Deel van geheel – ‘vermoed’, ‘ervaren’, ‘gezegd’ en ‘gezwegen’ voor jou

Kernwoorden: , , , , , , , , , , ,

Ken je de volgende tekst?


Klik op bovenstaande tekst om deze te vergroten of gebruik deze link: Dao De Jing-20 .

Typografische combinatie door mijn neef Boudewijn Koole D.enJ.zn* van drie vertalingen van een hoofdstuk van de Dao De Jing of “Het Boek van de Weg en de Deugd”. Telkens na ongeveer veertien dagen verschijnt hier het volgende hoofdstuk van de 81; het huidige hoofdstuk is geplaatst op 12 september 2017. De drie complete vertalingen zijn te verkrijgen via boekhandel of bibliotheek: Tao Te Tsjing door Sam Hamill (2006), Tao Te Tsjing door Carolus Verhulst (2004) en Tao Te King door Huib Wilkes & Michael de Baker (1992).

Wie meer wil weten van deze teksten of die van eerdere hoofdstukken, of erop wil reageren, vindt dat in het aparte blogitem “LEZERSREACTIES op de Daodejing-teksten & INLEIDING in daoïsme” met verwijzing naar enkele Nederlandse inleidingen in de Dao De Jing en het daoïsme, naar vertalingen en literatuur, en over de context van bovenstaand ontwerp. Bij een vraag of opmerking s.v.p. het tekstgedeelte (en hoofdstuk) noemen waarop je reactie betrekking heeft.

Over dit blog

Doel is het delen van ervaring en inzicht

Dit blog is – NAAST TEKSTEN OVER DE ONDERWERPEN IN DE UITKLAPBARE LIJST BOVENAAN IN DE KOLOM LINKS – bedoeld om citaten, notities, vragen en discussies, literatuurverwijzingen, bespiegelingen en dergelijke te delen die jouw of mijn hart raken. Ethische vragen kunnen aandacht krijgen zowel wanneer er vanuit de verbondenheid van ons hart evident aanleiding toe is in en met het oog op onze natuurlijke, sociale, culturele, politieke en kosmische omgeving als wanneer ze van toepassing zijn op de site en het gebruik ervan. Wat gedeeld wordt, kan ook aansluiten bij eerder op de site BK-BOOKS (bk-books.eu) aangeroerde onderwerpen, boekbesprekingen of andere publicaties (zie het uitklapbare menu in de kolom links). U kunt op veel meer onderwerpen in deze site zoeken via de witte zoekbalk in die kolom, en vindt dan de betreffende pagina’s en blogitems. Het gaat mij eerder om het vergroten van individuele en gemeenschappelijke aandacht (bewustzijn) dan om het toevoegen van meer items: al kan dit in deze context zeker ook relevant zijn. Gewoon omdat iets je enorm bezig houdt. Ik besef dat taal haar beperkingen heeft maar de mogelijkheden ervan zijn groot genoeg om er binnen die beperkingen zinvol gebruik van te maken.
Als stelling bied ik aan:
“De ultieme verlossing/ verlichting omvat – omdat zij definitief is – alles altijd, ook al het vergankelijke, dus ook jou en jouw bewustzijn, keuzes en gedrag nu en altijd: ga – steeds opnieuw bij iedere gelegenheid voor jou – door om erin mee te gaan/ er aan bij te dragen/ eraan mee te werken; te beginnen met het ervaren, onderkennen en aanvaarden van je vergankelijkheid én unieke eigenheid als uitgangspunt voor jouw meegaan/ bijdragen/ meewerken.”

Hoe je reacties, nieuwe items kan toevoegen of gesprekken beginnen

Je kunt reacties onderaan ieder bericht noteren en doorgeven, dan vinden alle lezers je tekst hier binnenkort. Ook reacties waarin je verder borduurt op bepaalde onderwerpen of berichten of woorden. Waar het om precieze vragen of subtiele onderwerpen gaat, vraag ik je om zo ‘helder’ mogelijk te zijn zonder dat je van jezelf al alle antwoorden of formuleringen geeft: misschien is het goed eerst te vragen naar verduidelijking of herkenning, en soms ook de opmerkingen en vragen van eerdere deelnemers gelezen hebben. Ook daar kan naar aanleiding van je reactie immers naar verwezen worden. En ontstaat zo misschien een ‘gesprek’ tussen een (kleine?) kring van lezers over een bepaald onderwerp. Daarbij is het uiteraard geen bezwaar als onderwerpen gezien hun belang in de loop van langere tijd nog eens terugkeren … Verwijzingen naar verwante sites en gesprekken worden op hoge prijs gesteld.
Als je een eerdere reactie wilt verwijderen, kan dat door een verzoekje in een nieuwe ‘reactie’: elke reactie komt eerst binnen bij de websitebeheerder die je verzoek om verwijdering volgens de huidige afspraak altijd zal honoreren.
Niet publieke reacties worden graag door mij ontvangen via info_at_bk-books.eu (vervang “_at_” door apestaartje “@”).

* Zelf ben ik Boudewijn Koole L.enS.zn (of “LSz.” of “van Brigdamme” of “Brigdammensis”; wij zijn twee van zes volledig gelijknamige neven (vier in Nederland) en van zeven qua voornaam (vijf in Nederland). In British Columbia (Canada) woont zo Robert [=Boudewijn] Koole P.enP.zn.

Waardevolle oproep: Thieme/ Engelen, De kanarie in de kolenmijn

De auteurs hebben hun krachten gebundeld om de deplorabele kanten van de heersende machten (vooral in politiek en economisch opzicht) zoals die namens u en mij de laatste decennia met onze wereld en haar bewoners omgaan, op papier te zetten. Zij doen dat oprecht en duidelijk, bieden veel informatie die elders niet in die omvang en helderheid te vinden is, en bieden alternatieven om over na te denken en zelfs voor elke lezer apart om stappen te zetten. Want onze verwevenheid met die zieke kanten van de maatschappij is net zo groot als de kansen die het zich hiervan bewust worden biedt om alternatieven te vinden en uit te proberen. Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat noch daden, noch woorden, voldoende zijn om de pendel de andere zijde op te laten gaan. Daarvoor is een persoonlijke bewustwording nodig die alleen door het loslaten van elk bewust streven genoeg ruimte kan vinden, en dat laatste zijn woorden die verwijzen naar iets dat alleen buiten woorden ontdekt kan worden, door het te leren doen en dan uit de grond van de werkelijkheid en ons bestaan te vernemen en te leren welke weg voor ons persoonlijk de aangewezene is.
Van deze auteurs valt zoveel te leren op hun gebied, dat ik er niet aan twijfel dat zij en wij daarbij ook aanvulling vanuit en aansluiting op andere terreinen van ons bestaan kunnen vinden, in het klein en het groot. Bij hen wordt politiek in ieder geval op het eerste gezicht weer iets van menselijke maat, hoe moeilijk het ook is om die te zoeken en – allereerst aan onszelf – aan te leggen. Menselijk: niet opgevat als boven al het andere staand (om er vrijelijk over te kunnen heersen en van te profiteren), maar als daarmee diep verbonden. Want alleen met de hele kosmos samen komen we door onze crisissen heen …
Alleen al voor de nuttige informatie sterk aanbevolen.

Hoe Joods zijn de evangelies? Lees R.A. Burridge: “What are the gospels?”

Bespreking van R.A. Burridge, “What are the Gospels?”: A Comparison with Graeco-Roman Biography: Second edition, 2004 (belangrijk uitgebreide editie van de eerste druk van 1992).

Voor mijn oordeel zie onderaan. Een hoofdconclusie van Burridge – gebaseerd op zeer uitgebreide literatuurstudie en prachtig beargumenteerd weergegeven met na ieder hoofdstuk en boekdeel samenvattingen! – is dat de vier evangelies uit het Nieuwe Testament evident vallen binnen het genre van de ‘bios’ (enkelvoud), dat wil zeggen van de levensbeschrijvingen van helden en andere belangrijke personen in het hellenisme, de cultuur van het Romeinse Rijk. Een van de belangrijkste conclusies is dat er van Joodse rabbijnen verder niet zulke levensbeschrijvingen bestaan, omdat hun leven alleen als getuigenis van de Thora werd opgevat, en los daarvan niet interessant behoorde te zijn. Omdat zij van Jezus wel bestaan, is alleen dat feit al een boodschap: Jezus was een bijzonder iemand met een ‘goede of verblijdende boodschap’ (dat is de betekenis van ‘evangelie’), meer dan alleen maar een traditioneel aanhanger of leraar van de Joodse traditie, en dat bijzondere wordt duidelijk aan zijn leven. Dat bijzondere is uiteraard zijn verhouding tot God, zijn vader, die hij op unieke wijze representeert in zijn leven en sterven, vandaar dat een ‘bios’ van Jezus passend is. De evangelies zijn stuk voor stuk verwoordingen van de boodschap die met die unieke representatie gegeven is, zij het vanuit en voor per evangelie uiteenlopende gemeenschappen van aanhangers. Die gemeenschappen en hun opvattingen vat de auteur ook samen, en vertelt er bij dat hun ‘plaatselijke’ evangelies tegelijk wervingskracht bedoelden te hebben voor de bredere omgeving van die plaatselijke gemeenschappen. Daarmee is een compositiestructuur aangegeven die hoewel vertrekkend vanuit de Joodse en deels hellenistische context van Jezus’ leven en sterven in Palestina toch direct gericht is op een breder publiek in de omgeving van de gemeenschappen van ontstaan, dat  – naast de christen-Joden die de evangelies voortbrachten – uit zowel Grieks verstaand (de evangelies konden in een uur of twee worden voorgelezen) of lezend Joods publiek als uit niet-Joods hellenistisch publiek bestond. De vraag hoe deze volgelingen van Jezus daarmee een vernieuwing binnen de Joodse traditie vormden, is uiteraard een van de kernpunten in het onderzoek naar het ontstaan van het (latere) christendom uit uiteenlopende vormen van Jezus-verering.

Ook in dit boek wordt helaas nog weinig aandacht besteed aan de historische studies van de laatste decennia over de betekenis van de Henochitische tradities (waaronder de geschriften van Qumran) en andere belangrijke christelijk-Joodse tradities als die van de Jeruzalemse gemeente (onder de broer van Jezus, Jacobus) en aan haar verwante groepen in en buiten Palestina (Ebionieten, Nazoreeërs); en evenmin aan gnostische vormen van christendom die toch ook heel oude papieren hebben. Er zijn naast de vier evangelies heel wat andere geproduceerd waarvan nu des te duidelijker onderzocht kan en moet worden welke historische functie ze hadden in vergelijking tot deze vier traditionele. Deze vier zijn immers pas definitief vooraan in het Nieuwe Testament gezet toen dat NT pas enkele eeuwen na Jezus als verzameling werd bedacht en samengesteld. Namelijk door wat zich toen de katholieke of algemene kerk ging noemen die daarmee allerlei andere stromingen ging overheersen.

Wel wordt ook uit dit boek duidelijk dat de plaatselijke situatie van ontstaan van deze vier evangelies leidde tot uiteenlopende opvattingen over hoe het optreden van Jezus zou zijn verlopen en welke betekenis er aan toegekend diende te worden. Maar dat is op zichzelf weer een teken van de kracht die daarin gezeten zal hebben, de indruk die dat gewekt zal hebben en de bijzondere invloed ofwel stroming die er in de wereld is ontstaan rondom dit optreden en deze verhalen erover. Een kracht en een invloed die uiteraard van lezeres tot lezeres, hoorder tot hoorder, generatie tot generatie, gemeenschap tot gemeenschap, onderzoeker tot onderzoeker verschillend is, ook al beweren sommigen van hen (waaronder latere kerkleiders) graag dat zij de precieze betekenis ervan kennen, en die komt zelfs af en toe overeen … . Jezus was Jood, en zijn volgelingen vertaalden zijn opvattingen op vele manieren, nogal eens elkaar tegensprekend. De vraag is of we achter die verschillen de historische Jezus nog kunnen terugvinden, hem eruit afleiden, maar dat lijkt een complex probleem. Zie mijn ‘Wat Jezus werkelijk zei‘ of zie bij Onderwerpen in de kolom linksboven.

L. Michael White, From Jesus to Christianity: maak een begin met het leren kennen van de historische context (bespreking)

Dit boek verscheen in 2004 en heeft enkele grote voordelen boven andere inleidingen. Het verschaft veel betrouwbare basisinformatie in uiterst leesbare en toegankelijke vorm. Wel is het jammer dat er geen register van auteursnamen is aan het eind van het boek. Belangrijker en wellicht daarmee samenhangend is dat het boek enkele belangrijke onderwerpen teveel buiten beeld laat, te weten de relatie van de verschillende stromingen onder de volgelingen van Jezus met de Qumranbeweging, de Qumrangeschriften en de andere geschriften uit of verwant aan de Henochitische traditie (die gekenmerkt wordt door apokalyptische voorstellingen, hemelreizen, hemelbeschrijvingen, vergelijkbaar met die van Daniel en van de Openbaring aan Johannes). Ook de gemeente in Jeruzalem die geleid werd door de broer van Jezus, Jacobus, en andere christen-Joodse stromingen komen er maar mager af in dit boek, hetzelfde geldt voor de gnostische geschriften en stromingen. Dit betekent dat de niet geïnformeerde lezer al gauw kan denken dat hier de complete achtergrond van het latere christendom aan de orde komt, en de daarmee samenhangende verschillen tussen de drie Abrahamitische religies Jodendom, christendom en islam. Dat is beslist niet het geval. Waarom dit boek toch erg waardevol is, heeft te maken met de informatie over de context en inhoud van de bekende boeken van het Nieuwe Testament en de bekendste stromingen die achteraf gezien nog bij het latere kerkelijke christendom pasten. Die informatie doet namelijk verder in redelijke mate (behoudens de hierboven genoemde otekorten) recht aan de historische context ervan zoals die wetenschappelijk is ontdekt en bestudeerd. En doet dat op een buitengewoon leesbare en inzichtelijke wijze. Als eerste introductie in de wereld achter het Nieuwe Testament is dit boek waardevol. Mits de lezer beseft dat de grote tradities zoals de drie hierboven genoemde Abrahamitische dat alleen zijn dank zij het kanaliseren en uitschiften van vele originele, aanvankelijk vaak slechts beperkt verwante deelstromingen, zij het dat die historisch niet minder interessant zijn (en onmisbaar om de grote stromen te begrijpen!), en zonder welke het beeld van de oorsprong van de grote tradities nooit compleet en betrouwbaar is. Zoals wel te zien is aan de ontwikkelingen van vele religies en vergelijkbare culturele stromingen in onze eigen tijd: zeer veelvormig. Hoewel hier en daar met leemtes, biedt dit boek niettemin veel waardevolle basisinformatie. Dat is geen geringe prestatie als het onder meer gaat over de hellenistische smeltkroes waarin de Joden tweeduizend jaar geleden alle kanten opgingen, waaronder – maar zeker niet alleen – die van het latere ‘christendom’.

Jenny Erpenbeck, Gaan, ging, gegaan: Roman (bespreking)

Jenny Erpenbeck, Gaan, ging, gegaan: Roman, Vertaald uit het Duits door Elly Schippers, Amsterdam (Van Gennep) 2016 (Duits: 2015), 314 pp.

Intrigerende, knap opgebouwde roman die de lezer laat kennismaken met een sinds kort alleenstaande gepensioneerde hoogleraar in Berlijn die terugkijkt op zijn leven in beroep en relaties en toevallig betrokken raakt bij een groep betrekkelijk kansloze asielzoekers uit Afrikaanse landen. Doordat hij ziet hoe de overheid jegens hen optreedt maar hen ook wil leren kennen, wordt hem allengs een spiegel voorgehouden, of liever hij houdt die zichzelf voor. De vertelwijze en de plot en de doorlopende verwijzing naar vroegere ervaringen of toepasselijke passages van eerder gelezen klassieke auteurs, met daarnaast die van de asielzoekers en hun culturele achtergronden, alsmede hun bejegening door overheid en hulpverleners die hij van steeds dichterbij leert kennen, leveren een fascinerende tekst op die tegelijk meesleept en confronterend blijft. Een – vind ik – werkelijk prachtig geschreven boek waar je over na blijft denken.

De levende adem van de Gouden Eeuw – zin in een mooie wandeling?

Wie van de Gouden Eeuw, van Amsterdam én van wandelen houd kan ik de volgende wandeling door het hart van het oude Amsterdam krachtig aanbevelen.
Zondag 24 september en zondag 1 oktober 2017: 10.30 – 13.00 uur, Spoor van licht, een wandeling door het hart van Amsterdam, start: Keizersgracht 123, Amsterdam. [ Voor wie niet kan op de opgegeven data: de wandeling wordt jaarlijks herhaald. ]
Het volgende nam ik over van de site spiritueleteksten.nl/agenda/:

Zondag 24 september, Spoor van licht, een wandeling door het hart van Amsterdam, 10.30 – 13.00 uur (inloop 10.00 uur), Keizersgracht 123, Amsterdam, Deelname: € 12,50 (contant), aanmelden één week van te voren: spoorvanlicht@gmail.com of 023-5323850

Zondag 1 oktober, Spoor van licht, een wandeling door het hart van Amsterdam, 10.30 – 13.00 uur (inloop 10.00 uur), Keizersgracht 123, Amsterdam, Deelname: € 12,50 (contant), aanmelden één week van te voren: spoorvanlicht@gmail.com of 023-5323850

Die wandeling heb ik met open oor, oog en mond gelopen enkele jaren geleden, want zowel de bezienswaardigheden als de uitleg waren uiterst interessant. Een aanrader! P.S. Je loopt langs de grachten op een rustige dag, maar houd rekening met een eventuele regenbui als die is voorspeld. Prachtige gevels en nog boeiender verhalen over de mensen er achter.

Unieke BOEHME-tentoonstelling 2018-19 AMSTERDAM (2017 Dresden )

26 augustus 2017 werd de bijzondere tentoonstelling over Jacob Boehme in het Residenzschloss in Dresden geopend. Dresden speelt een bijzondere rol voor Boehme omdat hij daar tegen het eind van zijn leven maandenlang contacten legde aan het hof van de keurvorst, speciaal met geestverwanten. De tentoonstelling heeft een zeer interessante opbouw, gekoppeld aan de figuren die Boehme zelf tekende. Er zijn ook vele publicaties van en over Boehme uit de Bibliotheca Philosophica Hermetica uit Amsterdam te zien!

In najaar 2018 zal de tentoonstelling ook in Amsterdam gehouden worden, en wel in het Huis met de Hoofden, de nieuwe huisvesting van (onder meer) de Bibliotheca Philsophica Hermetica en de ‘Ambassade van de Vrije Geest’. Ter gelegenheid daarvan verschijnt ook het grote nieuwe deel in de Pimander-reeks van de BPH over Jacob Boehme. met o.m de vertaling van zijn samenvattende geschrift “Theoscopia” (Het zien van God), een uitvoerige inleiding in zijn denken, en vele artikelen over zijn invloed onder meer in Amsterdam in de Gouden Eeuw.

Zie ook mijn inleidende lezing: ‘De verbinding van de hoogste godheid met het menselijk leven op aarde zelf’ [oorspronkelijke titel: ‘Het DNA van mens en wereld volgens Jacob Boehme, of: magie en systeem‘], in het boekje: symposion ‘God is geestig’[:] Gilles Quispel: een eerbetoon aan de hermetische Gnosis, Haarlem (Rozekruis Pers) 2017, [= deel 38 in de Symposiumreeks,] 61-74.

‘Verlichting’ en ‘vergankelijkheid’: Shobogenzo-vertaling verschijnt bij uitgeverij ASOKA

In november 2017 zal Dogen’s Shobogenzo, “DE SCHATKAMER VAN HET OOG VAN DE WARE LEER” verschijnen. Mijn vertaling van de traktaten is uitgebreid met het belangrijke traktaat ‘Dat wat komt als dit’. Samengevat gaat dit boek over ‘verlichting’ en ‘vergankelijkheid’ in de zen-traditie met haar wortels in boeddhisme en daoïsme.

Zie de aankondiging van uitgever Asoka:
O-Shobogenzo#2.

Iets om naar uit te kijken!

Plato als Dao-meester: boeiend boek van Peter Hubral en mijn vragen

Peter Hubral, Dao-Meister Platon, Giessen 2008

1. Interesting references to the experience of the author with the [very personal relation with his teacher from the] school of (Chinese) Taijixue and its world view (daoist based school for WUWEI as philosophical/ practical lifestyle combining the opposites in life with health and good life). Because this is a very personal experience there is no information about it, apart from the clear inspiration and insights the author received (including a complete view of man and world), which also led to point 2.
2. Very interesting reading and interpretation of the Presocratics, Plato (Socrates), and the Platonic traditions in the West (neoplatonism and many related currents) as more or less comparable school(s). Many well chosen citations and references!
Alas no references to the exact sources of citations of these writers/ texts.
3. The comparison of both East and West in this work seems very promising. My question is: in what way(s)?

I will be interested to hear (in German or in English or Dutch) from other readers of the book about this very interesting topic, their own experiences and perhaps more about the smart author Dr. Peter Hubral and his relatively unknown but to Dr. Hubral very inspiring teacher Fangfu (author of 17 books in Chinese, until yet not to be found translated).

Boudewijn Koole Brigdammensis

April D. DeConick, The Gnostic New Age: het standaardwerk over de opkomst en latere invloed van de gnostieke beweging

Kernwoorden: , , , , , ,

April D. DeConick is wetenschappelijk gezien de meest vooraanstaande buitenlandse telg uit de school van Gilles Quispel (door hem ook wel de Utrechtse school genaamd), zij promoveerde bij Jarl Fossum die op zijn beurt bij Gilles Quispel promoveerde. Door middel van onderstaande bondige samenvatting [van de auteur zelf in het Engels] kondig ik hier haar samenvattende studie aan van de gnostiek als uiterst vruchtbare en vernieuwende tegenculturele spirituele beweging in de eerste eeuwen van onze jaartelling, waartegen onder meer conservatieve Joden en christenen uit die eeuwen zich verzetten wat leidde tot de overwinning van het katholicisme, dat niet meer tegencultureel was maar staatskerk werd en Europa door de Middeleeuwen loodste. De gnostiek heeft echter ook vele eeuwen na haar officiële verkettering veel invloed gehad of opnieuw gekregen, zeker ook in brede culturele stromingen buiten de officiële christelijke kerken van het Westen. DeConick illustreert dat in haar boek uitvoerig aan de hand van moderne literatuur en films die de motieven van de gnostiek volop gebruiken. [ Link: Rorotoko (Cutting-Edge Intellectual Interviews) about April D. DeConick, The Gnostic New Age ]

 

April D. DeConick

 

On her book The Gnostic New Age: How a Countercultural Spirituality Revolutionized Religion from Antiquity to Today

Cover Interview Rorotoko (Cutting-Edge Intellectual Interviews) of May 16, 2017 about my book The Gnostic New Age

 

In a nutshell

In The Gnostic New Age, I tell the powerful story of how gnostic groups arose in the first century CE as countercultural religious innovators, offering people in antiquity a completely new way to look at themselves, their world, and their gods. I present gnosticism, not as a religion, but as a religious worldview or spirituality that engages multiple religions and affiliations, and remodels them in countercultural ways, producing new religious movements even to this day.

All the religions of antiquity – Judaism, Christianity, and Greco-Roman, Egyptian and Babylonian religions – based their beliefs and practices on a type of spirituality that envisioned human beings as slaves or servants to very powerful and often capricious gods and government authorities who were their deputies on earth. These religions mainly served to keep the world orderly and the gods satisfied and happy, so as to avoid punishments like famine, disease, and defeat in war. People did this by providing the gods with sacrifices that fed them, worship that respected their power, and lifestyles that honored their rules and kept chaos at bay.

Gnostic spirituality interrogated this traditional understanding of religion by turning worship away from the gods of the nations to a supreme transcendent God whom they considered the source of all life. This made the gods of the nations, including the biblical God, lesser deities, even false gods and demons. Furthermore, this transcendent God of worship was not a God that could be described or learned about through some catechism or scripture. This supreme God beyond all Gods had to be experienced by each person or met face-to-face in a mystical embrace. Gnostic groups used rituals they designed to bring about this initiatory experience.

These practices significantly changed ancient people’s understanding of the human being. The human being was no mere mortal according to gnostics. Humans, they thought, contained an actual piece of the transcendent God within them, and they called it the human spirit. This piece of God is what makes humans transcendent, capable of journeying beyond their bodies, beyond their world, to a place of utter Good and Light, which is their source. This journey home and integration with God transforms and empowers the human initiates to externalize the God Within, to become gods on earth, to make their own choices based on conscience rather than obedience to gods and kings.

This meant that religion took on a specific therapeutic function that it did not previously have, to transform and empower human beings as gods, to give humans the power to conquer fate, resist the dominant authorities and traditions, and create a better world for themselves. This reorientation of religion features the rise of the individual and free thinking which became foundational to the history of the Western world and our own history as Americans.

The wide angle

The book focuses on religion and culture in America today, which has taken a gnostic turn beginning in the 1800s. It asks: “If Catholicism defeated gnostic religions in antiquity, how is it that gnostic currents have become so prevalent today?” Gnostics were prolific writers and their lost texts reemerged within modern culture starting in the 1800s. This rediscovery of ancient gnostic literature has resulted in the redistribution of gnostic ideas into American culture and has fed the growth of new religious movements like Theosophy, the psychological program of Carl Jung, and even the New Age movement.

There was a very a productive period in scholarship following the publication of the Nag Hammadi gnostic scriptures into English in 1978, making the gnostic gospels a household phrase. The gnostic gospels were heavily marketed in the 1980s and 1990s as an alternative form of Christianity for Americans disillusioned with traditional denominations, and as a critique of traditional Christianity with its judgmental Father God and concept of original sin.

Think about the hype around films like Stigmata that featured the Gospel of Thomas and the Di Vinci Code that told stories from the Gospel of Philip. This message about the recovery of a lost form of Christianity from antiquity hit home for a large number of Americans who were disillusioned and dissatisfied with the Christianity of their parents and churches that they felt had nothing spiritual to offer.

There is a synergy here, a real audience for gnosticism among Americans who view themselves as free thinkers and people who question authorities, from the church to the government. It was practically love at first sight, so that gnosticism impacted everything from traditional churches to novels to films like The Matrix and Avatar, which help us to think along transgressively gnostic lines about who we really are, where we are from, why we are here, and what our destiny might be. As long as gnostic writings are available for people to read and reflect upon, gnostic spirituality will never go away, but will continue to revolutionize religions of today and tomorrow.

A close-up

The first page starts with my encounter as an 18-year old college student with the Gospel of Thomas and its unconventional Jesus––an encounter that was utterly transforming for me. It completely rewrote my life, turning me from nursing and the sciences to the humanities, where I would pursue the study of religion and early Christianity in particular.

The last page of the book calls us to consider the implications of the Gnostic God in the modern religious discourse of pluralism and religious tolerance. I write: “Gnostic spirituality encourages us to seek the transcendent, the God Beyond All Gods, as the source of our being. But because transtheism focuses on an ultimate reality that has not been captured successfully in the religions we have created, it gives us a new way to think about ourselves in relationship with one another and to our religions. At the very least it gives us pause to ask why we think our own religion is better than someone else’s, or to wonder why religion perpetuates sexism, racism, and violence alongside more charitable structures” (p. 351).

But my favorite part of the book in terms of my own enlightenment is a section in the chapter “The Pi of Politics” called “Culture and Counterculture in Rome” (p. 280-284). It was when I wrote this section that I realized why Catholicism had triumphed and gnostic groups had not (this is a longstanding question in the field). The answer was not about theology (whose was best) or institutionalization (who did and did not build churches) or conversion (why people converted). It was about which Christians were able to adjust and accommodate their beliefs and practices to Roman sensibilities about religion, a process I am calling the Romanization of Christianity. The Catholics were more successful in this process than gnostic groups who maintained their counterculture orientation and criticism of dominant religious practices.

I am so fascinated with this idea that I am already writing another book provisionally entitled, Deviant Christians: How the Romanization of Christianity Shaped Heresy and the Rise of Catholicism.

Lastly

I have spoken to many different audiences about gnostic movements and religions and always I am asked what books they can read to learn more about the gnostics. I hope that I have written that book, and that in the process, I have also shown why the gnostic survives in American religion and culture. And why it is so attractive to religious seekers today such as the spiritual-but-not-religious, whose spiritual truth is based on personal experiences of God, human goodness and wholeness, and the desire for spiritual empowerment to change our lives and the bigger world for the better.

 

De denkkracht van het kwaad; of … wordt de (verstandelijke) Verlichting overschat?

Kernwoorden: , , , , , , ,

Bas Heijne schreef in de NRC van 28 april 2017 (pp. C4-C5) een heldere bespreking van Bettina Stangneth’s boek “Het kwade denken”. Zij laat zien dat verstandelijk denken heel goed ten kwade gebruikt kan worden (ze is Eichmann-deskundige) en pleit voor een levenshouding die uitmondt in verantwoordelijkheid nemen ofwel bewust (niet) handelen, in tegenstelling tot de vage verwording van oorspronkelijke Verlichtingsidealen tot de suggestie dat vrijheid betekent dat je alles mag zeggen als je er maar niet naar handelt. Dat omdraaien is juist onze taak: probeer ten allen tijde aan de beste uitkomst te werken zonder die vooraf al precies te kunnen formuleren. Volgens Stangneth weten wij intuïtief wat moreel goed is en wat niet. Anderen zullen daar genuanceerder over willen spreken want er minder zeker over zijn. Maar het is waar dat onze verantwoordelijkheid ten allen tijde bouwt op ons moreel besef, en dat in iedere gemeenschap van mensen aan dat morele besef veel aandacht besteed wordt: moreel gesproken weten we vrijwel allemaal vrijwel altijd heel goed waar Abraham de mosterd haalt of zou kunnen dan wel behoren te halen. Vooral politieke leiders en verantwoordelijken (ook ambtenaren) dienen hieraan te beantwoorden en zich niet te verschuilen achter anderen of achter mooie redenaties of rapporten die eerder van een feitelijke oplossing (of veel beter: het moreel juiste doel) afvoeren dan er op aandringen en het pad ervoor banen. Bas Heijne vindt dan ook dat de stelling van Stangneth dat juist de Verlichting krachten heeft opgeroepen die de Verlichting nu dreigen te vernietigen, ver buiten de wereld van filosofie-lezers moet doorklinken.
Laat ieder die in de gelegenheid is, aan de gesprekken over deze thema’s deelnemen, want zij zouden wel eens heel fundamenteel en belangrijk kunnen blijken. Mis het kennis nemen ervan dus niet! Het gaat om uiterst praktische zaken die met onze levenshouding te maken hebben.
Behalve naar het artikel van Bas Heijne verwijs ik graag naar enkele commentaren in het Duits die ik op internet vond [ http://www.faz.net/aktuell/feuilleton/buecher/rezensionen/sachbuch/philosophin-bettina-stangneth-ueber-boeses-denken-14363243.html ] en die enkele filosofische aspecten van het probleem (de grenzen van ons taalgebruik en de verhouding van mens en dier, van geest en natuur; zaken die ik ook elders op deze site als belangrijk aanstip) raken:

[ N.B. Onderstaande commentaren zijn achtereenvolgende reacties op het artikel en op elkaar. ]

“In der Natur gibt es keine Moral.
RENÉE BÜRGLER (KURPFALZ) – 02.08.2016 11:54

In der Natur gibt es keine Moral. Der Löwe frisst das Gnu und das kann nicht moralisch bewertet werden. Auch der Mensch stammt aus der Natur, trägt tierisches in sich. Die Moral ist ein Ergebnis von Zivilisation, die eine evolutionär sehr junge Erscheinung ist. Entwicklungsgeschichtlich älter ist das, was die Tiere “jenseits von Gut und Böse” tun. Das steckt in uns drin, denn wir sind auch Tiere, und zwar Säugetiere, tragen raubtierhaftes in uns. In uns steckt also das unmoralische, das, was gemeinhin “das Böse” genannt wird, als Naturerbe, als biologisches Überbleibsel unseres tierisches Daseins. Die zivilisatorisch-moralische Schicht ist relativ “neu”, ist mühsam geschaffen und leicht zerbrechlich, kann nur durch hohen Aufwand (Pädagogik, Sanktionssystem usw.) erhalten werden. Die Moral ist Oberfläche. In der Tiefe steckt das Raubtier, das jederzeit ausbrechen kann. Ein solch skeptischer Blick ist realistischer und versteht das “so genannte Böse” besser als die “Ethik”.

In der Natur gibt es aber auch das Böse nicht
ANDREAS JENSCH 3 (MERLIN357) – 02.08.2016 18:11

dass ein Lebewesen sich in seinem Territorium behaupten und (wenn es kein Pflanzenfresser ist) auch jagen muss, ist eine zwingende Notwendigkeit. Mir sind keine Fälle von Löwen bekannt, welche aus reiner Bosheit Gnus oder Zebras “einfach so” terrorisiert hätten. Und auch, wenn es in Rudeln / Herden eben auch diejenigen geben muss, welche in der Hierarchie unten stehen, so wird auch für diese gesorgt. Dass ein unfähiges Leittier sich mit einer Entourage anderer Unfähiger umgibt, um die Privilegien dieser “Führungsschicht” zu sichern, auch wenn das die Herde / das Rudel ins Verderben stürzt, das sieht man nirgendwo in der Natur. Solchen Irrsinn bringen nur Menschen zustande. Nicht unbedingt aus dem Willen heraus, böse zu sein, aber aus Egoismus heraus, welcher die Bedürfnisse anderer weit hinter die eigenen stellt. Und der Gefolgsmann will halt etwas von den Privilegien abhaben, die er selbst so nicht erreichen kann.

Sie verklären die Natur.
RENÉE BÜRGLER (KURPFALZ) – 02.08.2016 19:35

Natürlich quälen sich Tiere gegenseitig. Ohne “vernünftigen” Grund. Katzen quälen Mäuse, ohne sie zu fressen, einfach so, weil es ihnen sozusagen “Spaß” macht. Es gibt in der Natur weder das Böse, noch das Gute, weil es in der Natur keine Moral gibt. Moral heißt Dichotomie Gut/Böse. Diese Gut/Böse-Dichotomie ist von Menschen ersonnen. Ist etwas “künstliches”. Ist zivilisatorische “Hülle”. In der Hülle steckt die Natur, die “jenseits von Gut und Böse” (Nietzsche) ist. Moralische Begriffe sind nicht auf die Natur anwendbar, weder “das Gute” noch “das Böse”. Wir Menschen sind von unserer (evolutionären) Geschichte her Naturwesen. Wir sind “Tiere mit Verstand” (Aristoteles). Weil wir Tiere sind, steckt in uns die Natur, die, wie dargelegt, jenseits von Gut und Böse ist. Daraus folgt, dass das, was die Moral “das Böse” nennt, unser unentrinnbares Schicksal ist. Es kann niemals eine “gute” Welt oder “gute” Menschen geben. Wer das behauptet, hat nicht nachgedacht.”

Mijn gedachten hierbij zijn: 1. er is veel voor te zeggen dat Bettina Stangneth een belangrijke stelling poneert met het hameren op onze permanente verantwoordelijkheid om ten goede te (niet-)handelen van welk ‘goede’ zij zegt dat wij dat intuïtief altijd beseffen, aanvoelen; 2. omdat dat ‘goede’ tegelijk een begrenzing is, namelijk een afgrenzing van wat niet goed, dus het ‘kwade’ is, komt die verantwoordelijkheid ook altijd neer op het omgaan met die afgrenzing zelf, met de taal waarmee wij ons wereldbeeld uitdrukken. Wie hierover nadenkt, komt op veel praktische en theoretische vragen uit, maar in ieder geval ook dat wat goed is en wat derhalve nu om (niet-)handelen vraagt, per situatie verandert en dus heroverwogen kan, mag en moet worden (tenzij die overweging het te bereiken goede schaadt; dus schade vermijden is soms belangrijker dan andere principes doordrukken of volgen). Voor mij is het tweede punt een afgeleide van wat mij geleerd wordt over taal (bijvoorbeeld door Wittgenstein en door het boeddhistische Diamant-soetra) en over het in het leven staan volgens de Dao De Jing van Lao Zi. (Over die laatste zie elders op de site.) Enerzijds dwingt de kritische stellingname van Stangneth inzake ons al te bekende (of onbekende?) opvattingen tot grondig nadenken en heroverwegen, anderzijds zijn daarvoor wellicht ook aanknopingspunten bij denkers over taal en in het leven staan die (ook) andere bronnen aanboren om met onze ratio om te gaan. (En die ik op deze site aandacht heb pogen te geven.)

Boudewijn Koole