Opmerking? Vraag? Welkom! Kent u de volgende tekst?!

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , ,

Hoofdstuk van de Dao De Jing, in de typografische combinatie van drie recente vertalingen door Boudewijn Koole D.enJ.zn*. Geplaatst op 9 december 2016. Op zijn vroegst na veertien dagen wordt dit hoofdstuk vervangen door een ander (in beginsel het volgende) hoofdstuk.
Hoofdstuk uit de Dao De Jing door Lao Zi, in de typografische combinatie uit 2009 van drie recente vertalingen door Boudewijn Koole D.enJ.zn* (voor een beter leesbare tekst klik op de tekst! of op de volgende link: Dao De Jing hoofdstuk 1).
Geplaatst op 9 december 2016. Geïnteresseerd in meer? Op zijn vroegst na veertien dagen wordt dit hoofdstuk vervangen door het volgende hoofdstuk, minstens totdat alle hoofdstukken hier langs geweest zijn.

* Mijn neef Boudewijn (wij zijn twee van de zes naar deze grootvader genoemden; ik ben zelf L.enS.zn). Dank je voor het mogen publiceren Boudewijn, en voor het permanente meewerken eraan! Zij vormen een belangwekkende en aantrekkelijke intro bij mijn website die ook verder niet vreemd is aan levensvragen die het Westen en het Oosten delen. De drie vertalingen die hier zijn te herkennen, zijn achtereenvolgens: Tao Te Tsjing door Sam Hamill (2006), Tao Te Tsjing door Carolus Verhulst (2004) en Tao Te King door Huib Wilkesw & Michael de Baker (1992). De keuze is gebaseerd op wat in de OB van Rotterdam toevallig beschikbaar was. Ook al is studie van oorspronkelijke teksten (zie de verderop genoemde literatuur) hard nodig, zij begint met het besef van het belang daarvan. Daarom hopen wij dat lezers deze en vergelijkbare teksten zelf ter hand nemen! Voor complete teksten van de vertalingen verwijzen wij u graag naar iedere boekhandel of uw bibliotheek.
Het vergelijken van vertalingen kan de grote lijnen beter helpen begrijpen. Wij waarderen beiden deze tekst(en) – om hun verschillen en dus om hun ‘overeenkomst’ – en nodigen u uit tot het insturen van reacties op de teksten zelf; U kunt inhoudelijk ook op elkaar reageren. Omdat het om subtiele onderwerpen gaat, vragen we u om zo ‘helder’ mogelijk te zijn zonder dat we van u al alle antwoorden vragen: misschien eerst vragen naar verduidelijking of herkenning, en liefst de opmerkingen en vragen van eerdere deelnemers gelezen hebben. Ook daar kan naar aanleiding van uw reactie immers naar verwezen worden. Zie “Laat een reactie achter” onderaan dit bericht. Dan vinden alle lezers uw tekst hier binnenkort. En ontstaat zo misschien een ‘gesprek’ tussen een (kleine?) kring van lezers over een bepaald onderwerp. Daarbij is het uiteraard geen bezwaar als onderwerpen gezien hun belang in de loop van langere tijd nog eens terugkeren … Verwijzingen naar verwante sites en gesprekken worden op hoge prijs gesteld.

Deskundige Nederlandse auteurs die ons geholpen hebben over deze teksten na te denken zijn (Dr.) René Ransdorp, zie zijn fijnzinnige en leerzame boek “Zwerven met Zhuang Zi” (over de grote navolger van Lao Zi), en (Dr.) Woei Lien Chong, zie haar helder oriënterende boek “Filosofie met de vlinderslag” (over zowel Lao Zi als Zhuang Zi), die beide naar talloze andere auteurs verwijzen waar ook veel van te leren valt! Wij zien uit naar het moment dat René Ransdorp die jarenlang (aan over Nederland verspreide groepen leerlingen, waaronder ook mijn vrouw Nel Knip en mij) lesgaf over de grondtekst en betekenis van de Dao De Jing, zijn op diepgravende studie van onder meer de Chinese commentaren gebaseerde eigen vertaling ervan zal publiceren. (Nogmaals grote dank voor alle lessen en inspiratie René: het heeft ons door jou diep geraakt!)
Tot die tijd en daarna wens ik hem persoonlijk en in zijn werk van harte alle goeds en veel sterkte. Hij leert en leerde dat leven (in de meest omvattende zin) en ‘leren’ bij elkaar horen, dat forceren zelden gewenst is en dat de dingen vanzelf hun loop hebben; ook dat we ons ‘zelf’ daarin vinden/ loslaten (v.v.) kunnen. Alleen dat beseffen is al zoveel waard, dank je René!

P.S. Ook voor alle andere berichten op deze website geldt: uw opmerkingen, suggesties of vragen zijn van harte welkom. Zie onderaan. Dan vinden alle lezers uw tekst hier binnenkort.

Als u uw reactie wilt verwijderen, kan dat door een verzoekje per e-mail.

Een universeel Onze Vader

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , , , ,

In de noten bij onderstaande “proeve” worden de gemaakte keuzes verduidelijkt.

 

[Een universeel i Onze Vader en Moeder]

 

Onze verheven ii Vader [van alles] iii ,

en Moeder Wijsheid, [alles] heiligende helende Geest iv !

 

Geheiligd worde uw naam

kome uw rijk

en geschiede uw wil op aarde zoals in de hoge v .

 

Geef ons vandaag vi het brood van uw aanwezigheid vii.

Vergeef ons onze schulden zoals wij hen vergeven die ons schuldig zijn

En voer ons niet in de beproeving van de ondergang viii maar verlos ons van de kwade neiging. ix

 

[Amen.]

 

 

[i]

i Met universeel geef ik aan de universele betekenis van de gebruikte begrippen en motieven naar voren te willen halen. Vaak wordt die mogelijkheid vergeten of op een wijze ingevuld die een hogere waarheid of positie impliceert voor de (particuliere) traditie waarin een bepaalde tekst is ontstaan en waaruit hij voortkomt. Maar dat hoeft niet per se. Want al het bijzondere (particuliere) is dat slechts in wisselwerking met ofwel in verhouding tot het algemene (universele), en omgekeerd: wij leren beide slechts via elkaar kennen. De universele waarheid is dus ook niet per se hoger of beter. Het is echter wel belangrijk ruimte te maken voor het steeds opnieuw zoeken naar de verhouding van particuliere en universele betekenissen van culturele elementen, zeker ook van de taal. Het universele en het particuliere sluiten elkaar nooit absoluut uit maar wel altijd in (tenzij men meent aan de ‘eigen’ beperkte traditie, omgeving of groep of persoon genoeg te (moeten) hebben d.w.z. ‘andere’ die buiten staan, uit te mogen sluiten: die mening is echter altijd een particuliere keuze, ook als men die als onontwijkbaar ‘waar’ – dus universeel – beschouwt). Hierbij speelt de verhouding van de taal ten opzichte van de werkelijkheid en vice versa een rol. Wie, zoals ik, ervan uitgaat dat beide niet buiten elkaar om gedefinieerd kunnen worden kan met taal geen uitsluitsel bieden aangaande de absolute werkelijkheid maar slechts de onvermijdelijke samenhang en grenzen van de taal aanwijzen (en zo wel de absoluutheid wel steeds opnieuw vormgeven of benaderen).

[ii]

ii Letterlijk “in de hemelen” maar dit is niet hetzelfde begrip van de “hemel” als in het latere christendom. Het meervoud kan heel goed “hoogten” betekend hebben. De verwijzing omvat in ieder geval de hoogheid en alomvattende betekenis van de Vader. In den hoge is zijn troon, naast die van Vrouwe Wijsheid, zijn gemalin. De Joodse en christelijke godsvoorstellingen omvatten oorspronkelijk mannelijk en vrouwelijk beide (zie noot iv).

[iii]

iii De ene God heet in de Joodse traditie letterlijk “Jahoe” dat is “Hij doet zijn”. De betekenis “Ik ben die ik ben” is een secundaire uitleg die de (dubbel)geslachtelijkheid (het man en vrouw zijn) van God wegpoetst. Het is niet moeilijk goddelijke eigenschappen in te delen in deels (overheersend) mannelijke, deels (overheersend) vrouwelijke. Overigens dient opgemerkt te worden dat “Jahoe” in de voor-Joodse te weten Hebreeuwse traditie zoon was van de vadergod El, waarbij zowel op het niveau van vader als van zoon een partnergodin figureerde (zie volgende noot).

[iv]

iv God is overal, en ‘zijn’ hemelse werkelijkheid ook. Begrijpen kunnen we dit niet, maar we kunnen heel goed zeggen dat de hemelse werkelijkheid in de gewone (‘aardse’) werkelijkheid verborgen is zolang wij het hemelse aspect daarin niet (meer of nog niet) zien. Hoe we dat kunnen zien, is een levenslange opdracht en zoektocht, altijd als een gave die wij mogen ontvangen. Dit gebed gaat daarover! Dat heeft te maken met de mogelijkheid die wij hebben om voor dit aspect open te staan, ermee in verbinding te staan, dan wel dit aspect af te wijzen, niet te willen zien. Om nog duidelijker te zijn: het gaat er om dat de hemel op aarde zichtbaar wordt. Zoals blijkt uit dit hele gebed.

De tweede regel van de aanhef verwijst naar de Godin die onder verschillende namen door de Joden werd vereerd. Haar geschiedenis is relatief onbekend maar goed terug te vinden in bronnen van voor de ballingschap en erna, bij Joden (en hun Hebreeuwse voorouders) in en buiten Palestina. Overigens parallel aan de goden in bijvoorbeeld Ugarit. Ik baseer me voor deze context onder meer op de publicaties van Margaret Barker, de briljante hebraïste, die onder meer bestudeerde hoe de godin uit het Oude Testament (een selectie uit veel meer boeken) werd gehouden en werd weggewerkt, maar in veel bredere context waaronder inscripties en andere Hebreeuwse en Joodse geschriften aanwezig en aanwijsbaar bleef. Wijsheid en Heilige Geest zijn (naast Shechina) de bekendste namen waaronder zij in het Jodendom aanwezig is, Heilige Geest vooral omdat die naam ook in het latere christendom een belangrijke plaats inneemt. In het Aramees sprekende vroege christendom werd de Heilige Geest als vrouwelijke (goddelijke) persoon beschouwd, ook als moeder van Christus. Ook al staat deze aanhef niet met zoveel woorden in de evangelies van Matteüs en Lukas (waar het Onze Vader aan ontleend is, zij het in uiteenlopende bewoordingen), zij komt dus voor (zij het niet in de weergave van het Onze Vader maar in andere gebeden, gedichten en liederen) in Aramees sprekende stromingen van het oudste christendom. Verder komt de Wijsheid- ook Jezus als de Wijsheid – regelmatig voor, onder meer in de nieuwtestamentische geschriften.

Ook Paulus gebruikt de beeldspraak dat bij wie gedoopt is tot ‘zoon’ van God, geen sprake meer is van (het onderscheid tussen) vrouw en man (net zo min als tussen Jood of Griek, slaaf of vrije). Deze gelijkwaardigheid van vrouwen en mannen had zeer praktische consequenties – vrouwen en mannen konden beiden belangrijke rollen hebben en posities bekleden – die echter al snel teruggedraaid werden waar men zich (her)aanpaste aan in de Romeins-hellenistische maatschappij gangbaarder gebruiken. Merk op dat ook bij Paulus de beeldspraak nog patriarchaal is: gedoopt wordt men tot ‘zoon’ van God, kennelijk nog niet tot ‘dochter’. Maar dat is door zijn opvatting wel mogelijk en kan dus zo begrepen worden. Er is geen reden waarom wij deze mogelijkheden in de taal per definitie zouden moeten ontkennen of negeren in de praktijk. Waar dat toch gebeurt, is dat een keuze die ook anders uit mag vallen.

Diegenen die de beeldspraak van een vader en een moeder als te menselijk ervaren, zouden de eerste twee regels kunnen vervangen door de aanhef ‘Onze Vader-Moeder’, naar het regelmatig voorkomende gebruik van de term Vader-Moeder bij christenen uit de eerste eeuwen (die merendeels Joden waren, zij het steeds meer gehelleniseerd). Degenen die de beeldspraak van een hemelse Vader en Moeder als te verheven of te hoog en te groots ervaren om zich er toe te kunnen richten, zouden van ‘Onze Schepper’ en ‘Onze Wijsheid’ kunnen spreken, want de verhalen spreken duidelijk van de Schepper en de Wijsheid die samen alles tot bestaan brachten. Hoe dan ook, het moge duidelijk zijn dat niets van wie wij zijn of wat ons gegeven is, door ons zelf is gemaakt: wij hebben alles gekregen. De Godsnamen zijn in het verleden dan ook wel vervangen door algemenere: ‘Onze Bron’, ‘Een/Ene’, ‘Gij met de talloze namen’, enzovoort. De tegenstelling tussen een persoonlijke god (hij/zij) en een onpersoonlijke (het) is eveneens kunstmatig, want afhankelijk van onze indeling van de werkelijkheid in personen en zaken en van de bijbehorende naamgeving. We kunnen evengoed zeggen dat dode dingen niet echt dood zijn, als dat alleen personen leven. Beide drukken (door ons gewild en bedacht) aspecten uit van wat de ervaring is van een totaal.

[v]

v Heiligen betekent heel maken, toewijden aan God; God – in al zijn mannelijke en vrouwelijke functies – is zelf altijd de grote Heelmaker. Aan Margaret Barker ontleen ik dat wat wij kennen als ‘heilige der heiligen’ (het binnenste gedeelte van de tempel) heel goed vertaald kan worden als ‘heiligende’. Bij die functies komen ook scheiding, afsplitsing, onderscheid maken voor. Maar die dienen uiteindelijk om heelheid via heelwording mogelijk te maken; God en zijn schepping zijn altijd door worden gekenmerkt: door beweging en verandering die eenheid en heelheid veronderstelt en beoogt. Het heiligende wordt in de geschriften ook vele malen verbeeld als de (bijna letterlijke) stroom van genade die heel maakt. Het gaat om een doorgaand gebeuren: wat of wie geheiligd wordt, neemt daaraan deel door zelf ook te heiligen en heel te maken. Al in de Hebreeuwse tijd vervulde de tempel hierbij een centrale rol, en daarin de koning-hogepriester en koningin-hogepriesteres, zodat land en volk ieder jaar opnieuw geheiligd werden.

[vi]

vi En niet alleen ooit. Dit hele gebed staat in het teken van de reeds gekomen en komende heilzame kracht van Gods aanwezigheid (de hemel). De tijd zal komen en is nu al. De hemel is al op de aarde aan het komen overal waar dit wordt beseft, eraan wordt gedacht, dit wordt gewenst. Deze komst is de komst van het rijk van God op aarde. Die al is begonnen, en waaraan wij al kunnen deelnemen (onder Gods hoede) en waarvan de voltooiing altijd al op handen is. Niet buiten onze aandacht en geestelijke activiteit om, in verbinding met en van energie voorzien door de heel makende en helende goddelijke kracht die wij mogen aanroepen en over ons afroepen. Bidden is een krachtige vorm van (witte) magie.

[vii]

vii Letterlijk staat hier: het brood ‘dat er bij is’. Dit ‘er bij zijn’ kan opgevat worden op verschillende manieren, maar een van de goed denkbare opvattingen die past bij een Arameestalige achtergrond is het brood ‘van (het of uw) erbij zijn’. De uitleg als ‘van uw aanwezigheid’ is niet alleen taalkundig acceptabel, maar ook tegen de achtergrond van de ‘toonbroden’ die in de tempel stonden en de goddelijke aanwezigheid aanduidden. Die aanwezigheid had niet alleen op geestelijke aanwezigheid betrekking maar verwees uiteraard heel direct naar voldoende voedsel en alle verdere “bestaansmiddelen”, kortom naar een volledig heel en heilzaam leven waaraan niets ontbrak.

[viii]

viii Tegenwoordig breed erkende juiste vertaling. De beproeving slaat op alle rampen, al het kwade dat ons kan overkomen, speciaal in de eindtijd waarin de strijd van goed en kwaad tot haar hoogtepunt komt, kort voordat het rijk van God overwint. Deze eindtijd is altijd dichtbij, net als de hemel. Het koninkrijk komt al overal waar het goede mee aan en mee door ons wordt gedaan. Dat is een innerlijke beweging die uiterlijke gevolgen heeft. Wij mogen met deze beweging instemmen, eraan meedoen, ons aandeel erin leveren.

[ix]

ix Of: van het verderfelijke. Het gebruikte woord kan zowel bijvoeglijk als zelfstandig opgevat worden. In de ontstaanstijd van het gebed werd het verderfelijke ook gezien als gepersonifieerd in boze geesten, onder aanvoering van de duivel. Denk aan demonen die onze geesten kunnen beheersen, en aan de Satan als tegenspeler van de goede God. (In die zin zou ook vertaald kunnen worden met ‘de’ verderfelijke in plaats van ‘het’.) Maar er is geen reden bij voorbaat om alleen van de duivel verlost te willen worden en niet van onze eigen slechte neigingen. Dezelfde betekenis komt voor in geschriften uit vergelijkbare tijd zoals Didache 3:1. In het perspectief van de voorgaande delen van het Onze Vader kan gelezen worden: “Verlos ons van het verderfelijke in en buiten ons dat uw aanwezigheid en de komst van uw rijk (die al begonnen is) blokkeert”. “Boze” is niet erg gangbaar meer in de betekenis van “kwaad beogende en doende” of “(inbegrip van de) (moreel) slechte”.

Maak je geen zorgen!

Voor wie ongeluk ervaren, is echt geluk bestemd. Want je bent al deel van het ene wonder dat bestaat en kunt dat blijven. Zo luidde het een kleine eenentwintig eeuwen geleden in de mond van Jezus volgens het evangelie van Matteüs. Daarover enkele notities, een * verwijst naar de korte toelichting van begrippen onderaan.

Je bent verbonden met je hart en zo met het hart, de kern, van het heelal. Want hemel* en aarde, geest en lichaam, hart en leven, zijn geen gescheiden werelden: wie ze als absoluut gescheiden voorstelt, leeft in een illusie. Alle werelden – groot of klein – zijn samen één. En vanuit de kern* of verbonden met hun kernen is en komt alles goed, ook al is de weg onzeker of onduidelijk of loopt die via kleine of grote of zelfs de diepste afgronden van de ervaring: armoede, ziekte, onvolmaaktheid, dood, verdriet, zwakte, onrecht, onbegrip, harteloosheid, oneerlijkheid, onbetrouwbaarheid, bedrog, vernedering. Of gescheidenheid van werelden.
Ik citeer de volgende woorden van Jezus:

“Laat de hemelse* rijkdom het allerbelangrijkste voor je zijn.
Elk mens kan licht uitstralen. Als je doet wat God* wil, dan zul je licht uitstralen. … Als je helemaal niet doet wat God* wil, dan is het licht in jou uitgegaan.
… Je kunt dus niet tegelijk voor God* en voor het geld leven.

Maak je geen zorgen …
En maak je geen zorgen …
Maak je dus geen zorgen. …
Maak je geen zorgen …
Maak je dus geen zorgen. Zeg niet: ‘Hoe komen we aan eten?’ of: ‘Hoe komen we aan drinken?’ of: ‘Hoe komen we aan kleren?’ Met die dingen** houden de mensen zich bezig die God* niet kennen. … Houd je bezig met Gods* nieuwe wereld en doe wat God* van je vraagt. Dan zal God* je die andere dingen ook geven.
Maak je geen zorgen over morgen. Bewaar die zorgen maar voor morgen. Je hebt het al moeilijk genoeg met vandaag.”
Uit Jezus’ Bergrede (Evangelie naar Matteüs; Bergrede hss. 5-7; deze citaten: 6:21-22, 23b, 24d, 25a, 25c, 27a, 28a, 31, 32a, 33-34 ; uit: Bijbel in Gewone Taal)

Bestaat dat echt: je geen zorgen maken voor morgen? Het echte geluk? Leef uit je licht, wees gedisciplineerd voor jezelf en vergevingsgezind voor iedereen, houd van je vijanden, val niet op, draag vandaag bij aan ieders leven en maak je geen zorgen over onbelangrijke zaken! Je bent en blijft vrij om samen voluit verlichte en menselijke mensen te zijn, ofwel Gods nieuwe wereld te helpen komen.
Die oproep van Jezus herinnerden zijn volgelingen zich, gedaan en herinnerd in een tijd dat zijn arme volksgenoten het slecht hadden en zijn land door de Romeinen bezet was, deels met hulp van rijkere of collaborerende landgenoten. En hoewel de heersende partijen helemaal niet met zich lieten spotten, ervoeren zijn volgelingen zijn visie en gedrag als echt en betrouwbaar, en brachten die ervaring en trouw verder. Samengevat: uiterlijke zaken en verhoudingen staan niet per se diametraal tegenover innerlijke maar vinden samen met de laatste hun heelheid en hun voltooiing in die harmonie die de uiteenlopende aspecten tot de grootste bloei brengt. Niet door louter exclusiviteit in denken en handelen, maar ook door inclusiviteit. Niet door forceren maar door afstemming. En ja, dat kost je leven net zo goed als dat het nieuw leven schept en schenkt; leven en dood zijn processen die niet zonder elkaar bestaan. En ja, dat lijkt soms uitsluitend vernietiging – maar die heeft altijd een andere kant. Dat mag verbondenheid en vertrouwen heten waarin je deelt, inclusief de rijping van ervaring die onderdeel van het leven kan zijn, nauw verbonden met de afstemming ook op noden** die zichtbaar worden.

Ik maak daarbij nog twee opmerkingen. 1 Rijkdom en macht zag Jezus wel als middelen van rechtvaardig bestaan voor individu en gemeenschap, maar niet minder als gevaar (onevenwichtige verhoudingen door gehechtheid aan rijkdom en macht of aan wat dan ook) voor individu en gemeenschap op weg naar echt geluk. 2 De verwerkelijking van geluk zagen Jezus, zijn leraar Johannes de Doper, en hun leerlingen en verwanten allereerst in afstemming van de aarde op de hemel* als eerste voorwaarde en als eerste onderdeel van het geluk en het heil (waartoe rechtvaardigheid en bloei in materiële zaken uiteraard ook behoorden). Die afstemming en de gevolgen daarvan omvatten vele aspecten van spiritualiteit (contact tussen hemel* en aarde, beleving daarvan in visioenen over van alles in hemel en op aarde, liederen, muziek, reizen in de verbeelding, bijzondere ervaringen en vele meer) die bestaande patronen kunnen doorbreken of vernieuwen. Want die beperken zich onder het mom van de kennis van de waarheid en van het algemeen belang soms tot wat godsdienst en politiek voor zichzelf wenselijk achtten – tot in de samenstelling van heilige geschriften en tradities toe. Openbaringen in de zin van de genoemde afstemming zullen echter nooit ophouden; schriftgeleerden en ideologen van godsdienst en politiek zijn schakels in het overbrengen en uitleggen van die stroom van openbaringen, maar niet de enige schakels. Ieder die er voor open wil staan, is al zo’n schakel; overigens evenmin een schakel die voor anderen dan voor zichzelf hoeft te spreken, dus evenmin een schakel die meer waarheid in pacht heeft dan die zij of hij zelf heeft ontvangen. Voor meer waarheid is (permanente) afstemming het parool. Wat een wonder!

* Toelichting van de gebruikte woorden. De hemel is de bron van de aarde, tussen hemel en aarde is een permanente wisselwerking in allerlei vormen. Alle dingen zijn met elkaar verbonden, de kern van die verbinding kan allerlei namen hebben of op allerlei manieren omschreven worden, hoewel taal nooit toereikt om de diepte van de betekenis van de kern voor het geheel en van alle wisselwerkingen te beschrijven. God is de naam voor die kern als levende – en dus zelf ook veranderende – bron. De werkelijkheid is een wonder, niet louter voorwerp van beheersing door de mens, al heeft die behalve wetenschap en techniek ook taal en andere manieren om met de werkelijkheid om te gaan – vanuit het respect dat het ene onderdeel aan het andere verschuldigd is, en in het besef dat er oneindig veel mogelijkheden voor dat ‘omgaan met’ bestaan. Je kunt je wil op de kern afstemmen, of volhouden dat je een eigen wil hebt en geheel zelfstandig kunt verwerkelijken. Het laatste brengt innerlijke en uiterlijke strijd mee, de overgave aan het eerste brengt rust, vertrouwen, betrouwbaarheid mee zonder kramp dat het allemaal van jou moet komen. Je bent verbonden met de kern.

** Vooronderstelling bij deze woorden is de dagelijkse onderlinge solidariteit binnen iedere gemeenschap binnen het voornamelijk uit armen bestaande volk als geheel die in de gebieden en kringen waar Jezus zich bewoog de norm waren, alleen al omdat zonder die noch gemeenschap noch enkeling zouden hebben kunnen overleven. Daarnaast waren er rijken die door Jezus aangespoord werden hun rijkdom ook in die geest te delen. Over echte rijkdom gesproken!

Een nieuwe samenleving volgens Paracelsus en Andreae

Elke Bussler, vertaler van intrigerende werken van Paracelsus in het Nederlands en uitgever van werken over hem en verwant aan hem, publiceerde op de website van haar uitgeverij De Woudezel ook een aantal boeiende artikelen waarvan ik hier speciaal noem Ontwerpen voor een nieuwe samenleving[:] Paracelsus, ca. 1530[,] Andreae, 1619. Bij de laatste gaat het om zijn bijzondere geschrift Christianopolis uit 1619, dat zij behandelt tegen de achtergrond van Andreae’s auteurschap van de Rozenkruisersgeschriften, een (half) decennium eerder. Het is uitermate boeiend om deze auteurs met dit onderwerp bezig te zien. Voor een korte maar treffende inleiding verwijs ik graag naar haar artikel. De auteurs zijn  nauw verwant aan pansofisch genoemde schrijvers uit dezelfde tijd zoals Jacob Boehme (hier uitgebreid aanwezig, zie sidebar Menu) en Amos Comenius (zoek op de namen o.m. via Zoeken in de sidebar).

Boudewijn Koole

Wat zou volwassenheid zijn?

Volwassen worden beschouw ik na lang overwegen (de aanleiding was een opmerking van mijn zus Jopie; waarvoor dank) als een bestaand ideaal dat door niemand gemeten kan worden maar het tegendeel ervan wel. Anderen kunnen zien waar jij (evident of mogelijk) geen rekening mee houdt als het om of over jou gaat, of over anderen. Het ideaal zou dan zijn dat je je zo gedraagt dat je rekening houdt met hoe anderen over je denken, in de zin dat je je gedrag voor eigen rekening neemt. Het begint er dus mee dat je zo over jezelf leert nadenken dat je jezelf leert kennen en ook nog dat je je waarschijnlijke reacties op de buitenwereld leert kennen, en dat je je zo gedraagt dat anderen je daarop kunnen aanspreken. Een belangrijk volgend probleem is dat er natuurlijk veel stille pijnpunten zijn in ieders karakter, onder meer door vroegere ervaringen, waar je niet mee te koop loopt maar die toch een rol spelen, al verberg je ze ook voor jezelf zoveel mogelijk. Maar als je die niet kent, dan kun je er ook geen rekening mee houden. Dus hoort bij volwassenheid ook dat je met de stille kwetsbaarheid van anderen rekening houdt, lijkt mij.

Maar het is wel duidelijk dat er zoveel visies op volwassenheid zijn, als er individuen zijn, want ieder heeft dus zijn eigen volwassenheid of gebrek daaraan. Je kunt er geen maatstaf voor aangeven die meetbaar is zonder het iedere keer opnieuw bevestigd te zien, waarbij je nieuw gedrag nooit moet uitsluiten. Onvolwassenheid kan in het tegendeel verkeren en omgekeerd ook. Volwassenheid geldt dus ook per soort beleving, onderwerp, enzovoort.

Is het iets anders dan de bereidheid om een open oog voor jezelf en anderen te hebben, en voor wat verder nog op je weg komt? En onvolwassenheid het je onnodig afsluiten voor wat jezelf of anderen ervaren of nog zouden kunnen ervaren? Ook volwassenheid is dan nooit af.

Toegepast op onszelf: het zou kunnen zijn dat een van ons of onze familieleden ervaringen heeft gehad die wij niet kennen, en waar we misschien ook beter niet nieuwsgierig naar kunnen zijn. Want soms is het respectvoller en beter om oude of nieuwe pijn ongenoemd te laten zonder dat je het bestaan ervan ontkent of alle ruimte ervoor onmogelijk maakt.

Omgekeerd is het al moeilijk genoeg om zaken die bekend zijn als problematisch uit het verleden, een plek te geven in de gezamenlijke herinnering. Dat geldt zowel voor oorlogen tussen landen als persoonlijk leed bij jezelf, of bij naasten of iets verdere naasten.

Een leerpunt voor mij is zeker om nooit een ander verantwoordelijk te houden voor door mij veronderstelde redenen voor haar of zijn gedrag. Het kan immers altijd zijn dat die bij de ander heel anders liggen, niet in dezelfde context staan enzovoort. Ik kan bovendien altijd als dat erg wenselijk is in de situatie, gewoon zeggen wat ik op prijs zou stellen zonder de verantwoordelijkheid te nemen voor wat die ander precies voor redenen heeft, en van de ander de verantwoordelijkheid af te nemen voor het uiterlijke gedrag waarmee hij of zij te koop loopt en dat ik bijvoorbeeld irritant vind.

Volwassenheid lijkt in die zin iets te maken te hebben met ruimte aan elkaar laten. Maar in een persoonlijk contact kun je gelukkig vragen wat de ander bedoelt, als je daar een vraag over zou hebben. Dan wel of de ander iets en zo ja, wat de ander heeft, als je een zorg of vraag of ander aandachtspunt bij die ander veronderstelt.
En waarschijnlijk zijn er nog heel wat meer belevingen van volwassenheid?

(Later vervolg:)

Als eenmaal is vastgesteld dat volwassen niet alleen van buiten beoordeeld kan worden – hoewel uiterlijk gedrag er uiteraard een aspect van is – maar ook een innerlijke ontwikkeling veronderstelt die misschien deels herkenbaar blijkt maar ook deels niet omdat zij nog ‘in de knop’ verborgen is, kan het accent bij het spreken over volwassenheid nog duidelijker gelegd worden op de permanente groei en groeikracht die er aan verbonden is. Als volwassenheid niet een vast ideaal is waaraan je af meet of iemand (of iets) daaraan beantwoordt, dan toch wel een groeistreven. Waarbij zoveel soorten elementen, karakters, gedragspatronen, opvattingen, verschijningsvormen een rol kunnen spelen, dat het enige voor volwassenheid verder kenmerkende is, dat het naar optimale eigen groei en optimale groei van anderen en het andere streeft. Mijns inziens houdt volwassenheid niet in dat jij de enige bent die uit dit proces als overwinnaar tevoorschijn mag komen. Volwassenheid houdt de mogelijkheid en de erkenning in dat anderen ook volwassen zijn, ofwel op weg daarheen net als jij.

Dat betekent niet alleen het rekening houden met openlijke of stille pijnpunten van jezelf of anderen, door ervaringen die er nu eenmaal (kunnen) zijn, maar ook het open staan voor en delen van vreugde over de ontdekking van groeimomenten van jezelf en anderen, of van potentie daarvoor. En laten we ook niet vergeten dat naast opgroeien ofwel ‘wassen’ tot de volheid van je potenties (waarschijnlijk niet van alle maar dan toch minstens van die welke je wel helemaal realiseert, want dat is of bereikt je leven nu eenmaal per definitie, ook als je denkt dat het mislukt zou zijn in bepaalde opzichten) er ook altijd – laat of vroeg – een fase zal komen waarin sommige potenties niet verder groeien, of zelfs in kracht en mogelijkheden minder worden, tot het einde toe.

Volwassenheid is nooit af, stelde ik hierboven. Maar als een individu of entiteit ophoudt te bestaan, kunnen we moeilijk volhouden dat het of zij zich nog ontwikkelt. Alleen hangt de definitie van individu of entiteit zelf af van een visie op het geheel van alle wezens of entiteiten. En hoe volwassenheid in die visie wordt opgevat, is een volgende stap.

Voor mij is die stap echter geen luchtfietserij. Ik vertrouw er liever op dat de processen die ik zie, deel uitmaken van een groter geheel dat ik niet kan zien. Een geheel dat evenmin stil staat als de zich ontwikkelende werkelijkheid die ik ervaar.