich gefunden hat und nicht nur dort, sondern auffallender Weise auch in den Schatzkammern der westlichen platonischen Tradition. Diese Tradition ist hier – in Anbetracht ihren vielen ‚echten‘ Vorläufer (z.B. Pythagoreer) und Nachfolger (z.B. Neoplatoniker) – breit aufzufassen.
Parallelität der östlichen und westlichen Weisheitslehren
Es geht Hubral, so wie in all seinen Büchern, um das Hervorhebender Gleichheit oder tiefen ursprünglichen Parallelität zweier renommierter Schulen. Die eine ist die daoistische, die seit eh und je in China besteht und dem Autor im Westen zugänglich wurde und der er nun praktiziert. Die andere ist die altgriechische, die er seit dem Mittelalter im Westen verschwunden achtet. Der Grund ist, weil ihre Lehrer und damit die Übung verloren gingen.
Er hebt ihr Denken und Handeln vom rationalistisch denkenden Aristoteles und seinen Nachfolgern ab. Diese ignorierten die Praxis und entfernten sich somit vom tiefen Verständnis der ewig schöpferischen Natur, die im Üben zunehmend erfahren wird. Sie wurden somit zu westlichen Protagonisten der Wissenschaften und Wissenschaftstheorien, die das heutige rationale Welt- und Selbstverständnis weltweit prägen. All dies entspringt jedoch der uralten universellen Tradition „ohne Methode (willentliches Eingreifen)“, womit das ewig beständige spirituelle Wissen (so Peter Hubral) erlangt wird, das im Westen zugunsten des Rationalismus verschüttet wurde.
Die frühen Verfechter des Rationalismus wurden und die heutigen werden immer noch von der Hoffnung getragen, dass die damit – durch willentliches (bewusstes) Eingreifen in die komplexen Prozesse der Natur – gewonnenen Erkenntnisse, dem Wohl der Menschheit dienen. Diese weitverbreitete Vorgehensweise wird jedoch von immer mehr Zeitgenossen infrage gestellt. Es sind Menschen, die nach Alternativen suchen, so wie der Autor. Er fand sie in der daoistischen Lehre, der es darum geht, die Einheit hinter der Vielfalt zu erkennen und zu nutzen. Was dies im Detail beinhaltet, erklärt er ausführlich in klaren Skizzen und Bilder und identifiziert damit auch die heute missverstandenen platonische Lehre. Er liefert für sie eine ausführlichen Neuinterpretation, sowohl ihrer bekannten als auch weniger bekannten Texte, Wörter und Begriffe. Sein Hauptziel dabei ist dreierlei:
1. Er zeigt, indem er die Grundbegriffe der platonischen Lehre mithilfe der daoistischen erklärt, klar die inhaltliche Übereinstimmung beider Lehren auf. Dabei betont er die Bedeutung der Praxis (Übung) in beiden Schulen für das damit erworbene Wissen, das er auch in weiteren mittel-östlichen und östlichen Lehren erkannt hat.
2. Er nutzt dieses Wissen als Basis für die Lebensanschauung und Lebenspflege dieser Schulen (Traditionen), die sich die Praxis „ohne Methode“ zunutze machten. Deren Rolle ist es, Übenden zu helfen, Teil des Ganzen zu werden und damit in Harmonie zu leben und zu sterben.
3. Er zeigt auch auf, dass dieser übungsbasierte Weg keine weltabgewandte Askese (kein Weltentzug) ist, die man den von ihm zitierten Meistern immer wieder unterstellt. Er dient vielmehr dem innigen Welt-und Selbstverständnis, um Denken und Handeln mit der ewig schöpferischen Natur in Einklang zu bringen.
Beantwortung der Grundfragen des Lebens
Meines Erachtens bietet vor allem seine Ausarbeitung der Emanation und Immanation (das „in Erscheinung kommen“ und wieder „aus Erscheinung verschwinden“) allen Seienden, inklusive des Menschen, fruchtbare Perspektiven zum Verständnis des Prozesses des Entstehens und Vergehens des menschlichen Daseins in beiden Traditionen. Ich kann daher seine tiefgreifenden Bände nicht genügend preisen. Er liefert darin in einem leicht verständlichen Rahmen viele profunde Einsichten, die die Voraussetzungen für weitere Forschungen bieten und den Grundstein für weitere Arbeiten legen. Erstens, weil er wichtige Grundfragen stellt und begehbare Wege für ihre Beantwortung liefert. Zweitens, weil er klar macht, dass die Antwort – trotz aller Theorie, die er liefert – letztendlich immer das persönliche Begehen des „ Weges ohne Methode“ und die damit gewonnenen Einsichten impliziert.
Konflikt zwischen traditionell östlicher und moderner westlicher Weltsicht
Meines Erachtens könnte im Westen ein unzureichendes Verständnis der von Hubral vorgestellten traditionellen Kulturen dadurch entstehen, weil das heute noch im Osten existierende Bewusstsein, modernen Westlern unvertraut ist. Es ist ein Bewusstsein, das viel Raum bietet für das was in weltabgewandter Stille aus sich heraus entsteht und in Worten nicht ausdrückbar ist. Dieses Bewusstsein ist vielen modernen Westlern, die seine Bücher lesen unvertraut, sind sie doch stark geneigt, alles was in Worten nicht klar ausgedrückt werden kann, zu negieren. Hubral ist sich dieser Problematik bewusst, was auch für die von ihm zitierten Meister zutrifft. Diese haben sich stets bemüht, für Ungeübte in Worte zu fassen, was sie sich erübt haben. Auch Hubral benutzt, so wie die platonische Tradition, viele Wörter, um damit auszudrücken, was dahinter steckt und nicht wortwörtlich zu nehmen ist. Dies tut auch sein Lehrer Fangfu, der die Einsichten seiner uralten Tradition auf dem Gebiet der Philosophie und Heilkunst in mehreren Büchern in chinesischer Sprache präsentiert, von denen es leider noch keine Übersetzungen im Westen gibt.
Hubral fasst das, was er in Kursen von Fangfu übernommen und durch eigenes Üben teilweise bestätigt hat, kurz zusammen. Er illustriert die daoistische Theorie an der Hand von Bildern. Im Band I liegt, sofern man ihn beim Verleger (Lotus Press) direkt bestellt, eine schöne Plastikkarte bei, die die Hauptstruktur der daoistischen Lehre übersichtlich präsentiert. Sie fasst den psycho-kosmischen Entstehungsprozess (Genesis) zusammen, den wir – im Einklang mit der daoistischen Weltauffassung „ohne Methode“ – durchmachen. Davon ist das bekannte Yin-Yang Zeichen, das auch auf dem Buchdeckel erscheint, eines der zentralen und umfassend erklärten Bilder.
Übrigens ist zu betonen, dass in der Schule von Meister Fangfu auch einiges geheim gehalten wird, aber wo ist dies nicht der Fall? Dies hat, so vermute ich, damit zu tun, dass gewisse Einsichten zu subtil sind, um der Öffentlichkeit preisgegeben zu werden, was es zu respektieren gilt.
Eine Basis für noch offene Fragen
Hubrals Bücher sind attraktiv, weil sie überraschende unerwartete Antworten über die alten Weisheitsschulen liefen und Raum lassen, neue Fragen zu stellen. Zum Beispiel, welche Chancen die traditionellen Kulturen der modernen Kultur bieten und wie Hubrals Darstellung des Daoismus und Platonismus uns helfen kann, aktuelle Probleme zu lösen. Ich bin überzeugt, dass er wichtige Parallelen zwischen beiden Kulturen aufweist. Er selber betont, dass er diese gern weiter ausgearbeitet sehen möchte. Er fordert z.B. eine Neuübersetzung der Werke der von ihm zitierten alten griechischen Schriftsteller, die die fundamentale Bedeutung der Übung berücksichtigt. Er sieht sich jedoch nicht in der Lage, diese umfangreiche Arbeit zu bewältigen.
Auch wenn Hubral den gemeinsamen hypothesen- und glaubensfreien Weg des Daoismus/ Platonismus so glänzend untersucht hat, habe ich mich bei meiner Lektüre immer wieder gefragt, ob er diesen Weg nicht zu ‚ungesellschaftlich‘, zu persönlich, zu ichbezogen vorstellt? Anders gefragt, ob er die gesellschaftlichen Aspekten seiner Analyse nicht zu sehr aus dem Blickfeld lässt, weil man sie als zweitrangig interpretieren könnte, zumal sie ja hypothesenbasiert und somit unbeweisbar sind. Insofern könnte man Hubral leicht eine Rationalismus- und Gesellschaftskritik unterstellen.
Doch diese Kritik ist zum großen Teil unserem heutigen (rationalistischen) Entweder-oder-Denken geschuldet und somit ungerechtfertigt. Er entkräftigt sie immer wieder an verschiedenen Stellen im Buch dadurch, indem er darauf hinweist, dass die von ihm zitierten Meister (Laozi, Plato, Suhrawardi, Empedokles, usw.) – so wie auch Fangfu und seine Schüler – sowohl weltab- wie weltzugewandt sind. Genauer: So wie ein guter Schlaf den Alltag verbessert, so ermöglicht der regelmäßige Weltentzug im Üben letztendlich eine innigere Weltzugewandtheit, d.h. sie dient dem besseren Leben in der Gesellschaft. Genau dies steckt z.B. hinter Laozis Empfehlung, man solle sowohl Vermindern wie auch Vermehren. Beides läutert das alltägliche Denken und Handeln und fördert die Tugend. Diesem Ziel dienen auch die hypothesenfreien Gesetze und Regeln, die im Üben entdeckt werden. Ihre Verinnerlichung ermöglicht auch Ungeübten ein besseres Leben in der Gesellschaft.
Hypothesenfreie Wahrheit im Konflikt mit hypothesenbasierten Meinungen
Wir hören, sehen und lesen immer wieder Berichte über Menschen, die nicht nur durch Naturkatastrophen, sondern auch durch (un)menschliches Verhalten, das Hypothesen (Dogmen, Glaubensüberzeugungen, Meinungen, Ideologien, Ritualen) geschuldet ist, schrecklich leiden. Insofern sind für wissenschaftliche, soziale, theoretische, praktische Fragen „ehrliche Antworten“ gesucht, die sich diesem Dilemma widmen. Sehr tiefgründige Antworten kommen – wie uns die Meister zeigen – auf hypothesen- und glaubensfreie Weise zustande. Hubral liefert dafür mehrere Beispiele, unter anderen zur Umweltverschmutzung durch Qi-Felder, die sich nur schwerlich wissenschaftlich erkunden lassen. Was nun in dem Falle, dass eine tiefgründige Antwort in Konflikt ist mit einer hypothesenbasierten? Wir Menschen sind frei in unseren privaten Meinungen, aber sowohl innerlich wie in unseren sozialen Umgebungen besteht Druck von und auf unseren Auffassungen. Wertvoll könnte sein, dass Übende im Sinne Hubrals Anderen helfen zu unterscheiden zwischen auf Hypothesen oder eben sozialen Druck basierten Erkenntnissen und freien inneren Erkenntnissen.
Er erklärt uns mit Verweis auf die von ihm zitierten Meister, dass unser Leben durch zwei Aspekte geprägt ist, das persönliche und soziale/ kulturelle (inklusive ökologische). Beide sind innig verbunden und nicht auseinander zu halten. Platon hat beide wohl bewusst noch nicht so sehr differenziert wie Aristoteles, dessen Anhänger bis heutzutage seine „rationale Denkweise“ ausschließlich einsetzen. Aber gerade, weil Hubral uns – mit seiner revolutionären Auslegung von Platon und anderen Meistern – neue Einsichten über ihr natürliches Denken liefert, hoffe ich, dass meine Frage über die gesellschaftliche Verantwortung der Meister künftig noch Schritt für Schritt tiefer als bisher beantwortet wird. Das Ende von Platons großem Lehrer Sokrates zeigt ja, dass schon die meisten Führer der Stadt Athen ihn nicht verstanden, jedenfalls nicht recht, aber auch dass seine Einsichten nichtsdestoweniger bis auf unsere Zeit wertvolles Studium sind und wertvollen Praxis fragen.
Möglicherweise hängt meine obige erste Frage mit folgender zweiten zusammen: „Wie kann man sich als unerfahrener Übender, der sich der Beschränktheit seiner Einsichten bewusst ist, davon überzeugen, dass die durch Üben erworbenen Erkenntnisse sowohl dem persönlichen Leben als auch dem in der Gesellschaft nutzen?“ Nun, die daoistische Antwort darauf ist: „Alle neuen hypothesenfreien Erkenntnisse auf dem Dao-Weg werden einzig und allein durch Begehen des Weges erworben“. Sie lassen sich weder erahnen noch mit Worten ausreichend erklären. Man muss, wie Fangfu betont, erst zum Narren werden, um sich dem regelmäßigen Üben anzuvertrauen, was uns Laozis Worte (Daodejing 1) verstehen lässt: „Könnten wir den Weg benennen, er wäre kein ewiger Weg. Könnten wir den Namen nennen, es wäre kein ewiger Name.“ Es geht also beim Üben um die hypothesenfreie wortlose Erkenntnis des Ewigen und nicht des hypothesenbasierten Vergänglichen, das sich in Worte fassen lässt.
Insofern ergeben sich die ergänzenden Fragen: „Wieviel von dem, was im Üben wortlos erfahren wird, kann mit Ungeübten geteilt werden, die andere Einsichten haben?“ „Wie kann man in einer modernen Gesellschaft – mit vielen Meinungen und Fähigkeiten unterschiedlicher Gruppen und Parteien – gut miteinander umgehen?“ Ich möchte diese Fragen nicht ausklammern, denn es ist wichtig, „fake news“ in gesellschaftlichen Beziehungen zu vermeiden. Hubrals Buch ist diesbezüglich sehr aufschlussreich und ermutigend, denn er liefert viele Beispiele dafür, dass man renommierten Meistern zwischen Ost und West über Jahrhunderte hin viel Falsches angedichtet hat, was er nun als deren „hypothesenfreie und universelle Wahrheit“ aufdeckt. Diese betrifft unsere unsterbliche Psyche (die ich lese als sowohl gemeinsame wie individuelle) und lässt sich nicht unter den Tisch kehren.
Beschränktheit der Sprache
Wir Menschen können tiefgründige Dinge erfahren, die uns erkennen lassen, dass nicht alles für Jedermann in Sprache ausgedrückt werden kann, was sich zwischen ‚Himmel und Erde‘ abspielt. Allen Menschen sind jedoch von Natur wesentlich mehr angeborene Kapazitäten gegeben, als die meisten von uns vermuten. Diese können durch Üben aktiviert werden, was Menschen, die sich der Einheit hinter der Vielfalt bewusst sind, leichter als Intellektuellen gelingt, die das, was zusammengehört, immer mehr differenzieren. Auch darüber ist im Daodejing guter Rat zu finden. Es steht – im Einklang mit allen anderen von Hubral betrachteten Weisheitsschriften – klar auf der Seite der Gewaltvermeidung. In Sokrates gibt es glücklicherweise ein Vorbild! Er vertritt zu allererst keine abstrakte Philosophie, sondern eine naturbejahende Lebenshaltung (siehe z.B. Sarah Abel-Rappe, Socratic Ignorance and Platonic Knowledge in the Dialogues of Plato).
Ich bin Peter Hubral sehr dankbar, dass er uns – im Vergleich mehrerer Lehren zwischen Ost und West – auf so viele interessante fundamentale Einsichten hingewiesen hat, hinter der sich die „sokratische Lebenshaltung“ verbirgt. Zum Beispiel (Evangelium Thomas 22): „Wenn ihr aus zwei eins macht und wenn ihr das Innere wie das Äußere macht und das Äußere wie das Innere und das Obere wie das Untere und wenn ihr aus dem Männlichen und dem Weiblichen eine Sache macht, so dass das Männliche nicht männlich und das Weibliche nicht weiblich ist … dann werdet ihr in das Königreich eingehen“ Bemerkenswert sind auch Hubrals Hinweise auf die Erfahrungen des Qi (kreisende lebendige Kräfte inklusive des Kugelmenschen bei Platon), das seiner Analyse zufolge die Gleichheit befriedigt: Psyche = Qi.
Ein abschließendes Resümee meines Eindrucks
Die Bücher von Peter Hubral – jetzt acht seit 2006 [siehe mein vorherige Reviews] – basieren auf seiner innigen Suche nach universeller Weisheit und tiefgründigen Einsichten ins Leben. Gewisse Passagen davon sind manchmal nicht sofort ausreichend zu verstehen, weil es vielen von uns schwerfällt zu akzeptieren, dass es für die Meister, die er uns – aus daoistischer Perspektive – präsentiert, ein „wahres Wissen (Gr. episteme)“ gibt, das im Üben aus sich selbst heraus entsteht. Es stellt viel Vertrautes infrage, woran wir bisher glaubten.
Seine beiden sehr gut aufgebauten Bände sind weitgehend illustriert. Sie liefern attraktive Ergänzungen und informative Zusammenfassungen seiner früheren Bücher. Er erklärt seine Funde oft am Beispiel einsichtsreicher Zitate aus östlichen (Lao Zi, Zhuang Zi) und westlichen (Pre-Sokratikern, Platon, Neoplatonikern u.v.a.) Texten.
Kurzum, mein Fazit ist: Weisheit ist eine universelle praktische Tugend (die Verstand, Einsicht, Sprache UND NOCH VIEL MEHR umfasst, nicht nur in uns Menschen sondern in der ganzen Welt)! Sie wird jedem von uns immer neu gegeben, wenn wir sie suchen. Sie geht ihren eigenen freien Gang in und um uns, allein und mit anderen (nahe und weit) und im tiefsten Sinne mit Allem zusammen, denn wir Menschen sind auf Ganzheit und nicht auf Trennung angelegt, sowohl sprechend wie schweigend.

Psychedelica vragen geen verbod maar … zeer zorgvuldig gebruik

In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd het vaak voorgesteld alsof het gebruik van natuurlijke psychedelica (en zeker van kunstmatige) buitengewoon schadelijk was, en wel blijvend. In die tijd waren er genoeg tegengeluiden maar niet of nauwelijks in de officiële pers. Na zoveel jaar is het kennelijk tijd voor het erkennen en laten verschijnen van de echte waarheid: psychedelica als paddo’s en khat zijn evenals ayahuasca geheel niet of slechts in bijzondere omstandigheden schadelijk. Ze moeten alleen niet in combinatie met bepaalde andere middelen gebruikt worden en alleen onder ervaren begeleiding. Zie bijgaand artikel van maandag 20 augustus 2018 in NRC Handelsblad. Geen pleidooi voor ongelimiteerd experimenteren maar een overzicht van door overheidsrapporten ondersteunde feiten die goede bekend dienen te zijn. Daar hoort ook bij dat alcohol en tabak met heroïne en crack tot de relatief schadelijkste behoren. Mijn notitie: bij tabak wordt hopelijk meer en meer gedaan om het gebruik in te dammen, bij alcohol zien we dat nog niet. Klik op de link:
psychedelica vragen geen verbod

Het risico van te sterke vereenzelviging – of: wetenschap en geschiedenis van de godsdiensten zijn strikt rationeel of … onwetenschappelijk

Zomaar enkele notities.
De achterliggende ervaring ervan is mijn levenservaring tot nu toe. Als kind leerde ik dat mijn ouders troost en veiligheid vonden in het meedoen in de christelijke traditie, in hun geval in de vorm van de Gereformeerde Kerken. Dat meedoen bestond uit het bijwonen van bijeenkomsten, het volgen van dagelijkse rituelen (gebeden en bijbellezing), gemeenschappelijke moraal en verenigingsleven. Mijn vader was daar meer rigide in dan mijn moeder, die de relativiteit ervan inzag naast de waarde ervan. Toen ik later veel hoorde en leerde over andere stromingen, in en buiten ‘het’ christendom, zelfs mij verdiepte in vele andere opvattingen en gebruiken, bleef ik toch innerlijk veel veiligheid ontlenen aan de psychische structuren die ik in mijn jonge jaren geleerd had. Ook al wist ik met mijn geheugen en verstand veel te relativeren, innerlijk had ik geen alternatief voor de veiligheid en zekerheid die een ‘ware’ theorie-van-alles zou moeten bieden. Ik verdiepte mij dus in veel van die theorieën. Op een bepaald moment brak met een knal die innerlijke psychische veiligheid in stukken. Allerlei angsten kwamen boven. Hoewel ik mij bleef oriënteren op de kwaliteiten van theorieën, daagde het maar langzaam dat ik het zonder mijn ‘oude’ veiligheid moest redden. Ik heb het mijn omgeving daar niet gemakkelijk mee gemaakt, want wat ik aan veiligheid miste, schreef ik niet oorzaken binnen mijzelf toe maar de onveiligheid die ik overal buiten mij zag. Heel, heel langzaam leerde ik leven met onveiligheid, en ik mag wel dankbaar zijn voor allen die mij in die periode verdragen hebben. Weliswaar heb ik ondertussen ook mijn aandeel geleverd in werk en huishouden, en opvoeding van onze kinderen, contacten met collega’s (moeilijk) en vrienden (die mij gelukkig trouw bleven). Ik produceerde ook wel studies, en zocht door naar houvast. Dat was ook om mijn maatschappelijke aandeel te leveren, en nu ik kan zeggen mijn pensioenleeftijd bereikt te hebben, wordt mij duidelijk hoe sterk ik in studies en publicaties gemikt heb op het bieden van (feitelijke en rationele) zekerheden op gebieden die daar enerzijds om vroegen maar waarnaast ik duidelijker had moeten zijn over de begrensdheid van wat het rationele te bieden heeft. Zeker kan het veel kwaliteit hebben, maar behalve het rationele is ook veel kwaliteit, en de rationaliteit daarvan wordt allereerst beleefd en gepraktiseerd, en pas in latere instantie in theoretische of wetenschappelijke betogen samengevat. Ook al hoef ik de veiligheidskwaliteiten van mijn ouders niet na te bootsen (mijn vader was net als ik onveiliger van binnen dan mijn moeder), het belang van veiligheid in vele opzichten voor alle wereldbewoners en levende wezens is zeker gediend met het bieden en zoeken van vormen van veiligheid, op steeds nieuwe wijzen. Zelfs – en ook heel belangrijke – intellectuele vormen maar bepaald niet uitsluitend. En het is een feit dat innerlijke veiligheid niet het enige in het spel is als het om veiligheid gaat. Dat is natuurlijk ook veiligheid in het verkeer op de weg, tussen volkeren en groepen, enzovoort. En wat heerlijk dat er kunstenaars en harlekijns zijn om ons uit onze vaste patronen te halen en nieuwe te helpen vinden. Want veranderen doen we toch, en de geleidelijke is misschien prettiger dan de onmiddellijke. Wijs worden is dus mogelijk, maar kan nooit vastgepind worden. We krijgen steeds nieuwe kansen en steeds nieuwe uitdagingen. Een heel voorrecht, en een hele klus. Maar zoals Jacob Boehme zei: anders zou er helemaal niets zijn.

Wie zich isoleert, bijvoorbeeld in een zogenaamd vaste identiteit, loopt groot risico kwaad te veroorzaken.
Van ieder woord uit de titel van dit bericht zou ik eerst de definitie dienen te geven. Dat doe ik niet, met het risico dat wat hier verder geschreven staat, door ieder verschillend wordt uitgelegd. Want ieder houdt er toch haar of zijn eigen definities op na? (Zij het dat wie in dezelfde groep hoort, bijvoorbeeld van vergelijkbare opvattingen, binnen die groep het idee kan hebben dat zij of hij het – ongeveer of volstrekt – identieke voor ogen heeft en denkt.)
Ook al geef ik geen definities vooraf, toch wil ik iets naar voren brengen. Het ligt in de voorgaande alinea besloten. Er is zoveel dat buiten de strikte definities en methoden van de rationele wetenschap en filosofie valt, dat we zelfs vormen van die beide beter gissingen kunnen noemen (dat deden de grondleggers ervan ook: zij voerden de permanente twijfel dan wel het doorvragen als noodzakelijke voorwaarde ervoor aan).
Gelukkig hebben wij er baat bij onszelf, onze kinderen en elkaar bij de les te houden en zoveel mogelijk begrip voor verschillende vormen van alle verschillende wezens en verschijnselen bij te brengen, inclusief de vele mogelijke vormen van communicatie tussen ons onderling en die van alle andere wezens en verschijnselen.
En dat dan inclusief het besef dat alles voorlopig is en op korte dan wel langere termijn (meestal beide) verandert.
Wetenschappelijke en filosofische ‘waarheden’ bestaan alleen binnen de beperkte grenzen van hun afbakening. Politieke uitspraken hebben in die zin maar weinig ‘waarheid’, zij zijn altijd bedoeld om machtsevenwichten te benutten of te verschuiven, en het is de kunst dat ten goede te hanteren voor sprekers en luisteraars. Ten behoeve van zowel blijvende of groeiende vrijheid als van voortzetting van het goede of verbetering van onevenwichtigheden.
Naties, geloven, zelfs wetenschappen en filosofieën lopen allemaal het risico van (zelf)verabsolutering. Verabsolutering is een vorm van en leidt tot verder geweld.
Soms komen we niet onder nare conclusies, gedachten, straffen, verschijnselen uit zonder ze met nare middelen te bestrijden. We noemen dat wel ‘zelfverdediging’. Zelfs zelfverdediging kan echter een nare smaak achterlaten, zoals veteranen weten.
Al doende kunnen wij ontdekken dat er geen absolute maatstaven zijn voor goed en kwaad. Zonder dat dat ons ook maar een seconde vrijwaart van de kans en de wil en de zin van het zijn, denken en doen van het goede. Die kans kan en mag en ‘moet’ (in de relatieve, niet in de absolute zin) elk moment opnieuw, soms in vergelijkbare, soms in heel nieuwe omstandigheden, door ons verwerkelijkt worden. Binnen onze individuele (on)mogelijkheden maar ook als verwerkelijking juist daarvan. Hopelijk en waarschijnlijk ten goede van het geheel, dat we niet helemaal kennen maar waarmee we ons niettemin verwant kunnen voelen, via onszelf en alle dingen die we ervaren en vermoeden en ‘laten’ (want in onze beperktheid blijven we beperkt en overstijgen die tegelijk, dat ligt in de ‘definitie’ ervan besloten).
Want elke taal (onder)scheidt maar biedt derhalve altijd ook de verwijzing naar verwantschap en verbinding en wellicht overbrugging.
Iedere aparte taal lijkt een variant van meer mogelijkheden, en is zelf ook aan verandering onderhevig, na langere of korte tijd.
Niets kan definitief in taal gevangen worden, behalve wellicht iedere uitspraak zelf alleen op het moment dat zij gedaan wordt. Of wanneer we ons binnen een systeem van vaste afspraken begeven en zolang we ons houden aan die regels. Hoe veranderlijk vaste regels zijn, kan ieder weten die zich beroept op wat vaste regels zouden behoren te zijn, zoals publieke wetten of stelsels van logica. Tegelijk is dat iets wat ons verbindt, althans kan verbinden voor wie dit accepteert of zelfs bewust bevestigt. Een bevestiging die uiteraard van herhaling ervan afhankelijk blijft.
Interessant om te bedenken hoe relatief en hoe waardevol tradities derhalve kunnen zijn, mits (zo) bewust (mogelijk) gehanteerd. Tradities die onbewust gehanteerd worden, kunnen helaas gemakkelijk misverstaan en misbruikt worden. Wie weet zeker of het verleden niet terugkeert? En of de toekomst al niet geweest is? Ook dat zijn slechts definities om ons te helpen ons enigszins te oriënteren.
Wij zijn zelf vlotten die verblijven op vlotten, samen met vele andere van allerlei soort, op een oceaan die ook slechts onderdeel is van een veelvoud aan oceanen.
En toch kunnen we evenwicht proberen te bewaren, en genieten van regen en van voedsel dat we vinden. En delen. Dat kan soms een feest zijn. Al kan het geen kwaad, de drenkelingen ook niet uit het oog te verliezen, en te helpen.

Zen en filosofie (n.a.v. de Kyoto-school): woorden om de leegte heen, of inclusief alles het hart/ de kern raken?

Door toevallige omstandigheden had ik aanleiding mij te verdiepen in de uit het Japanse Zen voortkomende filosoferen van Nishida en de groep om hem heen, wier leerlingen met de ontmoeting met Oosterse en Westerse (denk-)tradities bezig waren tegen de achtergrond van de opening van Japan voor het Westen vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw. Waarbij zowel de waardering van rationaliteit en techniek als de betekenis van metafysica en religies aan de orde kwam. Deze zogeheten Kyoto-school poogde tegenstellingen in hun waarde te laten maar ook te overbruggen, wat haar niet altijd in dank werd afgenomen, vooral niet waar gevreesd werd of geoordeeld werd dat zij oude waarden te grabbel gooide. Deze school werd dan ook geconfronteerd met tal van kritieken en discussies, zowel in Japan als in het Westen. Haar uitgangspunt was de waardevolle elementen uit het Oosten (dan wel het boeddhisme, dan wel Zen) mee te nemen en vruchtbaar te maken in wijzen van denken die door de Westerse denktraditie heen waren gegaan. Beide zijn nogal pretentieuze elementen, terwijl anderzijds niet ontkend kan worden dat daarvoor uitdagende aanzetten zijn gevonden en uitgewerkt. Ook daarop is weer veel kritiek gekomen, ook omdat Japanse partijen te sterke verbanden zagen met de imperialistische politiek van Japan voorafgaand en in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de strijd over die politieke kanten geluwd is (omdat zij geen heldere onderbouwing bleek te hebben dan wel omdat tegenstanders van een nogal eenzijdig uitgangspunt vertrokken), blijft de sociale rol van de filosofie (en allereerst van filosofen) uiteraard een belangrijk en interessant aspect. Maar dat is niet het meest opvallende aan de Kyoto-school, althans zuiver filosofisch niet het enige. Er zijn namelijk allerlei ideeën uit de school voortgekomen die de moeite van het bestuderen meer dan waard zijn, al was het alleen al om de vragen rondom de universaliteit van het menselijk denken, en van de patronen van de menselijke culturen. Deze denkschool ziet overal tegenstellingen en overbruggingen ervan. En dat kan vruchtbaar zijn maar ook doodlopen; vandaar het belang om die mogelijkheden te verkennen.

Inhoudelijk kan ik hier niet verder op deze uitdaging ingaan, maar ik verwijs graag naar een artikel dat ik hierover las en dat op internet te vinden is: Davis, Bret W., “The Kyoto School”, The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Spring 2017 Edition), Edward N. Zalta (ed.), URL = . Daarin wordt heel duidelijk hoe genoemde ontwikkeling heeft is geweest en welke actuele vragen en discussies zijn gekomen en nog steeds tot nieuwe inzichten leiden, op vele gebieden van denken en wetenschap. N.B. Dit artikel legt nadruk op filosofische grondslagen, speciaal de verhouding tussen (bepaalde) Oosterse en Westerse, maar noemt veel literatuur waaronder ook wel (zoals die van Masao Abe) die op deelgebieden plaatsvindt (bij Abe onder meer de godsdienstfilosofie, de grondslagen van de filosofie, de verhouding van Oosters en Westers denken, en de verhouding van boeddhisme en christendom). Tot die deelgebieden horen ook wetenschapsfilosofie en filosofie van vakwetenschappen. Voor die gebieden kunnen wellicht aparte introducties en literatuurlijsten worden gevonden.

Peter Hubral über den Dao-Weg seines Meisters Fangfu und des westlichen Platonismus

Diese Besprechung betrifft alle Bücher die von Peter Hubral ab 2008 bis 2015 erschienen sind. Dao-Meister Plato, Mit Wuwei zum Dao und Geheime Dao-Schöpfungslehre (auf Deutsch), und The Socrates Code, The Lao Tzu Code and The Plato Code (in English). [Deze bespreking is ook te vinden op besprekingssites.]

[ENKELE toegespitste KRITISCHE VRAGEN VINDT U IN MIJN APARTE BESPREKING VAN ZIJN BOEK Geheime Dao-Schöpfungslehre. Die zijn gesteld vanuit een zekere afstand. Afstand bepaalt mede iemands visie en vragen. Maar alles is in ontwikkeling, ook die afstand ook die vragen, ook mijn weg en gaan op eigen weg. Wie wil, kan de verschillen pogen te proeven. Ik ga er graag op in.]

(Im Voraus Entschuldigung für noch gebliebene Sprachfehler; meine Muttersprache ist Holländisch.)

Dieses Buch ist nur eins von den bis heute drei deutschsprachigen (ein neues ist unterwegs) und drei englischsprachigen Büchern die Peter Hubral (weiter: H) über Dao in Ost und West geschrieben hat. Für mich sind sie sehr intrigierend weil sie eine kurze Einleitung bieten ‚in Alles‘, also eine kurze Einführung nicht nur im Denken sondern auch im Leben. Also Lebensphilosophie im praktischen und theoretischen Sinne. Obwohl H klare Grenzen zieht in Beziehung auf seine Kompetenz und Kenntnisse geht er mit den Themen in die Tiefe. Dabei macht er deutlich dass über vieles nur andeutend gesprochen werden kann, oder gar nicht. Die Frage warum er darüber denn überhaupt schreibt, ist eine gute und schöne Frage die man teils beantworten kann mit der einfachen Konstatierung dass H es liebt seine Erfahrung und Kenntnisse zu teilen und andere zu stimulieren ihren eigenen Weg zu gehen, und dazu noch dass er in etlichen Aspekten des Themas sehr zu Hause ist (zum Beispiel betreffende die Grenzen unserer rationalen oder wissenschaftlichen Erkenntnis und die Möglichkeiten unserer intuitiven Erkenntnis), vielleicht besser als viele von uns, so dass er uns Hinweise geben kann und möchte auf diese Gebiete. Er war Professor in einem sehr rationalen und praktischen Fachgebiet (Geophysik) und hat in vielen Ländern gearbeitet und dort auch die Kulturen beobachtet und studiert; er nennt sich also eine Kombination von rationellem Wissenschaftler und Hobby-Philosoph. Wobei gesagt werden darf dass er klar die Grenzen sieht der ‚westlichen‘ Wissenschaftstradition und Philosophie und sich klar bewusst ist dass wir im ,rationellen‘ Westen viel lernen können von dem was seiner Einsicht und Erkenntnis zufolge in nicht westlichen Kulturen besser behalten ist. Wir nennen das heute wohl „Nicht-dualismus“ in Gegensatz zum meist rationalistischen und westlichen Dualismus (zwischen Subjekt und Objekt, auch im Sinne das die sprachliche Benennung von jede Erkenntnis nur – sei es in wechselndem Masse – objektivierend sein kann, und das es außerhalb diese Objektivierung keine Erkenntnisse gibt).
Er sagt klar, dass er in die Schule seines Dao-Meisters Fangfu die tiefste Erkenntnis gefunden hat um begleitet zu werden auf dem Lebensweg. Seine Bücher sind in einem Sinne nur gute Einleitungen in und Zusammenfassungen dieser Erkenntnis. Eine Art „Kern der daoistischen Lehre“. Als solche sind sie sehr aufschlussreich. Zwar weist H dauernd daraufhin dass er nur schreiben kann was in Wörtern dieser konkreten Welt an zu deuten ist von dem was weit darüber hinausgeht in was wir im Westen der geistigen Welt zu nennen pflegten. Eine Welt die das Nichts (Wu) seriös nimmt als impliziten
Brunnen alles Erscheinenden. Die genannte Lehre legt dies viel weiter aus, dabei warnend das man sich nicht in den Wörtern oder Bildern verlieren dürfte! Es geht um einen Weg (für jeden seinen eigene) der persönlich gegangen werden soll. Sehr interessant und klar ist H darüber dass es dabei keine Methode geben kann und soll. Nur die der Hebamme. Sein Lehrer Fangfu hat Einsichten die die daoistischen und oft auch westlichen Wege in klarem Licht stellen, jedenfalls in wichtigen Aspekten.
Selber entfaltet H in diesen Büchern seine Theorie über den Verfall der „westlichen daoistischen Tradition“ (vieler pre-sokratischen, sokratischen, platonischen und neuplatonischen Philosophen und Esoteriker) die für ihn endet mit Philosophen wie Suhrawardi und Paracelsus. Sie ist also im Westen untergegangen. Damit unterstützt er seine These über den großen Wert der noch bestehenden Tradition in China und speziell die seines Meisters Fangfu. (Er weist auch klar darauf dass man auf seinem Weg besser geholfen ist durch Hilfe eines ‚Hebammen‘ wie Fangfu, weil man auf diesem Weg dann weniger Risiken laufen könnte.) Diese Tradition hat in Deutschland einigen Fuß gefasst und ist also mehr oder weniger nahe zu finden außer Asien.
Sehr interessant ist die als Beweis für diese „westlichen daoistischen Tradition“ von H angeführte Interpretation von vielen Texten die wir nicht mehr lesen oder seiner Einsicht zufolge falsch lesen. Denn mit dem genannten Verfall dieser Tradition wurde seines Erachtens auch die ursprüngliche Leseweise oder Interpretation verloren. H liest also was er als „Kern der Daoistischen Lehre“ gelernt und erfahren hat und jetzt (mehr und mehr, das ist klarer und klarer) ansieht und (äußerst) wertvoll achtet, in die genannte westlichen nicht-dualistischen Texten und Philosophien hinein. Er weiß dass er damit gegen die kulturelle und akademische Haupttradition des Westens eingeht, und fragt dann auch an seine Lesern um Unterstützung und Hilfe, inklusive Verbesserung und Kritik. Aber er hat es geschaffen um für die alten griechischen Texte der pre-sokratischen und Platonischen Philosophen eine Liste zu machen die zeigt wie die Begriffe der „Kern der daoistischen Lehre“ und der „westlichen daoistischen Tradition“ übereinstimmen. Diese Liste ist eindrucksvoll und wird noch nicht (oder noch nicht offiziell) von Fachkenner bestritten. Im Gegenteil es gibt Fachkenner die diese Interpretation so wertvoll achten dass sie eine weitere Untersuchung empfehlen. Damit isst auch gesagt dass es noch keinen wissenschaftlichen Beweis und noch keine wissenschaftliche Anerkennung gibt für diese Interpretation und Leseweise. Aber auch nicht eine Abweisung. Vielleicht ist es wichtig zu bemerken dass gerade H immer darauf weist dass Wahrheit in der „geistigen“ Welt nicht nur auf Beweise in der „konkreten“ Welt stützen können und oder die gar brauchen (beide Begriffe mit Vorsicht zu hantieren!). Seine Interpretation dieser oft schwierigen Texte (weil in alten Sprachen des Westens) bietet er somit vorläufig an – obwohl klar ist das für H selber der „Kern der daoistischen Lehre“ stimmt und auch seine Erfahrung und sein Leben unvorstellbar bereichert hat. Ich wäre denn auch wirklich sehr interessiert sowohl über dem Einen — dieser Interpretation der westlichten Texten und ihrem östlichen Vorbild – wie dem Andern – das Üben in diesem Sinne und die Möglichkeiten dafür – mehr zu lesen oder zu hören (oder sehen!).
Von einem kritischen westlichen Standpunkt aus könnte ich natürlich leicht sagen dass dies alles kein objektive Beweise sind und dass es nur subjektive Interessen repräsentiert. Aber dann täte ich die Bücher und ihr Autor wirklich viel Unrecht. Denn der Autor ist in vielem sehr sehr clever. Und es gibt ohne weiteres sehr viel wertvolles in diesen Büchern zu finden, und eben wenig was bestimmt nicht mit den Fakten übereinstimmt. Also, (potentielle) Leser, es geht um sie persönlich. Für mich waren und sind diese Bücher äußerst interessant und eine große Freude sie zu lesen und zu interpretieren. Ich habe abgesehen von sehr wenigen Verschreibungen und einen sehr geringen Bedarf an Korrektur der Rechtschreibung nur Freude gefunden in den sehr einsichtigen und oft wichtigen Informationen auf allen Gebieten die die Bücher bestreichen. Auch haben mich die Klarheit der Darlegung und die vielen oft sehr interessanten Zitate gefreut.
Am Ende ist der Autor immer klar dass es um das Begehen eines Weges geht, und wohl nicht nur physisch oder nur geistlich, sondern allumfassend. Was er als „Kern der daoistischen Lehre“ bietet, ist sehr einleuchtend und zugleich praktisch. Dass er auch verweist auf den sehr wichtigen Bedarf eines guten Lehrers und der guten Energie einer Tradition, kommt was H betrifft, noch dazu. Es wäre zu wünschen dass das in Zukunft diejenigen hilft die diese beide finden (wie H geschehen ist). Und vielleicht auch dass die welche dazu den Wunsch haben, eigene Wege finden in Anschluss an diesem oder anderen ebenso kernhaften Einsichten. Vielleicht nicht für jedem und jeder Zeit zehr leicht zu verdauen, aber immer viel Spaß machend und Einsicht bringend, gerade weil so viel implizit gesagt wird neben alles was hier (jedenfalls in sehr lesbarer und zuverlässiger Sprache) an interessanten Fakten und Botschaft zu kriegen ist. Speziell wenn man auf der Suche ist nach der Meinung von Wissenschaft, dem Nutzen der Sprache, und „Einsicht“ in wie das Leben und die Welt im Ganzen und in ihrer Essenz zu „leben“ sind.
Wie dies in Zukunft auswirken wird? Vielleicht gibt es Kritiker für denen dies gefundenes Fressen ist, und für Sucher ist es das bestimmt auch wenn dieser Weg ihr hilft. Persönlich habe ich sehr viel Vergnügen gehabt an die Kombination der gebotenen Einsichten und Texte. Obwohl viele historischen Fragen nicht beantwortet sind, zweifle ich nicht an den Wert der Hinweise auf die zentrale Lehre die Peter Hubral in diesen wertvollen Büchern bietet. Ich verfolge meinen eigenen Weg also mit dem Wissen dass es mehr Leute gibt von dem ich noch viel lernen und mit dem ich – in der Nähe oder mit einiger physischen Distanz – noch viel üben kann. Vielen Dank Peter Hubral, und viel Erfolg und Freude im Gehen ihres und aller die dies lesen Weges! (Text: Boudewijn Koole, Untersucher westlicher und östlicher nicht-dualistischen Traditionen, siehe: bk-books.eu )