Afstemming is toelaten en loslaten, steeds opnieuw; vertrouwen dat jouw weg vanzelf duidelijk wordt, in verbondenheid met alles in en buiten wat je persoonlijk ervaart, en met welke keuzes je in die ervaring en verbondenheid maakt. (Zie onder)

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , , , , ,

Ken je de volgende tekst?


Klik op bovenstaande tekst om deze te vergroten of gebruik deze link: Dao De Jing-76.
Typografische combinatie door mijn neef Boudewijn Koole D.enJ.zn* van drie vertalingen (in geval van sommige hoofdstukken meer) van een hoofdstuk van de Dao De Jing of “Het Boek van de Weg en de Deugd”. Ik ben hem zeer erkentelijk dat hij deze hier deelt en aan de site deze bijzondere waarde toevoegt.

Noot: tot schrik van allen die hem kenden, is Boudewijn op 28 oktober 2020 plotseling in zijn slaap overleden. Het treft mij nu ik het bovenstaande op 10 november herlees, dat het laatste hoofdstuk van de Daodejing dat hij instuurde, zo expliciet over de dood gaat. De dood is hard, de herinnering aan Boudewijn is leven, en leven is zacht. Dank je neef Boudewijn voor je stille bewogenheid en vriendschap. Zij zullen nog lang doorwerken, als verlies en als stimulans.

Telkens na ongeveer veertien dagen verschijnt hier het volgende hoofdstuk van de 81; het huidige hoofdstuk is geplaatst op 5 oktober 2020. De drie complete vertalingen zijn te verkrijgen via boekhandel of bibliotheek: Tao Te Tsjing door Sam Hamill (2006), Tao Te Tsjing door Carolus Verhulst (2004) en Tao Te King door Huib Wilkes & Michael de Baker (1992). Aanvullingen komen uit: TE-TAO CHING naar de uitgave van Robert G. Hendricks (1991), Het boek van de Tao en de innerlijke kracht door Kristofer Schipper (2010) of TAU-TE-TSJING van J.J.L. Duijvendak ((1980-3e; 1e druk 1942).

Wie meer wil weten van deze teksten of die van eerdere hoofdstukken, of erop wil reageren, vindt dat in het aparte blogitem “DAOÏSME: inleiding & DAODEJING: lopende samenvatting en commentaar & LEZERSREACTIES” met verwijzing naar enkele Nederlandse inleidingen in de Dao De Jing en het daoïsme, naar vertalingen en literatuur, en over de context van bovenstaand ontwerp. Bij een vraag of opmerking s.v.p. het tekstgedeelte (en hoofdstuk) noemen waarop je reactie betrekking heeft.

Over dit blog: DOEL en REACTIES

Afstemming is toelaten en loslaten, steeds opnieuw; vertrouwen dat jouw weg vanzelf duidelijk wordt, in verbondenheid met alles in en buiten wat je persoonlijk ervaart, en met welke keuzes je in die ervaring en verbondenheid maakt. Meer mogelijkheden (vrijheid) impliceren meer verantwoordelijkheid, want meer kansen om te kiezen voor gaan in de richting van het goede. Het goede is dat wat aan de ervaren verbondenheden recht doet met de minste te verwachten schade. Ervaren en leven zijn een geschenk bestaande uit veranderende samenhangen, sommige kwetsbaarder dan andere. De meest fundamentele zijn ook de kwetsbaarste, wat betekent dat de bescherming van het kwetsbaarste het hoogste goed is, maar ook dat elke beweging de kans inhoudt op ontplooiing en de hoogste vreugde. Zij het niet zonder het ervaren van alle (ook alle genoemde en alle impliciete) tegenstellingen.

DOEL is het delen van ervaring en inzicht

“Het is onmiskenbaar als volgt:

Wanneer we ontwaken en opstaan, is goede gezindheid en goed handelen onze hoogste plicht. Excuses zullen er nooit zijn.

Wanneer we ons ter ruste leggen om in te slapen, moeten we onze beperktheden in het doen van onze plicht erkennen. Wij geven ons over aan dat wat groter is dan wij zelf.

Betrokken niet op een dag maar op ieder afzonderlijk moment van ons bestaan, betekent dit dat wij beperkte wezens zijn die altijd heen en weer pendelen tussen het doen van onze plicht en overgave aan dat wat groter is dan wij zelf.
Zodra wij en voorzover wij ontwaakt zijn, roept onze plicht ons volledig. Dat wat groter is dan wij zelf, biedt ons de mogelijkheid erop te vertrouwen dat onze beperktheden zich in een groter geheel “oplossen”. Voorzover wij kunnen zien, verandert alles permanent en kunnen wij ieder moment weer verfrist beginnen aan nieuwe uitdagingen.

Onze beperktheden erkennen en loslaten is even wezenlijk als hen volledig inzetten. Voor beide is voorwaarde het openstaan voor en luisteren naar dat wat is: ons zelf, ons lichaam, de anderen, de wereld, het universum.

Integriteit is het begin en het einde van alles, als voortdurend proces.”

[ Bovenstaande tekst sloeg ik op in 2000. Ik voel mij er helemaal een mee maar weet de bron niet meer. Als ik zelf de bron zou zijn geweest, dan verbaast de enigszins plechtige taal me: ik ben bijna zeker dat ik niet de bron ben. Maar ieder vogeltje klinkt zoals het gebekt is, op zijn eigen wijze; en ook wie het vogeltje hoort, kan diep geraakt worden. Het kan zijn dat ik in die tijd op zoek ben geweest naar teksten over integriteit, een belangrijk thema! Het mooie van de tekst vind ik onder meer dat alle aspecten van de werkelijkheid erin ervaren of gelezen ofwel ermee verbonden kunnen worden, en dat hij niettemin direct begrijpelijk is en aanspreekt. ]

Dit blog is – NAAST TEKSTEN OVER DE ONDERWERPEN IN DE UITKLAPBARE LIJST BOVENAAN IN DE KOLOM LINKS – bedoeld om citaten, notities, vragen en discussies, literatuurverwijzingen, bespiegelingen en dergelijke te delen die jouw of mijn hart raken.
Als iets ons hart raakt, is dat een kans om wijs te worden. Wijsheid omvat zowel rationele (in beredeneerbare hokjes in te delen) kennis als (ten laatste alomvattende) intuïtie en verbondenheid, zowel aandacht als mogelijk handelen.
Ethische vragen kunnen aandacht krijgen zowel wanneer er vanuit de verbondenheid van ons hart evident aanleiding toe is met het oog op onze natuurlijke, sociale, culturele, politieke en kosmische omgeving als in verband met de site en het gebruik ervan. Ook gaan ethisch handelen en – om die reden en mits daarop gericht – ethische vragen in de praktijk per definitie voor (wat niet wil zeggen dat ieder van ons zich altijd van alle ethische aspecten bewust is), wat ook betekent dat de praktijk al verder is op het moment dat we een vraag erover krijgen en aan de orde stellen. Kortom, soberheid verdient voorrang; sterker, wijsheid die niet vanaf het begin ethisch is in genoemde zin, is zeker niet de hoogste wijsheid. Wat gedeeld wordt, kan ook aansluiten bij eerder op de site BK-BOOKS (bk-books.eu) aangeroerde onderwerpen, boekbesprekingen of andere publicaties (zie het uitklapbare menu in de kolom links).
U kunt op veel meer onderwerpen in deze site zoeken via de witte zoekbalk in die kolom, en vindt dan de betreffende pagina’s en blogitems. Het gaat mij eerder om het vergroten van individuele en gemeenschappelijke aandacht (bewustzijn) dan om het toevoegen van meer items: al kan dit in deze context zeker ook relevant zijn. Gewoon omdat iets je enorm bezig houdt.

Ik besef dat taal haar beperkingen heeft maar de mogelijkheden ervan zijn groot genoeg om er binnen die beperkingen zinvol gebruik van te maken. Over die beperking bied ik de volgende uitspraak aan om over na te denken dan wel permanent in het achterhoofd te houden.

Elke uitgesproken bewering of onuitgesproken gedachte impliceert het bestaan van zijn tegen-bewering (de tegenovergestelde mogelijkheid)

en

wat niet met alles samenvalt, valt wel samen met zijn tegendeel (ontkenning)

en

daarom is elke bewering of gedachte voorlopig (vanuit dat geheel gezien) en compleet (als impliciet met het geheel – alles – verbonden).

Wie wil denken vanuit het geheel, krijgt te maken met verandering. Wie wil denken vanuit verandering, met het geheel.

De geschriften van Jacob Böhme, Lao Zi, Dogen Kigen e.v.a. (zie menu links boven) leerden mij veel, als verwijzing naar en resultaat van hύn leerproces’. Over eenvoud, verwarring en wijsheid – ‘verlichting’ en ‘eenheid van tegenstellingen/ non-dualisme’ in West en Oost’ – voor een aanzienlijk deel samenkomend in mijn boek “Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen” (2020).

Als stelling bied ik aan:
“De ultieme verlossing/ verlichting omvat – omdat zij ultiem is – alles altijd, ook al het vergankelijke, dus ook jou en jouw bewustzijn, keuzes en gedrag nu en altijd: ga – steeds opnieuw bij iedere gelegenheid voor jou – door om erin mee te gaan/ er aan bij te dragen/ eraan mee te werken; te beginnen met het ervaren, onderkennen en aanvaarden van je vergankelijkheid én unieke eigenheid als uitgangspunt voor jouw meegaan/ bijdragen/ meewerken.”
En als hint:
“Als je de Boeddha ontmoet (omschrijving van verlichting, BK), dood hem dan (hang niet aan dat moment, en aan die ervaring)!” (citaat van de Chinese Ch’an-leraar Linji). En zit er ook zo’n aspect aan of element in ons gezegde “Spreken is zilver, zwijgen is goud”? Dat relativeert uiteraard ook al het geschrevene – ook (op) deze site …
Het is dan ook goed ons te realiseren dat alle tot nu gebruikte en alle nog te gebruiken woorden nooit meer kunnen zijn dan tijdelijke vingers die naar de maan wijzen dan wel (als zodanig) ook tijdelijke representanten van de maan. (Waarbij ‘tijdelijk’ zowel een beperkt iets kan zijn, iets relatiefs, als in die vorm tegelijk iets alomvattends, althans het alomvattende volledig representerend in de zin dat “dit hier” de actuele en volledige verschijning is van wat er is maar zonder dat vroegere of latere of andere mogelijke of actuele (deel-)verschijningen die nu niet (direct) waarneembaar zijn, bij voorbaat ontkend worden. Er is immers altijd meer dan wij nu bewust waarnemen, en dan in onze taal nu weergegeven kan worden. En dat meerdere hoort – op uiteenlopende fascinerende manieren – ook bij ons, ofwel vice versa! En “alles stroomt”, om met Herakleitos te spreken.

In de laatste alinea ligt een conclusie besloten dat die stromende totaalwereld door ons alleen tijdelijk be-antwoord kan worden in onze intuïties, opvattingen, woorden en gedragingen. Maar ook dat dat precies de wijze is om van het grote veranderende geheel deel uit te maken. En zodoende geldt en omvat genoemde realisering zowel wat wij in het verleden hebben ervaren en en pogen weer te geven, als wat we nu hier ervaren en doen, als wat zich al dan niet via ons in de toekomst voordoet. Ook al zijn wij veranderende stipjes in een eindeloos veranderende oceaan, die oceaan kan en hoeft niet (te) bestaan zonder dat ieder apart veranderende stipje bewust of onbewust zijn rol speelt. Stel je voor …!

(Ter verduidelijking: Deze alinea komt er ook op neer dat er zeker nog enige betekenis schuilt in mijn veronderstelling dat de waarde van deze site ook bestaat in het kunnen aanwijzen van ontwikkelingen in leeskeuzes, perspectieven, wellicht iets van een eigen visie of eigen accenten etcetera – maar: dat het waarnemen van die ontwikkelingen niet tot een definitief eindstation hoeft te leiden. Want al zouden die ontwikkelingen aangewezen kunnen worden en eventueel als zinvol gewaardeerd of opgepakt en verder gebruikt of het omgekeerde van deze mogelijkheden, dan nog blijven zowel het vermelde als de interpretatie(s) altijd onderdelen van een zee of liever van oceanen van werkelijkheden en mogelijkheden die zich al dan niet al of nog in de tijd voordoen, al veranderend en samen (met hun ongerealiseerde voorstadia en aan de realisering voorbije nastadia) de eeuwigheid en het totaal omvattend die en dat mee in elk klein onderdeel of tijdsgewricht worden gerealiseerd. En die ver uitgaan boven wat in mijn beperkte woorden – en ik vermoed van alle woorden!!! – lijkt te zijn dan wel kon worden aangeduid (laat staan vastgelegd).)

Veel leerde ik van mijn verkenning van de inzichten van Jacob Böhme (zie lijst van publicaties in het menu linksboven). Omdat in mijn laatste boek vrijwel alles is samengevat wat ik leerde, noem ik mijn in 2020 verschenen boek hier.

Eenheid en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen (eenheid en complexiteit van alle tegendelen): Inleiding in het denken van Jacob Böhme: Over grond, systeem, processen en magie van alle bestaansvormen in de context van open bewustzijn en niet-tweeheid in West en Oost en van wijsheid en verlichting in Böhmes ‘Theoscopia’, Haarlem 2020, 303 blzz.

In dit boek wordt eerst een overzicht geboden van Böhme’s leven en omgeving, en van de achtergrond van zijn enorme schriftelijke productie. Het Woord vooraf schetst wat deze inleiding toevoegt aan, en waarin zij verschilt van de behandeling van Böhme’s visie op man en vrouw (Böhme zag de mens als beeld van God als in beginsel androgyn, ofwel manvrouwelijk) die de auteur eerder beschreef (zie boven: Man en vrouw zijn een). Zodoende komen vele systematische vragen scherp naar voren, want Böhme was niet alleen een spirituele gids, hij was ook een visionair filosoof, en wel een met enorme invloed op veel schrijvers, schilders en andere kunstenaars na hem, en speciaal de voorloper van Hegel en Marx met hun dialectische denkmodellen. In deze inleiding wordt de belangrijke plaats van Böhme in de traditie van het Westerse dialectische denken tot leven gebracht, van de oude Grieken als Herakleitos tot en met de moderne Hegel en Marx; impliciet worden de verschillen met andere stromingen behandeld met name het modern-wetenschappelijke denken. En ten slotte komen de overeenkomsten aan het licht met Oosterse denkwijzen die de plaats van de taal verduidelijken en relativeren (zoals ook Wittgenstein in de twintigste eeuw in het Westen deed). Kortom, fascinerende lectuur, zij het soms overweldigend voor wie van vaste betekenissen en eeuwige waarheden houdt. Waar kunnen we ons wel op baseren, op welke grond? En wat betekent het voor systeemdenkers dat alles ten allen tijd onderhevig is aan veranderingsprocessen? Geldt dat ook voor onze taal en ons bewustzijn? En is dit hoopvol of gevaarlijk? Böhme ging in zijn denken geen ‘tegenstelling’ uit de weg. Hoe verbond hij de werkelijkheid van die eindeloos veranderende tegenstellingen met de eenheid en dus eenvoud waarop hij durfde vertrouwen? Hoe verbond hij rationeel inzicht met boven-rationele intuïtie? Als systeemdenken afhangt van de rationele samenhangen die wij vast menen te (kunnen) stellen, en ervaren en inzien dat wij met systeemdenken niet uitkomen als het om de diepste en hoogste vragen gaat, hoe kunnen wij dan het beste omgaan met onze mogelijkheden om de natuur te beïnvloeden, met wetenschap en techniek? Welke rol kunnen wij spelen door evenwicht even belangrijk te vinden als splitsing en vereniging van krachten en stoffen? Hoe ver reikt ons bewustzijn en waar doen we er goed aan onze grenzen te zien zonder de verbinding met al het gekende, het vermoede en het nog niet gekende en vermoede te verliezen? In het verloop van de inleiding komen vele verwante en tegengestelde denkers en hun denkbeelden aan de orde. Inclusief nieuwe inzichten over de verhouding tussen man en vrouw in de oude Hebreeuwse tempelvoorstellingen en riten om het evenwicht jaarlijks te herstellen. Hoe verbinden wij opnieuw kern en omtrek, boven en beneden, en alle andere tegenstellingen of onderscheidingen? Aan de hand van Böhme en van uiteenlopende maar zeer verwante historische voorstellingen verkennen we al deze ideeën, en hun belang voor onze tijd en de toekomst van onze cultuur.

Hoe je REACTIES, nieuwe items kan toevoegen of gesprekken beginnen

Je kunt nieuwe reacties helemaal onderaan ieder bericht noteren en doorgeven, dan vinden alle lezers je tekst hier binnenkort bovenaan (s.v.p. bij zo’n nieuw bericht aangeven over welk onderwerp je reactie gaat); lukt het niet om je bericht in te sturen, meld dit dan s.v.p. even aan mij via e-mail info_at_bk-books.eu (vervang “_at_” door apestaartje “@”). En zo ontstaat wellicht een ‘gesprek’ tussen een (kleine?) kring van lezers over een bepaald onderwerp. Daarbij is het uiteraard geen enkel bezwaar als onderwerpen gezien hun belang in de loop van langere tijd nog eens terugkeren … Verwijzingen naar verwante sites en gesprekken worden op hoge prijs gesteld.
Reageren op een bestaande reactie kun je onder elke reactie via de knop ‘Reacties’. Als je een eerdere reactie van jezelf wilt verwijderen, kan dat door een verzoekje in een nieuwe ‘reactie’: elke reactie komt eerst binnen bij de websitebeheerder die je verzoek om verwijdering volgens de huidige afspraak altijd zal honoreren.
Niet publieke reacties worden graag door mij ontvangen via info_at_bk-books.eu (vervang “_at_” door apestaartje “@”).

WAARSCHUWING inzake de wetenschappelijkheid van sommige teksten op deze site

U bent vrij met de teksten op deze site iets of niets te doen, uiteraard liefst iets goeds. Vooraf maak ik graag de beperking duidelijk die aan de teksten op deze site kleeft. Deze site (met naast dit blog boekbesprekingen en andere berichten) bevat ook een aantal wetenschappelijke teksten. Teksten die aan een universiteit beoordeeld zijn als de doctorstitel waardig; uiteraard is ieder mens per definitie zeer beperkt in haar of zijn feitelijke kennis, omdat wij niet tegelijk alle feiten die anderen kennen, ook in ons ‘kennis’-bewustzijn hebben. Over die wetenschappelijk goedgekeurde teksten wil ik het volgende zeggen. ‘Wetenschap’ kenmerkt zich door zo precies mogelijk te definiëren wat binnen haar kennis valt. Door mijn opleiding heb ik geleerd dat die definities erg uiteen kunnen lopen, zelfs binnen vakgebieden en zeker binnen culturen. De pretentie dat iets wetenschappelijk is, heeft nooit absolute waarde en kracht, alleen maar binnen afgesproken grenzen en volgens de daar geldende definities. Door mijn opleiding heb ik ook geleerd dat wij ons best kunnen doen zo begrijpelijk mogelijk te zijn, allereerst binnen de context waarin wij zelf leven (daarbuiten is dat begrijpelijkerwijs per definitie heel wat moeilijker, omdat wij die context waarschijnlijk iets minder goed kennen). Daar komt nog door eigen studie en ontdekking (zie mijn a.s. publicatie Eenvoud en diepgang in en buiten alle tegenstellingen) bij, dat niets dat in taal uitgedrukt of überhaupt door ons verbeeld of vermoed wordt, compleet geacht kan worden dat niet ook zijn tegendeel – het erdoor afgegrensde – omvat. Het is dus sowieso altijd belangrijk de betrekkelijkheid van onze ‘kennis’ voor ogen te houden, ook al hebben wij op onze eigen – de ons bekende – terreinen uit eigen ervaring enig recht van spreken. Ervaren personen hebben meer recht van spreken over die ervaring, al blijft het belangrijk niet alleen naar het verleden maar ook naar de actuele werkelijkheid te kijken! Daarom stel ik vooraf over alle teksten in deze site dat zij al helemaal niet niet de exclusieve wetenschappelijke waarheid bevatten (zo die al zou bestaan), en ook al zijn zij geschreven in een taal die zo helder mogelijk is (en waar mogelijk binnen de eigen context logisch), nooit de pretentie hebben de exclusieve waarheid te verkondigen of of bevatten of zijn. Alle teksten zijn bedoeld om aanknopingspunten te bieden voor zoeken naar inzicht, wijsheid, soms ook kennis; maar nooit om die te pretenderen uitsluitende waarheid. De vraag is ook of dat met taal überhaupt kan, en zo niet waarmee dan wel. Zwijgen is wellicht een even goed, zo niet beter ‘middel’; al geloof ik wel dat er zoiets is als luisterend spreken ofwel sprekend luisteren. Als ik in plaats van te luisteren, te snel met woorden of interpretaties ben gekomen, bied ik mijn verontschuldigingen aan. Ik beschouw het als mijn actuele taak om allereerst te luisteren. Als u daarnaast iets mee kan nemen van de teksten op de site, bent u daar helemaal vrij in. Het belangrijkste is soms naar zichzelf luisteren, soms naar anderen; maar soms horen wij ook in anderen onszelf, en in onszelf anderen. Mag dat door elkaar lopen? Dat wordt door gewoonten en afspraken bepaald, en die veranderen. Maar ik streef er allereerst naar mij aan die gewoonten en afspraken te houden, om van daar uit eventueel verdere ruimten te verkennen. Dan kan soms blijken dat wat nieuwe ervaring lijkt, erg veel overeenkomst vertoont met vroegere, soms heel vroegere, en tegelijk dat ervaring en inzicht er niet alleen zijn om voortdurend te ontwikkelen maar tegelijk een heel praktische rol spelen. En wel een rol die het goede (handelen en bewustzijn) niet in de weg mag staan. Geluk hier en nu is geen verboden vrucht; tegelijk verandert hier en nu alles voortdurend en is het wijs om open te staan voor nieuwe inzichten zonder streven en verwerkelijken van het actueel goede in de weg te staan. Best complex maar ook best eenvoudig, want die beide bestaan niet zonder elkaar en dienen wellicht het best samen gerealiseerd te worden, zover dat op onze weg ligt. “Ik probeer te ervaren en te doen wat [“daar”-bij] past.” Dat streven wetenschappelijk noemen lijkt me een gotspe, ofwel overdreven zelfvertrouwen. Maar zonder wetenschappelijke pretentie lijkt het ook gauw erg pretentieus. Die pretentie wil ik graag bij voorbaat ontkrachten: de krachten die u zelf voelt, en waarmee u omgaat, zijn het die belangrijk zijn om te leren kennen. En de teksten op deze site hebben die pretentie niet. Hoogstens zijn zij uitzicht langs het pad waar u loopt, en heel af en toe misschien een vraag aan uzelf of over die omgeving. U bent helemaal vrij daar iets of niets mee te doen; wat, dat is uw eigen verantwoordelijkheid.

* Zelf ben ik Boudewijn Koole L.enS.zn (of “LSz.” of “van Brigdamme” of
). Wij zijn twee van zes gelijknamige neven (vier in Nederland, waarvan de jongste Boudewijn Willem als voornamen heeft) en van zeven neven qua voornaam (vijf in Nederland). In British Columbia (Canada) woont zo Robert [=Boudewijn] Koole P.enP.zn. En samen zijn wij onderdeel van zo’n veertig nichten en neven, waarvan ongeveer de ene helft in Nederland en de andere in Canada woont.

Leven vanuit eenvoud: is dat vergelijkbaar met leven uit niet-doen?

In 2015 verscheen Inleiding taoïstische filosofie: Leven vanuit niet-doen, red. Michel Dijkstra. Alle bijdragen, verder van René Ransdorp, Jan De Meyer, en Woei-Lien Chong, zijn erg de moeite waard. Vooral omdat taoïsme niet een simpele variant op ons Westerse denken is, al zijn er vele aanknopingspunten. Eenvoud is ook in de Westerse traditie een begrip, zowel intellectueel als praktisch (zie ook mijn Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen). Het taoïsme biedt echter in zijn kernachtigheid en variatie een buitengewoon toegankelijke aanvullende visie (of waarschijnlijker: visies) die voor iedere zoeker naar eenvoud en eenheid of samenhang (of zelfs diepgang) in het Westen van grote waarde kan zijn. Wat mij betreft: is. Want ik leerde samen met mijn vrouw Nel Knip al veel op cursussen van René Ransdorp waar we onder zijn leiding de Daodejing van Laozi lazen. Tegelijk moet daarbij gezegd worden dat juist de meest fundamentele houdingen en opvattingen van Lao Zi indien consequent beleefd en in praktijk gebracht, zeg maar beoefend, minder ideologisch bezwaard lijken dan de zwaarte waar Westerse ideologen hun theologieën of filosofieën mee brachten. Het grootste verschil lijkt me dat taoïsten een natuurlijke houding en levenswijze voorstaan, niet belast met vooringenomenheden maar bereid tot volstrekte openheid en bijbehorende verantwoordelijkheid. Die laatste komt vaak neer op niet ingrijpen omdat dat te voorbarig kan zijn (vaak is). Dat is wel het grootste verschil naar mijn indruk. Maar aan dit verschil hangen zoveel andere waardevolle inzichten en levenshoudingen dat het de moeite waard is die goed te verkennen. Ik kan niet anders zeggen dat wie dat wenst te doen, althans op papier en met woorden een heel waardevolle inleiding heeft in dit boek. En dan nog het in praktijk brengen … Voor Laozi was dat toch wel het belangrijkste. Omdat het er werkelijk om gaat dat onze individuele rol (bewustzijn en handelen inbegrepen) de grote werkelijkheid niet slechter maakt maar dient door haar patronen waar te nemen en te volgen zonder iets te forceren. Want veranderen doet alles toch al. Deze lessen bieden kansen voor inzicht (wijsheid) en leven (praktijk).

De inspiratie en ideeën van Jacob Böhme (radio-interview 43 min.)

Zie https://www.helloradio.eu/  : zoek naar interview met Boudewijn Koole, september 2020. Dit interview is gebaseerd op het boek Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen: inleiding in het denken van Jacob Böhme 2020.

Daar is ook het interview met mij te vinden over Böhme’s bijzondere geschrift Theoscopia over het zien van God, bij het verschijnen van mijn vertaling met commentaar, december 2019; beide interviews zijn door Anthony Giesbergen en Monique Held. Interviews die eerder zijn uitgezonden en na enkele maanden niet meer op de site staan, zijn op aanvraag te beluisteren.

De nieuwe inleiding in Böhme’s denken is verschenen!

Eenheid en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen (eenheid en complexiteit van alle tegendelen): Inleiding in het denken van Jacob Böhme: Over grond, systeem, processen en magie van alle bestaansvormen in de context van open bewustzijn en niet-tweeheid in West en Oost en van wijsheid en verlichting in Böhmes ‘Theoscopia’, Haarlem 2020, 303 blzz. (€ 19,50)

In dit boek wordt eerst een overzicht geboden van Böhme’s leven en omgeving, en van de achtergrond van zijn enorme schriftelijke productie. Het Woord vooraf schetst wat deze inleiding toevoegt aan, en waarin zij verschilt van de behandeling van Böhme’s visie op man en vrouw (Böhme zag de mens als beeld van God als in beginsel androgyn, ofwel manvrouwelijk) die de auteur eerder beschreef (zie boven: Man en vrouw zijn een). Zodoende komen vele systematische vragen scherp naar voren, want Böhme was niet alleen een spirituele gids, hij was ook een visionair filosoof, en wel een met enorme invloed op veel schrijvers, schilders en andere kunstenaars na hem, en speciaal de voorloper van Hegel en Marx met hun dialectische denkmodellen. In deze inleiding wordt de belangrijke plaats van Böhme in de traditie van het Westerse dialectische denken tot leven gebracht, van de oude Grieken als Herakleitos tot en met de moderne Hegel en Marx; impliciet worden de verschillen met andere stromingen behandeld met name het modern-wetenschappelijke denken. En ten slotte komen de overeenkomsten aan het licht met Oosterse denkwijzen die de plaats van de taal verduidelijken en relativeren (zoals ook Wittgenstein in de twintigste eeuw in het Westen deed). Kortom, fascinerende lectuur, zij het soms overweldigend voor wie van vaste betekenissen en eeuwige waarheden houdt. Waar kunnen we ons wel op baseren, op welke grond? En wat betekent het voor systeemdenkers dat alles ten allen tijd onderhevig is aan veranderingsprocessen? Geldt dat ook voor onze taal en ons bewustzijn? En is dit hoopvol of gevaarlijk? Böhme ging in zijn denken geen ‘tegenstelling’ uit de weg. Hoe verbond hij de werkelijkheid van die eindeloos veranderende tegenstellingen met de eenheid en dus eenvoud waarop hij durfde vertrouwen? Hoe verbond hij rationeel inzicht met boven-rationele intuïtie? Als systeemdenken afhangt van de rationele samenhangen die wij vast menen te (kunnen) stellen, en ervaren en inzien dat wij met systeemdenken niet uitkomen als het om de diepste en hoogste vragen gaat, hoe kunnen wij dan het beste omgaan met onze mogelijkheden om de natuur te beïnvloeden, met wetenschap en techniek? Welke rol kunnen wij spelen door evenwicht even belangrijk te vinden als splitsing en vereniging van krachten en stoffen? Hoe ver reikt ons bewustzijn en waar doen we er goed aan onze grenzen te zien zonder de verbinding met al het gekende, het vermoede en het nog niet gekende en vermoede te verliezen? In het verloop van de inleiding komen vele verwante en tegengestelde denkers en hun denkbeelden aan de orde. Inclusief nieuwe inzichten over de verhouding tussen man en vrouw in de oude Hebreeuwse tempelvoorstellingen en riten om het evenwicht jaarlijks te herstellen. Hoe verbinden wij opnieuw kern en omtrek, boven en beneden, en alle andere tegenstellingen of onderscheidingen? Aan de hand van Böhme en van uiteenlopende maar zeer verwante historische voorstellingen verkennen we al deze ideeën, en hun belang voor onze tijd en de toekomst van onze cultuur.

Vrouw en man in de oertijd

Inleiding op onderstaand commentaar van Louise Fresco
Meningsvorming op grond van feiten en persoonlijke ervaringen en ook behoefte aan herkenbare praktische regels voor sociale verhoudingen (om mij even tot deze terreinen te beperken) is belangrijk voor onze persoonlijke en sociale stabiliteit. Uit de variatie aan historische en actuele vormen en aan mogelijke nieuwe varianten daarop in voorstellingen en praktische regels kiest iedere generatie haar eigen verschijningsvormen, oppervlakkig of ook diep. Onderstaand commentaar van Louise Fresco is boeiend omdat zij laat zien hoe belangrijk en gevarieerd historische feiten zijn. Net als in de boeken van bijvoorbeeld Margaret Barker (de hebraïste ofwel oudtestamentica) en (historica) Annine van der Meer wijst zij op de rijkdom en de verscheidenheid van het leven van vrouwen en mannen in historische en zelfs prehistorische tijden. Wonderlijk toch dat stereotiepen soms zo’n lang leven hebben, zoals hieronder aangeduid die van Koerselman, Compernolle en Buwalda; het geldt op dit punt wellicht ook voor bepaalde vroegere van Pfeiffer die hierover op 23 augustus van 2020 in het tv-programma Zomergasten aan de tand werd gevoeld, en door liet schemeren dat hij niet met de oude opvattingen van personages in zijn boeken geïdentificeerd wil worden. Ik heb zo het vermoeden dat de tegenstellingen steeds nieuwe vormen zullen aannemen en dat we altijd werk en plezier zullen hebben om er mee om te gaan; en dat is uiteindelijk behalve met elkaar toch met onszelf? Een stereotiep ofwel de keuze om een langere tijd een bepaalde gewoonte of opvatting te koesteren betekent niet dat er geen keuzes of constellerende momenten aan ten grondslag liggen (constellerend: patroonvormend; dat kan zowel bewust als onbewust, ook beide tegelijk indien bij meer personen of delen van de grotere gemeenschap – wat ook verklaart dat er altijd bewustwording of bewustzijnsverlies aan de orde kan zijn, heel tijdelijk of heel langdurig). Uiteraard valt deze meningsvorming uiteindelijk onder wat een samenleving nodig heeft: zowel stabiliteit als vernieuwing, in een voldoende ‘maat’ van wisselende evenwichten. Waarbij de maat ook wel eens verandert …

24-8-2020 02:00:00 NRC.NL
Oertijd is te complex voor theorietjes
Regelmatig ontstaat bij anderszins verstandige mensen de behoefte om de oertijd aan te roepen om aan de verhoudingen van toen af te lezen wat ons nu kwelt. In het Zomeravondgesprek van 8 augustus bleek voor psychiater Frank Koerselman het overzichtelijke leven op de savanne de basis voor de verhoudingen tussen man en vrouw. Het is de mannelijke natuur om te jagen en vrouwen te beschermen. „Ik vind de evolutionair-biologische manier van kijken naar de mens fascinerend. De basis is vrij simpel, voedsel zoeken, voortplanten.” Ook neuropsychiater Theo Compernolle zegt in NRC (18/8) dat we net schichtige gazellen zijn. „Op zich is dat heel goed. Het hielp ons in de oertijd snel te reageren op gevaren. Maar in de jungle van de 21ste eeuw is denkkracht en geheugen minstens zo belangrijk.”
Die merkwaardige neiging om de oertijd aan te roepen en onze reacties te verklaren uit de biologie gaat voorbij aan de groeiende kennis over de vroege Homo sapiens en diens voorlopers. Al is het lastig om harde feiten te vinden over geheugen, taakverdeling en machtsverhoudingen in de prehistorie, het gaat niet aan om onze huidige preoccupaties te projecteren op het verleden. Er zijn helaas weinig resten van werktuigen waarvan duidelijk is wie ze ontwierp en gebruikte, maar een combinatie van gegevens uit de evolutionaire biologie, paleontologie en etnografie (van huidige jagers en verzamelaars) toont de verrassend rijke schakeringen in rollen en creativiteit van mannen en vrouwen. Denkkracht en geheugen bijvoorbeeld bij het in kaart brengen van vegetaties en routes waren zeker belangrijk.
De indeling in mobiele, jagende mannen en verzamelende, sedentaire vrouwen is achterhaald. Vrouwen deden mee aan de jacht op kleine dieren en droegen deel van de buit van de jagers. Ze legden grote afstanden af en pasten geboortebeperking (of infanticide) toe om het aantal kinderen zo te reguleren dat het hun mobiliteit niet beperkte. De Franse paleontologe Claudine Cohen schat de bijdrage van vrouwen aan de voedselvoorziening op zo’n 70 procent. We weten ook hoe belangrijk de rol was van ‘grootmoeders’, dus vrouwen voorbij de menopauze, voor familieverbanden en kinderopvang, juist omdat jonge vrouwen zo actief waren.
Er zijn dus weinig aanwijzingen voor de gedachte dat mannen als enigen de kwetsbaren beschermden. Bovendien is aangetoond door gedetailleerde analyses van hand- en vingerafdrukken dat ook vrouwen meewerkten aan de grotschilderingen. Experimenteel is vastgesteld dat het maken van vuurstenen werktuigen geen kracht maar behendigheid vereist en dus goed door vrouwen kan zijn gedaan. Het zijn vrouwen geweest die begonnen met selectie en aanplant van wilde grassen, waarmee zij de aanzet gaven tot landbouw.
Ook sociaal en linguïstisch waren en zijn zogeheten primitieve samenlevingen uiterst complex, zoals etnografen als Claude Levi-Strauss al aantoonden. Concluderen dat wij „helemaal niet gebouwd zijn voor ingewikkelde toestanden” om daaruit een biologische bepaaldheid voor rollen en karakter afleiden is onzin.
Koerselman en Compernolle staan hierin niet alleen. In het zelfde Zomeravondgesprek worden door schrijver Buwalda tegenstellingen tussen mannen en vrouwen geschetst van een huiveringwekkende eenvoud. In zijn versie gaan mannen – machtsbelust en pervers – ten onder aan ogenschijnlijk sterke, sadomasochistische en wraakzuchtige vrouwen. Mannen en vrouwen zijn ook bij hem allereerst karikaturen, alleen liggen de machtsverhoudingen precies andersom. Biologische verschillen ten aanzien van voortplanting zijn onmiskenbaar, maar iedere samenleving construeert haar eigen rolpatronen en mythen rond persoonlijkheid, sekse en gender.
Louise O. Fresco is schrijfster en voorzitter raad van bestuur van Wageningen University & Research (louiseofresco.com).
Een versie van dit artikel verscheen in nrc.next van 24 augustus 2020

Hulp bij intelligentie? De vele gezichten van hoogbegaafdheid

Enkele opmerkingen bij: Tessa Kieboom/ Kathleen Venderickx, MEER DAN INTELLIGENT: de vele gezichten van hoogbegaafdheid bij jongeren en volwassenen, Tielt (Lannoo) 2017-5e druk.

Dit boek beweegt zich vooral op het vlak waar hoogbegaafdheid en levensloop elkaar raken. De emotionele en sociale verwerking door de hoogbegaafde en haar omgeving spelen door heel het boek een centrale rol. Het boek is geschreven vanuit de jarenlange praktijk van de auteurs als onderzoekers en (tegelijk) als beroepsmatige hulpverleners. In die laatste rol maken ze ook opvallend – maar niet hinderlijk – reclame voor hun instituut. Dat begeleidt hoogbegaafden in het leren kennen van zichzelf en het omgaan met hun hoogbegaafdheid in sociale verbanden, niet het minst in opvoedings-, opleidings- en werksituaties.
Dit boek bevat vele voorbeelden daaruit. Die voorbeelden zijn sterk en beeldend, maar de auteurs maken ook duidelijk dat zij theoretische inzichten ontwikkelen van waaruit personen en situaties geanalyseerd kunnen worden. Die inzichten zijn in ontwikkeling, wordt gezegd. De nadruk ligt in dit boek niet op de details van de wetenschappelijke ontwikkelingen maar op de voornaamste toepassingen en hun waarde.
Ik noem hier de twee hoofdstukken waarvan de relevantie mij het meest trof, 4 en 6.
Hs 4 schetst drie karakter-hoofdtypen van hoogbegaafden: de presteerder, de zelfstandige en de afhankelijke. De drie typen worden uitgewerkt aan de hand van voorbeelden op zo’n manier dat de lezer zicht krijgt op manieren van omgaan met de eigen hoogbegaafdheid. Daar zitten naar mijn indruk veel herkenbare passages in.
Hs 6 gaat over de manieren waarop een hoogbegaafde idealiter met haar situatie zou kunnen omgaan. Dat gebeurt aan de hand van 6 ‘succeswetten’. Die wetten zijn heel praktisch en dus toegespitst op veelvoorkomende situaties waarin hoogbegaafden zich (kunnen) bevinden.
Dat de auteurs veel ervaring hebben met hoogbegaafden, spat van de bladzijden. Zij zijn concreet, gaan wetenschappelijk onderzoek en theorievorming niet uit de weg, en zijn gericht op praktische hulp aan diegenen van de doelgroep die hulp kunnen gebruiken. Zij bieden niet het laatste woord maar schetsen een werkelijkheid van hulpverlening en onderzoek in ontwikkeling, inclusief vele voorbeelden.
In dit boek komt hooggevoeligheid nauwelijks als verwante of aparte categorie ter sprake, naast hoogbegaafdheid. Dat vind ik jammer, omdat tegenwoordig allerlei onderzoeken wijzen op verschillende soorten neurologische en psychische verbanden waaruit af te leiden valt dat er veel verschillende soorten hoogbegaafdheid en hooggevoeligheid zijn die zowel soms sterke verschillen als soms ook sterke overeenkomsten hebben. Met de nodige consequenties voor therapieën.
Daarmee kom ik op het praktische terrein. Hoogbegaafdheid en hooggevoeligheid bestaan, maar zijn tot op heden net zo min als laaggevoeligheid en laagbegaafdheid goed onderzocht en begrepen. Dat onderzoek begint van de grond te komen maar vertoont nog de kenmerken van een beginnersfase (net als de hulpverlening die er op gebaseerd is). Het is de vraag wat de beste manier is waarop de grotere bewustwording op deze terreinen en het wetenschappelijke onderzoek ernaar gecombineerd zouden kunnen worden. Waarschijnlijk is dit net als veel andere culturele ontwikkelingen altijd in beweging, wat niet wil zeggen onmogelijk. Zonder alles in wetenschappelijk vastgestelde wetten of regels vast te leggen, kunnen wetenschappen en praktijk elkaar permanent beïnvloeden, bij voorkeur in positieve helpende zin voor deze groepen van elke bevolking. En daarmee voor alle bevolkingen als geheel.
Waarmee ik uitkom op een van de vragen die mij overbleven na lezing. Enerzijds suggereren de auteurs dat er veel aan het herkennen en vruchtbaar maken van de beschreven eigenschappen binnen diverse situaties gedaan kan worden, anderzijds zal de vraag naar de analyse van eigenschappen en situaties altijd nieuw blijven, en zullen de baten van te verwerven inzicht en gedragsalternatieven afgewogen moeten blijven worden tegen de kosten ervan. Het is onmiskenbaar dat ondersteuning in reguliere omgevingen als thuis, school en werk zinvol kan zijn, en soms onmisbaar; aan de andere kant zal na gezamenlijke analyse altijd een afweging gemaakt moeten blijven door alle betrokkenen samen welke richtingen het beste gekozen kunnen worden, inclusief het bijbehorende kostenplaatje in ruimere zin (niet alleen financieel).
Zoals dat in de praktijk van de voorbeelden ongetwijfeld ook steeds is gegaan, al gaat het daar vaak minder over de kostenplaatjes dan over de wenselijkheid en mogelijkheid van persoonlijke vooruitgang door kwalitatief goede hulpverlening.

Hoogsensitiviteit in de actuele wetenschappelijke inzichten, toegelicht door Elke van Hoof

Elke van Hoof, HOOGSENSITIEF, Tielt (Lannoo) 2016, 2019-8e druk

 

[Onderstaande tekst is niet geschreven vanuit vakkennis op het betreffende gebied maar uit persoonlijke interesse, wat geldt voor de meeste teksten op mijn site. Ik heb in mijn weergave niet naar volledigheid gestreefd maar haal alleen zaken naar voren die mij speciaal troffen. Tussen haakjes heb ik met vermelding van mijn initialen enkele vermoedens toegevoegd op grond van eigen ervaring of eerder opgedane kennis. Onderstaande tekst heeft geen wetenschappelijke pretentie of pretentie dat die de ervaring van anderen kan vervangen.]

Van Hoof biedt een stand van zaken van het huidige wetenschappelijke onderzoek met betrekking tot hoogsensitiviteit (HS). Hoewel de woorden letterlijk genomen hetzelfde betekenen, onderscheidt zij hoogsensitiviteit, die de mate betreft waarin prikkels binnenkomen, van hooggevoeligheid welke zij een emotionele reactie noemt. Het boek gaat over de eigenschappen van hoogsensitiviteit en de betekenis van die eigenschap voor de personen die haar hebben.

Als informatie emotioneel gekleurd is, hebben hoogsensitieve personen (HSP) het daarmee moeilijker. Want HSP krijgen prikkels heviger binnen, en hebben voor die prikkels een langere verwerkingstijd nodig. (Deze eigenschap ken ik van mijzelf.) De overprikkeling gaat gepaard met grotere emotionele kleuring. Als HS gedwongen zijn zich hierbij te haasten, krijgen zij het moeilijk. Als zij erom gewaardeerd worden en genoeg tijd krijgen, leveren zij hoge prestaties en leveren hoge bijdragen.

HSP kunnen leren overprikkeling te vermijden, in tegenstelling tot personen met AD(H)D. HSP gaan vaak creatief aan de slag met hun input, gericht op het leveren van een hoge sociale bijdrage, begaafde HSP kunnen dit voldoende compenseren. HSP  hebben geen moeite met (redelijke) deadlines, in tegenstelling tot personen met AD(H)D, maar hogere energiekosten om hun processen binnen de deadline te halen. Opnieuw een aandachtspunt met betrekking tot de behoefte om tijdig uit te rusten. HSP kunnen bij complexe planning besluiteloos raken omdat zij alle gevolgen willen meenemen en doordenken; AD(H)D hebben dit niet. Onrust van HSP is vrijwel altijd te linken aan een te voorziene bekende situatie (negatief); die onrust is te dempen naarmate men die koppeling serieus neemt en veilig kan maken.

HSP kunnen uitstekend spelen en ontspannen. Ook dromen en wegdromen is hun niet vreemd. Dit is geen aandacht tekort maar hun aandacht is dan verder weg dan bij niet-HSP. Door voorzichtig en langzaam terug te koppelen naar ‘hier’ kunnen ze gewoon weer meedoen. Dit ‘wegvluchten’ heeft dezelfde functie als dagdromen of nadenken, alleen bij HSP is het intensiever en heeft meer tijd nodig, ook om te starten en te stoppen. Het is ook best rendabel, net als bij niet-HSP. Alleen is het gevaarlijk als het gecombineerd wordt met stimulerende middelen om rust en hersteltijd te vinden of te vervangen, in het geval die een verslavende rol gaan spelen. Dan is geen sprake meer van herstel naar een zelfstandige openheid en relatie tot de omgeving maar van afhankelijkheid van de middelen en onvolwaardige relatie tot of zelfs afscheiding van de omgeving. (BK: als deze middelen bestaan in de keuze voor een ingebeelde leefwereld die niet meer terugkeert naar of in verhouding gebracht wordt tot de directe leefwereld, kan onbalans ontstaan, zoals bekend uit religieuze en spirituele en artistieke en andere extreme verhoudingen die niet meer in voldoende verhouding tot de culturele en sociale realiteit staan. Hier wordt uiteraard verschillend over gedacht vanuit de ooghoeken van gebruikers en omstanders, waarom een open gesprek op een veilig moment en een veilige plaats belangrijk tussen betrokkenen altijd belangrijk is.) De kwaliteiten van HSP kunnen sociaal buitengewoon waardevol zijn, waar verwanten, groepsgenoten, gebruikers van hun producten, leidinggevenden en collega’s veel aan kunnen hebben.

Om hoogbegaafd te kunnen zijn, kan HS een belangrijke factor zijn, te weten bij 87 % van de hoogbegaafden. De samenhang heeft vooral te maken met de hoge mate waarin personen gevoelig zijn (zowel sensueel, psychomotorisch, emotioneel, qua verbeelding en intellectueel; het minst hiervan op psychomotorisch gebied, sterk op de andere gebieden).

De belangrijkste punten om HS positief uit te laten werken, zijn: 1. Herstel- en reflectietijd inbouwen, 2. Positieve gedachten opbouwen (dus negatieve herinneringen onderkennen en vermijden). Dat laatste houdt in het onderkennen en ontkrachten van negatieve gedachtenketens en het bieden van positief tegenwicht daaraan. Ofwel: wie focust op het positieve in het verleden en heden, zal de wereld als positiever ervaren. Feit is ook dat de negatieve lading van ervaringen uit het verleden verminderd kan worden door ze bewust op te roepen terwijl men vervolgens actief de ogen heen en weer beweegt (EMDR), waardoor hun actuele betekenis effectief en blijvend afgezwakt wordt. Hetzelfde effect wordt bereikt door heel regelmatig en voldoende te bewegen. Daardoor krijgen en houden de hersenen weer voldoende ruimte om nieuwe positieve ervaringen en herinneringen op te bouwen.

Belangrijk is ook om kinderen met HS voldoende te beschermen (zorgen dat ze niet gepest worden!) zodat ze een positieve ervaringsbasis op kunnen bouwen.

Omgekeerd kunnen HSP een belangrijke functie hebben bij het signaleren van verstoorde verhoudingen in hun omgeving. De gevoeligheid die zij daarvoor hebben, kan gemeenschappen (van klein tot groot, in alle mogelijke situaties) enorm ten voordeel strekken.  Zij zijn gevoelig voor rechtvaardigheid, vertrouwen en samenwerking. Maar hebben altijd de vrijheid nodig om zich tijdelijk extra terug te trekken om bij te komen van hun intensieve waarneming en betrokkenheid. Want HSP scoren op de werkvloer (en in striktere sociale verbanden BK) duidelijk lager op autonomie, competentie en verbondenheid. Zij kunnen hun nuttige rol dus alleen spelen als zij erbij mogen horen, en door het geheel meegedragen worden. Er is een bewezen sterke correlatie tussen overprikkeling en stressgerelateerde krachten.

Leidinggevenden kunnen HSP waardevol inzetten door te mikken op

  • Co-creatie (samen ontwikkelen inclusief HSP)
  • Ruimte voor herstel van HSP in een prikkelarme omgeving
  • Mogelijkheden voor zelfontplooiing van HSP
  • Participatie van goed functionerende HSP in rollen als moreel kompas (signalementsfunctie)
  • Ondersteuning van HSP via sociale hulpbronnen: procedurele rechtvaardigheid, vertrouwen, samenwerking

Dit zijn de belangrijkste noties die ik oppikte uit dit boek.

Het boek is methodisch sterk gericht op de wetenschappelijke psychologie en de bijbehorende kwaliteitsnormen. Het bevat ook een belangrijk deel over de kwaliteit van wetenschappelijke onderzoeken in het gebied, en de bevordering daarvan. Dat deel heb ik hier niet behandeld maar is voor de beoefenaars van deze tak van wetenschap uiteraard onmisbaar, terwijl het aan de bredere groep van lezers waaronder mij, het vertrouwen biedt dat in deze gevoelige (!) zaken onmisbaar en waardevol is. Ik verwacht dat dit boek de studie van dit onderwerp sterk kan bevorderen, en hoop dat dat het geval zal zijn. Dit boek vind ik voor iedere geïnteresseerde leek een heldere inleiding en goed te lezen overzicht.

Nieuw boek verschenen: Hoogbegaafde senioren

Hoogbegaafde senioren is een verzameling praktijkverhalen, theoretische onderbouwing en verkenning van vele aspecten van de situatie van senioren die hoogbegaafd dan wel hoogsensitief zijn. Onder redactie van Noks Nauta & Ine Schouwstra, en met bijdragen van diverse anderen onder wie Gemma Geertshuis en Marieke Schuurman-van der Heyden.
De laatste decennia zijn hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit als nieuwe aandachtsgebieden in de samenleving en in de wetenschap naar voren gekomen. Ik heb in 2003 een boek van Suzan Marletta-Hart, Leven met hooggevoeligheid, op deze site besproken. Het thema intrigeert me. Vroeger was mijn eerste reactie: hooggevoelig dat is toch iedereen?! (Over de verschillen in benamingen en de oordelen die daarin opgesloten (kunnen) liggen zie het P.S.) Nu begin ik door te krijgen dat er grote verschillen kunnen zijn tussen individuen op het punt van gevoeligheid. De vraag is nu hoe die in kaart gebracht kan worden, en beschreven. Hoe verbanden zijn met (hoog)begaafdheid en hoe niet, en in welke richting het onderzoek het vruchtbaarst is voor de praktijk van mensen: hun leven met anderen samen, en allereerst met zichzelf. Uiteraard ook het vruchtbaarst voor verdere groei van inzicht, kennis, theorie, kortom “wetenschap”. Er blijken allerlei verbanden aanwijsbaar met hersenonderzoek en met psychologische tests op basis in wisselwerking daarmee. Dit boek richt zich op een speciaal thema: wat de ontdekking van hoogbegaafdheid/hooggevoeligheid voor senioren betekent. Wat zij aan die ontdekking kunnen hebben, en niet het minst belangrijk: hoe zij met die kennis hun leven prettiger en vruchtbaarder vorm kunnen geven. Uiteraard als uitgangspunt, niet als definitieve laatste woord en handleiding. Het boek is uitermate toegankelijk, vanuit de praktijk van het leven en er naar toe geschreven. Het boek bevat ook een uitgebreide literatuurlijst. Hier is iets in ontwikkeling dat van belang kan zijn voor de mensen om wie het gaat, naar schatting al gauw 20 % van alle mensen. Maar het is ook voor alle anderen leerzaam. Want wat betekent het voor de 20 % die we laagbegaafd/laaggevoelig zijn, en voor de 60 % ertussen in? Ik vermoed dat deze pioniers iets op het spoor zijn geweest, en iets naar voren brengen dat voor onze hele samenleving belangrijke vragen aan de orde stelt. Niet alleen over eigenschappen van individuen, maar ook over hoe wij als samenleving met elkaar om gaan. In een erkend individualistische cultuur waar ieder zichzelf maar moet redden – zegt men wel. Maar of dat zo is of moet blijven? Wordt ongetwijfeld vervolgd!

P.S. In de Westerse filosofische traditie werd intellect (‘denken’) vaak boven andere eigenschappen van de geest gesteld, speciaal boven waarneming (of ‘gevoel’). Met begaafd wordt in het besproken boek niet alleen intellectueel begaafd bedoeld; ook hooggevoeligen vallen in dit boek onder de hoogbegaafden, en niet alle hooggevoeligen zijn intellectueel hoog begaafd (en omgekeerd). Dat onderscheid is zich in de literatuur nog aan het uitkristalliseren. Gezien de vroegere (over?)waardering voor het intellect is dat een belangrijk punt om op te letten bij het gebruiken van en lezen over deze begrippen!

De psychiater Paul Verhaeghe over leven in onze maatschappij

De mij treffende tekst hieronder is deel van een groter interview met de psychiater Paul Verhaeghe van 4 februari 2020 door de RINO Groep onder de kop ‘We leven in een overspannen maatschappij’; sinds die datum is onze samenleving in verwarring en verandering door de pandemie ten gevolge van het COVID-19 virus. Ook nu nog lijkt de tekst me relevant, al was het maar om een rol te spelen in het bedenken van nieuwe manieren van samenleven in de post-COVID-19 samenleving. Wie inzicht wil krijgen in de aard van onze huidige samenleving, speciaal in veranderingen in ons bewustzijn,  hoe we ons zelf beleven en elkaar bezien en met elkaar omgaan, beveel ik alle publicaties van Paul Verhaeghe van harte aan. Zij houden ons belangrijke spiegels voor op een heel begrijpelijke manier. Zij maken ons tegelijk bewust dat wij zelf ook spelers zijn, die invloed kunnen uitoefenen door ons van onze rollen in die maatschappij bewust te zijn, en naar onze inzichten te handelen met zoeken naar en doen van het goede als leidraad. (Mijn persoonlijke droom is altijd nog die van een samenleving waar men naar elkaar omziet – al heb ik daar alleen ook niet het panacee voor.)

Moeten psychotherapeuten, meer dan thans wellicht het geval is, kennis hebben van maatschappelijke ontwikkelingen, en zich ook bewust zijn met welke bril ze daarnaar kijken?
‘Vijf jaar geleden vroeg de Gentse faculteit psychologie of ik een nieuw verplicht vak wilde doceren: cultuur- en maatschappijkritiek, gekoppeld aan psychodiagnostiek en behandeling. Niet om mijzelf op de borst te kloppen, maar het is inmiddels een vak dat door studenten het hoogste wordt gewaardeerd. Ze zien plots een groter en breder plaatje, begrijpen meer. Van mijn Groningse collega’s begreep ik gisteren dat zo’n vak in Nederland niet wordt gedoceerd. Wat ook opvalt in Vlaanderen is dat veel jonge therapeuten, niet zelden oud-studenten van mij, zich organiseren in autonome netwerkstructuren waarin verschillende disciplines zijn vertegenwoordigd. Ze bieden cliënten een multidisciplinaire behandeling aan: een stuk gesprekstherapie, een stuk lichaamsgericht, een stuk sociaal. En dat kan per maand per cliënt weer anders zijn. Die ‘systeemloze’ manier van werken levert prima resultaten op. In België kennen wij geen zorgverzekeraars die voorschrijven hoe er gewerkt moet worden om een behandeling vergoed te krijgen. Mijn indruk is dat jullie in Nederland over-geregulariseerd zijn. Het grote nadeel van ons systeem is dan weer dat mensen psychotherapie zelf moeten betalen.’

Is een goede psychotherapeut tegenwoordig ook maatschappijfilosoof?
‘We moeten niet vervallen in de fout van de antipsychiatrie uit de jaren zestig. Veel therapeuten beschouwden hun cliënten destijds als slachtoffer van een boze maatschappij. Bij samen aan de klaagmuur staan is niemand gebaat. Maar als psychotherapeuten moeten we problemen van onze cliënten beslist in een maatschappelijke context plaatsen. We moeten nadrukkelijk onze stem laten horen bij de overheid, dat er iets moet veranderen aan de maatschappij. Het neoliberale denken kweekt psychiatrische patiënten bij de vleet, heb ik in een interview met Knack gezegd. En als het zo doorgaat, komen er alleen maar meer bij.’

‘Heel veel medische en psychiatrische-psychologische problemen zijn tegenwoordig op stress terug te voeren.’ Paul Verhaeghe

Leven we in een overspannen maatschappij?
‘Overspannen is waarschijnlijk de beste term. Heel veel medische en psychiatrische-psychologische problemen zijn tegenwoordig op stress terug te voeren. Er zijn tevens aanwijzingen dat de toename van het aantal auto-immuunziektes met stress heeft te maken. Stress is een ruim begrip. Goede stress fungeert als aanjager. Maar negatieve stress, bijvoorbeeld in de vorm van opgefokte werkomstandigheden, is een sloper. Er is onderzoek dat laat zien dat mensen die voortdurend worden blootgesteld aan lawaai systematisch hogere cortisolniveaus hebben. Dat is zeer ongezond. Een teveel aan prikkels zet zich op ons lichaam, die prikkels branden lichaamssystemen op een gegeven moment als zekeringen door. Dat kan resulteren in somatische klachten, het kan zich ook psychiatrisch uiten in angst- en stemmingsstoornissen. Of in combinaties daarvan. Er is een fascinerend nieuw vakgebied dat zich hiermee bezighoudt: de psycho-neuro-endocrino-immunologie.’
Kan, cru gezegd, stress de samenleving gaan uitroeien? Zorgt de omgang met stress voor een soort van survival of the mental fittest?
‘Laat me een eenvoudig voorbeeld uit experimenteel onderzoek geven. Bij dertig jonge, gezonde volwassenen werd via een bloedprik het cortisolniveau bepaald, een indicatie van iemands stressniveau. De onderzoekers brachten bij de deelnemers met een pipetje vijf verschillende verkoudheidsvirussen in de neusholtes. Wat bleek? Mensen met de hoogste cortisolniveaus lopen de meeste kans op een verkoudheid. Hetzelfde met wondgenezing. Een aangebracht wondje op de onderarm geneest bij mensen met een hoog cortisolniveau minder snel dan bij mensen met minder hoge cortisolniveaus. Er is een vaststaand verband tussen een te hoog stressniveau en allerlei problemen. We bevinden ons voortdurend in stressvolle omgevingen, maar we lijken dat niet meer te beseffen. Wie gestrest is op of door zijn werk, geeft dat ook door naar collega’s. Stilstaan, letterlijk en figuurlijk, bij kleine dingen, bij goed doen voor anderen en niet alleen aan jezelf denken is zo belangrijk.’

Voor uw pamflet  Over normaliteit en andere afwijkingen kreeg u de vraag of er nog een wereld denkbaar is waarin we ons nog normaal kunnen wanen zonder etiket of diagnose. Is zo’n wereld nog mogelijk?

‘Ook dit moet je in groter verband zien. In West-Europa is er nogal een probleem op het vlak van identiteit. Identiteit is een sociaalpsychologische constructie die we al opgroeiend verwerven. Traditioneel was onze identiteit redelijk uniform. We leefden in stabiele, vaak starre maatschappijen, religie domineerde de politieke ideologie. Van een vrouw in de jaren zestig lag de identiteit vast. Vanaf de jaren tachtig en negentig is de mondialisering enorm toegenomen en is de verzuiling weggevallen. Sindsdien hebben we veel meer mogelijkheden om identiteiten te construeren en te kiezen, en dat al heel vroeg. Mensen die opgroeien in een stabiele omgeving zijn dan in het voordeel; voor mensen die in veel minder stabiele omgevingen opgroeien, zijn die ontwikkelingen zeer bedreigend en verwarrend. Onze identiteit is fragmentarisch: wie ben je als man, als vrouw, als professional. Voor velen zijn dat tegenwoordig moeilijk te beantwoorden vragen, met allerlei psychosociale problemen tot gevolg, zeker in combinatie met de verplichting tot excelleren. Merkwaardig genoeg kan een psychopathologisch etiketje dan weer een basis vormen voor een nieuwe identiteit.’

In uw pamflet stelt u dat psychiatrie draait om disciplinering. ‘Hoe wetenschappelijker de psychiater of de psychotherapeut wordt,’ schrijft u, ‘des te meer gaat hij te werk als een morele autoriteit die zijn patiënten dwingt in de richting van sociale aanpassing.’ Moet dat worden doorbroken?
‘Dat is de stelling van Foucault die ik uitgebreid heb naar de psychotherapie. Doorbreken is niet per definitie noodzakelijk, maar we moeten ons er wel bewust van zijn. De psychiatrie is historisch ontstaan als bescherming van de maatschappelijke orde: de groep moet beschermd worden tegen het gevaar van het individu. Daar is later de zorg voor het individu bijgekomen, ter bescherming van zichzelf. Geneeskunde en psychiatrie richten zich op ziekten, psychotherapie richt zich op de rede en het herstellen daarvan. Freud zei dat we verdrongen inhouden bewust moeten maken om onze verdrongen verlangens en driften te kunnen veroordelen. Iets vergelijkbaars gebeurt in cognitieve gedragstherapie: foute cognities moeten worden vervangen door juiste. Is dat verkeerd? Het wordt vooral gevaarlijk als we de bedoeling niet meer beseffen, en bijgevolg voorbijgaan aan het feit dat we sociale criteria hanteren. Welk bewijs is er voor psychiatrische ziekten? Influenza is een ziekte, maar ADHD? Criteria in de DSM voor diagnoses zijn zonder uitzondering sociaal-normerend. Geen probleem, mits je erover kunt discussiëren. We moeten de vraag kunnen stellen wie wij letterlijk een normaal persoon vinden en wie niet. Vergeet niet dat homoseksualiteit tot diep in de jaren zeventig als een psychiatrische ziekte werd beschouwd.’

‘Criteria in de DSM voor diagnoses zijn zonder uitzondering sociaal-normerend.’Paul Verhaeghe

Waar komt die behoefte aan categorisering vandaan?
‘We zijn groepsdieren. Je moet tot een groep behoren, en dat betekent dat je je op een bepaalde manier moet conformeren aan die groep. Wie te veel afwijkt, vormt een bedreiging van de groepscohesie.’
U eindigt uw pamflet met een flink fragment uit Foucault’s proefschrift. Met name deze zin valt op: ‘Hoe meer invloed het positivisme krijgt op de medische wetenschap in het algemeen en de psychiatrie in het bijzonder, des te duisterder wordt het praktische optreden van de arts en des te wonderbaarlijker de macht van de psychiater.’
‘Het zal geen verbazing wekken dat ik dat zeer onderschrijf.’

Hoe staat u tegenover de populariteit van neurobiologisch onderzoek?
‘Dubbel. Over de identificatie van de psychologie met het natuurwetenschappelijke ideaal, over de reductie van het psychologische tot iets neurobiologisch, ben ik niet enthousiast. Wel enthousiast ben ik over het idee dat we het biopsychosociale model echt ernstig moeten nemen. Wie de mens alleen biologisch, alleen psychologisch of alleen sociaal beschouwt, mist heel veel. Dat is zo vanzelfsprekend, vreemd dat we dat niet veel eerder door hebben gehad.’

Hoe ziet uw ideale maatschappij eruit?
‘Heel veel psychologische benaderingen en scholen hebben op één punt ongeveer dezelfde opvatting. Dat is het belang van de vroege kindertijd, pakweg onze eerste tien levensjaren. Een ideale maatschappij voor mij is een maatschappij die kinderen in staat stelt op te groeien in een rustige omgeving, waarin ze zich op een normale manier kunnen ontwikkelen. Als we dat voor elkaar krijgen, komt de rest vanzelf. Ook economisch is dat gunstig, want op de lange termijn levert zo’n veilige manier van opgroeien heel veel minder problemen en dus kosten op voor de maatschappij.’

Ter afsluiting: voelt u zich het meest therapeut, schrijver, wellicht een soort prediker, maatschappijfilosoof of zelfs maatschappijhervormer?
‘Mooi om met een vraag over identiteit te eindigen. Identiteit is voor mij een redelijk vloeibaar begrip, dat ook is gekoppeld aan bepaalde leeftijdsfases. Deze vraag had ik twintig jaar geleden vermoedelijk beantwoord met dat ik allereerst vader ben – mijn kinderen waren toen nog klein. In bepaalde periodes was ik weer meer therapeut of onderzoeker. Nu ben ik veel meer maatschappij-filosofisch bezig, maar dat sluit andere identiteiten niet uit. Als ervaren psychotherapeut en hoogleraar die bijna met emeritaat gaat, is het mijn verantwoordelijkheid me over maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot psychopathologie publiek te uiten. Ik citeer graag de Poolse socioloog Zygmunt Bauman: “Nooit waren we zo vrij. Nooit hebben we ons zo machteloos gevoeld.” Gelukkiger worden we niet van die paradox, eerder aangeleerd hulpeloos. Het is de hoogste tijd dat we ons daar als psychotherapeuten over uitspreken en daar ook iets aan doen.’