Deel van geheel – ‘vermoed’, ‘ervaren’, ‘gezegd’ en ‘gezwegen’ voor jou

Kernwoorden: , , , , , , , , , , ,

Ken je de volgende tekst?


Klik op bovenstaande tekst om deze te vergroten of gebruik deze link: Dao De Jing-35.
Typografische combinatie door mijn neef Boudewijn Koole D.enJ.zn* van drie vertalingen van een hoofdstuk van de Dao De Jing of “Het Boek van de Weg en de Deugd”. Ik ben hem zeer erkentelijk dat hij deze hier deelt en aan de site deze bijzondere waarde toevoegt.

Telkens na ongeveer veertien dagen verschijnt hier het volgende hoofdstuk van de 81; het huidige hoofdstuk is geplaatst op 8 mei 2018. De drie complete vertalingen zijn te verkrijgen via boekhandel of bibliotheek: Tao Te Tsjing door Sam Hamill (2006), Tao Te Tsjing door Carolus Verhulst (2004) en Tao Te King door Huib Wilkes & Michael de Baker (1992).

Wie meer wil weten van deze teksten of die van eerdere hoofdstukken, of erop wil reageren, vindt dat in het aparte blogitem “DAOÏSME: inleiding & DAODEJING: lopende samenvatting en commentaar & LEZERSREACTIES” met verwijzing naar enkele Nederlandse inleidingen in de Dao De Jing en het daoïsme, naar vertalingen en literatuur, en over de context van bovenstaand ontwerp. Bij een vraag of opmerking s.v.p. het tekstgedeelte (en hoofdstuk) noemen waarop je reactie betrekking heeft.

Over dit blog: DOEL en REACTIES

DOEL is het delen van ervaring en inzicht

Dit blog is – NAAST TEKSTEN OVER DE ONDERWERPEN IN DE UITKLAPBARE LIJST BOVENAAN IN DE KOLOM LINKS – bedoeld om citaten, notities, vragen en discussies, literatuurverwijzingen, bespiegelingen en dergelijke te delen die jouw of mijn hart raken.
Als iets ons hart raakt, is dat een kans om wijs te worden. Wijsheid omvat zowel rationele (in beredeneerbare hokjes in te delen) kennis als (ten laatste alomvattende) intuïtie en verbondenheid, zowel aandacht als mogelijk handelen.
Ethische vragen kunnen aandacht krijgen zowel wanneer er vanuit de verbondenheid van ons hart evident aanleiding toe is met het oog op onze natuurlijke, sociale, culturele, politieke en kosmische omgeving als in verband met de site en het gebruik ervan. Wat gedeeld wordt, kan ook aansluiten bij eerder op de site BK-BOOKS (bk-books.eu) aangeroerde onderwerpen, boekbesprekingen of andere publicaties (zie het uitklapbare menu in de kolom links).
U kunt op veel meer onderwerpen in deze site zoeken via de witte zoekbalk in die kolom, en vindt dan de betreffende pagina’s en blogitems. Het gaat mij eerder om het vergroten van individuele en gemeenschappelijke aandacht (bewustzijn) dan om het toevoegen van meer items: al kan dit in deze context zeker ook relevant zijn. Gewoon omdat iets je enorm bezig houdt.

Ik besef dat taal haar beperkingen heeft maar de mogelijkheden ervan zijn groot genoeg om er binnen die beperkingen zinvol gebruik van te maken. Over die beperking bied ik de volgende uitspraak aan om over na te denken dan wel permanent in het achterhoofd te houden.

Elke uitgesproken bewering of onuitgesproken gedachte impliceert het bestaan van zijn tegen-bewering (de tegenovergestelde mogelijkheid)

en

wat niet met alles samenvalt, valt dat wel samen met zijn tegendeel (ontkenning)

en

daarom is elke bewering of gedachte voorlopig (vanuit dat geheel gezien) en compleet (als impliciet met het geheel – alles – verbonden).

Wie wil denken vanuit het geheel, krijgt te maken met verandering. Wie wil denken vanuit verandering, met het geheel.

Als stelling bied ik aan:
“De ultieme verlossing/ verlichting omvat – omdat zij definitief is – alles altijd, ook al het vergankelijke, dus ook jou en jouw bewustzijn, keuzes en gedrag nu en altijd: ga – steeds opnieuw bij iedere gelegenheid voor jou – door om erin mee te gaan/ er aan bij te dragen/ eraan mee te werken; te beginnen met het ervaren, onderkennen en aanvaarden van je vergankelijkheid én unieke eigenheid als uitgangspunt voor jouw meegaan/ bijdragen/ meewerken.”
En als hint:
“Als je de Boeddha ontmoet (omschrijving van verlichting, BK), dood hem dan (hang niet aan dat moment, en aan die ervaring)!” (citaat van de Chinese Ch’an-leraar Linji). En zit er ook zo’n aspect aan of element in ons gezegde “Spreken is zilver, zwijgen is goud”? Dat relativeert uiteraard ook al het geschrevene – ook (op) deze site …
Het is dan ook goed ons te realiseren dat alle tot nu gebruikte en alle nog te gebruiken woorden nooit meer kunnen zijn dan tijdelijke vingers die naar de maan wijzen dan wel (als zodanig) ook tijdelijke representanten van de maan. (Waarbij ‘tijdelijk’ zowel een beperkt iets kan zijn, iets relatiefs, als in die vorm tegelijk iets alomvattends, althans het alomvattende volledig representerend in de zin dat dit hier de actuele en volledige verschijning is van wat er is maar zonder dat vroegere of latere of andere mogelijke of actuele (deel-)verschijningen die nu niet (direct) waarneembaar zijn, bij voorbaat ontkend worden. Er is immers altijd meer dan wij nu bewust waarnemen, en dan in onze taal nu weergegeven kan worden. En dat meerdere hoort – op uiteenlopende fascinerende manieren – ook bij ons, ofwel vice versa! En “alles stroomt”, om met Herakleitos te spreken. In de laatste alinea ligt een conclusie besloten dat die stromende totaalwereld door ons alleen tijdelijk be-antwoord kan worden in onze intuïties, woorden en gedragingen. Maar ook dat dat precies de wijze is om van het grote veranderende geheel deel uit te maken. En zodoende geldt en omvat genoemde realisering zowel wat wij in het verleden hebben ervaren en en pogen weer te geven, als wat we nu hier ervaren en doen, als wat zich al dan niet via ons in de toekomst voordoet. Ook al zijn wij veranderende stipjes in een eindeloos veranderende oceaan, die oceaan kan en hoeft niet (te) bestaan zonder dat ieder apart veranderende stipje bewust of onbewust zijn rol speelt. Stel je voor …! (Ter verduidelijking: Deze alinea komt er ook op neer dat er zeker nog enige betekenis schuilt in mijn veronderstelling dat de waarde van deze site ook bestaat in het kunnen aanwijzen van ontwikkelingen in leeskeuzes, perspectieven, wellicht iets van een eigen visie of eigen accenten etcetera – maar: dat het waarnemen van die ontwikkelingen niet tot een definitief eindstation hoeft te leiden. Want al zouden die ontwikkelingen aangewezen kunnen worden en eventueel als zinvol gewaardeerd of opgepakt en verder gebruikt of het omgekeerde van deze mogelijkheden, dan nog blijven zowel het vermelde als de interpretatie(s) altijd onderdelen van een zee of liever van oceanen van werkelijkheden en mogelijkheden die zich al dan niet al of nog in de tijd voordoen, al veranderend en samen (met hun ongerealiseerde voorstadia en aan de realisering voorbije nastadia) de eeuwigheid en het totaal omvattend die en dat mee in elk klein onderdeel of tijdsgewricht worden gerealiseerd. En die ver uitgaan boven wat in mijn beperkte woorden – en ik vermoed van alle woorden!!! – lijkt te zijn dan wel kon worden aangeduid (laat staan vastgelegd).)

Hoe je REACTIES, nieuwe items kan toevoegen of gesprekken beginnen

Reageren op een bestaande reactie kun je onder elke reactie via de knop ‘Reacties’. Je kunt nieuwe reacties helemaal onderaan ieder bericht noteren en doorgeven, dan vinden alle lezers je tekst hier binnenkort bovenaan (s.v.p. bij zo’n nieuw bericht aangeven over welk onderwerp of welk hoofdstuk uit de Daodejing het gaat). Reacties kunnen allerlei vormen en inhouden hebben, bijvoorbeeld dat je verder borduurt op bepaalde onderwerpen of berichten of woorden. Waar het om precieze vragen of subtiele onderwerpen gaat, vraag ik je om zo ‘helder’ mogelijk te zijn zonder dat je van jezelf al alle antwoorden of formuleringen geeft: misschien is het goed eerst te vragen naar verduidelijking of herkenning, en soms ook de opmerkingen en vragen van eerdere deelnemers gelezen te hebben. Ook daar kan naar aanleiding van je reactie immers naar verwezen worden! En zo ontstaat wellicht een ‘gesprek’ tussen een (kleine?) kring van lezers over een bepaald onderwerp. Daarbij is het uiteraard geen bezwaar als onderwerpen gezien hun belang in de loop van langere tijd nog eens terugkeren … Verwijzingen naar verwante sites en gesprekken worden op hoge prijs gesteld.
Als je een eerdere reactie wilt verwijderen, kan dat door een verzoekje in een nieuwe ‘reactie’: elke reactie komt eerst binnen bij de websitebeheerder die je verzoek om verwijdering volgens de huidige afspraak altijd zal honoreren.
Niet publieke reacties worden graag door mij ontvangen via info_at_bk-books.eu (vervang “_at_” door apestaartje “@”).

* Zelf ben ik Boudewijn Koole L.enS.zn (of “LSz.” of “van Brigdamme” of
). Wij zijn twee van zes volledig gelijknamige neven (vier in Nederland) en van zeven qua voornaam (vijf in Nederland). In British Columbia (Canada) woont zo Robert [=Boudewijn] Koole P.enP.zn. En samen zijn wij onderdeel van zo’n veertig nichten en neven, waarvan ongeveer de ene helft in Nederland en de andere in Canada woont.

Zen en filosofie (n.a.v. de Kyoto-school): woorden om de leegte heen, of inclusief alles het hart/ de kern raken?

Door toevallige omstandigheden had ik aanleiding mij te verdiepen in de uit het Japanse Zen voortkomende filosoferen van Nishida en de groep om hem heen, wier leerlingen met de ontmoeting met Oosterse en Westerse (denk-)tradities bezig waren tegen de achtergrond van de opening van Japan voor het Westen vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw. Waarbij zowel de waardering van rationaliteit en techniek als de betekenis van metafysica en religies aan de orde kwam. Deze zogeheten Kyoto-school poogde tegenstellingen in hun waarde te laten maar ook te overbruggen, wat haar niet altijd in dank werd afgenomen, vooral niet waar gevreesd werd of geoordeeld werd dat zij oude waarden te grabbel gooide. Deze school werd dan ook geconfronteerd met tal van kritieken en discussies, zowel in Japan als in het Westen. Haar uitgangspunt was de waardevolle elementen uit het Oosten (dan wel het boeddhisme, dan wel Zen) mee te nemen en vruchtbaar te maken in wijzen van denken die door de Westerse denktraditie heen waren gegaan. Beide zijn nogal pretentieuze elementen, terwijl anderzijds niet ontkend kan worden dat daarvoor uitdagende aanzetten zijn gevonden en uitgewerkt. Ook daarop is weer veel kritiek gekomen, ook omdat Japanse partijen te sterke verbanden zagen met de imperialistische politiek van Japan voorafgaand en in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de strijd over die politieke kanten geluwd is (omdat zij geen heldere onderbouwing bleek te hebben dan wel omdat tegenstanders van een nogal eenzijdig uitgangspunt vertrokken), blijft de sociale rol van de filosofie (en allereerst van filosofen) uiteraard een belangrijk en interessant aspect. Maar dat is niet het meest opvallende aan de Kyoto-school, althans zuiver filosofisch niet het enige. Er zijn namelijk allerlei ideeën uit de school voortgekomen die de moeite van het bestuderen meer dan waard zijn, al was het alleen al om de vragen rondom de universaliteit van het menselijk denken, en van de patronen van de menselijke culturen. Deze denkschool ziet overal tegenstellingen en overbruggingen ervan. En dat kan vruchtbaar zijn maar ook doodlopen; vandaar het belang om die mogelijkheden te verkennen.

Inhoudelijk kan ik hier niet verder op deze uitdaging ingaan, maar ik verwijs graag naar een artikel dat ik hierover las en dat op internet te vinden is: Davis, Bret W., “The Kyoto School”, The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Spring 2017 Edition), Edward N. Zalta (ed.), URL = . Daarin wordt heel duidelijk hoe genoemde ontwikkeling heeft is geweest en welke actuele vragen en discussies zijn gekomen en nog steeds tot nieuwe inzichten leiden, op vele gebieden van denken en wetenschap. N.B. Dit artikel legt nadruk op filosofische grondslagen, speciaal de verhouding tussen (bepaalde) Oosterse en Westerse, maar noemt veel literatuur waaronder ook wel (zoals die van Masao Abe) die op deelgebieden plaatsvindt (bij Abe onder meer de godsdienstfilosofie, de grondslagen van de filosofie, de verhouding van Oosters en Westers denken, en de verhouding van boeddhisme en christendom). Tot die deelgebieden horen ook wetenschapsfilosofie en filosofie van vakwetenschappen. Voor die gebieden kunnen wellicht aparte introducties en literatuurlijsten worden gevonden.

Peter Hubral über der Dao-Weg seines Meisters Fangfu und des westlichen Platonismus

Diese Besprechung betrifft alle Bücher die von Peter Hubral ab 2008 bis 2015 erschienen sind. Dao-Meister Plato, Mit Wuwei zum Dao und Geheime Dao-Schöpfungslehre (auf Deutsch), und The Socrates Code, The Lao Tzu Code and The Plato Code (in English). [Deze bespreking is ook te vinden op besprekingssites.]

[ENKELE toegespitste KRITISCHE VRAGEN VINDT U IN MIJN APARTE BESPREKING VAN ZIJN BOEK Geheime Dao-Schöpfungslehre. Die zijn gesteld vanuit een zekere afstand. Afstand bepaalt mede iemands visie en vragen. Maar alles is in ontwikkeling, ook die afstand ook die vragen, ook mijn weg en gaan op eigen weg. Wie wil, kan de verschillen pogen te proeven. Ik ga er graag op in.]

(Im Voraus Entschuldigung für noch gebliebene Sprachfehler; meine Muttersprache ist Holländisch.)

Dieses Buch ist nur eins von den bis heute drei deutschsprachigen (ein neues ist unterwegs) und drei englischsprachigen Büchern die Peter Hubral (weiter: H) über Dao in Ost und West geschrieben hat. Für mich sind sie sehr intrigierend weil sie eine kurze Einleitung bieten ‚in Alles‘, also eine kurze Einführung nicht nur im Denken sondern auch im Leben. Also Lebensphilosophie im praktischen und theoretischen Sinne. Obwohl H klare Grenzen zieht in Beziehung auf seine Kompetenz und Kenntnisse geht er mit den Themen in die Tiefe. Dabei macht er deutlich dass über vieles nur andeutend gesprochen werden kann, oder gar nicht. Die Frage warum er darüber denn überhaupt schreibt, ist eine gute und schöne Frage die man teils beantworten kann mit der einfachen Konstatierung dass H es liebt seine Erfahrung und Kenntnisse zu teilen und andere zu stimulieren ihren eigenen Weg zu gehen, und dazu noch dass er in etlichen Aspekten des Themas sehr zu Hause ist (zum Beispiel betreffende die Grenzen unserer rationalen oder wissenschaftlichen Erkenntnis und die Möglichkeiten unserer intuitiven Erkenntnis), vielleicht besser als viele von uns, so dass er uns Hinweise geben kann und möchte auf diese Gebiete. Er war Professor in einem sehr rationalen und praktischen Fachgebiet (Geophysik) und hat in vielen Ländern gearbeitet und dort auch die Kulturen beobachtet und studiert; er nennt sich also eine Kombination von rationellem Wissenschaftler und Hobby-Philosoph. Wobei gesagt werden darf dass er klar die Grenzen sieht der ‚westlichen‘ Wissenschaftstradition und Philosophie und sich klar bewusst ist dass wir im ,rationellen‘ Westen viel lernen können von dem was seiner Einsicht und Erkenntnis zufolge in nicht westlichen Kulturen besser behalten ist. Wir nennen das heute wohl „Nicht-dualismus“ in Gegensatz zum meist rationalistischen und westlichen Dualismus (zwischen Subjekt und Objekt, auch im Sinne das die sprachliche Benennung von jede Erkenntnis nur – sei es in wechselndem Masse – objektivierend sein kann, und das es außerhalb diese Objektivierung keine Erkenntnisse gibt).
Er sagt klar, dass er in die Schule seines Dao-Meisters Fangfu die tiefste Erkenntnis gefunden hat um begleitet zu werden auf dem Lebensweg. Seine Bücher sind in einem Sinne nur gute Einleitungen in und Zusammenfassungen dieser Erkenntnis. Eine Art „Kern der daoistischen Lehre“. Als solche sind sie sehr aufschlussreich. Zwar weist H dauernd daraufhin dass er nur schreiben kann was in Wörtern dieser konkreten Welt an zu deuten ist von dem was weit darüber hinausgeht in was wir im Westen der geistigen Welt zu nennen pflegten. Eine Welt die das Nichts (Wu) seriös nimmt als impliziten
Brunnen alles Erscheinenden. Die genannte Lehre legt dies viel weiter aus, dabei warnend das man sich nicht in den Wörtern oder Bildern verlieren dürfte! Es geht um einen Weg (für jeden seinen eigene) der persönlich gegangen werden soll. Sehr interessant und klar ist H darüber dass es dabei keine Methode geben kann und soll. Nur die der Hebamme. Sein Lehrer Fangfu hat Einsichten die die daoistischen und oft auch westlichen Wege in klarem Licht stellen, jedenfalls in wichtigen Aspekten.
Selber entfaltet H in diesen Büchern seine Theorie über den Verfall der „westlichen daoistischen Tradition“ (vieler pre-sokratischen, sokratischen, platonischen und neuplatonischen Philosophen und Esoteriker) die für ihn endet mit Philosophen wie Suhrawardi und Paracelsus. Sie ist also im Westen untergegangen. Damit unterstützt er seine These über den großen Wert der noch bestehenden Tradition in China und speziell die seines Meisters Fangfu. (Er weist auch klar darauf dass man auf seinem Weg besser geholfen ist durch Hilfe eines ‚Hebammen‘ wie Fangfu, weil man auf diesem Weg dann weniger Risiken laufen könnte.) Diese Tradition hat in Deutschland einigen Fuß gefasst und ist also mehr oder weniger nahe zu finden außer Asien.
Sehr interessant ist die als Beweis für diese „westlichen daoistischen Tradition“ von H angeführte Interpretation von vielen Texten die wir nicht mehr lesen oder seiner Einsicht zufolge falsch lesen. Denn mit dem genannten Verfall dieser Tradition wurde seines Erachtens auch die ursprüngliche Leseweise oder Interpretation verloren. H liest also was er als „Kern der Daoistischen Lehre“ gelernt und erfahren hat und jetzt (mehr und mehr, das ist klarer und klarer) ansieht und (äußerst) wertvoll achtet, in die genannte westlichen nicht-dualistischen Texten und Philosophien hinein. Er weiß dass er damit gegen die kulturelle und akademische Haupttradition des Westens eingeht, und fragt dann auch an seine Lesern um Unterstützung und Hilfe, inklusive Verbesserung und Kritik. Aber er hat es geschaffen um für die alten griechischen Texte der pre-sokratischen und Platonischen Philosophen eine Liste zu machen die zeigt wie die Begriffe der „Kern der daoistischen Lehre“ und der „westlichen daoistischen Tradition“ übereinstimmen. Diese Liste ist eindrucksvoll und wird noch nicht (oder noch nicht offiziell) von Fachkenner bestritten. Im Gegenteil es gibt Fachkenner die diese Interpretation so wertvoll achten dass sie eine weitere Untersuchung empfehlen. Damit isst auch gesagt dass es noch keinen wissenschaftlichen Beweis und noch keine wissenschaftliche Anerkennung gibt für diese Interpretation und Leseweise. Aber auch nicht eine Abweisung. Vielleicht ist es wichtig zu bemerken dass gerade H immer darauf weist dass Wahrheit in der „geistigen“ Welt nicht nur auf Beweise in der „konkreten“ Welt stützen können und oder die gar brauchen (beide Begriffe mit Vorsicht zu hantieren!). Seine Interpretation dieser oft schwierigen Texte (weil in alten Sprachen des Westens) bietet er somit vorläufig an – obwohl klar ist das für H selber der „Kern der daoistischen Lehre“ stimmt und auch seine Erfahrung und sein Leben unvorstellbar bereichert hat. Ich wäre denn auch wirklich sehr interessiert sowohl über dem Einen — dieser Interpretation der westlichten Texten und ihrem östlichen Vorbild – wie dem Andern – das Üben in diesem Sinne und die Möglichkeiten dafür – mehr zu lesen oder zu hören (oder sehen!).
Von einem kritischen westlichen Standpunkt aus könnte ich natürlich leicht sagen dass dies alles kein objektive Beweise sind und dass es nur subjektive Interessen repräsentiert. Aber dann täte ich die Bücher und ihr Autor wirklich viel Unrecht. Denn der Autor ist in vielem sehr sehr clever. Und es gibt ohne weiteres sehr viel wertvolles in diesen Büchern zu finden, und eben wenig was bestimmt nicht mit den Fakten übereinstimmt. Also, (potentielle) Leser, es geht um sie persönlich. Für mich waren und sind diese Bücher äußerst interessant und eine große Freude sie zu lesen und zu interpretieren. Ich habe abgesehen von sehr wenigen Verschreibungen und einen sehr geringen Bedarf an Korrektur der Rechtschreibung nur Freude gefunden in den sehr einsichtigen und oft wichtigen Informationen auf allen Gebieten die die Bücher bestreichen. Auch haben mich die Klarheit der Darlegung und die vielen oft sehr interessanten Zitate gefreut.
Am Ende ist der Autor immer klar dass es um das Begehen eines Weges geht, und wohl nicht nur physisch oder nur geistlich, sondern allumfassend. Was er als „Kern der daoistischen Lehre“ bietet, ist sehr einleuchtend und zugleich praktisch. Dass er auch verweist auf den sehr wichtigen Bedarf eines guten Lehrers und der guten Energie einer Tradition, kommt was H betrifft, noch dazu. Es wäre zu wünschen dass das in Zukunft diejenigen hilft die diese beide finden (wie H geschehen ist). Und vielleicht auch dass die welche dazu den Wunsch haben, eigene Wege finden in Anschluss an diesem oder anderen ebenso kernhaften Einsichten. Vielleicht nicht für jedem und jeder Zeit zehr leicht zu verdauen, aber immer viel Spaß machend und Einsicht bringend, gerade weil so viel implizit gesagt wird neben alles was hier (jedenfalls in sehr lesbarer und zuverlässiger Sprache) an interessanten Fakten und Botschaft zu kriegen ist. Speziell wenn man auf der Suche ist nach der Meinung von Wissenschaft, dem Nutzen der Sprache, und „Einsicht“ in wie das Leben und die Welt im Ganzen und in ihrer Essenz zu „leben“ sind.
Wie dies in Zukunft auswirken wird? Vielleicht gibt es Kritiker für denen dies gefundenes Fressen ist, und für Sucher ist es das bestimmt auch wenn dieser Weg ihr hilft. Persönlich habe ich sehr viel Vergnügen gehabt an die Kombination der gebotenen Einsichten und Texte. Obwohl viele historischen Fragen nicht beantwortet sind, zweifle ich nicht an den Wert der Hinweise auf die zentrale Lehre die Peter Hubral in diesen wertvollen Büchern bietet. Ich verfolge meinen eigenen Weg also mit dem Wissen dass es mehr Leute gibt von dem ich noch viel lernen und mit dem ich – in der Nähe oder mit einiger physischen Distanz – noch viel üben kann. Vielen Dank Peter Hubral, und viel Erfolg und Freude im Gehen ihres und aller die dies lesen Weges! (Text: Boudewijn Koole, Untersucher westlicher und östlicher nicht-dualistischen Traditionen, siehe: bk-books.eu )

Hubral Geheime Dao-Schöpfungslehre

In Hubral’s derde Duitse boek over het platonisme als daoïsme (het eerste heette Dao-Meister Platon) scherpt hij een aantal elementen van zijn onderzoek en resultaten aan. Ondertussen verschenen drie boeken van hem in het Engels waar hij nu vooral naar verwijst. Op die boeken kom ik later terug, naar ik hoop. (Een bespreking van al zijn boeken tot nu toe vindt u in een ander bericht.) Eine Besprechung aller seinen bisherigen Büchern finden sie in einem anderen Bericht.) Het onderstaande bericht is wat voorlopiger maar bevat enkele specifieke vragen.

Kortgezegd beweert Hubral dat de daoleer van zijn leraar Fangfu  de meest originele scheppingsleer en visie op het bestaan is die er maar is. En dat Plato, en zijn presocratische voorgangers, zijn leermeesters, en zijn navolgers, net als vele andere scheppingsvisies eigenlijk hetzelfde zeggen. Alleen zijn wij in het Westen de oorspronkelijke uitleg vergeten, en hebben haar vervangen door geloof (de dogmatische religies) en wetenschap (de dogmatische rationaliteit). De laatste twee zijn volgens hem vooral gericht op het materiële leven, en zijn hun diepere betekenis die zij hadden, vergeten.

Hubral beschrijft de daoleer in dit boek uitgebreider en helderder dan in zijn eerste boek, dat over alle thema’s tegelijk ging. Nog steeds is Hubral een meester in het bieden van treffende citaten ter illustratie van zijn betoog. Citaten, meest van beroemde westerse auteurs en soms ook van Oosterse, die zijn betoog krachtig ondersteunen, in ieder geval in de zin dat zij veel te denken geven over de kwaliteit van de gangbare westerse visies die ik hierboven noemde. Want uiteindelijk stelt Hubral die opnieuw aan de orde als ontoereikend, en verdedigt wel de oorspronkelijke gelijkstelling althans parallellie van de oude ‘platonische’ visie en de door hem uitgelegde daoleer.

Om mijn indrukken van Hubral’s boeken toe te lichten moet ik aangeven zowel in het daoïsme als in het platonisme grote interesse te hebben. Maar die leveren meteen ook mijn grootste vraag op. Als Hubral vooral wil aangeven, zoals hij minstens doet, dat het ongelooflijk waardevol is – om niet te zeggen onmisbaar – dat zijn lezers zich wenden tot de daoïstische leer en oefening (die overigens bestaat in het loslaten van doelen om daardoor des te natuurlijker de dao – eigen natuur en kosmosnatuur tegelijk – te volgen) waarom dan nog naar voren halen of proberen te bewijzen dat er in het Westen vroeger zoveel op de daoleer leek? Het Chinese daoïsme doet dat in de oorspronkelijke teksten van de Nei Ye, van Lao Zi en van Zhuang Zi door middel van korte teksten met eenvoudige voorstellingen waarover men soms diep kan nadenken maar die dicht bij het gewone leven staan. Terwijl de westerse schrijvers die Hubral aanhaalt, niet allemaal bekend staan om hun eenvoud, eerder om hun diepzinnigheid. Nu is het inderdaad zo dat Hubral er in slaagt om aan te geven dat die diepzinnigheid wel eens een toegevoegde intellectuele uitleg kan zijn, die over een oorspronkelijke natuurlijke diepzinnigheid heen gelegd is. Maar dat is een complex onderwerp, en het is de vraag hoeveel lezers zich daardoor aangesproken voelen. Ik wel heel erg, maar mijn vraag is toch welke bedoeling Hubral heeft met zijn grote aandacht voor de platonische traditie, om die gemakshalve zo even te noemen. Een klein deel van het antwoord is wellicht dat Hubral met zoveel woorden zegt, dat de scheppingsmythen of bestaansvisies van alle oude culturen in beginsel hetzelfde lijken of op hetzelfde neer komen. Dat is niet onverdedigbaar binnen een bepaalde ruime visie. Tegelijk beweert Hubral echter dat de weg van zijn leermeester Fangfu vrijwel de enige weg is om in de waarheid van het daoïsme thuis te raken, een waarheid die overigens behalve inzicht ook gezondheid meebrengt.

Mijn eerste vraag zou dan zijn: als de weg van (Fangfu’s) daoleer vrijwel de enige weg is, waarom dan nog op de verborgen platonische gewezen?

Ten tweede: als de daoleer (van oudsher en nu van Fangfu) de enige bestaande en actuele is, en neerkomt op de natuur volgen zonder oogmerken vooraf, waarom dan nog wijzen naar de school van Fangfu als (voor ieder behalve slechts enkele gelukkigen die dat zelf uitvinden) noodzakelijke ondersteuning bij het volgen van de daoweg?

Deze tweede vraag is Hubral zich permanent bewust en hij is dan ook heel voorzichtig bij het poneren van Fangfu’s traditie als (beste dan wel bijna onmisbare) ondersteuning op de daoweg. In het hier besproken boek is Hubral daar dan ook iets genuanceerder over. Ten laatste houdt hij het erop dat de ondersteuning door deze traditie noodzakelijk is om de leerweg in die zin te sturen dat de resultaten in de goede en niet in een kwade richting werken, namelijk doordat de leerling van Fangfu een speciale chi-overdracht krijgt aan het begin van zijn leerlingschap ofwel van zijn luisteren naar en volgen van dao. Aan deze chi-overdracht zit uiteraard een proces van kennismaking met Fangfu dan wel met zijn school vast, hoe bescheiden ook (daarover laat Hubral zich niet uit). Een punt is dan ook dat Fangfu in Azië woont, en zijn school in Europa nog slechts enkele gemeenschappen van leerlingen telt.

Overigens is dit tweede punt een bekend onderdeel van de kennismaking door westerlingen met oostelijke scholen. Er wordt daarin bijna stilzwijgend maar niettemin duidelijk verwacht dat de leerling openlijk stappen zet die van zijn blijvende wens om leerling te zijn blijk geven, en dat houdt vervolgens meer in dan een formaliteit zoals je wellicht in eerste instantie bij de chi-overdracht zou denken. Daarmee komen Hubral en de traditie die voor hem zoveel heeft betekend, dan wel dichter in de buurt van de esoterische tradities (waaronder platonische, neoplatonische, hermetische enzovoort) die Hubral steeds aanhaalt als westerse parallellen.

Wat tot een derde vraag leidt: zijn er bij die westerse tradities misschien toch enkele die nog steeds lijken op de daoïstische van Fangfu? Of op oosterse die eraan verwant zijn maar die door Hubral als niet meer zo origineel als die van Fangfu worden voorgesteld?

Het sterke punt van de boeken van Hubral vind ik zijn ongemeen boeiende uitleg van het dao-systeem, zowel in verband met daoïstische en andere oosterse teksten als in verband met westerse teksten. Maar wat kan een lezer daar dan meer mee dan gewoon verder zijn natuur volgen? Is er werkelijk voor een lezer van Hubral die geen chi-overdracht van Fangfu krijgt, geen goede kans om het daopad permanent te volgen? En wat kan of ‘moet’ die lezer dan? ‘Moeten’ is volgens de daoweg sowieso een verkeerd woord, want die weg is natuurlijk en niet moralistisch. Maar Hubral biedt geen voorbeelden van personen die iets op dit probleem gevonden hebben, behalve – wat overigens niet gering is – zijn eigen enthousiasme over de enorme vooruitgang in levensvisie die hij persoonlijk in de school van Fangfu geleerd heeft.

Het is overigens goed dat we beseffen dat we het niet uit een boekje maar uit ervaring kunnen leren. Maar wijst Hubral ook naar de ervaring van alledag die we allemaal tot onze beschikking hebben?

In dit verband kom ik ten slotte nog op Hubral’s afwijzing van wat hij gebondenheid aan sociale opvattingen noemt, en waar hij de dao-opvatting die natuurlijk is en van ‘binnen’ uit komt, tegenover stelt. Met die sociale opvattingen doelt hij op de moraaldwang die sociale instituties aan ons opleggen, zoals geloven, wetenschap, godsdiensten en dergelijke. Hij suggereert daarmee al gauw, wat wel niet zijn bedoeling zal zijn, dat wij ons daar verre van dienen te houden. Dat kan waar zijn, als het gaat om vereenzelviging met eenzijdige onderdrukking en censuur maar onwaar als het gaat om ons aandeel leveren in de sociale omgevingen waarvan wij deel uitmaken. Op dit punt is Hubral nog onduidelijk, want in het verleden kwam een keuze voor de eigen weg soms – niet altijd! – neer op elitarisme in de slechte zin van het woord (ik geef toe dat er ook een goede zin is). Daarover zou ik ook graag iets meer gelezen hebben.

Mijn voorlopige conclusie is dat Hubral een buitengewoon interessant onderwerp aan de orde stelt met veel aanknopingspunten om door te vragen en wellicht nog belangrijker, wegen te vinden die ons heel maken door bewustwording van de niet alleen fysieke maar ook geestelijke werelden waarin wij leven, en van hoe daar naar te luisteren en er onze weg in en mee te vinden.

Zegt Haneke waar het op staat over wat wij nog waard zijn?

Uit een interview met Michael Haneke door Peter de Bruijn over zijn film Happy End:

“” … Ik maak films over wat me het meest beroert als mens.”
Spelen uw films zich daarom steevast af in het milieu van de welvarende burgerij?
“Dat is de sociale klasse waar ik zelf uit voort kom en die ik het beste ken. Een film over een familie is bijna automatisch ook meteen een film over de samenleving. Elke familie is een afspiegeling van de maatschappij. De hiërarchie in het gezin is altijd verknoopt met de hiërarchie in de samenleving.
Ik moet er wel bij zeggen dat ik denk dat de haute bourgeoisie als klasse helemaal niet meer bestaat. We zijn tegenwoordig allemaal kleinburgers. Je hebt alleen nog mensen met meer geld en mensen met minder geld. Natuurlijk bestaan er wel sociale verschillen, maar iedereen is in wezen welvarend in onze verwende samenlevingen. Het klassieke proletariaat bestaat ook niet meer. Dat zijn tegenwoordig de immigranten, die de nederige beroepen moeten uitoefenen die niemand wil doen. We zijn allemaal enorm bevoorrecht. Wie zich dan toch nog voortdurend beklaagt, zou eigenlijk een draai om zijn oren moeten krijgen, vooral als je bedenkt welke problemen er elders in de wereld bestaan.”
De film heeft een andere sfeer dan uw eerdere werk: minder claustrofobisch, minder beklemmend, losser.
We zijn een tragedie niet meer waard, maar misschien nog wel een farce. De westerse geschiedenis van het theater begint met de tragedie, daarna volgt het drama en uiteindelijk de farce. Het is onmogelijk onszelf nog serieus te nemen. We kunnen ons als rijke westerlingen niet meer inbeelden dat we echt lijden. Het lijden vindt om ons heen plaats, in andere delen van de wereld. Wij zijn daar geen onderdeel van, we kijken ernaar als een schouwspel.

(NRC 15 november 2017, p. C5; onderstrepingen door mij, bk.)

Mijn commentaar (bk): kennelijk is dringend opnieuw aandacht nodig voor de macht die wij aan de grote internationale bedrijven, aan onze regeringen en aan onze media geven om de westerse macht en rijkdom structureel  (beleidsmatig en qua uitvoering) te weinig te delen met de straatarme delen van de wereld. Wat is onze welvaart en wat zijn wij zelf nog waard als wij die niet voldoende delen met de armen? Welke politiek invloedrijken en beïnvloeders (internationale concerns, media, partijen, individuele personen op cruciale posten, lobbyisten) maken structurele en praktische keuzes in deze richting? Welke zijn alleen met eigenbelang bezig en met gesloten ogen voor deze kloven? Gelukkig kom je ook overal mensen tegen en initiatieven die in de goede richting denken en gaan, hopelijk doorwerkend op de genoemde niveaus waar wereldverhoudingen beslist worden. Ik hoop dat we niet afzakken in resignatie en onverschilligheid, maar samen met de hele wereld wakker worden en blijven. En het ook accepteren wanneer het een keer anders loopt dan we ons voorspiegelden. Want dat laatste is de geschiedenis door voorgekomen. Krijgen we niet ieder moment nieuwe kansen? Hoe vaak wordt onze westerse cultuur ten onrechte als beter en hoger voorgespiegeld dan andere culturen? Wanneer en in welke opzichten dan terecht … ?

Guus Swuste schrijft helder over het daoïstische ideaal van de mens

Ieder die interesse heeft voor de vraag hoe je je als individu staande houdt in jouw wereld, of voor spirituele ontwikkeling in het algemeen (zoals in het Westen bijvoorbeeld bij Eckhart en Boehme; zie hiervoor ook elders op mijn site, via het menu en de zoekmogelijkheid in de kolom links), en wil weten hoe dat in het Oosten – speciaal in China – beleefd wordt, kan ik het prachtige boekje* van Guus Swuste aanraden waarin hij buitengewoon kort en helder vertaling, commentaar en achtergronden schetst van een van de oudste daoïstische teksten, de NEI YE(“Innerlijke ontwikkeling”), een voorloper van de Daodejing van Lao Zi.
Zowel uit zijn voorwoord als uit zijn commentaar (en uiteraard uit de tekst) komt een rijpe geest naar voren waarvan veel te leren valt. Hoewel ik geen specialist ben op dit gebied van het Oosten, treft mij dat Swuste in zijn vertaling en commentaar doordringt tot wat ook ik als kern ervaar. Swuste pretendeert zich niet als wetenschapper (maar citeert Chinese karakters en pittige teksten in de literatuurlijst achterin die hij dus bestudeerd heeft), maar zijn toelichting en zijn vergelijkingen maken inhoudelijk een uiterst sterke indruk ook al omdat hij zich op goede bronnen baseert en nog veel belangrijker, een waardevol innerlijk kompas gebruikt. Hier heeft u een tekst in handen die goud waard is, en dat is door Wuste herkend – dubbel goud dus. Speciaal de toelichting van deze oude tekst met behulp van citaten uit geschriften van Lao Zi en Zhuang Zi, evenals boeiende historische vergelijkingen, bieden treffende illustraties en voor wie het wil: levenslessen. Want deze ‘individuele ontwikkeling’ is niet alleen geestelijk, zij is ook buitengewoon praktisch. Met alle vragen die daar aan vast zitten, zoals de verhouding tussen individu en sociale omgeving, en de ideologie daarvan in West en Oost – vragen die Swuste niet allemaal expliciet behandeld maar die toch duidelijk meespelen en de revue passeren.
Dat wij in het Westen onze eigen ‘gelatenheid’ (of zullen we zeggen “open individualiteit”?) vaak verloren waren en zijn, is tragisch. Dat wij er op deze wijze weer aan herinnerd worden, is een feest. Dat deze oude Chinese tekst laat zien hoe belangrijk en praktisch deze levenshouding is, is een cadeau. Neem en lees en wordt wijs – dat houdt uiteraard wel in dat ons bestaan inclusief zijn bloei en vergaan aanvaard wordt. Een uiterst kernachtige en inhoudsrijke tekst van totaal maar 116 pagina’s!
Dank, Guus Swuste!
* Nei Ye: Het ontluiken van de Chinese individualiteit, Vertaald en ingeleid door Guus Swuste, Uitgeverij TIEM (Prominent-reeks) 2014, 116 pp.
P.S. Enkele interne verwijzingen zijn niet gepagineerd, dat zou in een volgende druk verbeterd kunnen worden.

Waardevolle oproep: Thieme/ Engelen, De kanarie in de kolenmijn

De auteurs hebben hun krachten gebundeld om de deplorabele kanten van de heersende machten (vooral in politiek en economisch opzicht) zoals die namens u en mij de laatste decennia met onze wereld en haar bewoners omgaan, op papier te zetten. Zij doen dat oprecht en duidelijk, bieden veel informatie die elders niet in die omvang en helderheid te vinden is, en bieden alternatieven om over na te denken en zelfs voor elke lezer apart om stappen te zetten. Want onze verwevenheid met die zieke kanten van de maatschappij is net zo groot als de kansen die het zich hiervan bewust worden biedt om alternatieven te vinden en uit te proberen. Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat noch daden, noch woorden, voldoende zijn om de pendel de andere zijde op te laten gaan. Daarvoor is een persoonlijke bewustwording nodig die alleen door het loslaten van elk bewust streven genoeg ruimte kan vinden, en dat laatste zijn woorden die verwijzen naar iets dat alleen buiten woorden ontdekt kan worden, door het te leren doen en dan uit de grond van de werkelijkheid en ons bestaan te vernemen en te leren welke weg voor ons persoonlijk de aangewezene is.
Van deze auteurs valt zoveel te leren op hun gebied, dat ik er niet aan twijfel dat zij en wij daarbij ook aanvulling vanuit en aansluiting op andere terreinen van ons bestaan kunnen vinden, in het klein en het groot. Bij hen wordt politiek in ieder geval op het eerste gezicht weer iets van menselijke maat, hoe moeilijk het ook is om die te zoeken en – allereerst aan onszelf – aan te leggen. Menselijk: niet opgevat als boven al het andere staand (om er vrijelijk over te kunnen heersen en van te profiteren), maar als daarmee diep verbonden. Want alleen met de hele kosmos samen komen we door onze crisissen heen …
Alleen al voor de nuttige informatie sterk aanbevolen.

Hoe Joods zijn de evangelies? Lees R.A. Burridge: “What are the gospels?”

Bespreking van R.A. Burridge, “What are the Gospels?”: A Comparison with Graeco-Roman Biography: Second edition, 2004 (belangrijk uitgebreide editie van de eerste druk van 1992).

Voor mijn oordeel zie onderaan. Een hoofdconclusie van Burridge – gebaseerd op zeer uitgebreide literatuurstudie en prachtig beargumenteerd weergegeven met na ieder hoofdstuk en boekdeel samenvattingen! – is dat de vier evangelies uit het Nieuwe Testament evident vallen binnen het genre van de ‘bios’ (enkelvoud), dat wil zeggen van de levensbeschrijvingen van helden en andere belangrijke personen in het hellenisme, de cultuur van het Romeinse Rijk. Een van de belangrijkste conclusies is dat er van Joodse rabbijnen verder niet zulke levensbeschrijvingen bestaan, omdat hun leven alleen als getuigenis van de Thora werd opgevat, en los daarvan niet interessant behoorde te zijn. Omdat zij van Jezus wel bestaan, is alleen dat feit al een boodschap: Jezus was een bijzonder iemand met een ‘goede of verblijdende boodschap’ (dat is de betekenis van ‘evangelie’), meer dan alleen maar een traditioneel aanhanger of leraar van de Joodse traditie, en dat bijzondere wordt duidelijk aan zijn leven. Dat bijzondere is uiteraard zijn verhouding tot God, zijn vader, die hij op unieke wijze representeert in zijn leven en sterven, vandaar dat een ‘bios’ van Jezus passend is. De evangelies zijn stuk voor stuk verwoordingen van de boodschap die met die unieke representatie gegeven is, zij het vanuit en voor per evangelie uiteenlopende gemeenschappen van aanhangers. Die gemeenschappen en hun opvattingen vat de auteur ook samen, en vertelt er bij dat hun ‘plaatselijke’ evangelies tegelijk wervingskracht bedoelden te hebben voor de bredere omgeving van die plaatselijke gemeenschappen. Daarmee is een compositiestructuur aangegeven die hoewel vertrekkend vanuit de Joodse en deels hellenistische context van Jezus’ leven en sterven in Palestina toch direct gericht is op een breder publiek in de omgeving van de gemeenschappen van ontstaan, dat  – naast de christen-Joden die de evangelies voortbrachten – uit zowel Grieks verstaand (de evangelies konden in een uur of twee worden voorgelezen) of lezend Joods publiek als uit niet-Joods hellenistisch publiek bestond. De vraag hoe deze volgelingen van Jezus daarmee een vernieuwing binnen de Joodse traditie vormden, is uiteraard een van de kernpunten in het onderzoek naar het ontstaan van het (latere) christendom uit uiteenlopende vormen van Jezus-verering.

Ook in dit boek wordt helaas nog weinig aandacht besteed aan de historische studies van de laatste decennia over de betekenis van de Henochitische tradities (waaronder de geschriften van Qumran) en andere belangrijke christelijk-Joodse tradities als die van de Jeruzalemse gemeente (onder de broer van Jezus, Jacobus) en aan haar verwante groepen in en buiten Palestina (Ebionieten, Nazoreeërs); en evenmin aan gnostische vormen van christendom die toch ook heel oude papieren hebben. Er zijn naast de vier evangelies heel wat andere geproduceerd waarvan nu des te duidelijker onderzocht kan en moet worden welke historische functie ze hadden in vergelijking tot deze vier traditionele. Deze vier zijn immers pas definitief vooraan in het Nieuwe Testament gezet toen dat NT pas enkele eeuwen na Jezus als verzameling werd bedacht en samengesteld. Namelijk door wat zich toen de katholieke of algemene kerk ging noemen die daarmee allerlei andere stromingen ging overheersen.

Wel wordt ook uit dit boek duidelijk dat de plaatselijke situatie van ontstaan van deze vier evangelies leidde tot uiteenlopende opvattingen over hoe het optreden van Jezus zou zijn verlopen en welke betekenis er aan toegekend diende te worden. Maar dat is op zichzelf weer een teken van de kracht die daarin gezeten zal hebben, de indruk die dat gewekt zal hebben en de bijzondere invloed ofwel stroming die er in de wereld is ontstaan rondom dit optreden en deze verhalen erover. Een kracht en een invloed die uiteraard van lezeres tot lezeres, hoorder tot hoorder, generatie tot generatie, gemeenschap tot gemeenschap, onderzoeker tot onderzoeker verschillend is, ook al beweren sommigen van hen (waaronder latere kerkleiders) graag dat zij de precieze betekenis ervan kennen, en die komt zelfs af en toe overeen … . Jezus was Jood, en zijn volgelingen vertaalden zijn opvattingen op vele manieren, nogal eens elkaar tegensprekend. De vraag is of we achter die verschillen de historische Jezus nog kunnen terugvinden, hem eruit afleiden, maar dat lijkt een complex probleem. Zie mijn ‘Wat Jezus werkelijk zei‘ of zie bij Onderwerpen in de kolom linksboven.

L. Michael White, From Jesus to Christianity: maak een begin met het leren kennen van de historische context (bespreking)

Dit boek verscheen in 2004 en heeft enkele grote voordelen boven andere inleidingen. Het verschaft veel betrouwbare basisinformatie in uiterst leesbare en toegankelijke vorm. Wel is het jammer dat er geen register van auteursnamen is aan het eind van het boek. Belangrijker en wellicht daarmee samenhangend is dat het boek enkele belangrijke onderwerpen teveel buiten beeld laat, te weten de relatie van de verschillende stromingen onder de volgelingen van Jezus met de Qumranbeweging, de Qumrangeschriften en de andere geschriften uit of verwant aan de Henochitische traditie (die gekenmerkt wordt door apokalyptische voorstellingen, hemelreizen, hemelbeschrijvingen, vergelijkbaar met die van Daniel en van de Openbaring aan Johannes). Ook de gemeente in Jeruzalem die geleid werd door de broer van Jezus, Jacobus, en andere christen-Joodse stromingen komen er maar mager af in dit boek, hetzelfde geldt voor de gnostische geschriften en stromingen. Dit betekent dat de niet geïnformeerde lezer al gauw kan denken dat hier de complete achtergrond van het latere christendom aan de orde komt, en de daarmee samenhangende verschillen tussen de drie Abrahamitische religies Jodendom, christendom en islam. Dat is beslist niet het geval. Waarom dit boek toch erg waardevol is, heeft te maken met de informatie over de context en inhoud van de bekende boeken van het Nieuwe Testament en de bekendste stromingen die achteraf gezien nog bij het latere kerkelijke christendom pasten. Die informatie doet namelijk verder in redelijke mate (behoudens de hierboven genoemde otekorten) recht aan de historische context ervan zoals die wetenschappelijk is ontdekt en bestudeerd. En doet dat op een buitengewoon leesbare en inzichtelijke wijze. Als eerste introductie in de wereld achter het Nieuwe Testament is dit boek waardevol. Mits de lezer beseft dat de grote tradities zoals de drie hierboven genoemde Abrahamitische dat alleen zijn dank zij het kanaliseren en uitschiften van vele originele, aanvankelijk vaak slechts beperkt verwante deelstromingen, zij het dat die historisch niet minder interessant zijn (en onmisbaar om de grote stromen te begrijpen!), en zonder welke het beeld van de oorsprong van de grote tradities nooit compleet en betrouwbaar is. Zoals wel te zien is aan de ontwikkelingen van vele religies en vergelijkbare culturele stromingen in onze eigen tijd: zeer veelvormig. Hoewel hier en daar met leemtes, biedt dit boek niettemin veel waardevolle basisinformatie. Dat is geen geringe prestatie als het onder meer gaat over de hellenistische smeltkroes waarin de Joden tweeduizend jaar geleden alle kanten opgingen, waaronder – maar zeker niet alleen – die van het latere ‘christendom’.

Jenny Erpenbeck, Gaan, ging, gegaan: Roman (bespreking)

Jenny Erpenbeck, Gaan, ging, gegaan: Roman, Vertaald uit het Duits door Elly Schippers, Amsterdam (Van Gennep) 2016 (Duits: 2015), 314 pp.

Intrigerende, knap opgebouwde roman die de lezer laat kennismaken met een sinds kort alleenstaande gepensioneerde hoogleraar in Berlijn die terugkijkt op zijn leven in beroep en relaties en toevallig betrokken raakt bij een groep betrekkelijk kansloze asielzoekers uit Afrikaanse landen. Doordat hij ziet hoe de overheid jegens hen optreedt maar hen ook wil leren kennen, wordt hem allengs een spiegel voorgehouden, of liever hij houdt die zichzelf voor. De vertelwijze en de plot en de doorlopende verwijzing naar vroegere ervaringen of toepasselijke passages van eerder gelezen klassieke auteurs, met daarnaast die van de asielzoekers en hun culturele achtergronden, alsmede hun bejegening door overheid en hulpverleners die hij van steeds dichterbij leert kennen, leveren een fascinerende tekst op die tegelijk meesleept en confronterend blijft. Een – vind ik – werkelijk prachtig geschreven boek waar je over na blijft denken.

De levende adem van de Gouden Eeuw – zin in een mooie wandeling?

Wie van de Gouden Eeuw, van Amsterdam én van wandelen houd kan ik de volgende wandeling door het hart van het oude Amsterdam krachtig aanbevelen.
Zondag 24 september en zondag 1 oktober 2017: 10.30 – 13.00 uur, Spoor van licht, een wandeling door het hart van Amsterdam, start: Keizersgracht 123, Amsterdam. [ Voor wie niet kan op de opgegeven data: de wandeling wordt jaarlijks herhaald. ]
Het volgende nam ik over van de site spiritueleteksten.nl/agenda/:

Zondag 24 september, Spoor van licht, een wandeling door het hart van Amsterdam, 10.30 – 13.00 uur (inloop 10.00 uur), Keizersgracht 123, Amsterdam, Deelname: € 12,50 (contant), aanmelden één week van te voren: spoorvanlicht@gmail.com of 023-5323850

Zondag 1 oktober, Spoor van licht, een wandeling door het hart van Amsterdam, 10.30 – 13.00 uur (inloop 10.00 uur), Keizersgracht 123, Amsterdam, Deelname: € 12,50 (contant), aanmelden één week van te voren: spoorvanlicht@gmail.com of 023-5323850

Die wandeling heb ik met open oor, oog en mond gelopen enkele jaren geleden, want zowel de bezienswaardigheden als de uitleg waren uiterst interessant. Een aanrader! P.S. Je loopt langs de grachten op een rustige dag, maar houd rekening met een eventuele regenbui als die is voorspeld. Prachtige gevels en nog boeiender verhalen over de mensen er achter.